Hoofdstuk 3: Een kleine demonstratie

Tik tik.

Amarië draaide zich geïrriteerd en nog slapend om.

Tik tik.

Ze sloeg slaapdronken de hand weg en nestelde zich nog goed in haar warme bed.

Tik tik.

"Niet doen!" klonk het gesmoord.

Nu werd ze door elkaar geschud.

"Ophouden! Laat me slapen," en ze dook nog verder onder de dekens.

De dekens werden weggerukt en de kou streek langs haar lichaam.

"Verdomme! Ik zei toch ophou-," Amarië stopte midden in haar zin, toen ze Hermelien en nog twee meisjes grijnzend naast haar bed zag staan.

"Wakker worden!"

"Waarom?" Amarië maakte aanstalten om de dekens terug te pakken, maar werd tegengehouden door Hermelien.

"Dat zou ik maar niet doen, Amarië."

"Waarom niet?"

"Het is al laat en je moet nog eten. Wij allemaal trouwens. Dus hup, ga je wassen en kleed je aan," spoorde Hermelien haar aan.

"Ja mama," en Amarië stak plagend haar tong uit. Ze sprintte naar de badkamer, keek in de spiegel, schrok van zichzelf en ging verder met wassen. Ze schoot in het gewaad en stormde de trap af naar de leerlingenkamer.

"Ik ben klaar," zei ze blij.

"Zo, das snel," zei Devlin die ook beneden stond.

"Commentaar voor je houden," en met z'n allen liepen ze naar de Grote Zaal.

Daar gingen ze aan tafel zitten en begonnen ze met eten. Een paar minuten later kwam de professor die hen ingedeeld had, de roosters brengen.

"Wie is dat eigenlijk?" vroeg Devlin aan Harry.

"Oh, dat is professor Anderling, hoofd van Griffoendor. Ze is wel streng, maar ook wel rechtvaardig. In elk geval beter dan Sneep, die ene man in het zwart met dat vette haar." Devlin keek naar de lerarentafel en huiverde toen hij zag wie Harry bedoelde.

"Goede reactie! Jij mag blijven," grijnsde Harry.

"Hé Dev!" riep Amarië, die tegenover hem zat. "We hebben het eerste uur Verweer tegen de Zwarte Kunsten samen met Ravenklauw, dan zien we Gwyn weer."

"Meid, je kunt ook zo naar haar toe lopen, ze zit in dezelfde ruimte als jij," merkte Devlin gevat op.

"Erg grappig," Amarië rolde met haar ogen, maar lachte toch naar hem. Hermelien en Harry keken verbaasd naar het stel.

"Zo zijn we altijd hoor," stelde Amarië hen gerust.

"Ja, in het echt houden we gewoon van elkaar," zei Devlin met een brede lach.

"In zijn dromen," verduidelijkte Amarië en ze stond op om terug naar de slaapzalen te gaan om haar tas op te halen. "Hermelien, ga je mee? Want ik denk niet dat ik anders de weg terug vindt." De meiden zeiden de jongens gedag en vertrokken.

"Is dit vanaf het begin al zo geweest?" vroeg Harry.

"Nee, het begon in de derde, hormonen denk ik."

"Jij kunt er anders ook wat van hoor," lachte Ron, die had meegeluisterd.

"Ik? Hoe kom je erbij?" zei Devlin quasi-onschuldig. Hij lachte en met z'n drieën gingen ze ook hun tas ophalen.

"Gwyn!" Amarië stormde op haar vriendin af en omhelsde haar. "En, hoe is het bij Ravenklauw?"

"Erg leuk hoor. Het zijn niet allemaal studiebollen ofzo. En bij jou en Devlin? Ik wist trouwens niet dat jullie dapper waren?"

"Ik altijd, alleen bij Devlin was het vast een twijfelgeval," zei Amarië met een stalen gezicht.

"Hé, dat hoorde ik!" riep Devlin uit, terwijl hij dichterbij kwam. Hij knuffelde Gwyndion ook en rolde toen met zijn ogen, maar zo dat Amarië het niet kon zien.

"Zo te horen zijn jullie de dag goed begonnen," merkte Gwyndion op. Ze kende haar vrienden, altijd maar kibbelen, maar toch vriendschappelijk. Soms werd ze er helemaal gek van, maar ze hoefde het te zeggen en ze hielden even op.

"Hoe hou je het eigenlijk vol?" Hermelien, Ron, Harry en Tessa gingen er bij staan.

"Je went er aan," antwoordde Gwyndion lachend.

"En ze kan mij gewoon niet missen," en Devlin's glimlach werd nog groter.

"Zullen we maar gaan zitten? Ik kan dit niet meer aanhoren," en Amarië sleurde Gwyndion mee naar twee bankjes.

Een lange man met donkerbruin haar stapte het lokaal binnen door een deur aan het begin van het lokaal en begon door de klas te lopen. De laatste leerlingen, die nog aan het praten waren, eindigden de gesprekken en de professor kreeg de aandacht.

"Goedemorgen. Voor de leerlingen van Làmh Magica stel ik me even voor, ik ben professor Hedegaard en ik geef dus Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Ik wil graag dat jullie naast iemand van Zweinstein gaan zitten, want jullie hebben volgens mij nog geen boeken. Daar zal vandaag voor gezorgd worden." Hij stopte even om de leerlingen een kans te geven van plaatsen te wisselen.

"Nou Gwyn, we worden wel erg snel van elkaar gescheiden, hè?" zei Amarië melo-dramatisch.

"Wil je een zakdoek?" merkte Devlin op, die naast Patrick zat en ook moest wisselen.

"Nee dank je, voor deze ene keer hou ik mijn tranen in," en ze stond op om met Tessa te wisselen, zodat ze naast Hermelien kwam te zitten.

Toen iedereen zat, klapte de professor in zijn handen om iedereen tot stilte te manen.

"Mooi, nu iedereen zit, wil ik als makkelijke les het over handmagie hebben. Kan iemand, van Zweinstein, mij vertellen wat handmagie is?"

Verbaasd keek Amarië naar Hermelien die haar hand zo hoog op stak, zodat het leek alsof ze het plafond wilde aanraken.

"Juffrouw Griffel."

"Handmagie is een vorm van magie die zeer zeldzaam is. Bij deze vorm van magie wordt er geen gebruik gemaakt van een toverstok, maar van een hand of een vinger. De mensen die dit talent bezitten, zijn, in het algemeen, beter in non-verbale spreuken dan normale tovenaars en heksen. Mensen die deze vorm van magie bedrijven, worden handmagiërs genoemd. In de hele wereld zijn er maar zes scholen die les geven in dit soort magie, op elk continent één.," ratelde Hermelien in één keer door.

Met open mond keek Amarië naar haar buurvrouw, had ze dit in haar hoofd gestampt?

"Tien punten voor Griffoendor, voor deze correcte uitleg," schudde professor Hedegaard Amarië weer wakker. "En nu wil ik graag dat iemand een demonstratie kan geven, iemand van Làmh Magica, natuurlijk. Wilt u misschien?" en hij keek Amarië aan.

"Ja, is goed hoor," antwoordde ze verbaasd. Ze ging tegenover de professor staan.

"En met wie heb ik het genoegen?"

"Amarië Ancalimé, professor."

"Juffrouw Ancalimé, kunt u een schildspreuk?" Amarië knikte. "Mooi, dan zal ik nu een lichte spreuk op u afvuren, die u weer af moet weren. Gesnapt?"

"Kom maar op!" Amarië ging klaar staan.

"Oké, één, twee, drie!" en de professor mompelde een spreuk.

"Protego!" zei Amarië terwijl ze haar handen voor haar borst kruiste. Een schild beschermde haar tegen de spreuk.

De klas klapte beleefd.

"En zou u nu een non-verbale spreuk willen doen? En alstublieft niks tegen mij," voegde professor Hedegaard met een glimlach toe.

Amarië maakte van haar handen een dicht kommetje en deed toen haar handen open zodat de duif, die ze tevoorschijn had getoverd, weg kon vliegen.

"Net goocheltrucs," fluisterde Hermelien. Amarië keek even fronsend naar het meisje en wees toen met haar vinger naar een stoel en zei niets. De stoel kleurde van bruin naar felgroen.

"Mooi kleurtje, Aam!" riep Devlin door het geklap door.

"Wil je liever jouw kleurtje, Dev?" en ze wees weer naar de stoel, die nu van groen naar roze ging.

"You're too kind!" zei Devlin, terwijl hij in lachen uitbarstte, samen met de rest van de klas.

"Weet ik toch schat," reageerde Amarië, terwijl ze hem een handkusje toe blies en terug naar haar plaats liep.

"Een interessante demonstratie, juffrouw Ancalimé," Hedegaard kuchte even, maar hij glimlachte.

"De les is bijna over en het huiswerk voor de volgende keer is een klein stukje te schrijven over de eerste week van het uitwisselingsproject, graag 30 centimeter," hij keek even streng en gebaarde toen naar de deur. "Jullie mogen gaan," wat hem een hoop gejuich opleverde.