Ik stond op en liep weg. Ik had een opdracht en die zou mijn leven totaal veranderen.
2
Het huis verkopen, wat dacht die man wel niet? Ik zou dit huis nooit verkopen! Dat kon ik mijn vader toch niet aan doen? Oké, hij was al dood, maar dan alsnog! En terug naar de bewoonde wereld, dacht die man dat ik gek was? Nou, blijkbaar wel. Ik zou er ook niet onderuit komen, hij was mijn baas! En iedereen verloor dierbaren, met die gedachte kon in leven, maar niet iedereen verloor zomaar even het dierbaarste in zijn hele leven en dan was het ook nog eens zijn eigen schuld! Die man was echt gevoelloos!
Boos gooide ik een kan om waar allemaal verdorde bloemen in stonden. De kan viel in stukken op de grond en over lagen scherven. Het water uit de kan stroomde langs mijn voeten en ik zuchtte. Met een zwiep van mijn stok was het opgeruimd en liep ik over een droge vloer.
"Kijk niet zo!" zei ik tegen een kat die sinds drie dagen bij me in was getrokken. Ik leefde dan al wel bijna mijn hele leven in de natuur, maar dieren echt begrijpen kon ik nog steeds niet. Ik kon goed met ze omgaan en was niet bang voor ze, maar we begrepen elkaar nooit.
Om mezelf te kalmeren ging ik in een van de ligstoelen zitten en bleef voor me uit staren. Na enige tijd sprong de kat op mijn schoot en ik begon hem te aaien. Spinnend bleef hij liggen, met de boodschap dat als ik het lef had om te stoppen met aaien hij me iets aan zou doen.
"Wat verwacht die man nou van me? Dat ik dadelijk als een normale heks zal leven en doe alsof is smoorverliefd wordt op die man die misschien de moordenaar van mijn vader is?" de kat reageerde niet en zuchtend keek ik weer voor me uit. De enige reden waarom ik deze opdracht aan nam was omdat ik dan wraak kon nemen, de veiligheid van de tovenaarsgemeenschap kon me helemaal niets schelen. Zij waren er ook niet toen mijn vader werd vermoord en stonden al helemaal niet voor mij klaar. Zij deden niets voor mij, waarom zou ik iets terug doen als het van geen nut was voor mijzelf?
Tot aan de schemering bleef ik zo zitten, met de kat op mijn schoot. Toen de zon bijna onder was stond ik op en begon mijn eten klaar te maken. Er was niet veel meer in het huis, maar nog net genoeg voor een avond maal.
De volgende ochtend toen ik wakker werd was het grauw en grijs. Het weer bepaalde mijn stemming, meestal, en op dit moment was ik dus niet erg vrolijk. De gedachte mr. Bunneham weer te zien maakte me nog minder vrolijk. Ik keek naar de kleding waar ik uit kon kiezen, het was niet veel. Een kapotte broek, een gescheurd shirtje en een slobbertrui die ook niet heel mee was, of een gebloemd jurkje die ooit van mijn moeder was geweest en mijn vader altijd voor mij had bewaard. Met een wrang gezicht wrong ik mijzelf in het jurkje dat zich vanzelf aansloot om mijn lichaam. Met een oude borstel haalde ik de ergste klitten uit mijn haar, dat inmiddels behoorlijk lang was.
Met een zucht moest ik eraan geloven dat ik de komende tijd de vrije natuur niet meer te zien zou krijgen. Het gaf me een misprijzend gevoel en maakte me nog chagrijniger en ook wel wat verdrietig.
Toen de zon bijna op zijn hoogste punt stond liep ik het huis uit, de kat klagend achter mij aan. Met een zucht pakte ik het beestje op waarna het gelijk stil was. Ik concentreerde me en even later stond ik weer in de overvolle straat waar ik gelijk misselijk werd. Snel liep ik naar het rode huisje, deed hetzelfde als die dag ervoor en kwam uit bij mr. Bunneham.
"Ah! Amy, welkom terug," zei hij met een gemaakte glimlach op zijn gezicht toen hij zijn deur open deed. Ik liep naar binnen en zag daar een ander meisje zitten. Ik bekeek haar, ze glimlachte naar me en uit beleefdheid glimlachte ik terug.
"Amy, ik wil je voorstellen aan Belinda Broom. Deze dame zal je helemaal inwerken in je nieuwe opdracht, ze zal er ook voor zorgen dat je je weer helemaal aan deze wereld aan past. Ik hoop dat jullie met elkaar overweg kunnen, anders zou het erg zonde zijn van de moeite." Wat was die man toch een gemeen ventje, als hij mijn baas niet was dan had ik hem meteen vervloekt.
"Jullie kunnen gaan, veel plezier samen," zei hij en we knikten. Samen liepen we naar buiten.
"Een iets dat we gemeen hebben, ook ik mag die man absoluut niet," zei Belinda en een klein glimlachje sierden om mijn lippen.
"Het is een begin," zei ik en ze knikte.
"Laten we naar een rustig cafeetje gaan waar we alles kunnen doornemen. Daarna zal ik je naar je nieuwe huis brengen en kunnen we beginnen met inrichten. Er moet veel gebeuren vandaag en zoveel tijd hebben we niet." Het woord cafeetje zinde me al niet, maar als er zoveel moest gebeuren wilde ik het niet hinderen.
"Ik wil je een ding zeggen. Ik weet hoe moeilijk het is om undercover te werken, ik heb het zelf ook een tijd gedaan. Het ging bij mij echter de hele verkeerde kant op, dat is ook de reden dat ik deze opdracht geweigerd heb en weg ben gegaan. Ik wil even dat je weet dat ik altijd voor je klaar staat als je problemen hebt of het voelt niet goed meer."
"Bedankt, maar voor we ooit zover zijn dat ik mijn opdracht kan uitvoeren, moet er nog veel gebeuren."
Niet heel veel later zaten we in een cafeetje. Het was er rustig, gelukkig, en dat gaf me niet zo'n benauwd gevoel.
"Goed, eerst bestellen we wat te drinken. Een kop koffie zal ons goed doen." Toen we een kop koffie voor ons neus hadden ging ze verder. "Je huis staat aan de rand van Londen in een rustige buitenwijk met een grote tuin, dan heb je toch nog en stukje natuur dicht bij je. Je werkt op het Ministerie van Toverkunst als collega van mij, maar daar vertel ik je op den duur meer van. We beginnen met gewoon weer goed en vloeiend leren praten en lezen, dat is belangrijk. Je moet weer aan alles gewend raken en daar zullen we nog een hele klus aan hebben. Je kleding, heb je kleding?"
"Eeuh, nee, eigenlijk niet op een gescheurde broek, shirt en trui na en deze jurk natuurlijk."
"Daar moet dan iets aan gedaan worden. Morgen gaan we shoppen."
"Wat?"
"Shoppen, kleding kopen. Oké, laten we je huis gaan bekijken." Ik zei bijna niets, maar dat was ook niet nodig want Belinda hoefde toch geen weerwoord.
We kwamen aan in een rustig en vredig wijkje, heel anders dan waar ik tot nu te in Londen was geweest. Het beviel me beter dan ik had gedacht en mocht hopen.
We liepen een grintpaadje op en kwamen bij de deur aan. Belinda pakte een sleutel en opende de deur. We kwamen in een halletje dat een warme indruk gaf, veel warmer dan het huis van mijn vader. Ik zag gelijk dat het geen groot huis was, wat ik alleen maar fijner vond. Het huisje was al ingericht, het zag er netjes uit. Een boekenkast met wat boeken erin, een bank, een ligstoel een tafeltje met bloemen en noem zo maar op. Er was een open keuken met een niet al te grote tafel erbij en de slaapkamer was klein, net groot genoeg voor een tweepersoonsbed en een nachtkastje. De badkamer was wel vrij groot en had een prettig licht.
"En? Wat vind je ervan? Leuk niet waar? Je mag de spullen natuurlijk verplaatsen."
"Ja, het is wel goed denk ik. Het zal even wennen zijn, maar oké." Belinda glimlachte.
Die avond zat ik in een van de ligstoelen die in mijn nieuwe huisje stonden. Belinda was gebleven om me alles uit te leggen over het kookfornuis, ik had er de grootste moeite mee en dat vuur zag er ook niet normaal uit. Ze was net vertrokken en zou de volgende morgen alweer vroeg komen.
Ik zuchtte en probeerde me thuis te voelen in mijn nieuwe huis. Mijn kat sprong op mijn schoot en verbaasd keek ik hem aan. Ik was hem toch echt kwijt geraakt vanmiddag, hoe kon ik hem dan nu opeens weer hebben? Was hij me gewoon gevolgd?
Een luide bel klonk en ik schrok op, wat was dat? Ik stond op en keek door het raam, weer klonk er een bel. Het kwam van de deur. Behoedzaam liep ik nar de deur en keek door het raampje dar erin zat. Er stond een jongen voor de deur met een grote glimlach en een fles in zijn handen. Ik fronste en deed de deur open.
"Hallo?" zei ik toen ik de deur open deed.
"Howdie buur! Ik ben Dennis, van hiernaast! Ik kom even kennis maken! Mag ik binnenkomen?" Ik knipperde een paar keer met mijn ogen en nog voordat ik een antwoord had gegeven liep hij al langs me heen naar binnen.
"Wat kom je doen?" vroeg ik verward en draaide me om.
"Kennis maken, dat zei ik net. Ik heb een fles wijn meegenomen!"
"Wijn? Wat is dat?"
"Oh, ken je dat niet? Waar kom je vandaan? Overal hebben ze toch wijn?"
"Ben jij een dreuzel?"
"Een wat? Als dat vreemdeling betekend in jou taal, dan ben ik voor jou een dreuzel ja!" Wat moest die jongen van me? Ik kende hem niet eens! Wat kwam hij hier doen!
