Ha! Mijn vijfde hoofdstuk alweer. Nogmaals, alles, behalve de handmagiërs, zijn bedacht door JK Rowling, alle eer naar haar dus.
Verder, is dit speciaal voor Writertje gepost omdat ze anders niks te doen heeft, naar eigen zeggen.
Verder wil ik de reviewers bedanken en vragen nog meer te reviewen, als het moet, zelfs met kritiek, trouwens, iedereen die dit leest, voel je aangesproken!
Maarre, nu wil ik alleen nog zeggen: "Enjoy!"
Hoofdstuk 5: Geweldig
Druk kletsend liep Gwyndion door de gangen. Naast haar liepen Tessa en Rachel, waarmee ze in Ravenklauw zat.
Ze miste Amarië en Devlin, maar ze overleefde het wel. Ze zag ze toch iedere avond bij het avondeten en bij de lessen die ze samen hadden.
Nu was het drietal op weg naar Oude Runen, die ze samen met Huffelpuf hadden. Ze gingen in de banken zitten en sloegen hun boeken open, die de handmagiërs nu wel hadden gekregen.
Normaal lette Gwyndion altijd goed op, maar haar gedachten zweefden weg. Ze dacht aan de blonde jongen met die doordringende grijze ogen en zijn lijfwachten. Hij moest wel populair zijn, waarom had je anders een horde achter je aan lopen?
Maar die reactie van Amarië was tegendraads. Zij had hem als arrogant beschreven en gezegd dat ze hem moest vergeten, maar waarom was dat zou moeilijk?
Ze zuchtte diep en dwong zichzelf op te letten, want gelijk de tweede schooldag een waarschuwing krijgen was ook geen goed begin.
Verveeld keek Amarië voor zich uit. Ze had nu Spreuken en Bezweringen, maar ze kende de spreuk al. Doordat ze niet oplette, zag ze niet dat professor Banning naast haar was komen staan.
"Waarom bent u niet met de opdracht bezig, juffrouw…?" piepte hij.
"Ancalimé, professor. En ik ken hem al," antwoordde Amarië, terwijl ze op hem neer keek.
"Nou, juffrouw Ancalimé, dan mag u hem nu demonstreren," piepte hij verder.
Amarië zuchtte even verveeld en zwaaide in het rond met haar vinger, terwijl ze "Orchidea" mompelde. Prachtige bloemen verschenen uit haar vinger, maar werden in het rond geslingerd omdat ze met haar vinger zwaaide.
Proestend zag ze dat verschillende leerlingen een bloem op hun hoofd of in hun gezicht kregen geslingerd. Zo hing er een roos in het haar van Hermelien en had Draco krassen van de stekels van een andere roos. Bijna de hele klas barstte in lachen uit.
"Juffrouw Ancalimé, ik zou het de volgende keer zeer op prijs stellen als u iets voorzichtiger bent met uw vinger," en professor Banning plukte een stuk groen uit zijn haar en liep terug naar zijn bureau.
"Hé, Amarië, goed gemikt!" en Harry stak zijn duim op, terwijl hij en Ron grijnzend naar Draco keken.
"Tja, professional hè?" reageerde Amarië lachend, maar ze kreeg een boze blik van Draco.
"Vind jij dit grappig?" siste hij.
"Nou ja," antwoordde ze nuchter, "eigenlijk wel," terwijl ze verder lachte.
"Dit is niet grappig," Draco ging voorzichtig met de toppen van zijn vingers over de kleine wondjes.
"Joh, stel je niet aan. Je kunt dit zo verhelpen hoor," Amarië rolde met haar ogen.
"Daar gaat het niet om. Je lacht me uit."
"Nee, ik lach om de situatie. Dat is heel wat anders."
"Ik zit in de situatie."
"Dus, dan mag ik er toch nog wel om lachen?" Amarië vond het maar raar.
"Niet als het om mij gaat," zijn blik werd hard.
"Kom op jongen, begin te leven! Als je niet eens om je zelf kan lachen, dan is je leven echt uitzichtloos." Amarië keek Draco uitdagend aan.
"Leven… in deze tijden is dat onzeker. En ik zal het maar even duidelijk maken, niemand lacht een Malfidus uit of beledigt er een."
"Tja, eens moet de eerste keer zijn," kaatste het meisje terug.
Met een laatste kille blik draaide Draco zich om en liep naar Banning om te vragen of hij naar de zuster kon.
De bel ging en opgelucht stond Gwyndion op. Samen met haar nieuwe vriendinnen liep ze naar Kruidenkunde die ze samen met Zwadderich hadden. Ze liepen over het schoolplein, over het gras naar de kassen. Gwyndion ademde genietend de frisse lucht in. De hemel was strak blauw en er waren bijna geen wolken.
Ze waren bij de kassen aangekomen en bleven nog even voor de deur wachten. Gwyndion keek om zich heen en nam de omgeving in zich op. In de verte zag ze het reusachtige meer waar Tessa over had verteld. Aan de andere kant was het Verboden Bos, waar ze niet in mochten. Aan de rand van het bos stond een huisje waar rook uit de schoorsteen kringelden. En natuurlijk was er ook het kasteel, dat statig een schaduw wierp op alle dingen die ze net gezien had.
Het was indrukwekkend en toch voelde het vertrouwd. Gwyndion stond nog dromerig naar het kasteel te kijken, toen ze opeens een grote groep leerlingen in het oog kreeg, die recht op de kas af kwamen lopen.
"Wie zijn dat?" vroeg ze verbaasd aan Tessa, die naast haar stond.
"Malfidus en zijn gevolg," verklaarde ze walgend.
Malfidus… zo had Amarië toch die bleke jongen omschreven? Gwyndion keek beter en zag dat hij inderdaad vooraan liep. Schuin achter hem, aan allebei de kanten, liepen er twee bonken van jongens, ze hadden allebei een grimmig gezicht. Naast Draco liep een knappe, Italiaanse jongen met donker haar.
Achter dit groepje van jongens liepen er een paar giechelende meisjes. Je kon zo zien dat eentje de leiding had. Het meisje was niet knap, ze had een gezicht alsof iemand haar net had geslagen en ze was… overdreven.
Gwyndion had even naar het woord moeten zoeken, maar nu was het dus toch gelukt. Maar ze keek niet te lang naar het meisje, haar aandacht ging vooral naar de knappe jongen met blond haar. Malfidus dus.
Hij wierp een minachtende blik op het groepje Ravenklauwers en ging toen de kas binnen, want de professor ongeduldig stond te wachten.
De blik van Malfidus stak haar, misschien had Amarië toch gelijk. Maar hij was wel knap… Gwyndion schudde haar hoofd. Nee, niet aan denken. Eerst focussen op de lessen, Malfidus zou toch niet naar haar omkijken.
Met een zucht liep ze Tessa achterna en kreunde bij de aanblik van de één meter hoge plant met dikke slierten als bladeren.
Een stapel boeken aan haar linkerkant, stukken perkament aan haar rechterkant en een potje inkt en een witte veer lagen voor haar.
Zuchtend pakte Amarië een stuk perkament en een boek en doopte haar veer in de inktpot. Ze keek naar het stuk perkament en zuchtte nog eens.
Ze klapte het boek open en zocht de juiste pagina op. Naast haar was Hermelien al druk aan het werk.
Een halve meter schrijven voor Toverdranken, over de zogenaamde drank die je hallucinaties bezorgde. Kortom, zoals Amarië het noemde, de drank der gekte.
Waarom ga ik zelf schrijven? Ik kan toveren'
Omdat je de spreuk niet weet lieve schat.
Ik kan het toch opzoeken?
Denk na, dat kost nog meer tijd!
Dus ik zit hier aan vast?
Ja.
Amarië kreunde toen ze haar ene helft van haar gedachtes gelijk moest geven. Zuchtend doopte ze haar veer weer in de inktpot en begon te schrijven.
Gwyndion stond te praten met Tessa en Rachel, toen ze Draco Malfidus weer in het oog kreeg. Haar hart maakte een sprongetje, maar ze probeerde haar gezicht zo neutraal mogelijk te houden.
Toch kon ze het niet laten om hem zo onopvallend mogelijk na te kijken.
Blijkbaar merkte hij het toch en keek haar even doordringend aan. Hij knipoogde en draaide zich weer om naar zijn vriend.
Verbaasd keek Gwyndion naar de gang waar net Draco had gelopen.
"Geweldig," was het enige was ze nog kon zeggen.
