Hallo! Dit is het vorige hoofdstuk vanuit Christina's oogpunt, in haar dagboek, het is een stuk langer dan de vorige, hoop dat jullie het leuk vinden reviews please?
Edited 23/05
Maandag 6 september
Lief dagboek,
Vandaag zou de dag zijn voor mijn eerste lesdag… dat ging niet echt door, na mijn plezierige uitje van de afgelopen dagen was ik in géén toestand om les te geven. Maar laat ik even bij het begin beginnen: Ik was eigenlijk al te laat dus ik had al zo'n vermoeden dat ik midden door een volle grote zaal moest gaan lopen. Het liefste was ik meteen naar mijn vertrekken gegaan, had ik geweten waar die waren, en een lang bad genomen en daarna warm in bed gekropen. Jammer genoeg had ik geen flauw idee waar ik heen moest dus was mijn enige optie de zaal in.
Toen ik de grote zaal inliep verstomde alles, iedereen werd stil, wat eigenlijk ook niet erg verwonderlijk was sinds ik er uitzag als een dementor in mijn cape. Ik moest wel aangezien ik zo onder de schrammen en wonden zat dat ik eigenlijk wel een beetje op Alastor Dolleman leek, een vriend van mijn grootvader, en ex-schouwer, hij verloor zelfs een stuk van z'n neus in een gevecht met dooddoeners. Maar ja ik dwaal af, ik liep naar grootvader toe en de spanning nam toe, ik kon gewoon iedereen voelen staren, op dat moment was ik erg blij met de cape die ik van een aardige schouwer had gekregen na mijn kleine ongelukje met een vampier een paar jaar geleden, het zat zo: ik was op vakantie naar Rusland… en ik dwaal weer af, in ieder geval liep ik naar grootvader, gaf hem een zoen en vroeg hem hoe het ging, het ging prima en hij wees me naar mijn stoel. Toen ik iets achteroverboog zag hij dat mijn gezicht vol schrammen stond, hij liet het niet blijken maar ik zag de schrik in zijn ogen. Dus vroeg ik of ik me eerst kon gaan opfrissen zodat ik later mijn wonden kon helen. Hij vond het goed en wees me waar ik heen moest, de grote zaal was nog steeds doodstil en eigenlijk vond ik het aardig beangstigend dus liep ik zonder de zaal in te kijken naar de deur en ging de kleine ruimte binnen.
Ik hoorde hoe hij de leerlingen vertelde dat hij mij nu niet voor kon stellen omdat ik een zware reis achter de boeg had, was ik even blij, hoefde ik de kinderen niet bang te maken met mijn verminkte uiterlijk. Nouja, het is niet echt verminkt maar het komt wel in de buurt.
Anyway, even later kwam grootvader binnen en keek me aan met die twinkeling in zijn ogen en vroeg me wat ik allemaal had uitgespookt, ook vertelde hij mij dat ik pas maandag hoefde te beginnen met lesgeven maar dat hij wel graag had dat iedereen zou vergezellen onder het eten.
Ik deed mijn cape af en nu zag ik hem echt schrikken, het was waarschijnlijk ook geen prettig gezicht. Ik had een open wond achter op mijn rug, van mijn linkerschouder tot mijn rechter heup, een wond over mijn gehele rechter onderarm, krassen op mijn gezicht en meerdere blauwe plekken. Eerlijk gezegd keek ik op dit moment zelf ook liever niet in de spiegel.
Na luttele seconden kwam de twinkeling terug en hij bekeek me met gespeelde verbazing voordat hij vroeg hoe ik aan zo'n indrukwekkende verzameling verwondingen kwam. Toen begon ik uit te leggen over mijn aanvaring met Peter Pippeling en ons duel en toen ik vertelde hoe hij op dat moment waarschijnlijk nog op de kop hing boven de woedende hologram hippogrief die ik in zijn huiskamer heb losgelaten moesten we allebei lachen want om zoiets te doen was typisch iets voor mij aangezien ik er wel van hield dooddoeners te pesten, niet dat ik het type was om mensen in echt levensgevaar te brengen, daar was ik te goed voor.
Na het diner kwam prof. Anderling binnen met madame Pleister en, wat ik niet verwacht had, Severus Sneep. Zonder het te weten staarde ik naar hem, eigenlijk niet zo raar, sinds de laatste keer dat we elkaar gezien hadden nogal euhm… apart was om zo maar te zeggen. Ik vertel wel een andere keer waarom. Dus ik was naar hem aan het staren, en opeens voelde ik een enorme pijn aan mijn rug. Ik draaide me om bleek madame Pleister mijn wond te lijf te gaan met alcohol, ik kan je wel vertellen dat het ontsmetten meer pijn deed dan toen de wond gemaakt werd. Terwijl ik aan het creperen was verluisterde grootvader iets tegen Severus, van wie ik toen nog niet wist dat hij docent was, die knikte en liep weg. Prof. Anderling kwam voor me zitten en vroeg of het ging, ik knikte. Ze feliciteerde me met mijn baan als professor verweer tegen de zwarte kunsten en liep weer naar grootvader die haar waarschijnlijk uitlegde wat er was gebeurd. Ik probeerde zo hard iets van hun gesprek op te vangen dat ik niet had gemerkt dat Severus weer binnen was gekomen, ik schrok dus ook toen ik ineens zijn stem achter me hoorde: "Hoe krijg je dat voor elkaar?" Ik voelde me verstijven, niet expres maar gewoon door de hint van bezorgdheid in zijn stem. Ik vroeg me af of hij nog om me gaf maar verbande die gedachte meteen uit mijn hoofd omdat het niet mogelijk was. Hij had het zelf gezegd.
Toen realiseerde ik me dat ik zou moeten antwoorden en zei een beetje onbeholpen: "Euh… gevecht gehad. Pippeling was het er niet mee eens dat ik een boos werd om wat er met mijn halfbroer is gebeurd eind vorig schooljaar." Hij snapte wat ik bedoelde, ik kon gewoon voelen dat hij wist hoe het is om het kleine beetje van wat er nog over is van je familie nog kleiner te zien worden.
Hij hurkte voor me neer tot op ooghoogte en tilde mijn hoofd op met zijn vinger en keek heel diep in mijn ogen, ik dacht "Romantisch.." totdat hij zei: "Zou je nooit meer mijn gevoelens willen aftappen." Het was niet echt een vraag, meer een opmerking. Wat kon ik anders dan knikken?
Toen stond hij op en ging bij grootvader en Anderling staan en ik, achterlijk genoeg, kon niets anders doen dan hopeloos naar hem staren…
"Klaar!" hoorde ik ineens en ik schrok, ik was helemaal vergeten dat madame Pleister nog achter mij stond. Ze herhaalde "Je rug is klaar, zal ik verdergaan met je arm?" Ik nog te beduusd om te praten stak met een glimlach mijn arm naar haar uit. Ze vroeg me te gaan liggen op de bank zodat ze een lap met helende drank op mijn gezicht kon leggen, toen ik lag begon de marteling weer van vooraf aan alleen nu met mijn arm.
Toen ze klaar was met mijn hele lichaam en ik er weer prima uitzag op een wond op mijn wang na, die om de een of andere reden niet dicht wou, bracht grootvader me naar mijn kamer en wenste me een goede nacht.
Nu lig ik op bed mijn actie te vervloeken en te hopen dat Severus niet weer een maand niet tegen mij praat zoals de vorige keer dat ik zijn gevoelens had afgetapt, het rare is dat ik het altijd compleet onder controle heb, behalve als hij in de buurt is, dan raak ik van slag…
Liefs Christina
Dinsdag 7 september
Lief dagboek,
Godzijdank, Severus negeert me niet, maar laten we beginnen bij het begin. Ik werd vanmiddag wakker, ja, het was al half twee ik had al wel verwacht dat ze me uit lieten slapen vanwege het hele gevecht fiasco dus ik werd wakker en er stond echt een heerlijke brunch naast mijn bed, wat was ik blij terug te zijn op Zweinstein! Ik bedoel 'ontbijt' op bed kun je moeilijk voor jezelf maken toch? Toen ik klaar was met eten nam ik een bad in mijn privé badkamer! Zo een heb ik nog nooit eerder gehad op Zweinstein. Na dat ik me had opgemaakt en aangekleed zag ik dat er een brief je op mijn bed lag, er stond op:
Chris,
Kom z.s.m. naar mijn kantoor
Grootvader
Tja, hij was niet zo'n lange-brieven-schrijver en dan kreeg je dit. Ik merkte dat ik glimlachte, dat was voor het eerst in lange tijd. Ik glimlach wel maar niet om dit soort dingen en niet zo. Dus ik ging naar zijn kantoor (Godzijdank was er les) om erachter te komen dat ik het wachtwoord niet wist… wat nu? Er was geen leraar in de buurt en het dichtstbijzijnde kantoor was een verdieping hoger, dus ik stond daar verloren te zijn komt ineens Norks langs, jeweetwel dat achterlijke beest van Vilder met die uitpuilende ogen. Ik bedacht als ik lief tegen haar was, misschien wou ze me dan wel in haar gedachten het wachtwoord vertellen.
Okay, dream on zie je mij al aardig zijn tegen een van s'werelds grootste mormels? Dus dat ging zodanig mis dat toen ik klaar met haar was ze zo hard wegrende dat ze bijna tegen de muur aanknalde in de eerste beste bocht.
Opeens hoorde ik voetstappen achter me, ik draaide me om om recht in het gezicht van een lachende Banning te kijken. Ik was zo opgelucht dat ik de arme man optilde en bijna platdrukte, toen ik hem weer neerzette weliswaar een beetje verfomfaait keek hij me glimlachend aan en gaf me het wachtwoord, toen ging ik de trap op en klopte op de deur. Ik deed de deur open en er was niemand, zelfs Felix was weg. Toen zag ik een brief op zijn bureau liggen met mijn naam erop in zijn handschrift ik opende de brief, er stond:
Lieve Chris,
Sorry dat ik er niet ben, er was een ongelukje op het ministerie. Ik heb je hier geroepen om je mede te delen dat je vanavond om 18.00 aanwezig moet zijn in de grote zaal voor je officiële aankondiging als professor.
Ik zie je dan, liefs grootvader
Ik draaide me om en liep terug naar mijn kamer om daar versuft op een bank bij de haard neer te ploffen, hij ging me voorstellen, voor de hele school, ongeveer 600 studenten en de leraren die me allemaal aangapen HELP! dat kan ik niet!
Toen ik op de klok keek na wat maar 5 minuten was het al kwart voor zes ik zou voor schut staan en ook nog te laat komen, SHIT! Waarom gebeurt mij dit nu altijd, ik rende naar beneden en was nog net op tijd binnen voordat de grote deuren opengingen voor de leerlingen.
Daar zat ik dan naar m'n bord te staren totdat ik officieel aangekondigd word als professor… Grootvader stond op en zei: "Ik wil jullie graag voorstellen aan jullie nieuwe lerares verweer tegen de zwarte kunsten: professor Christina Zwarts…." Ik bevroor, letterlijk ik kon niet meer uit mezelf bewegen, toen kreeg ik een por van Severus die me dodelijk geïrriteerd aankeek en ik ging staan, hij ging verder: "Aangezien ze een zware reis achter de rug heeft zoals ik gisterenavond al vertelde zal ze pas vanaf volgende week les gaan geven dus vervallen alle lessen verweer tegen de zwarte kunsten tot volgende week maandag, eet smakelijk!" Ik plofte neer in mijn stoel met het gevoel alsof mijn hoofd op dit moment prima als rood stoplicht gebruikt kon worden. Al snel gingen alle starende leerlingen verder met eten en praten met elkaar en Severus stootte me aan: "Het zag er even naar uit dat je over je nek zou gaan." Je kon altijd op hem rekenen voor beledigend advies wanneer je het niet nodig had. Ik gaf hem een van mijn bekende dodelijke blikken en hij was ineens stil, verbaast als ik was keek ik hem aan jammer genoeg kreeg hij snel genoeg zijn gewone blik weer terug en vroeg me waarom ik professor werd als ik niet eens op durf te staan. Ik legde hem uit (weliswaar alsof ik tegen een 4-jarige praatte) dat ik dat alleen heb voor grote groepen en vroeg hem hoe hij het voor elkaar krijgt om te eten voor zoveel mensen en zo raakten we aan de praat, het was bijna zoals vroeger, bijna…
Liefs Christina
