Een vrij lang hoofdstuk, dat komt omdat ik twee hoofdstukken samen heb gevoegd omdat het ene gewoon te kort was. Maar goed, het volgende hoofdstuk dus. Weer: R/R

Herinnering(en)

Op het moment dat Hermelien weer in de slaapkamer verschijnt, springt Draco van hun bed af. Hij begint meteen vragen te stellen. "Waar was je? Was je al die tijd bij de Wemels? Hebben ze je niet meteen weggestuurd? Waarom zeg je niets? Wat zie je bleek, wat is er gebeurt? Hermelien, Her, zeg iets tegen me!" Hermelien negeert Draco volledig. Ze laat zich in een stoel vallen en heft haar hand op om Draco tot stilte te manen. Dan zegt ze:

"Ik wil informatie. Ik wil weten wat er gebeurt is nadat we Voldemort hebben verslagen. Ik wil weten hoe ik er met jou vandoor heb kunnen gaan. Ik wil weten wat er gebeurd is met mijn vader en ik wil weten hoe ik iedereen zo heb kunnen verraden. Aangezien jij de enige bent die bereidt is om tegen me te praten, ben jij ook de enige die me dat kan uitleggen. Je wilde het vanochtend volgens mij maar al te graag doen, dus ga je gang…" Verbaasd staart Draco haar aan. Zijn mond klapt open en dicht, alsof hij zich elke keer dat hij iets wil zeggen weer bedenkt en zijn mond weer dicht doet. Dan zegt hij eindelijk, met een bezorgde blik in zijn ogen:

"Oké, ik vertel je alles. Maar je moet me beloven dat je me niet aanvalt of iets dergelijks om ónze daden en je moet naar me blijven luisteren, ook al staat wat je hoort je niet aan. Doe je dat?"

"Best," gaat Hermelien schoorvoetend akkoord. "Maar commandeer me niet zo."

"Mooi. Dan gaan we nu naar beneden. Ik moet je sommige dingen echt laten zien en niet alleen maar vertellen." Met een zucht staat Hermelien op en ze volgt Draco richting de trap, terwijl ze mompelt: "Wat zei ik nou over dat commanderen?" Draco negeert haar volledig en begint de trap af te lopen.

In de woonkamer loopt Draco regelrecht naar een kast toe. Hij lijkt er even vol tegenaan te lopen, maar dat doet hij niet. Hij loopt er gewoon dóórheen. Hermelien slaakt een gilletje van schrik, overtuigd dat haar laatste kans op antwoorden net vervlogen is. Dan komt Draco weer ongedeerd binnen lopen, dit keer met een grote kom met een zilveren substantie erin in zijn handen. Hermelien herkent het meteen als een hersenpan en haar ogen worden groot. "Sorry dat ik je heb laten schrikken, dat had ik even moeten melden," zegt Draco. "Helemaal vergeten dat je dat natuurlijk ook niet meer weet. Nou ja, ik moet mijn hersenpan toch goed beveiligen, niet? Helemaal met mijn herinneringen." Even voelt Hermelien de drang om te vragen wat die herinneringen dan wel niet zijn, maar ze houdt zich in. Ze heeft zo het idee dat ze die herinneringen nog wel te zien krijgt, of in ieder geval een deel.

"Ik denk dat het het beste is als je even gaat zitten," zegt Draco met een glimlach. "Wat je te horen krijgt kan nogal een schok zijn." Hermelien loopt snel naar één van de banken die in de woonkamer staan. Draco loopt naar dezelfde bank toe en wil gaan zitten, maar Hermelien houdt hem tegen.

"Nee, alsjeblieft niet. Sorry, maar ik denk niet dat ik het aankan om naast je te zitten, helemaal niet nu je me gaat vertellen wat we allemaal hebben gedaan. Want dat moet verschrikkelijk zijn als alle mensen om wie ik geef me nu haten." Zonder morren gaat Draco tegenover haar zitten. Hij zet de hersenpan op de salontafel die tussen de banken in staat en begint te vertellen:

"Na de dood van Voldemort was de hele toverwereld natuurlijk door het dolle heen. Overal werden opeens bekende dooddoeners aangegeven. Harry, Ron, Ginny, Loena, Marcel en jij waren de helden van de bevolking. Jullie kregen alles wat jullie wilden en konden worden wat jullie wilden. Zo werden Harry en Ron schouwer, Ginny ging professioneel Zwerkbal spelen, Loena kreeg een eigen blad en Marcel werd docent Kruidenkunde op Zweinstein. Want zoals je wel weet raakte professor Stronk zodanig verwond in de oorlog dat ze geen les meer kon geven. Jij, Hermelien, jij werd verbloemist." Hermelien geef een gilletje van opwinding. Als Draco haar vreemd aankijkt mompelt ze:

"Dat is stiekem hetgene wat ik altijd al heb willen doen. Sorry, ga door."

"Oké. Je was één van de belangrijkste mensen op het hele ministerie, hoewel je ook vaak genoeg over hoop lag met andere mensen om hun besluiten. Jij en Ron hadden trouwplannen, Harry en Ginny waren al getrouwd en ook Marcel en Loena bleven samen. Ieder van jullie had het perfecte leventje.

Toen werd er een moordaanslag gepleegd op jou en Ron door onbekende dooddoeners. Ik was degene die deze aanslag veredelde." Verbaasd kijkt Hermelien Draco aan.

"Jij? Maar waarom jij?"

"Ik ja," zegt Draco. "Ik stond naast je en ik redde zowel jouw als Rons leven met snel spreuken werk en door jullie weg te duwen. Ik mocht jullie niet, maar er zit een verschil tussen iemand niet mogen en iemand dood willen.

Je bleef me altijd dankbaar. Opeens, uit het niets, verscheen er een paar maanden later een aanklacht tegen mij. De aanklacht luidde dat ik dooddoener was geweest en Harry Potter en zijn vrienden die hadden geholpen in de oorlog had proberen te vermoorden. Niemand die bij ons op Zweinstein had gezeten vond dat moeilijk te geloven en er was geen redden meer aan, ik zou de Dementorkus krijgen." Opeens staat Draco op. Hij tikt even op de zilveren vloeistof in de hersenpan en glimlacht mistroostig. "Dit is dus één van de dingen die ik je moet laten zien en niet vertellen. Zou je alsjeblieft mijn hand vast willen pakken?" Schichtig pakt Hermelien de uitgestoken hand vast. Zowel Draco als Hermelien buigen zich over de hersenpan en binnen een paar seconden worden ze erin gezogen.

Ze staan in een rechtzaal. De Draco uit de herinnering zit op de stoel voor de verdachte en voor hem zitten de mensen van de WikkenWeegschaal. Draco's ogen staan vol met tranen en het is duidelijk dat iedereen vindt dat hij het gedaan heeft. Ze sfeer is grimmig en Draco heeft niemand die naast hem staat. Dan ziet Hermelien zichzelf. Ze zit tussen Ron en Harry in en aan de andere kant van Harry zit Ginny. Hermeliens ogen schieten naar haar vingers waar een verlovingsring prijkt. Opeens dondert er een stem door de grote ruimte heen:

"Als niemand meer iets te zeggen heeft, dan zullen we beginnen met stemmen." Hermelien kijkt naar zichzelf en ziet hoe ze met een ruk opstaat. Iedereen kijkt verbaasd naar haar, helemaal haar verloofde en twee dierbaarste vrienden.

"Ik heb nog iets te melden," zegt ze zachtjes, maar zonder twijfel in haar stem. De voorzitter van de WikkenWeegschaal knikt even om aan te geven dat ze door mag gaan. "Draco Malfidus heeft mij en mijn vrienden met geen vinger aangeraakt en ik ben ervan overtuigd dat hij dat ook nooit zou doen. Hij is geen dooddoener, sterker nog, hij hielp de goede kant ten tijde van de oorlog. Het feit dat hij durfde te infiltreren bij de dooddoeners is alleen maar dapper. Hij heeft ons ontzettend geholpen en ik zie echt niet in waarom hij daarvoor gestraft zou moeten worden." Beide Hermeliens laten zich tegelijkertijd zakken, beide verslagen om hun eigen daad. Hermelien voelt hoe Draco zijn arm om haar heenslaat en ze verdwijnen weer naar het heden.

Eenmaal terug in de woonkamer begint Hermelien te huilen. "Waarom deed ik dat? Je had ons wel pijn gedaan, ons verraden. Waarom deed ik dat?

"Je redde mijn leven daar Hermelien. Net zoals ik jouw leven had gered. Iedereen was stomverbaasd over je standpunt, ikzelf ook. Harry, Ron en Ginny begrepen je keuze wel, je had je leven immers aan mij te danken. Maar dat wist verder niemand. Door jouw speech werd ik vrijgesproken. Je vertelde me dat we nu quit stonden en liep weg. Toch was onze relatie voor altijd veranderd." Met grote, bange ogen luistert Hermelien naar Draco. Af en toe schudt ze even haar hoofd en de tranen staan in haar ogen. Draco tovert een zakdoek tevoorschijn uit zijn zak en geeft hem aan Hermelien.
"Kan ik doorgaan? Of kan je niet meer?"

"Jawel, ga door," antwoordt Hermelien. "Ik moet dit weten."

"Oké, dan gaan we door. Op een dag kwam je mijn kantoor binnen, omdat je bepaalde informatie nodig had waar ik mee bezig was. Ik weet niet wat er gebeurde, maar het ene moment praatte we over het weer en het volgende stonden we te zoenen." Hermelien gilt hard:

"Nee! Dat kan niet waar zijn! Nee, nee, nee!" Ze staat op en wil weggaan maar Draco blokkeert haar pad.

"Hermelien, we hadden een afspraak. Jij zou naar me blijven luisteren, ook als wat je hoorde je niet aanstond. Ga dus alsjeblieft weer zitten, ik ben nog lang niet klaar." De tranen stromen over Hermeliens wangen als ze weer gaat zitten. Even kijkt Draco haar doodongelukkig aan en dan vervolgt hij:

"We waren allebei heel erg verbaasd, maar het voelde zo goed… We konden niet meer stoppen en we kregen een relatie, ondanks je liefde voor Ron. We wisten -" De deur naar de kamer wordt opengegooid en er rent een man naar binnen. Een man die Hermelien erg bekent voorkomt.

"Harry!" roept ze, opeens dolgelukkig. Misschien, heel misschien, was hij niet boos op haar, of bleek dit allemaal een wrede grap.

"Jij gaat nú met mij mee," hijgt Harry. "Geen discussie mogelijk. Jij gaat nu mee en komt hier nooit meer terug."

Hermelien wil maar al te graag met Harry mee. Maar aan de andere kant verteld Draco haar eindelijk alles wat ze wil weten...