(A/N: Let op! Ik heb de titel veranderd en de bijschrift een beetje! Het verhaal loop toch iets anders dan ik had gedacht!)
Ze maakten een slecht en oneerbiedig mens van mij.
4 Spiegels van de geest
Met slaperige ogen keek ik rond. Mijn kat lag op het andere kussen rustig te spinnen. Ik keek op mijn wekker, het was half acht. Veel te vroeg eigenlijk om op te staan, maar ik had geen andere keus. Ik moest naar mijn werk, mijn dienst begon om half negen bij de balie. Ik moest mensen controleren die via de ingang van de dreuzelwereld kwamen. Het was altijd verschrikkelijk saai, er kwam geen hond en je zat daar maar te wachten. Het was wel heel handig voor mij, want dan kon ik namelijk al die talen gaan leren die ik moest kunnen beheersen als ik over niet al te lange tijd Belinda's collega zou worden. Ik leerde ongelooflijk snel, Engels kon ik nu alweer perfect beheersen en Frans en Spaans waren ook al behoorlijk ver. Het was alleen nog de puntjes op de i zetten. Ik was ondertussen bezig met Italiaans en Roemeens. Dat waren de belangrijkste talen in de toverwereld. Als ik die allemaal goed beheerste dan kon ik voor Draco gaan werken, over een niet al te lange tijd.
Vermoeid duwde ik de dekens van me af. De vloer was koud en er trok een rilling over me heen. Ik liep naar de keuken, gaf mijn kat eten en zette het koffiezetapparaat aan. Daarna liep in naar de badkamer en nam een korte douche. Toen ik eronderuit was had ik nog ruim de tijd om mijn kop koffie op te drinken, ontbijten deed ik eigenlijk niet. Als ik trek had nam ik een eierkoek of een stukje ontbijtkoek, maar meer kon ik niet binnen krijgen. Om tien voor half negen trok ik mijn jas aan en ging naar buiten, naar de verdwijnsel en verschijnselplaats en ging naar het ministerie.
"Hoi Amy, lekker geslapen vandaag?" vroeg Martin toen hij lang de balie liep.
"Jawel, en jij? Hoe gaat het thuis en met je nieuwe vriendin?"
"Ja, het gaat zijn gangetje. Ze is al wel gewend aan alles hier, het is natuurlijk niet makkelijk voor haar om zomaar totaal ergens anders te wonen. Maar ik ben blij dat ze haar draai weet te vinden."
"Ja, ik weet hoe moeilijk het is om in en totaal nieuwe omgeving je draai te vinden. Maar bij mij is het ook gelukt dus bij haar zal het zeker lukken."
"Ja, ik den het ook. Maar ik moet er vandoor, ik heb een bespreking. Groetjes!"
"Doei!" riep ik hem achterna terwijl hij haastig verder liep. Martin was een aardige man die altijd even langs kwam voor een praatje. Het was meestal het enige lichtpuntje van de hele dienst.
Om tien uur rinkelde er een belletje, dat betekende dat er iemand via de dreuzelingang naar beneden kwam. Ik legde mijn leerboek Italiaans niet aan de kant, het kon altijd wel even duren voordat diegene hier was en ik leerde gerust verder.
"Moet je niet opletten dat er niemand binnen sluipt?" zei een lage stem opeens dichtbij en geschrokken keek ik omhoog. Een licht gevoel van angst kroop door mijn aderen en even sloot ik mijn ogen en genoot van het moment. Mensen moesten me vaker zo laten schrikken. Ik opende mijn ogen weer en draaide me om.
"Meneer Malfidus, wat leuk dat u even langs komt. Moet u niet werken?" vroeg ik met een glimlach.
"Sorry, liet ik je schrikken?" vroeg hij met een verontschuldigend gezicht.
"Ja, nee, ik bedoel ja maar het is niet erg," zei ik verwarrend en schudde mijn hoofd.
"Dan is het goed. Ga je vanmiddag mee lunchen?"
"Lunchen? Waar?"
"Ja, lunchen. In een cafeetje ofzo," zei hij en maakte een gebaar alsof het niets was. Ik bleef hem zwijgend aankijken. "Of gewoon in de kantine van het Ministerie van Toverkunst," voegde hij er daarna aan toe toen hij mijn aarzeling zag.
"In een cafeetje?" vroeg ik nog voor de zekerheid. Hij wilde met mij lunchen! Dit wilde ik niet! Of, naja, ik wilde het wel maar dit mocht nog niet! Het was veels te vroeg om nu al aan mijn opdracht te beginnen terwijl ik nog niet eens helemaal was ingeleid in mijn nieuwe leven!
"Ja, het stelt niets voor, als vrienden. Gewoon om elkaar wat beter te leren kennen, je wordt tenslotte mijn werkpartner." En straks niet alleen je werkpartner, dacht ik in mijn hoofd erachteraan.
"Nou, het stelt wel iets voor bij mij. Ik bedoel, ik heb nog met geen enkele jongeman, of man of wat dan ook, ooit geluncht. Ik bedoel, ik ken eigenlijk helemaal geen mannen in dit land, op mijn dreuzelbuurjongen na dan die ontzettend homo is en veels te nieuwsgierig naar mijn leven. Wat soms hoogst irritant is omdat het niet makkelijk is om binnenvliegende uilen te verbergen en het raar overkomt bij hem dat ik geen elektrische apparaten in huis heb en dan nog maar te zwijgen over hoe de lampen bij mij in huis in elkaar zitten." Draco keek me even aan en knipperde met zijn ogen. Ik besefte dat ik veels te snel was gaan praten en hij er natuurlijk ook geen woord van begreep omdat ik prompt in rap spaans was gaan praten. Waarschijnlijk van de zenuwen en in de hoop dat hij niets van mijn gebrabbel zou verstaan, wat ook zo was dus.
"Eeuh juist, ik zie dat je je al aardig goed inwerkt in je nieuwe baan," zei hij glimlachend. "Maar ik verstond er geen woord van, kan je dat nog eens herhalen en dan in het engels?"
"Ooh.. sorry. Het is erg lastig om meerdere talen in zo'n korte tijd te leren, dan ga je ze snel door elkaar halen. Ik zei dat het misschien voor jou niets voorstelt, omdat je al vrouwen hebt gehad. Nee, laat ik het anders zeggen: omdat je al veel vrouwen kent. Maar ik, daarentegen, ken geen enkele man hier, op mijn buurman na."
"Nou, dat is een begin," zei hij met een charmante grijns en even keek in naar mijn handen die op de balie lagen en Draco dus niet kon zien. Ze trilden.
"Hij is een dreuzel en homo."
"Oh… maar het maakt toch helemaal niet uit of je al wat mannen kent en of je makkelijk contact legt en weet ik het wat. Ik vroeg gewoon of je me ging eten, dat is niet erg. En dan ben ik de eerste man waar je contact mee krijgt, ben ik zo erg dan?"
"Nee! Zo bedoel ik het helemaal niet. Ik bedoel alleen maar… ik wil alleen maar… ik leg alleen maar uit dat…" Ik stopte meteen verklaring te vinden voor mijn gepraat en mijn lastige gedrag.
"Dit maakt het alleen maar lastiger voor mij om jou ooit te begrijpen. Simpel antwoord ja of nee, ga je dadelijk mee wat lunchen?" vroeg Draco en ik glimlachte.
"Je hebt gelijk, ik doe te moeilijk. Ik ga graag mee wat eten dadelijk," zei ik met een glimlach. Draco sloeg lichtjes met zijn platte hand op de balie aan zijn kant. Ik zag dat hij een grote ring om had met een groene steen erin die glom.
"Goedzo, dan kom ik je rond een uur of één langs halen," zei hij en ik knikte. Ik keek weer naar de ring en iets aan de ring zorgde ervoor dat ik ernaar bleef kijken.
"Ja, is goed," zei ik met moeite en lichtelijk afwezig terwijl ik mijzelf van de ring af duwde en keek Draco nogmaals glimlachend aan en hij terug, daarna liep hij naar de liften en verdween. Die ring had iets, iets dat mij aantrok. De groene sten glom zo mooi en het leek wel alsof er iets in die steen bewoog, alsof er iets in rond kronkelde.
Zenuwachtig keek ik op mijn horloge, het was kwart voor één. Draco zou zo komen en dan zouden we wat gaan lunchen. Ik voelde zenuwen door mijn aderen gieren en dat gaf me een goed en vertrouwd gevoel. Hoe raar het ook was, zodra ik iets meemaakte dat niet vertrouwd was, was het vertrouwd. Het gevoel wat het onbekende gaf aan mij, was het meest vertrouwde gevoel wat ik kende, dat had ik in al mijn jaren in het wild wel geleerd. Vertrouw op je gevoel, iets nieuws is altijd goed, nou ja bijna altijd dan. Aan nieuwe dingen kon je plezier beleven en nieuwe dingen tekenden je leven, oude dingen kon je voorspellen en betekende helemaal niets meer, konden geen nieuwe herinneringen geven, konden geen nieuw gevoel geven.
Ik wreef met mijn vingers over mijn slapen en sloot mijn ogen om mijn zenuwen onder controle te krijgen.
"Nou al geen zin meer? En je begint pas net," zei een grinnikende stem vlak bij mijn oor, of zo leek het, en weer voelde ik een nieuwe lading adrenaline door mijn aderen stromen. Heel even, heel even had ik dat heerlijke gevoel weer en toen was het weg. Draco kwam me ophalen om te gaan lunchen.
"Vind je het gek dat ik geen zin meer heb? Dit is echt het aller saaiste baantje dat er bestaat," zei ik en hij glimlachte weer.
"Ik liet je weer schrikken hè?" vroeg hij en ik knikte.
"Maar dat is niet erg, eigenlijk vind ik het juist prettig als je me laat schrikken." Hij keek me verbaasd aan.
"Niet veel vrouwen vinden het leuk om te schrikken van iemand, waarom jij dan wel?"
"Ik weet niet, dat gevoel dat dan door je heen gaat… tjah, ik weet niet." Ik haalde mijn schouders een paar keer op en neer en keek hem daarna met een frons aan.
"Welk gevoel? Het gevoel dat je voor mij hebt?" vroeg hij met een grijns en ik voelde dat ik heel licht begon te blozen.
"Eeuh, nee, ik bedoel niet dat gevoel!" zei ik snel en keek er een beetje moeilijk bij.
"Oh maar dat gevoel voor mij is er dus wel." Zijn grijns werd groter en ik zuchtte vermoeid.
"Ja, nee, weet ik veel! Ik ken je pas net, hoe moet ik dan weten over welk gevoel je het hebt?!"
"Zeg jij het maar," zei hij terwijl hij wenkte met zijn hand dat ik met hem mee moest gaan. Ik pakte mijn tas en liep achter hem aan.
"Welk gevoel ik voor je voel? Genegenheid, denk ik, of gewoon een gevoel dat je voor vrienden hebt. Wat voor een gevoel heb je voor vrienden en aardige mensen?"
"Daar zit nog een groot verschil tussen! Meestal hou je van je vrienden en van gewoon aardige mensen hou je niet meteen. Daar voel je denk ik inderdaad genegenheid voor, maar het is moeilijk omdat te zeggen want bij vrienden heb je ook weer vrienden waar je meer om geeft dan de andere." Draco ging nog even door met zijn verhaal en ik keek lichtelijk gefascineerd toe hoe hij, een man met zo'n koude uitstraling waarbij het leek alsof de emotionele waarde even groot was als dat van een theelepeltje, zo veel over gevoelens wist!
"Wow," zei ik toen hij was uitgepraat en hij keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan.
"Wat is er?" vroeg hij terwijl hij een slok nam van zijn koffie.
"Nou, ik had niet verwacht dat jij mij zo'n lezing kon geven over de gevoelens van de mens," zei ik en grinnikte. Ik keek even naar mijn cappuccino en vouwde mijn handen eromheen. Draco keek me aan, recht in de ogen, met die koude ogen van hem.
"Waarom niet? Ik ben toch ook een mens, al ben ik er niet in gespecialiseerd."
"Ja maar, toen ik je gisteren ontmoette, toen keek je me zo koud aan. En nu weer trouwens, je kijk altijd zo afstandelijk, koud, kil. Waarom? Het komt over alsof je echt een verschrikkelijk mens bent."
"En ben ik dat?" Ik schudde mijn hoofd duidelijk en er verscheen een glimlachje rond zijn mond. "Kijk, ogen zijn de spiegels van je gedachtes en gevoelens. Aan de manier waarom iemand kijkt kan je zien hoe diegene zich voelt. Ik vind dat mijn gedachtes en gevoelens privé zijn en ik wil ze niet met iedereen delen, daarom zorg ik ervoor dat ze zich ook niet ik mijn ogen weergeven."
"En daarom kijk je altijd alsof niets je ook maar iets kan schelen?"
"Ja, inderdaad. Je begrijpt me niet hè? Dat zie ik aan je ogen."
"Nee, ik begrijp het inderdaad niet, want blijheid kan je toch geen kwaad als je dat met anderen deelt? Stel je voor dat je vrienden iets voor je hebben gedaan en je bent er erg blij mee, kijk je dan ook zo? Dan kan je wel zeggend at je blij bent, maar als ze het niet aan je kunnen zien, dan zullen ze je toch niet geloven?"
"Je hebt gelijk, maar ik heb niet van die vrienden die dat zullen doen. Nou, dat wel, maar ik bedoel, mijn vrienden weten waar ik blij mee ben en niet. Ik heb mijn gevoelens nooit hoeven tonen en toch begrepen ze me. Nou praat ik wel met ze over mijn gevoelens, als ik boos ben of me ergens heel erg aan irriteer ofzo."
"Nooit over positieve gevoelens? Dat je verliefd bent ofzo?" Die man was vreemd, echt waar! En om dat woord, verliefd, uit mijn mond te horen was nog vreemder! Draco moest lachen.
"Wat zeg je dat alsof het een afschuwelijk woord is! Nooit verliefd geweest?" Oké, dit was echt een behoorlijk diepgaand gesprek voor de tweede keer dat je met iemand praat.
"Wat is verliefd zijn eigenlijk? Ik bedoel, volgens mij ben ik nog nooit verliefd geweest, ik weet niet eens hoe dat voelt."
"Hmm, wat verliefd zijn is. Dat is eigenlijk wel een goede vraag, daar heb ik niet zo gauw een antwoord op!" zei hij en keek even naar het plafond en dacht na.
"Weet je, ik wil het eigenlijk helemaal niet weten. Als ik het ooit word, dan merk ik het dan wel. Het schijnt zo geweldig te zijn dat iedereen het wel merkt als die verliefd is."
"Ja, ik denk ook wel dat je het merkt." Hij keek me aan over de rand van zijn kop koffie en ik voelde me vast geketend in zijn blik, alsof ik er niet meer uit kon komen en dat kon ik ook niet. Hij was niet zo'n ongevoelige zak als dat Belinda over hem zei. Hij was echt heel aardig, hij kon toch geen dooddoener zijn?
"Ik weet echt niet waarom ik deze opdracht heb gekregen, maar hij kan geen dooddoener zijn! Daar is hij veel te aardig voor!" riep ik vanuit de keuken naar Belinda die geboeid naar de tv aan het kijken was. De afzuigkap stond aan en ik kwam maar net met mijn stem over het lawaai heen. Het biefstukje dat knetterend in de pan aan het bakken was maakte het er ook niet makkelijker op.
"Aardig?! Die man is zo egoïstisch en arrogant als het maar kan! Hij is zo een ontzettende ongevoelige zak!" riep ze terug en ik grijnsde. Ik schepte wat eten op twee borden en liep ermee naar Belinda toe.
"Eigenlijk is een heel gevoelig persoon, wist je dat?" zei ik terwijl ik het bord overhandigde en ze keek me sceptisch aan.
"Een gevoelig persoon? Oh alsjeblieft, word wakker! Heb je die ogen van hem gezien?!"
"Hij vindt dat zijn gevoelens privé zijn en dat niet iedereen ze hoeft te zien. Daarom kijkt hij zo koud."
"Niet alleen koud, ook moordlustig," mompelde ze en ik grinnikte.
"Nou kom op, niet zo lullig. Als je hem wat beter kent dat is hij erg aardig en een leuke man om mee te praten. Een beetje charmant misschien maar ach."
"Een beetje?! Het is dat ik hem al ken vanaf mijn elfde! We zaten samen op Zweinstein, maar hij in Zwadderich en ik in Griffoendor, rivalen dus. Nou hebben wij elkaar nooit in de haren gezeten, maar hij oordeelt nog steeds over mij dus waarom ik niet over hem."
"Je moet hem wat beter leren kennen, niet alleen dat fake glimlachje opzetten met je suikerzoete stemmetje, maar het eens menen. Durf hem wat te vragen, dan antwoord hij."
"Zo en dat heb jij gedaan zeker."
"Ja, hoe moet ik hem anders leren kennen? Ik moet toch zijn minnaar worden, zijn geliefde?" Ik sprak de woorden een beetje minachtend uit. Ik was eigenlijk gewoon gedwongen om deze opdracht uit te voeren, al had ik zelf nog wel wat te zeggen gekregen.
"Zo erg is het niet, je vind hem nu al aardig. En geef toe, hij is zo ontzettend lekker." Belinda keek me met een grijns aan en stak haar tong uit. Ik grinnikte terug en begon te eten.
