(A/N) Hey mensen! Heel erg bedankt voor jullie reacties! Ik heb er een verhaallijn bij bedacht (die had ik nog niet) en daarvoor heb ik een zin veranderd in de omschrijving, maar dat is hopelijk niet zo erg! Ik hoop ook neit dat eht te cliché wordt! Zodra het dat wel wordt, alsjeblieft waarschuw me!
Groetjes en veel leesplezier!
1 Onverwachts bezoek
Met een ruk kwam ik overeind. Mijn lakens waren nat en druppels zweet liepen over mijn voorhoofd. Ik ademde zwaar en mijn ogen gingen paniekerig snel heen en weer. Na een paar seconden kwam ik tot de conclusie dat ik een nachtmerrie had gehad en begon mezelf te kalmeren. Ik voelde langzaam de adrenaline uit mijn aderen weg vloeien en geleidelijk ging mijn hartslag omlaag en werden mijn ademhalingen oppervlakkiger. Ik deed mijn nachtlampje aan en keek op mijn klok. Het was nog veels te vroeg om op te staan.
Mijn blik gleed door de kamer en bleef hangen op een fotolijst met een foto van mijn vader erin. Ik had weinig foto's van hem en dit was de beste. Hij was op het strand genomen, het waaide hard en regende, maar ondanks het slechte weer zag mijn vader er heel opgewekt en vrolijk uit. Mijn vader. Van hem had ik het gevoel voor avontuur, de drang om je eigen angsten te overwinnen. En nu was hij er niet meer, door Voldemort. Hij wist ook iedereen zijn leven te vergallen, of het nou je eigen dood was of de dood van een naasten. Er moest iets gebeuren, maar wat? Ik kon het moeilijk in mijn eentje gaan opnemen tegen Voldemort en zijn duizenden volgelingen.
Ik zakte terug in mijn kussen en sloot mijn ogen. Het angstige gezicht van mijn vader toen hij mij zag stond op mijn netvlies gebrand en zou er ook nooit meer af gaan, ik was tekort gekomen. Ik had gefaald en daar moest ik nu de gevolgen van inzien. Mijn vader was zo bang geweest, maar dit was geen angst geweest die hij wilde overwinnen.
Waarom was ik ook bij mijn vader ingetrokken de laatste paar nachten? Ik had hem in geen jaren gezien en nu woonde ik in zijn huis. Het kwam door die opdracht van het ministerie, die bracht me terug naar de bewoonde wereld en ik had een slaapplaats nodig. Mijn vader was de enige persoon die ik kende in de bewoonde wereld, dus was het logisch geweest dat ik naar hem toe ging. Hij had me zo hartelijk ontvangen en was zo blij geweest me te zien, hij was zo trots op me dat ik zijn karakter had gekregen en dat ik zo was geworden zoals ik was. En juist ik zorgde voor zijn dood. Ik leidde de dooddoeners naar zijn huis. Ik was het doelwit, maar mijn vader liep ze voor de voeten.
Ik kneep mijn ogen stijf dicht, het was mijn schuld en ik moest ervoor boeten! Het deed zo'n pijn om iemand te verliezen waar je zielsveel van hield, die pijn was mijn straf. Ik wilde nooit meer zo'n pijn krijgen en dat kon alleen als ik mij zou afsluiten van alles en iedereen. Ik moest een kluizenaar worden, een avonturier die uiteindelijk bij het oversteken van een ravijn erin valt en opslag dood is. Dat zou mijn toekomst worden als ik niet zat vast gebonden aan het feit dat ik een opdracht te vervullen had, maar liefst twee. Ik moest mijn vader wreken en ik zat gebonden aan mijn schouwercontract bij het ministerie.
Waarom was het leven zo ingewikkeld? Waarom bestond er pijn en liefde? Waarom bestond de dood, nog een betere vraag. Ik gooide de dekens van me af en liep gehaast naar de badkamer waarna ik mij over de toilet boog en overgaf. Ik had elke nacht last van nachtmerries en slapeloosheid. En elke nacht gaf ik over. Overdag at ik weinig en deed ook weinig.
Na de eenzame begrafenis van mijn vader wist ik niet meer wat ik aan moest met mijn leven. Ik had zo afgezonderd geleefd de afgelopen jaren dat ik heel veel was vergeten. Dingen die je in de natuur niet nodig had, zoals verjaardagen en leeftijden, het schrift en eten met mes en vork. Het praten verging me moeizaam in het begin, maar na een dag of twee/drie ging dat al stukken beter evenals het eten met mes en vork. Schrijven en lezen kan ik echter nog steeds niet, ik heb het ook bijna nooit gekund. Ik was nooit naar school gegaan, ik had alles van mijn vader geleerd. Het was ook niet gemakkelijk geweest om op de schouweropleiding te komen. Ik had vele tests af moeten leggen en toetsen en opstellen deed ik mondeling. Ondanks dat ik op dat gebied een lastige studente was, was ik uitmuntend geslaagd voor mijn theorie en praktijk. Gelukkig was ik nooit de spreuken vergeten.
Net toen ik weer weg dommelde tikte er iets op het raam ik schrok en kwam weer overeind. Het was een uil en hij had een brief bij zich. Wat had het voor een zin mij een brief te sturen als ik toch niet meer kon lezen en wie stuurde mij in hemelsnaam een brief? Niemand kende mij! Ik draaide me weer om en negeerde de uil. Helaas bleef hij doorgaan met tikken zodat ik niet kon slapen en uiteindelijk liep ik toch maar naar het raam. Ik pakte de brief af van de uil en die vloog weg.
Geërgerd maakte ik de envelop open en vouwde de brief ook open. Het was een bijna heel wit vel met in de hoek rechts boven een teken dat ik herkende van de schouwerbasis en in het midden stonden vier cijfers en een handtekening eronder. Ik vergeleek de cijfers met mijn klok en kwam erachter dat er 12.00 uur stond. De handtekening herkende ik van mr. Bunneham, momenteel de baas van de schouwerbasis. Wat wilde die vent toch van me? Hij had me al hier naartoe laten komen en daardoor was mijn vader nu dood. Zou dit uitje mij mijn leven kosten? Nee, zo moest ik niet denken. Het was toch mijn werk en ik werd er voor betaald, al deed ik niets met dat geld.
Langzaam liep ik weer naar mijn bed en begon weer te slapen. Al vrij snel werd ik weer wakker, maar dit keer door mijn wekker. Ik stond gelijk op en liep naar de keuken waar ik snel een droog broodje at, mijn mantel pakte en vertrok.
Ik liep altijd eerst een stuk de heuvel af en door het bos, om te kijken of ik alles wel veilig achterliet, voordat ik zou verdwijnselen. Het was niet iets dat ik graag deed, maar waar ik moest zijn was een behoorlijk stuk verderop en ik zou het niet redden om daar te zijn als de zon op zijn hoogste punt stond. Nu kon ik nog een flink stuk door het bos lopen richting de stad en hoefde ik me minder te concentreren bij het verdwijnselen.
De geur van het bos deed me goed. Het hars dat op de boomstammen zat en de geur van de dennennaalden die aan de takken vast zaten. Een kleine glimlach verscheen op mijn gezicht. Als je hier zo liep vergat je even alle zorgen en zelf dat er oorlog was, het was zo vredig hier. De dieren leefden in vrede met elkaar, ze waren niet bang.
Maar de hele mensheid lag op zijn kop. Elke dag stonden mensen op om weer een dag door te komen die weer zo donker was. Elke dag bang om dierbaren te verliezen. Elke dag bang om zelf slachtoffer te worden. Elke dag strijd.
Ik zuchtte, kon ik hier maar voor eeuwig blijven. Helaas, de plicht riep me, mijn contract riep me. Ik vervloekte de dag waarop ik mijn contract met mr. Bunneham had getekend.
Ik keek omhoog, wat ging de tijd snel. Ik keek nog een keer rond voordat ik verdween.
Toen ik om me heen keek schrok ik en dook gelijk in elkaar. Ik had me ergens op voorbereid, maar op deze drukte had ik me niet kunnen voorbereiden. Mensen krioelden langs elkaar heen door de straat en ik stond er middenin. Het was zo ongelooflijk druk. De geur die er hing maakte me misselijk, de geluiden gaven me hoofdpijn en de eentonige kleuren maakte me bedroefd. Ik voelde me dus opslag beroerd en ik snelde naar het eerste steegje dat ik tegen kwam.
Het stonk er en ik wilde er zo snel mogelijk weer vandaan, maar ik wist niet meer hoe ik binnen moest komen. Met een grote hap adem, alsof ik onder water ging, mengde ik me terug in de mensenmassa en keek goed rond. Ik zag een soort huisje staan met glazen. Hij was rood en er stonden letters op, maar ik kon het niet lezen. Er stond iemand in met iets tegen zijn oor gedrukt, ik knipperde met mijn ogen en de persoon was weg.
Zo snel als de mensenmassa het toeliet liep ik naar het glazen huisje en ging erin staan. Herinneringen van vroeger kwamen terug en ik bracht een raar ding naar mijn oor met gaatjes erin. Het had een beetje de vorm van een banaan, maar dan met twee grote bollen op het eind. Het zat met een draad vast aan een groot blok met knopjes erop en op die knopjes stonden cijfertjes die ik niet kon lezen. Ik herinnerde me de volgorde van de knopjes nog en drukte ze in. 000694. Ik hoorde een piepje en toen begon er een vrouw te praten.
"Welkom bij het schouwerhoofdkwartier te Londen, waar komt u voor?" Ik schrok even van de stem en bedacht me dat ik moest antwoorden in dat ding.
"Eeuhm, ik eeuh…" ik schraapte mijn keel, de afgelopen dagen had ik ook niet gesproken dus ik had er nog wat moeite mee de juiste woorden te vinden. "Ik kom voor mr. Bunneham."
"Hebt u een afspraak?" Afspraak? Wat was een afspraak? Wat wilde ze weten?! Ik raakte lichtelijk in paniek toen ik niet wist wat het betekende, maar met een diepe zucht kalmeerde ik mezelf.
"Hij vroeg mij te komen," zei ik uiteindelijk nadat ik had uitgevogeld wat ze waarschijnlijk wilde weten.
"Dat is goed, prettige dag nog verder. U wordt nu naar de vierde verdieping gebracht." Ik wist niet wat ze zei, maar ik hoorde geen stem meer en alleen nog maar gepiep. Ik legde het banaanachtige ding weer terug, op het blok. Plotseling was het helemaal donker en ik kwam tot de conclusie dat ik naar beneden ging. Waarschijnlijk bedoelde ze dat.
Schuddend kwam ik tot stilstand en de deur ging open. Snel stapte ik uit, bang om weer nar boven te gaan. Ik stond in een gang en er hing een muffe geur, al zag de gang er heel licht uit en leek het net alsof de zon naar binnen scheen. Maar tegen beter weten wist ik dat het magie was.
"Amy Rachel Roisin, fijn dat je bent gekomen," zei een stem en ik schrok op. Er stond een man van middelbare leeftijd naar me te kijken.
"Ben ik Amy Rachel Roisin?" vroeg ik en de man glimlachte.
"Je hebt wel heel afgelegen geleefd als je zelfs niet meer je eigen naam weet. Dat is toch wel het minst dat je van jezelf moet kennen." Ik keek de man een beetje beschaamd aan, dat was ook zo. Ik was mijn eigen naam vergeten en de rest over mijzelf ook.
"U bent mr. Bunneham, neem ik aan?"
"Ja, kom, in mijn kantoor kunnen we veel beter praten. Ik moet ene hoop vertellen, ik heb je niet voor niets hier laten komen." Zwijgend liep ik achter hem aan. We liepen een vrij grote kamer in met een aantal stoelen, kasten, lades en een bureau.
"Ga zitten, je zult niet kunnen blijven staan na wat ik je allemaal te zeggen heb." Ik ging zitten en hij ook.
"Wat wilt u allemaal vertellen? En ik versta niet alles, ik heb nog een beetje moeite met de taal."
"Dat begrijp ik. Ten eerste, het spijt me heel erg van je vader. Ik vind het heel vervelend dat hij is omgekomen, maar daarvoor ben je niet hier. Iedereen verliest in deze tijd dierbaren en als we allemaal gaan zitten treuren dan heeft Jeweetwel al gelijk gewonnen. In deze tijden moeten we sterk zijn en elkaar helpen. Het is ook niet echt goed dat je helemaal alleen en afgezonderd leeft, zonder enig contact met andere mensen. Je kunt makkelijk vermist raken. Maar dat even ter zijde. Ik heb je terug geroepen omdat we je nodig hebben. Je hebt een uitstekend eindrapport en we verliezen schouwers met bosjes."
"Eindrapport?"
"Doet er niet toe, je bent heel goed. En we hebben een missie voor je."
"Een missie? Wat is dat?"
"Een opdracht. Iets dat je moet gaan doen voor je werk."
"Oh, oké, en die mag zijn?"
"Op het ministerie werkt een jonge man, ik denk van jou leeftijd zo rond de 25, hij heet Draco Malfidus en zijn vader Lucius Malfidus is een dooddoener en zit al vast. Bijna iedereen weet zeker dat Draco Malfidus ook een dooddoener is. Maar we hebben geen bewijs, dus laten we zeggen: een vermoeden. En wij willen weten of dat vermoeden waar is."
"En wat is mijn rol daarin?" Ik vroeg het dan wel, maar ik kon het eigenlijk al raden. Ik slikte.
"Wij willen dat jij vriendjes wordt met hem, om het even makkelijk te zeggen. Wij willen dat jij in contact komt met hem en zijn vertrouwen wint. Jij moet erachter komen of die vermoedens waar zijn. Maar dat is natuurlijk niet geheel zonder gevaar, Draco Malfidus is een uitstekende tovenaar en gevaarlijk ook."
"En hoe denkt u dat ik dat voor elkaar krijg?"
"We schaduwen hem al een tijdje en weten zo onderhand waar hij vaak komt. Hij zal jou ontmoeten en jij moet hem voor je laten vallen. Zorg dat jij de touwtjes in handen houdt, anders is het afgelopen verhaal."
"Hoe bedoelt u?"
"Jij moet alles onder controle hebben en houden en elke week rapport uitbrengen."
"Hoe moet ik dit alles doen?"
"Om te beginnen, kom je weer naar de stad en ga je wat doen aan je taal-, lees- en schrijfvermogen. Als je zover bent hebben wij een heel nieuw leven voor klaar, zodat hij niets kan vermoeden. Je krijgt ook een baan, waardoor je dus twee banen tegelijk doet, maar een natuurlijk strikt geheim."
"Ik snap de helft niet van wat u allemaal zegt, maar ik moet terug naar de stad komen?" vroeg ik met grote ogen. Ik kon hier toch niet leven? Het was hier een en al vervuild!
"Meneer, ik denk niet dat ik het volhoud om hier te leven."
"Amy, niet alle plekken in de stad zijn zo druk als deze straat en ik weet zeker dat het je lukt. Ik heb een heel geschikt plekje voor je gevonden, vlak bij het grote bos van Londen. Als je het even niet meer ziet zitten kan je altijd het bos nog induiken, als je maar wel weer terug komt. Je moet weer een echt mens worden, Amy."
Ik zat stil tegenover de man. Ik moest een mens worden, dat zou nog lastig worden. Ik moest iemand bespioneren en met iemand gaan optrekken, ik moest weer onder de mensen! Maar, dat kon ik helemaal niet! Ik kon niet onder de mensen wonen! Wat nou als ik weer van iemand ging houden? Hij zei zelf dat vele mensen dierbaren verliezen deze tijd, dat kon ik niet nog eens hebben! Maar aan de andere kant, als ik met die jonge in contact kwam, kwam ik misschien wel dichter bij Voldemort. Hoe dichter ik bij Voldemort kwam, hoe beter ik wraak kon nemen!
Ik wreef met mijn handen in mijn ogen. Het was vermoeiend om al deze informatie tot mij op te nemen. En ik kreeg er hoofdpijn van.
"Ik weet dat je wraak wilt nemen, ik zie het aan je, maar vertrouw me, het is niet de goede tijd om dat te doen. Ooit komt het nog, maar deze tijden zijn niet voor wraak, deze tijden zijn voor het creëren van veiligheid en het opruimen van de chaos. Onthoud dat goed. Je mag geen persoonlijke gevoelens laten spelen op je missie, dat kan je in gevaar brengen." Ik keek hem slechts aan, hij wist niets van wat ik wilde en niet, al had hij dit wel goed geraden. Ik zat alleen in een vreselijke tweestrijd.
"Morgen beginnen je taallessen. Hier op het bureau, ik verwacht je om dezelfde tijd en je bent de hele dag bezig. Ik zal voor iemand zorgen die je helemaal kan inwijden in het normale leven."
"En wanneer moet ik weg uit mijn vaders huis?"
"Zo snel je kunt, ik ben bang dat je het zult moeten verkopen."
"Nee, ik heb genoeg geld om dat huis ook te houden. Ik zal het nooit verkopen. Ik weet zeker dat het ooit van pas kan komen."
"Dat is geheel jouw keuze. Morgen om dezelfde tijd. Je kunt gaan." Ik stond op en liep weg. Ik had een opdracht en die zou mijn leven totaal veranderen.
