Sorry, dat het zolang duurde! Ik bied nederig mijn excuses aan degene die dit verhaal zo trouw volgen. Hopelijk misleidt de titel van het hoofdstuk jullie niet te veel en anders, jullie komen er wel achter knipoogt Ik zou zeggen, enjoy! en het volgende hoofdstuk komt zeker sneller.
Hoofdstuk 7: Devlin en Amarië
"Gwyn! Gwyn!" Amarië was aan het panikeren. "Oh god, het is allemaal mijn schuld! Ik heb niet meer op haar gelet!" Tranen sprongen in haar ogen terwijl ze met haar handen in het haar zat. Ze was als de bliksem geland en had nog net gezien dat Gwyndion weggedragen werd. Daarna hadden haar benen het begeven en was ze op haar zwevende board geland, dat nu dus dienst deed als stoel. "Ik moet naar haar toe!" en ze wilde haar board al naar binnen sturen, voor lopen had ze nog geen kracht.
"Aam, wacht." Ze voelde dat een hand op haar schouder werd gelegd. Ze keek om en keek in het gezicht van Devlin. Ze keek vragend in zijn bruine ogen. "Je bent in paniek en zo kun je haar niet helpen. Eerst moet je rustiger worden."
"Rustig? Rustig? Man! Ik heb net Gwyn zowat de dood in geholpen! Hoe kan ik in hemelsnaam kalm zijn!" Haar ogen spuwden vuur en als ze gewoon kon lopen, had ze hem waarschijnlijk een klap gegeven.
"Amarië Ancalimé, word eens kalm!" Hij pakte haar armen vast en duwde die naar beneden. Even leek het alsof hij haar door elkaar ging schudden, maar hij hield zichzelf in.
"Laat me los! En noem me verdomme niet bij mijn hele naam, dat doe je anders nooit!"
"Maar als je gaat luisteren naar mij, dan zal ik het vaker doen, begrepen juffrouw Ancalimé?" Hij keek haar uitdagend aan.
"Verdomme! Laat. Me. Los!" Tussen elk woord haalde ze diep adem om ze steeds luider uit te roepen.
"Bedaar!"
"Nee!"
Ondertussen waren er mensen nieuwsgierig om hen heen komen te staan. Nu de handmagiërs niet meer aan het boarden waren, was deze ruzie erg interessant.
"Ga weg!" riep Devlin geïrriteerd naar de menigte en richtte zich daarna gelijk weer op het meisje voor hem op het board. "Word nou eens rustig!"
"Hoe kan ik in hemelsnaam rustig zijn? Ik heb Gwyn bijna vermoord."
"Dat is niet waar!"
"Rach air falbh!" Amarië's handen begonnen roodachtig te gloeien. Tussendoor waren er kleine lijntjes van andere kleuren die zich als aders door een groter wordende bol liepen.
Met grote ogen keek Devlin naar haar hand. Ze meende het echt.
"Cha! Cuir, mas e ebhur toil e." Hij keek haar wanhopig aan. De menigte was weggegaan, hoewel Hermelien, Ron en Harry nog stonden toe te kijken, met groter wordende verbazing over de vreemde taal.
"Rach air falbh!" Ze klonk woedend. Haar benen hadden hun kracht weer gevonden en ze ging rechtop staan. Dreigend stond ze tegenover de jongen die al jaren haar vriend was, een goede vriend.
"Weg jullie, dit willen jullie niet meemaken. Ga alsjeblieft bij Gwyndion kijken hoe het met haar gaat, ik zorg wel voor Amarië."
"Weet je het zeker?" Hermelien klonk onzeker.
"Ja, dat weet ik heel zeker." Hij ging nu ook rechter opstaan om dreigender over te komen. Zijn hand begon groenig te gloeien en langzaam verscheen er ook een bol, maar hij werd niet zo groot als die van Amarië.
"Dat durf je niet," zei ze minachtend.
"Als het moet, dan moet het," Hij klonk grimmig.
"Je moet gewoon weggaan, waarom zou je bij een moordenares in de buurt willen blijven?" Haar stem klonk vriendelijk, eng vriendelijk.
"Ik laat je niet alleen. Je ben in shock en dit alles verwerk je niet goed zo."
"Ik ben verdomme niet in shock!" Haar stem klonk nu hoog en gillerig. Slierten haar sprongen uit haar twee staartjes die ze gemaakt had voor het boarden.
Voorzichtig begon Devlin naar voren te lopen. Eerst merkte Amarië het niet, maar toen ze het doorhad maakte ze aanstalten om de bol, die knetterde van bliksem, op hem af te vuren. Met één stap sprong Devlin naar voren en pakte haar polsen vast en drukte die omlaag. Met open mond zag Amarië hoe haar bol langzaam doofde en niet meer tevoorschijn kwam. "Wat doe je?" gilde ze verder, maar het klonk al zwakker. Ze was aan het uitputten. Veel van haar energie had in die rode bol gezeten en die energie was nu verloren gegaan.
"Amarië, je hebt geen schuld. Ze schrok ergens van en daar kun jij niets aan doen. Het had ook jou of mij kunnen zijn, maar dat is nu eenmaal niet zo. Ze is opgevangen en ze leeft dus nog. Je hoeft je geen zorgen te maken." Zijn stem klonk diep en kalm. Amarië voelde hoe haar handen, armen, haar hele lichaam zich ook kalmeerden en haar ademhaling rustiger en dieper worden. Op een gegeven moment was ze alleen maar moe.
"Gaat het alweer?" Devlin had de verandering gemerkt.
Langzaam knikte ze ja. Toen wierp ze zich tegen zijn borst en begon met lange uithalen te huilen. "Ik voel me zo stom! Ik heb je gewoon bedreigd!"
Devlin voelde hoe zijn t-shirt nat werd, maar het deerde hem niet. Troostend sloeg hij zijn armen om haar heen en begon over haar rug te wrijven. "Maakt niet uit, joh. Is weer eens wat anders dan dat je me beledigt." Hij lachte.
Tussen haar tranen door begon Amarië ook weer een beetje te lachen. "Eens moet de eerste keer zijn," maar toch voelde ze zich nog schuldig. "Ik bedoel, hoe kon ik dat ooit doen! Ik ken je veels te lang! En nog steeds doe je zo aardig voor me! Ik verdien dit niet!"
"Meid, ik ken je juist te lang om je zomaar in de steek te laten. Deal with it. Je was gewoon in shock en overbezorgd om Gwyndion."
"Gwyndion!" Amarië schoot overeind. "Oh god! Nu ben ik haar nog vergeten ook! Wat voor vriendin ben ik!" Ze gooide haar handen in de lucht en ging toen weer op haar board zitten. "Kom, dan gaan we naar haar toe," en ze stuurde haar board richting de deuren van het kasteel en spoorde het aan, terwijl Devlin achter haar aan kwam…
En, hadden jullie dit verwacht? Nog steeds nieuwsgierig naar onze lieve Gwyn? Review dan en misschien komen jullie er dan heel snel achter :P
xxx Litira
