Disclaimer: De karakters uit de Harry Potter-serie zijn niet van mij, maar van J.K. Rowling. De dingen die met Làmh Magica en zo te maken hebben, heb ik echter verzonnen! Ze zou wensen dat zij het bedacht had :P
Sorry, dit was ik dus even vergeten... Enne bedankt voor de reviews en hier een nieuw stukje:D
Hoofdstuk 2: Kennismaken
Met open mond keken de leerlingen van Làmh Magica naar het plafond dat de openlucht voorstelde. Ze liepen netjes twee aan twee en voorop liepen professor Perkamentus en professor Agrata.
"Goh, dit is ook eens wat anders!" fluisterde Gwyndion giechelend. Ze liep naast Amarië ergens midden in de rij. Ze liepen tussen de tafels door naar het eind van de zaal, waar een tafel loodrecht op de andere vier tafels stond en de leraren zaten.
"Hé, dit is hetzelfde als bij ons," merkte Amarië op.
"Goed gezien Aampje!" zei Devlin plagend.
"Ik krijg jou nog wel," en ze stompte naar achter, waar hij liep.
Ze waren met twaalf leerlingen gekomen en ze stonden met z'n allen voor de lerarentafel. Ze voelden de nieuwsgierige blikken in hun rug prikken en ze werden er allemaal een beetje zenuwachtig van.
"Welkom," zei Perkamentus helder, terwijl hij zijn armen uit één bracht als welkomstgebaar. "Welkom leerlingen en schoolhoofd van Hogeschool Làmh Magica voor handmagie. Wees welkom op Zweinstein, Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus. Ik en iedereen van Zweinstein hopen dat jullie hier een prettig verblijf zullen hebben voor drie maanden. Daarna zullen twaalf leerlingen van ons met jullie meegaan om daar van de magie te proeven. Omdat we willen dat jullie je echt thuis voelen, zullen wij jullie indelen bij de vier afdelingen hier, namelijk Ravenklauw," er klonk gejuich. "Huffelpuf," er klonk weer gejuich. "Griffoendor," nu klonk er gejuich aan de andere kant van de zaal, "En Zwadderich," de tafel die nog niet gejuicht had, juichte nu. "Minerva, als u zo vriendelijk wilt zijn…"
Een heks van middelbare leeftijd en een streng gezicht, kwam naar voren met een sjofele hoed en een kruk. Ze zette de kruk neer, hield de hoed in haar hand en pakte nu een stuk perkament uit haar gewaad. Ze rolde het uit en schraapte haar keel.
"Patrick Anderson." De jongen, die op dezelfde hippogrief als Delvin had gezeten, kwam zenuwachtig naar voren en ging op de kruk zitten. De heks zette de hoed op zijn hoofd en het was voor een paar minuten stil.
"RAVENKLAUW!" Opgelucht kwam hij van de stoel en liep naar de tafel waar er luid gejuicht werd.
"Oh, gebeurt er alleen dat?" fluisterde Gwyndion. Ze hadden allemaal ingespannen afgewacht wat er gebeuren zou, ze vertrouwden het niet helemaal. Amarië wilde iets terug zeggen, maar werd tegengehouden door de stem van de professor.
"Amarië Ancalimé"
"Ik dus," zuchtte ze en ze liep rustig naar de kruk en ging er op zitten.
Ah, wat leuk, je neemt niet altijd een blad voor je mond zie ik. Dat wordt dus geen Huffelpuf.
Amarië schrok van het stemmetje.
Bijzonder slim ben je niet en je wilt het beste voor je vrienden… dat wordt dan denk ik…
"GRIFFOENDOR!" schreeuwde de hoed nu. Met een grijns gaf Amarië de hoed terug aan de professor en liep naar de juichende tafel. Verwachtingsvol wachtte ze tot haar vrienden aan de beurt waren.
"Devlin Séregon," Amarië ging wat rechter op zitten en Devlin liep stoer naar de kruk en ging er op zitten.
Jij weet wel wat plagen is en je bent ook macho-achtig. Ach het zal de leeftijd wel zijn. Hmmm, je bent een goede vriend en volgens mij ben je ook wel dapper… Laten we jou maar zetten in…
"GRIFFOENDOR!" brulde de hoed door de zaal. Amarië en de rest van Griffoendor begonnen enthousiast te klappen en Devlin ging met een grote grijns naast Amarië zitten.
"Gwyndion Teléma,"
Onzeker trad het meisje naar voren en ging op de kruk zitten, terwijl de professor de sorteerhoed op haar hoofd zette.
Ondertussen zat Amarië te duimen dat ook zij in Griffoendor kwam.
Ah, jij bent erg behulpzaam hè? En ook erg rustig, in tegenstelling tot een paar andere.
Het was even stil.
Jij bent een moeilijke, behulpzaam, je bent er voor je vrienden, maar je bent ook erg slim. Ik denk dat jij het best op je plaats bent in…
"RAVENKLAUW!"
Eerst lachte Gwyndion vanwege het gejuich, maar toen besefte ze dat ze niet bij haar vrienden in de afdeling zat. Met een verontschuldigend lachje keek ze naar Amarië en Devlin, die ook licht teleurgesteld waren, en ging toen met een lach op haar gezicht naast Patrick zitten, die ook in Ravenklauw was ingedeeld.
Na enkele minuten was iedereen ingedeeld en stond professor Perkamentus weer op.
"Nu iedereen is ingedeeld, kunnen we gaan eten. Ik zou zeggen: eet smakelijk!" zei hij met een brede lach en gelijk verscheen er eten in de schalen die op de tafels stonden.
Meteen vielen de leerlingen op het eten aan, ze hadden honger gekregen. Terwijl ze at, keek Amarië nieuwsgierig naar de mensen bij haar aan tafel. Schuin tegenover haar zat een jongen met rood haar en sproeten, heel veel sproeten.
"Ghalo," zei hij, terwijl hij op een kippenpootje kauwde.
"Hallo, smaakt het?" vroeg Amarië hem lachend. Ze mocht hem wel, niet te netjes en zo, kortom, haar ouders zouden hem ongemanierd vinden.
"Natuurlijk smaakt het. Trouwens, ik ben Ron. Ron Wemel. Ik zit ook in het zesde jaar. Dit zijn trouwens Harry Potter en Hermelien Griffel, het zijn mijn beste vrienden." Hij wees een zwartharige jongen met fel groene ogen en een meisje met een grote bos krullen aan. Allebei lachten ze even naar Amarië.
"Oh, jij bent de Jongen Die Bleef Leven, toch?"
"Jammer genoeg wel ja," antwoordde Harry zuchtend. Hermelien zag dat hij hier helemaal geen zin in had en vroeg Amarië naar handmagie. Even later zaten ze samen enthousiast te praten en niet alleen over handmagie.
Aan de Ravenklauwtafel had Gwyndion ook snel haar draai gevonden en ze zat nu in het honderduit te kletsen met Tessa, ook een zesdejaars.
Opeens was het eten weer weg en zei Perkamentus dat iedereen naar zijn of haar slaapzaal moest. Morgen zouden er weer lessen zijn.
Amarië liep achter Hermelien aan naar de meisjesslaapzaal en Devlin liep met Harry en Ron mee. In de slaapzalen waren nu extra bedden neergezet en er lagen gewaden op de extra bedden.
"Oh, die zullen jullie voortaan aan moeten doen, denk ik," zei Hermelien met een knikje naar Amarië's kleding.
Inderdaad, Amarië had nog steeds haar normale kleding aan, terwijl Hermelien haar gewaad aan had gehad.
"Jammer, ik vind deze kleding lekkerder zitten," zei Amarië lachend. Ze poetsten hun tanden en kropen in hun eigen bed.
"Trusten."
"Slaap lekker."
