Hallo iedereen! Sorry dat het zolang duurde, maar hier weer een hoofdstuk van SWitch. Ik ga zaterdag drie weken op vakantie, dus dan zal ik zeker niet schrijven. Kom maar op met die reviews en ideeën voor het verhaal! xxx Litira


Hoofdstuk 8: Wat gebeurt hier?

Oh, het licht deed pijn aan haar ogen toen ze ze opendeed. In een reflex kneep ze haar ogen weer dicht en liet ze voorzichtig aan, aan het tl-licht wennen.

Tl-licht? Er moesten nu lichte zonnestralen door het kiertje van het gordijn binnenpiepen. Ze hoorde zich nu om te draaien, op haar wekker te kijken en dan uit bed te stappen. Laten we dat maar doen, dacht ze.

Ze deed haar ogen nu helemaal open, draaide zich om, zocht naar de wekker, maar kon hem niet vinden.

Hé, dit klopt niet, dacht ze verward. Dan slaan we het klokkijken over. Ze wilde haar dekbed omslaan en uit bed stappen, maar ze werd tegengehouden.

Wat? Er klopte hier iets niet. Eerst waren er geen binnenpiepende zonnestralen, daarna was er geen klok en nu mocht ze niet uit bed stappen.

Er was iets mis en ze wist niet wat! Het frustreerde haar. Weer probeerde ze uit bed te stappen, maar ze werd voor de tweede keer tegengehouden. Ze hoorde nu ook een stem die iets riep.

Wacht eens even, die stem ken ik niet!

Gwyndion snapte er helemaal niks van. Dit ging niet zoals het hoorde, was ze dan misschien in een nachtmerrie beland? Als dat zo was, wilde ze nu wakker worden. Maar dat gebeurde niet. Ze besloot om haar ogen open te doen, maar niet uit bed te stappen. Eerst maar eens kijken hoe haar omgeving eruit zag.

Ze deed haar ogen open en knipperde nog een paar keer tegen het tl-licht, maar keek toen voor het eerst om zich heen.

Waah! Ze schrok zich rot. Het eerste wat ze goed had gezien was een blonde jongen, met een spits gezicht en grijze ogen. Draco Malfidus.

Dat kon niet, ze was nu zeker in een droom. Draco Malfidus zou nooit, maar dan ook nooit naast haar bed zitten, toch?

Ze keek voor de zekerheid nog een keer en kneep zichzelf ongemerkt onder het dekbed, maar het beeld bleef.

Dus toch Draco Malfidus.

"Wat doe jij hier?" Gwyn vroeg het niet hatelijk, daar had ze even geen energie voor.

"Je weet het dus niet meer?" Hij keek bijna lief, Gwyn smolt.

"Ik denk het niet nee."

"Gisteren bij het boarden ben je…" Hij werd ruw onderbroken door de ziekenzaaldeur die opengegooid werd.

"Gwyn! Je leeft nog!" Amarië kwam op het bed afgestormd en omhelsde Gwyndion hartstochtelijk.

"Tuurlijk leef ik nog! Aam, je mag loslaten, ik kan bijna niet ademen. Aam? Aam!"

"Amarië, laat d'r eens los, ze kan bijna niet ademen," en Devlin maakte Amarië voorzichtig los van Gwyndion. Daarna schoof hij de eerste opzij en omhelsde toen Gwyndion even. "Ik ben blij dat het goed gaat."

"Wat is er dan gebeurd?" Gwyndion vond het met de minuut vreemder.

"Dat was ik nou net aan het uitleggen," klonk het ijzig vanachter Amarië. Ze draaide zich om en zag Draco staan.

"Jij," Minachting droop van haar stem af.

"Ik ja. Ik weet niet of jullie het weten, maar door mij is lieve Gwyndion nog in leven." Hij keek strak terug naar de handmagiër voor hem.

"Huh?" Devlin mengde zich er tussen. "Wat bedoel je?"

"Ik heb haar opgevangen." Het klonk rustig.

"Jij?" Verbaasd werd Draco aangestaard. "Waar zijn Hermelien, Harry en Ron? Ze zouden hierheen komen."

"Die heb ik weggestuurd, Gwyndion lag namelijk nog te slapen."

"Oké, maar jij hebt haar opgevangen?" vroeg Amarië verbaasd verder.

"Heb je dat niet gezien?"

"Ik was te druk met het naar Gwyn te boarden, ik was alleen te laat," Ze boog licht haar hoofd.

"Dat is lekker handig van je," sneerde de blonde jongen.

"Hou je kop!" Woede laaide op in Amarië's binnenste.

"Wat? Kun je de waarheid niet aan?" Triomf was er te lezen in Draco's ogen.

"Hou op!" Amarië keek alsof ze hem kon wurgen.

"Ophouden, jullie alle twee." Dat was Devlin. Hij keek van de jongen naar het meisje en weer terug. "Niemand heeft hier schuld. Het was een ongeluk en niemand kon er iets aan doen. We hebben geluk dat Gwyn is opgevangen, ongeacht door wie. Begrepen? Geen geruzie meer dus."

"Maar wat is er dan gebeurd?" Gwyndion had het gesprek gevolgd, maar snapte er nog niks van.

"Je bent gevallen bij het boarden. Je schrok van iets en toen viel je naar beneden. Draco heeft je blijkbaar opgevangen, maar nu lig je dus hier."

"Ge-gevallen?" Met grote ogen keek Gwyndion naar haar twee vrienden. Flitsen van haar vader verschenen voor haar ogen. Opeens werden ze vermengd met plaatjes van zichzelf, vallend. Het leek alsof ze door andermans ogen keek. Haar hart sloeg over, ze was op het randje van de dood geweest.

"Gwyn." Ze voelde een hand op haar schouder. "Gwyn, gaat het?" Ze keek verward naar Devlin, die haar op een stoel duwde.

"Ze is in shock. Hoe denk jij dat het zou voelen als je weet dat je bijna dood was. En dat je bijna dood was op de manier dat je vader is overleden?" Zijn stem was zacht en Amarië keek hem met een vlaag van verdriet aan. Zij herinnerde die zwarte dag zich ook goed. Gwyndion was stiller geworden en had niet over het verdriet willen praten. Devlin en Amarië hadden haar zo veel mogelijk met rust gelaten, maar het was moeilijk geweest.

Gwyndion had hier door ook een vliegangst ontwikkeld en Devlin en Amarië waren aan het proberen haar hiervan af te helpen. Dit jaar hadden ze het idee gehad dat het hen aan het lukken was. Dat was ook zo, tot vandaag. Ze zagen de angst terug komen sluipen in de ogen van Gwyndion.

"Jullie kunnen maar beter weggaan," klonk de stem van Gwyndion.

"Maar Gwyn…" probeerde Amarië, maar Devlin knikte al.

"Wij gaan al. Malfidus, ga je ook weg?" Hij keek licht dreigend.

"Draco mag blijven, ik wil hem nog bedanken," antwoordde Gwyndion tot ieders verbazing.

Amarië keek verward van de bleke jongen naar het zieke meisje. Ze snapte het niet. Waarom? Waarom moest zij weg, terwijl Draco mocht blijven? Ze voelde hoe Devlin zachtjes haar pols pakte en haar dwong om mee te lopen. Amarië boog haar hoofd en liep mee, terwijl ze dat diep van binnen niet wilde. Ze wilde huilen, maar ook woedend ergens tegen aan slaan. Haar ziel was vol tegenstrijd. Waarom mocht Draco blijven en zij niet?

"Waarom?" fluisterde ze en ze voelde hoe Devlin troostend een arm om haar heen sloeg.

"Ik mocht blijven en zij niet?" merkte Draco ook al op.

"Ja, ik wilde je even persoonlijk bedanken."

"En dat kon niet met die twee erbij?"

"Ik hoef er niet de hele tijd publiek bij te hebben." Gwyn kreeg er een beetje spijt van. Hij deed zo afstandelijk, misschien had ze hem ook weg moeten sturen. "Maar bedankt dus voor het redden van mijn leven. Je krijgt nog wel een doos chocokikkers van me, of zo." Ze wist niet helemaal goed wat ze met de situatie aan moest.

"Is goed," hij haalde zijn schouders op.

Zie, ze was stom geweest! Ze had dit niet moeten doen. "Ik wil gaan slapen, is dat goed?" Hint, hint, voegde ze er in gedachten aan toe.

"Dan zal ik wel gaan." Hij stond op en boog zich naar haar toe.

Ongemerkt hield ze haar adem in. Wat gebeurde er?

Hij boog zich verder voor over en zijn lippen raakte nu haar wang. Ze streken er licht over en daarna trok hij zich weer terug. Verbaasd zag Gwyn hoe Draco zich omdraaide en nonchalant de ziekenzaal uit liep. Ze raakte de plek aan waar zijn lippen haar huid hadden doen branden. De kus was niet op een vriendschappelijke plaats gekomen, maar ook niet op de plaats waar geliefden elkaar kusten, net er tussen in, als een flirterige kus.

Nog steeds niet bevattend wat er gebeurd was, zonk Gwyndion terug in haar kussens en dacht nog lang aan dat bleke gezicht met die grijze, harde, maar verleidelijke ogen.