Hellow mensjes!!!! Weer een nieuw hst. Vh Deze keer weer zo'n lang hst. dat ik um in 2 delen moet verdelen. Dit keer hebben we alleen een ander hoofpersoon dan in de gewoonlijke dagboek hst... Deze keer: SEVERUS SNEEP:D Aangezien Chris weg is en de zaken op Zweinstein... Ach wat lul ik nou, veel plezier ermee! Nog even bedankjes:
Do: Kun je geloven dat het aan het eind nog spannender word??? NEY, ik ook niet:P
Love Fantasy: Het spijt me, je zult na dit hst. nog een hst. moeten wachten op Chris' verklaring.. MAAAR in het volgend hst. zal al wel alles uitgelegd worden... al dan wel uit Sev's oogpunt.
Mevr. Zwarts: Err.. Lang verhaal maaruh, dank je. En NEE, dit is geen verwijzing naar EWVV maar naar iets anders wat helemaal aan het eind van het verhaal word onthult :D
Veel plezier met lezen!!!
6 oktober
Dagboek,
Vandaag rotdag, Christina zoek.
Het begon vanochtend bij mijn tweede lesuur. De klas vertelde me dat ze weg was, dus ik naar haar kamers. Bed onbeslapen. Boek nog op de stoelleuning bij de haard maar niemand aanwezig.
Hierna naar Perkamentus. Eerst heel gehannes met dat wachtwoord, waarom moest het altijd snoep zijn? Eindelijk het wachtwoord gevonden komt hij de gang in lopen: "Ah Severus, zocht je mij?"
Ik onderdrukte een zucht: "Ja, Chris is weg. Een missie?"
Hij fronste: "Niet dat ik weet."
Mijn gedachten dwaalden af: er zou toch niets mis zijn? Misschien had Voldemort haar? Nee, daar was ze te sterk voor. Maar wat als?
"Haar bed is onbeslapen en haar boek licht nog op de leuning van de stoel. Ik vrees dat er iets gebeurt is. Is er een manier waarop we kunnen weten of ze in het kasteel is?"
Perkamentus knikte en vertelde me over een kamer op de zevende verdieping, je kon daar zien wie er allemaal aanwezig waren en waar. Op volle snelheid wandelde ik naar de zevende verdieping en voor het protret van de grijze draak hijgde ik het wachtwoord: "Uilenvellen." En liep de ruimte binnen. Van wat daarbinnen te zien was viel mijn mond open, ik was blij dat er niemand in de buurt was die het kon zien.
Na even gestaard te hebben raapte ik mezelf bij een en liep naar de wand tegenover de deur: "Zoek Christina Zwarts." Er bewoog een rood kruisje over de gigantische kaart van Zweinstein die de hele muur bedekte. Toe er na zo'n vijf minuten nog niets was gevonden 'sprak' de kaart: "Voeg nieuwe zoekcriteria in."
Na even nagedacht te hebben sprak ik: "Zoek Christina." Weer bewoog er een rood kruisje over de kaart, deze keer had hij meteen een hit. Het kruisje verdeelde zich in twee kruisjes, een bleef de persoon volgen waar nu een naam naast stond: 'Christina Tribe, Huffelpuf 4e jaars' Dat was ze niet.
Het ander kruisje zocht verder, er kwam nog een hit: Christina Jefferson, een 1e jaars Zwadderich. Maar daar had ik ook niets aan. Even later stopte het kruisje weer en 'sprak' de kaart: "Meerdere doelen gevonden, voeg nieuwe zoekcriteria in."
Mijn laatste kans: "Zwarts." Weer een nutteloze zoektocht, geen enkel doel. Ik mompelde: "rotmuur." En beende de kamer uit, als dit ding haar niet wou vinden moest het maar op de ouderwetse manier. Acht trappen liep ik af voordat ik in de kerkers was, de meeste mensen zouden uitgeput zijn. Maar aangezien ik elke dag trap op en af liep, sinds Chris' kamer op de vierde verdieping zat.
Zonder te kloppen stormde ik een van de oudste kerkers van het kasteel binnen, overal aan de muur hingen ketens en kettingen. Dit was de oude martelkamer, hij was al eeuwen niet meer in gebruik maar ik wist dat de bloederige baron hier graag rondhing. Hij zei dat hij 'de slachtoffers nog kon horen schreeuwen'. En ik had nog wat van hem tegoed. Ikzelf was hier liever niet, het herinnerde me aan mijn tijd als dooddoener.
De ketens rechts van mij kletterden: "Baron, kom tevoorschijn."
Een diepe stem kwam van de ratelende ketens: "Wie durft mij te storen?"
"Ik ben het, Severus Sneep, ik heb een gunst nodig." Zuchtte ik.
Langzaam werd de baron zichtbaar. Hij keek me vreemd aan: "Mijn hulp? Ik ben dood."
Ik knikte: "Exact, dat is het idee."
Even fronste hij, toen vroeg hij: "Hoezo heb jij mijn hulp nodig sterveling?"
Na diep adem gehaald te hebben zei ik: "Chris is weg, ik wou vragen of jullie, daarmee bedoel ik de geesten, zouden willen helpen zoeken."
Hij dacht even na: "Je bedoelt Christina Zwarts?"
Nogmaals knikte ik, toen knikte ook de baron: "Ik zal iedereen bij elkaar roepen, we zullen kijken wat we kunnen doen." Hierna verdween hij door de muur en liep ik zo snel als ik kon de kerker uit, het eindeloze wachten kon beginnen.
Ik was niet goed in wachten dus een half uur later liep ik alweer door de gangen op weg naar Chris' vertrek. Er moest toch iets van een aanwijzing zijn? Eenmaal daar aangekomen zei ik het wachtwoord en liep het vertrek binnen, de haard knapperde nog net zo onschuldig als een uur geleden. Met een zucht plofte ik neer op de stoel voor de haard, bijna sloeg ik het boek van de leuning.
Voorzichtig pakte ik het boek vast en draaide hem om, mijn hart stond stil. Dit was geen leesboek, het was Christina's dagboek. Ik wou hem dichtslaan toen er een brief tussenuit viel, ik wist dat het verkeerd was maar kon de aandrang niet weerstaan. Misschien stond er in de brief waar ze heen was. Voorzichtig legde ik het dagboek weg en opende de brief.
Ik herkende het handschrift meteen, dit was niet goed. Snel liet ik mijn ogen over de brief gaan. Wat moest Chris met deze brief? Deze brief kwam van de heer van het duister. Dit kon niet veel goeds betekenen.
En ja hoor! Het was een 'vriendelijke' uitnodiging: Kom naar het bos om 23.00 of sterf. Stond er in grote lijnen. Mijn hart stond stil, dit was niet goed, dit was helemaal niet goed. Toen ik het gevoel in mijn lichaam weer terug had stond ik op en rende naar de kamer van Perkamentus, ik hijgde het wachtwoord, stormde de trap op en gooide de deur open.
Met de brief in mijn hand geklemd liep ik het kantoor binnen, Perkamentus zat aan zijn bureau en tot mijn verbazing zat Chalondra Vector tegenover hem. Toen ik binnenkwam keek hij me hoopvol aan, maar ik kon niets anders dan hem de brief overhandigen.
Hij las hem vluchtig door en zijn gezicht werd wit: "Ah, Marten. Ik had het kunnen weten."
Vector keek hem verward aan en hij zei: "Heer Voldemort heeft Christina een brief gestuurd. Ze moest gisteravond om elf uur naar het verboden bos gaan."
"I-is ze gegaan?"
Ik had zin om haar door elkaar te schudden en te schreeuwen: NATUURLIJK IS ZE GEGAAN, ANDERS ZOU ZE TOCH HIER ZIJN, DOM WICHT! Maar ik hield me in en Perkamentus knikte droevig: "Daar lijkt het wel op."
Natuurlijk wist ik wel dat ze weg was en alles maar om het zo bevestigt te horen... Het deed pijn.
"Nou, we moeten haar zoeken!" Daar had Vector wel gelijk in.
Maar Perkamentus schudde zijn hoofd: "Dat heeft geen zin. Chalondra, ik denk dat het het beste is als je nu naar je vertrekken gaat. Tot de les is afgelopen in iedergeval, ik wil dat je het volgende lesuur gewoon les geeft."
Vector deed haar mond open om te protesteren maar Perkamentus hield zijn hand op en maande haar tot stilte: "Ik moet iets met Severus bespreken en Zweinstein moet doorgaan, niemand mag weten dat Christina verdwenen is oké? Anders... Anders kan Zweinstein wel gesloten worden. Stel je eens voor: Leraren verdwijnen, waarom zouden leerlingen dan wel veilig zijn?"
Het leek of Vector nog iets wou zeggen, maar ze knikte en liep weg. Op een bepaalde manier had ik toch met haar te doen.
Toen ze de deur achter zich gesloten had draaide Perkamentus zich naar mij: "Severus, we moeten praten..."
Ik knikte en ging zitten.
"Er is iets... Iets gebeurt toen Chris bij de duistere zijde spioneerde, ongeveer een jaar voor de val van Voldemort. Heer Voldemort twijfelde of ze trouw aan hem was en stuurde haar op een missie, een missie die haar leven voorgoed zou moeten veranderen."
Ik fronste: Iets wat haar zóú moeten veranderen? En een missie, daar had ze me nooit iets over verteld. Maar Perkamentus ging verder."
"Op een warme zomeravond kwam Chris bij me: Ze was op een missie gestuurd. Een missie die anders voor haar uit zou pakken dan verwacht, ze had iets van euforie bij Voldemort opgepikt toen hij het vertelde. Dus ze wist dat er iets mis zou gaan, ze wist alleen niet wat..."
Hij zuchtte en legde zijn hoofd in zijn handen: "Ze liep recht in een valstrik, Voldemort had het ministerie afgetipt dat ze daar zou zijn. Dus kwamen ze met een gigantisch leger om haar tegen te houden. Ze vocht voor haar leven, maar ze waren met teveel. Uiteindelijk stuurden ze met zo'n 20 schouwers tegelijk Avada Kedevra op haar af. Een normaal persoon was gestorven, maar Chris niet. Ze raakte in een coma. In die tijd moest ik de moeilijkste beslissing in mijn leven nemen..."
Even sloot hij zijn ogen en bleef stil, toen schudde hij zijn hoofd alsof hij wakker moest worden en ging verder: "Maargoed, ze bleef een jaar lang in coma. En op het exacte moment dat heer Voldemort voor de eerste keer 'verslagen' werd door Harry Potter schrok ze wakker. In de tijd dat ze in coma was had ze alle bewegingen van heer Voldemort meegemaakt, ze had ze door zijn ogen gevolgd. Niet in staat iets te doen, alleen maar te kijken, horen, voelen, proeven en ruiken. Dit was uitermate handig om achter namen van dooddoeners te komen en uit te vinden wat er nou precies was gebeurt die avond dat heer Voldemort verdween. Maar ze sprak er amper over, ik zag hoe ze langzaam verdorde. Toen er na twee jaar bijna niets meer van de oude Chris over was kon ze het niet meer aan en smeekte ze me om een geheugenslot op de drie jaren daarvoor te leggen. Ik weigerde maar na lang aandringen vond ik dat het beter was dat ik het deed dan dat ze naar iemand anders stapte. Dus toen heb ik toch maar het geheugenslot aangebracht. En zo drie jaar van haar leven uit haar geheugen verwijdert. Het hielp wel, twee weken nadat ik het slot had aangebracht was de eerste keer dat ik haar zag lachen in minstens een jaar. Ze bouwde stukje bij beetje een nieuw leven op. Maar ik ben het nooit vergeten en zal dat ook nooit doen..."
Toen hij uitgesproken was bleef het doodstil in de kamer, zelfs de schilderijen hielden hun adem in. Ik dacht diep na: geen wonder dat Chris dit me niet verteld had. Ze wist het niet meer. Maar waarom wou ze zo graag van die herinneringen af? Wat had ze gezien dat ze er zo aan onderdoor ging?
En ineens realiseerde ik me dat achter dat lachende gezicht een heel leven van oorlog schuilging, toch had ik haar nooit horen klagen. Er waren wel eens momenten dat ze instortte, maar die waren kort. En ze was bijna altijd vrolijk. Ik kon me haar helemaal niet wegkwijnend voorstellen.
In alle stilte stond ik op en liep weg, ik moest even alleen zijn. Dit verwerken. Perkamentus bleef zitten en deed geen poging me tegen te houden.
Toen ik buiten het kantoor stond zuchtte ik diep, waarom had hij me dit verteld? Waarom moest ik dit weten? Maargoed, we hadden het hier wel over Albus Perkamentus. De man met de meest ondoorgrondelijke gedachtes ter wereld.
Ik ben naar mijn vertrekken gelopen en moest daar in slaap gevallen zijn, want ik kan me verder niets meer herinneren. Op wakker worden om twaalf uur 's middags na.
Severus Sneep
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
7 Oktober
Dagboek,
Chris nog steeds weg.
Om twaalf uur wakker geworden, toen aangekleed en op weg naar Perkamentus gegaan, kwam hem halverwege gang tegen en hij sleepte me mee naar de grote zaal: "Je moet iets eten Severus."
Met tegenzin liep ik mee en at een halve appel. Toen eindelijk de bel ging volgde ik Perkamentus naar zijn kamer, samen met Vector en Anderling.
Vector en Anderling moesten de andere leraren inlichtten zonder aandacht te trekken en ik moest samen met Hagrid, die al bij me in zijn hut wachtte, het bos doorzoeken. Misschien konden we sporen vinden.
Dus nadat Perkamentus dat met veel meer woorden had verteld liep ik de trap af, op weg naar Hagrid's hut.
Daar aangekomen klopte ik op de deur en Hagrid kwam naar buiten, zijn ogen waren rood en je kon duidelijk zien dat hij gehuild had. 't was ook zo'n watje.
Ik knikte als begroeting en liep naar het bos, Hagrid liep achter me aan: "Hallo professor Sneep, ik heb gehoord wat er met Christina is gebeurt." Inwendig zuchtte ik: Natuurlijk heb je dat, anders zou je toch niet helpen zoeken.
Maar de halfreus kon mijn gedachten niet lezen dus ratelde hij verder over hoe erg hij het vond en dat hij hoopte dat het goed met haar ging jada, jada.
Toen hij begon over vroeger en dat ze al zo'n aardige meid was toen ze op school zat wierp ik een woedende blik achteruit en tot mijn genoegen werd hij stil.
"We moeten naar aanwijzingen vinden om Christina terug te vinden, niet praten over hoe ze altijd geintjes uithaalde met Perkamentus' baard oké?"
Hagrid knikte gedwee maar ik meende te horen dat hij "Chagrijn." mompelde.
Langzaam strompelden we verder door de doornstruiken, hoge wortels en afgebroken takken... Nouja, ik strompelde. De halfreus liep alsof hij een ommetje over de stoep maakte.
Doordat ik even achterom had gekeken om te bewonderen hoe makkelijk Hagrid door het dichte bos liep had ik een omhoogstekende wortel gemist waarover ik struikelde en plat op mijn bek ging.
Ik wou net zuchtten en weer overeind komen toen ik voor mijn gezicht in een lage tak iets zag hangen, iets wat me erg bekend voorkwam: Voor me hing een stukje stof, een stukje zwarte stof met een hartje erop getekend dat erop gezet leek met een gouden stift...
Chris zette exact zo'n zelfde hartje op al haar kleding, ze raakte nogal snel iets kwijt en dit was haar manier van haar naam ergens opzetten. Voorzichtig pakte ik het stukje stof aan en ging opstaan: "We zitten goed."
Hagrid fronste: "Hoezo?"
Ik hield het lapje stof voor zijn neus: "Dit is van Christina, kom op we moeten verder."
Ik draaide me om en strompelde weer verder, al duurde het niet lang voor ik weer stil bleef staan. Voor me was een open plek, zo'n zeven meter in doorsnee. Midden in de open plek was het gras platgetrapt en lagen grote bloedvlekken. Ik voelde hoe al het bloed uit mijn gezicht wegtrok.
"Jeemienee." Hagrid liep langs me heen de open plek op. "Wat is hier gebeurt?"
Ondanks mijn shocktoestand kon ik hem wel wat aandoen, wat dacht hij dat hier gebeurt was?
Mijn god, wat had iedereen toch met domme vragen stellen?
Toen viel mijn oog op een plekje halverwege het gras, daar glinsterde iets. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat het een pareltje was, een klein lichtblauw pareltje. Eentje van Christina's oorbellen.
De wereld stortte voor mij in, ik had stukjes van Chris' kleding gevonden en er lagen hier gigantische vlekken bloed op het gras. Waarom kon Chris nooit gewoon is een keertje in slaap zijn gevallen op de wc of opgehouden worden door een plotselinge vreetbui?
Waarom werd ze altijd ontvoerd, gemarteld, bijna vermoord of alle drie?
En nog het belangrijkste: Waarom gaf ik zo veel om haar?
Alles was zo veel makkelijker geweest als ik niet zo verdomd veel van haar gehouden had. Ik zuchtte. Elke keer schudde ze mijn leven weer door elkaar, het was frustrerend gewoon dat zijn meer grip op mijn leven had dan ikzelf.
Hagrid schudde zijn hoofd: "Dr is hier nix meer, k denk dat we terug motten gaan en Perkamentus motten vertellen wat we hebben gevonden."
Ik knikte en sjokte in gedachten verzonken achter Hagrid aan door de bosjes, ik verbaasde me er niet eens over hoe veel makkelijker het ging als je achter Hagrid liep dan ervoor.
Een paar keer haalde een achteruitzwiepende tak een kras over mijn huid maar het maakte me niet uit. Ik dacht aan het bloed en het platgedrukte gras, ik kon Voldemort haar gewoon zien martelen. Bijna kon ik haar geschreeuw horen en ik kneep mijn hand nog dichter om de parel en het stukje stof dat ik vastgeklemd hield. Ik kon wel gillen van frustratie, maar ik hield mijn gezicht op neutraal en was wat iedereen van me verwachtte.
Toen we bij de rand van het bos waren besefte ik ineens hoe belangrijk het was dat we Chris zo snel mogelijk terugvonden. Dus versnelde ik mijn pas, tegen de tijd dat ik bij de voordeur was, was ik aan het rennen met Hagrid in mijn kielzog.
We renden de hele weg naar de waterspuwer voor zijn kantoor waar ik het wachtwoord hijgde en de trap op beende. Ik gooide de deur open en liep het kantoor binnen, Hagrid nog steeds vlak achter me.
Ik liep rechtstreeks door naar het bureau waar Perkamentus achter zat en legde Christina's dingen er op. Hagrid begon te praten: "Na lang wandelen vonden we een open plek, in het midden was het gras platgetrapt en lagen er bloedvlekken, vers bloed."
En ik hijgde: "D-dit lag er ook."
Perkamentus keek met toegeknepen ogen naar het lapje stof en de parel. Toen hij het lapje stop omdraaide en het hartje zag ging er een vlaag van verschrikking over zijn gezicht. Ik wist dat hij doorhad wat ik had gevonden.
Na nog even naar de twee objecten gestaard te hebben keek hij Hagrid en mij aan: "Rubeus, ik wil dat je me de open plek laat zien. Severus... Ga slapen, je zult je krachten nodig hebben als we Christina terug willen halen."
Ik knikte en Perkamentus en Hagrid liepen de kamer uit. Even keek ik triest naar het lapje stof en de parel, toen draaide ik me om en liep het kantoor uit. Op weg naar Christina's vertrekken.
Toen ik voor de deur stond zei ik het wachtwoord, opende het portret en liep naar binnen. Langzaam, alles in me opnemend liep ik naar de stoel waar het dagboek overheen had gelegen en ging zitten. Voorzichtig liet ik mijn vinger over de kaft van het dagboek dat naast me lag gaan.
Ik had een sterke aandrang het te openen, Chris' leven lag onder mijn vinger en ik kon het zo lezen...
Maar ik kon het niet doen, Chris vertrouwde me.
Toen realiseerde ik me iets, misschien had ze al eerder bericht gehad van Voldemort. Een aanwijzing waar ze kon zijn of een verwijzing naar een eerdere brief.
Voorzichtig pakte ik het dagboek op, me volledig bewust van de inbreuk die ik ging maken op Chris' persoonlijke leven. Met een diepe zucht en soort van tegen mijn zin deed ik het dagboek open en bladerde naar de laatst beschreven bladzijde. Ik begon bovenaan te lezen:
Ik grijnsde en keek opzij, Severus keek naar het plafond en ik drukte snel een zoen op zijn wang.
"Wat was dat nou weer dan?" vroeg hij beledigd: "Als je het doet, doe het dan goed."
Toen pakte hij mijn kin en draaide me naar zich toe. En voor ik het wist werd ik weer meegesleurd in een passionele zoen. Hij mocht er dan niet uitzien als mister World (Wat me geen ene flikker uitmaakt) maar hij kon zoenen als de beste.
Snel sloeg ik het boek dicht, dit wou ik niet lezen. Dit was haar persoonlijke leven, ehm... ons persoonlijke leven.
Ik legde het dagboek weer weg, me schuldig voelend over wat ik had gelezen. Al voelde ik ook een sprankje trots... Wat ik snel weer wegstopte.
Na me uitgerekt te hebben stond ik op en liep naar de slaapkamer, ik ging op haar bed zitten en liet me op mijn zij vallen in haar kussen. Ik ademde diep in en snoof haar geur op, zonder dat ik het gemerkt had liepen er tranen over mijn wangen en ik streek ze snel weg.
Wat miste ik haar toch, alleen het idee al dat er iets met haar zou gebeuren...
Severus Sneep
Dit was het dan voor nu, deel 2 van dit hst. komt snel (hoop ik). Tot dan moet je het hier maar mee doen ;)
