Mensen!!! Weer een nieuw chappie... maaruh, ikheb een misrekening gemaakt... Dit hoofdstuk krijgt geen 2 maar 3 delen. Anders worden ze te lang :S
Maaruh niet meer gelul, nog ff bedankjes aan alle revieuwers.
Love Fantasy: Sneep word nog veel emotioneler, niet dit chappie. Maar zeker het volgende wel.
Do: Heel erg bedankt! En ook voor je steun 'achter de schermen' :P
Mevr. Zwarts: Hier is het vervolg dan... En: OEPS! Ik was waarschijnlijk nog slaperig ofzo :P
darkangel: Heel erg bedank voor alle DRIE de revieuws :D ennuh, dat van zweinstein weet ik wel, ik ben gewoon te lui om het te veranderen :P
MENSEN, DAT WAS HET:VEEL PLEZIER MET LEZEN VAN DEEL 2!!!

9 oktober

Ik kan niet geloven dat alles voorbij is...

Nouja, ik zal beginnen met gisteren, toen kon ik niet schrijven. Gisterochtend werd ik wakker in Chris' bed waar ik de avond daarvoor in slaap was gevallen.

Vaag besefte ik dat het zaterdag was en dat ik geen lessen had, niet dat ik daartoe in staat was maar toch. Ik stond op, fatsoeneerde me een beetje en slofte naar Perkamentus' kantoor.

Ik opende de deur en Perkamentus kwam meteen naar me toe: "Ah Severus, jou had ik net nodig."

Dit was niet goed, dit was helemaal niet goed. Maar ik was nog te moe om er aandacht aan te besteden. Hij pakte me bij mijn schouders en draaide me om: "Aangezien je nu niet van groot nut bent en je je krachten moet sparen vind ik dat je maar moet gaan surveilleren bij het ontbijt."

En voor ik het wist stond ik al weer buiten met een chagrijnige Vector aan mijn zij. Toen ik me realiseerde wat er gebeurde draaide ik me om en wou weer naar boven lopen. Vector pakte mijn arm: "Dat heeft geen nut, ik heb het al drie keer geprobeerd."

Dus zuchtte ik en sjokte maar met haar mee naar de grote zaal. Ik plofte naast haar neer in de stoel en even staarden we voor elkaar uit en toen begon ze me op de hoogte te brengen van wat er allemaal was gebeurt terwijl ik sliep.

Het bleek dat Perkamentus de orde bijeen had geroepen en alle leraren had ingelicht.

Halverwege het ontbijt vertrok Potter, ik had zo'n vaag vermoeden dat hij op weg was naar Perkamentus. Toen eindelijk alle leerlingen de grote zaal uit waren (De laatsten heb ik geholpen met een paar woedende blikken) ging ik samen met Vector naar het kantoor van professor Perkamentus.

Toen ik de deur opende en naar binnen liep viel bijna mijn mond open van verbazing. Ik kon het nog net verbergen met een woedende blik.

Vector begon te snikken: "H-hoofdmeester w-we moeten haar te-terug k-krijgen."

Nu werd ik echt woedend: Ze stond hier stom allemaal, ze zouden Chris moeten zoeken. Ik liep naar het bureau en sloeg er met mijn vuisten op: "Vector heeft gelijk, we moeten iets doen NU!"

Perkamentus keek me kalm aan: "Severus, ik weet dat je haar terug wilt. Maar we moeten voorzichtig te werk gaan. En zoals je weet kan Christina prima voor haarzelf zorgen."

Voor ik het wist ging ik met mijn hand door mijn haar, dat doe ik alleen als ik bang of onzeker ben. Op dat moment was ik het allebei: "En wat nou als dat niet lukt?"

Even keek Perkamentus verbaast, toen glimlachte hij en legde een hand op mijn schouder: "Wees gerust Severus, ze heeft voor hetere vuren gestaan."

Ik knikte en ging bij de rest van de groep staan, maar kon de bezorgde uitdrukking niet van mijn gezicht krijgen.

Na een blik op Vector en mij begon Perkamentus weer tegen de groep te praten: "Dit is wat we zeker weten: Christina is woensdag tussen acht uur 's avonds en acht uur 's ochtends verdwenen. Ze hebben toen waarschijnlijk geprobeerd haar uit te horen, maar ze hield voet bij stuk want vanochtend om zeven uur kreeg ik een telefoontje van meneer Rodriques die gisteravond overvallen werd door een groep van vijf dooddoeners. Ze hebben hem en zijn tien jaar oude zoon gemarteld en Yasmin meegenomen." Ik merkte dat ik mijn nagels in mijn handpalmen drukte, dit was niet goed, dit was helemaal niet goed. Ze hadden Yasmin... Uh-oh.

Maar Perkamentus ging gewoon verder: "Vanaf hier tasten we in het duister: we weten niet waar ze zijn, met hoeveel ze zijn en nog belangrijker: hoeveel valstrikken ze voor ons in petto hebben."

Toen stapte Wolkenveld, iemand van de orde, naar voren: "We hebben een zwaar vermoedden dat ze ergens in de buurt van Blackpool zijn, ergens aan de kust in een grot. Ook weten we dat ze met rond de 30 dooddoeners zijn, we weten niet of er reuzen of dementors zijn." Hierna stapte hij weer naar achteren.

Perkamentus knikte en bedankte hem.

Voor een minuutje bleef het stil, toen stapte een oude man die ik herkende als het hoofd van Azkaban. Ik had geen idee hoe hij heette, maar hij sprak: "Vanochtend heb ik alle dementors nagekeken, we missen er vijf."

Perkamentus glimlachte en bedankte hem, ik had behoefte om naar de Droebel te gaan en hem met mijn blote handen te wurgen. 'Ney hoor, er is geen gevaar. Geen reden om de dementors vast te zetten' Idioot die hij was.

Hierna stapte Hagrid naar voren: "Ik heb bericht gekregen van Olympe: Er is maar een reus weg, maar het is mogelijk dat ze die zelf vermoord hebben."

Dus ze hadden Mallemour ook ingelicht, ik was blij dat ze het in ieder geval groots aanpakten.

Er werd op de deur geklopt en er liep een meisje naar binnen. Nog sterker: juffrouw Leeflang. Ik moest moeite doen om mijn mond niet open te laten vallen.

Maar Perkamentus gebaarde haar naar voren te komen: "Ah, juffrouw Leeflang. Kom maar iets dichterbij."

Leeflang stapte naar voren en Perkamentus wendde zich tot de andere aanwezigen: "Vorig jaar hebben wij een talent bij juffrouw Leeflang ontdekt. Ik heb toen Christina gevraagd haar speciale lessen te geven. Als het goed is kan juffrouw Leeflang ons helpen met het vinden van Chris." Hij wendde zich weer tot Loena: "Zeg maar wat je nodig hebt."

Nu viel mijn mond wel open, waarom had Chris me hier niets over verteld?

Ze haalde diep adem en zei trillerig: "E-e-een kaart en iets wat van groot b-belang was voor haar: een ketting of een ring ofzo."

Ondanks mijn verdoofde toestand begonnen er belletjes in mijn hoofd te rinkelen: iets van groot belang? Iets van groot belang? Mijn hand ging naar mijn zak waar ik de ketting en de ring voelde.

Perkamentus toverde een kaart tevoorschijn en voor ik doorhad wat ik deed stapte ik naar voren. Ik vervloekte mezelf van binnen, nu moest ik de ketting en de ring afstaan... Maargoed, we zouden Chris ermee vinden: "Hier, alsjeblieft vind haar."

Leeflang glimlachte bemoedigend naar en pakte toen de ketting aan. Ik realiseerde me dat ze helemaal niet zo erg was en vroeg me af waarom ik eigenlijk altijd zo gemeen deed. Maar daar was nu geen tijd voor, we moesten Chris vinden!

Ze sloot haar ogen en draaide de ketting boven de kaart rond, iedereen was muisstil. Toen begon ze lichtjes gouden licht uit te stralen en langzaam slipte de ketting tussen haar vingers uit en landde opgerold bovenop Blackpool.

Met opengesperde ogen keek ik toe: dit kende ik. Dit had ik al eerder gezien. Dit had ik Chris zien doen!

Ze zuchtte een keer diep en Perkamentus tikte op de kaart, die vergrootte en nu alleen nog maar Blackpool en het gebied daaromheen liet zien. Leeflang hield haar hand boven de ketting en sloot haar ogen weer. Ze begon weer goud te gloeien en de ketting bewoog als een slang over de kaart en bleef in de vorm van een pijl liggen, wijzend naar een plek aan de kust genaamd: Death's cave.

Even raakte de ironie van de plek me: Voldemort houd zich schuil in death's cave in Blackpool. Ik ademde lucht uit waarvan ik niet wist dat ik hem binnen had gehouden. De adrenaline begon door mijn lichaam te pompen, daar was ze, daar was Christina!

Plotseling was er een explosie van geluid, iedereen begon te fluisteren.

Perkamentus kuchte en het werd stil: "We gaan, nu!" Eindelijk besloot de man iets goed, we zouden Christina gaan redden!

Iedereen knikte en volgde Perkamentus, hij liep naar Harry en pakte hem bij de arm en nam hem even mee.

Later kwam hij terug en legde het plan uit: Een deel van de orde en de leraren zou op school blijven om hem te beschermen voor het geval dat. De rest zou meegaan om Chris te redden.

Even later marcheerden we naar de poort, Perkamentus en ik voor op. Achter ons liepen Anderling en Vector. Even wierp ik een blik achteruit naar het groep mensen die ons volgde. En toen wist ik het zeker, we zouden Christina gaan redden!

Terwijl we wachtten tot iedereen de poort door was hield Perkamentus me even stil en fluisterde: "Ik wil dat jij Chris gaat zoeken, wij zullen vechten. Jij moet haar vinden en redden."

Ik knikte maar hij hield mijn arm vast en keek me diep in mijn ogen: "Severus, je moet begrijpen dat jij de enige bent die haar kan redden. Jullie moeten in leven blijven, jullie allebei..."

Het leek of hij meer wou zeggen maar tegengehouden werd door iets.

Ik wou vragen wat, maar Perkamentus' riep ieders aandacht: "Mensen, we moeten vechten. We moeten de weg vrij maken voor Severus." Zoals gewoonlijk vertrouwde iedereen Perkamentus en vroeg niemand iets. Dus gaf Perkamentus het teken en verdwijnselden we allemaal tegelijk naar death's cave.

Even werd me de adem benomen door het vacuüm gevoel, maar al snel adem de ik de zilte zeelucht in. Ik opende mijn ogen en besefte dat ik zo'n 2 meter van de rand van een klif verwijderd stond. Snel stapte ik achteruit.

Midden over de tenen van Nymphadora Tops. Ik mompelde een: "Sorry." Maar tot mijn verbazing keek ze niet boos of geïrriteerd, ze glimlachte en fluisterde: "Veel succes."

Even bleef ik verbaast staan, toen knikte ik naar haar en baande mijn weg naar de voorkant van de groep waar Perkamentus stond.

"Klaar Severus?"

Ik knikte: "Zo klaar als ik kan zijn."

Hij glimlachte even bemoedigend en knikte. Toen gaf hij het teken en stormden we naar binnen.

Tot mijn verbazing zat er geen krachtveld om de ingang en we stormden zo door. Waarschijnlijk had de duistere hee- Voldemort verwacht dat we hem niet zouden vinden.

De eerste tegenstand die we tegenkwamen waren twee dementors, Remus Lupos, Hecuba Jacobs, Engelbert Dop en Fillius Banning namen die voor hun rekening.

De rest liep door en even later kwamen we een groep van ongeveer vijftien dooddoeners tegen, het gevecht begon.

De helft van de groep bleef achter en de rest ging met Perkamentus en mij mee door een stenen gang, we liepen steeds dieper onder de grond. De gang mondde uit in een hoog stenen vertrek waar nog zo'n vijftien dooddoeners waren. Terwijl de rest zich in het gevecht stortte nam ik de enige deur in het vertrek en liep door de koude stenen gang. Terwijl ik de punt van mijn staf oplichtte dacht ik aan de woorden van Perkamentus: Chris én ik moesten blijven leven.

Snel en stil sloop ik door de koude, smalle gang. Mijn toverstok voor me, na zo'n vijftig meter gelopen te hebben stierven de geluiden van het gevecht achter me weg. Na zo'n honderd meter drukte de stilte op mijn oren, het enige geluiden die ik hoorde waren mijn onregelmatige ademhaling en het bonzen van mijn hart.

Ik stapte stevig door, maar toen na tien minuten lopen nog niets kwam kreeg ik argwaan. Misschien... heel misschien... zat er een spreuk op deze gang.

Ik sprak een onthullingsspreuk en inderdaad, er zat een web van draden geweven over de gang. Ik sprak een tegen bezwering en ja hoor, zo'n tien meter van me verdaan zag ik een deur. Toen ik achterom keek zag ik ook de deur weer. De gang was dus eigenlijk niet langer dan dertig meter.

Op mijn hoede liep ik naar de deur, ik probeerde de klink en schrok me te pletter toen de deur zo open ging, geen slot, geen bezwering, niets. Dit bracht me nog meer op mijn hoede en langzaam sloop ik het stenen vertrek dat achter de deur lag binnen.

Het vertrek was klein, er stond een bureau en een houten stoel. Verder was het leeg, ik keek omhoog. Het was net of ik in een op de kop gekeerde stenen kom zat. Weer sprak ik een onthullingsspreuk uit en godzijdank dat ik dat deed: overal over de vloer liepen rode lijnen, net lasers die de hele vloer doorkruisten. Ik had zo'n vermoeden dat ik die niet moest raken.

Ik toverde een appel tevoorschijn, benieuwd wat er zou gebeuren als er zo'n lijn geraakt werd.

Na diep adem gehaald te hebben gooide ik de appel in een straal die een eind bij me vandaan was. Toen de appel de straal raakte lichtte de appel voor een fractie van een seconde op, toen was er alleen nog maar een rookwolkje dat langzaam omhoog kringelde.

Nu wist ik zeker dat ik de lijnen niet moest raken. Maar ik had wel een idee gekregen van de appel, toen de appel de straal raakte werd hij even onderbroken. Wat nou als ik er iets anders tussen zette? Iets dat weerkaatste? Iets als... een spiegel!

Ik toverde er een paar tevoorschijn en zette er een tussen de straal recht voor me en inderdaad: De straal werd afgebogen en raakte de muur, althans: dat dacht ik. Want de muur weerkaatste de straal, en toen zag ik het: De hele muur op de hoogte van de straal bestond uit spiegels. De stralen die ik zag was maar een enkele straal die de hele kamer door werd gereflecteerd.

Snel haalde ik de spiegel tussen de straal uit. Als er maar een straal was moest die toch ergens vandaan komen... Maar waar?

Opeens viel me een donker doosje aan de overkant van de kamer op: De bron. Maar er was geen mogelijkheid dat ik daarbij kwam. Er zat een beschermende bezwering omheen dus zelfs niet met spreuken... spreuken... Ik kreeg nog een idee: wat nou als IK de stralen zou reflecteren?

Ik was nooit goed geweest in transfiguratie... Maar het moest! Ik wees met mijn toverstok op mijn gewaad. Heel, heel langzaam werd hij lichter en begon hij te glanzen. Toen werd hij zwaarder en zwaarden. Toen ik klaar was was de onderkant van mijn gewaad van metaal, glanzend, weerspiegelend metaal.

Even bleef ik nog staan om diep adem te halen en toen zette ik een stap naar voren, het metalen gedeelte van mijn gewaad zwiepte heen en weer en ik voelde me net een gigantische klok. Maar het hielp. Stapje voor stapje (want mijn gewaad was ineens ruim vijftig kilo) liep ik door de stralen die allemaal gedwee afbogen.

Toen ik aan de overkant was transfigureerde ik mijn gewaad weer terug en keek naar het doosje dat naast de deur stond. Spreuken mochten dan niet werken, maar iets anders wel.

Ik hief mijn voet op en liet hem met een aardige snelheid op het zwakke doosje neerkomen dat ik onder mijn schoenen voelde vergruizelen. Rotding. De straal knipperde even en verdween toen.

Na gezucht te hebben draaide ik me naar de deur, hierdoor zou ik naar de volgende ruimte gaan. Ik haalde diep adem om me voor te bereiden op wat voor 'leuks' de hee- Voldemort daar had achtergelaten.

Ik opende de deur, weer een kamer die er op het eerste gezicht normaal uit zag. Weer een op de kop gedraaide stenen kom, alleen stond hier een bank en een kapotte stoel die zo te zien tegen de muur was gegooid.

Weer deed ik een onthullingsspreuk. Weer was er een spreuk gedaan, deze zag er alleen anders uit. Het was een soort doolhof. Lijnen die dwars door de kamer liepen in een weg die je moest volgen, er waren ook doodlopende lijnen. Maar die kon je zo zien. Ik zuchtte, goddank geen onmogelijke dingen.

Maar ik had te vroeg gejuicht: Het moment dat ik over de drempel de kamer in stapte rezen er uit de plekken rondom de weg muren... nee, geen muren: struiken. De kamer was een gigantisch doolhof geworden...

Voorzichtig nam ik nog een stap naar voren, er sprongen geen enge monsters uit de bosjes dus nam ik aan dat het veilig was... voor nu. Ik zette nog een stap en nog een, er gebeurde niets. Dus begon ik normaal te lopen maar hield mijn toverstok wel weer in de aanslag.

Terwijl ik liep probeerde ik me de plattegrond die op de grond had gestaan te herinneren, eerste rechts, tweede links, derde ook links... of toch rechts? Gefrustreerd door het feit dat ik het niet wist koos ik rechts... Verkeerde keuze!

Voor me, ongeveer een meter van de grond zweefde een bij. En nu zul je wel denken een bij? Een bij? Wat een watje is die gast!

Nou, NIET DUS!!! Deze bij was ruim twee meter groot, en keek me boos aan alsof het mijn schuld was.

Langzaam zweefde hij naar me toe, angel vooruit. Ik liep achteruit, ongeveer op het tempo dat de bij naar me toe vloog. Alles om de afstand tussen ons niet kleiner te laten worden.

"Stupify!"

De spreuk kaatste van de bij af, die alleen maar bozer werd en een uithaal deed. Ik kon net op tijd opzij duiken en landde hard op de grond.

De bij deed nog een uithaal, en ik probeerde nog een keer: "Pecificus totalus."

Weer kaatste de spreuk af. Ik moest snel wat bedenken of ik zou een menselijk satéstokje worden.

Opnieuw deed de bij een uithaal, ik wierp een barrière op die me net tijd genoeg gaf om weg te duiken.

Nu zat de bij vast in de struiken. Ik wou snel verder lopen toen ik ineens brand rook... de bij schoot vuur uit zijn angel!!!

Ik zou geen satéstokje worden, ik zou worden gebarbecued... Alsof dat beter was.

"Woooeeeshhhh..." De vuurstraal miste me op een haartje... Dacht ik.

Weer rook ik brand... Dit keer was het jammer genoeg niet alleen een bosje, dit keer had ook mijn gewaad vlam gevat: "Aguamenti!" Riep ik hysterisch, er liep een miezerig straaltje water uit mijn staf. Ik hield hem op de kop en schudde, net of dat zou helpen. Maar als je wanhopig bent probeer je alles.

Doordat ik zo druk was met het 'blussen' van mijn gewaad had ik niet gezien dat de bij omhoog was gevlogen om me met alles wat hij had te raken. Toen ik het eindelijk merkte was het al te laat.

"Woooeeeshhhh..."

"Aguamenti!!!!" Ik richtte mijn staf op het gigantische insect. De waterstraal die uit mijn staf spoot was enorm, net een hogedrukspuit. Het doofde de vuurstraal die op me afkwam en haalde het beest neer dat achteruit viel en alle struiken achter hem verpletterde.

Snel stond ik op en maakte dat ik weg kwam, eerste keer rechts, tweede keer links, nog eens links, dan eens rechts, links... damn.

Doodlopende weg, ik liep terug om de andere weg te nemen toen "Woosh!" Iets gigantisch raakte me hard en zwiepte me van mijn benen. Ik vloog een eindje en landde met mijn gezicht op de grond. Op topsnelheid draaide ik me om, toen ik zag wat me aanviel moest ik bijna lachen. Het was een gigantische regenworm...

Wat had de- Voldemort toch met insecten?

Ineens klonk er een kotsgeluid en met grote ogen van afschuw keek ik toe hoe de worm kokhalsde en een groen, stinkend zuur vlak voor mijn voeten spuugde dat de grond verteerde.

Walgend deinsde ik achteruit, de geur van het zuur brandde in mijn neus en mijn ogen begonnen te tranen. Ik keek naar rechts, daar lag mijn toverstok. Toen de worm me van mijn voeten had gegooid had ik hem laten vallen. Ik moest hem terug krijgen...

"Squashhhh ssssssssss."

De worm had nog eens gespuugd, maar een paar meter links van me. Voor de tweede keer mis terwijl ik toch stil lag. Met tegenzin keek ik naar zijn 'kop' en zag dat er geen ogen opzaten. De worm was blind!

Ik stond op en rende naar mijn toverstok, de worm keek nog steeds naar de plek waar ik net lag. Snel nam ik een beslissing en rende, de worm zou het toch niet merken.

Snel: links, links, drie keer rechts en een keer links... SHIT!

Ik stond oog in oog met het achtereind van een gigantische spin, zelfs voor een acromantula was hij immens groot.

Nog net kon ik een gil binnen houden. Na even had ik controle over mijn lichaam weer terug, draaide ik me om en nam maar het rechter pad. Wat maar goed was ook, het pad liep uit op een deur. Toen ik even een blik naar rechts wierp zag ik net zo'n doosje als in de andere kamer staan.

Weer tilde ik mijn voet op en verpletterde het doosje. Het doolhof achter me flikkerde en verdween, het was weer een normale kamer.

Voor ik hem opende leunde ik even tegen de deur voor steun, Chris mocht me maar beter dankbaar zijn als ik haar gevonden had. Dit was traumatisch!

Na gezucht te hebben opende ik de deur, zoals ik al had verwacht: weer een op de kop gedraaide stenen kom die er onschuldig uitzag. Opnieuw sprak in een onthullingsspreuk uit.

Deze keer sloeg wat ik zag absoluut nergens op. Er stonden roze vierkantjes van ongeveer dertig bij dertig cm op de vloer, net tegels alleen onregelmatig gelegd en met grote stukken niets ertussen. Ik zuchtte en stapte over de drempel.

Meteen begonnen er tegels op de vloer te verschijnen, na tien seconden was de hele vloer bedekt. De muren en plafond werden bedekt met dezelfde oranjeachtige kleur steen als die van de tegels.

Toen de hele kamer bedekt was, hij was ineens rechthoekig geworden, kreeg ik een sterk déjà vu gevoel. Toen we nog op school zaten ging Chris op een gegeven moment door een periode errrm... Hoe heette die ook alweer? Het was gebaseerd op van die dreuzelfilms die ze toen keek ehum...

INDIANA JONES! Dat was het! Ze droeg de hele dag van de expeditie kleding en een cowboyhoed.. En ze probeerde te lasso werpen, van binnen grijnsde ik even aan de gedachte daaraan, ze was zo slecht geweest dat ze de lasso magnetisch had gemaakt zodat hij tenminste nog ergens aan bleef zitten. Ook deed ze net alsof als je op een verkeerde tegel zou stappen er pijlen uit de muur zouden komen, vlammenwerpers of dat de vloer zou wegzakken ofzo. En zo af en toe zag je haar langs rennen, gillend over een gigantische rollend rotsblok...

Uh-oh... Pijlen uit de muur? Vlammenwerpers? Rollende rotsblokken?

Ineens leek het doolhof aantrekkelijk.

Ik sloot mijn ogen en probeerde me te herinneren waar de roze vierkantjes stonden, ik had zo'n vermoeden dat ik die moest ontwijken.

Tot mijn ongenoegen kon ik me er nog maar 5 herinneren. Ik zuchtte, dit werd rennen... en dan zo snel mogelijk naar dat verdomde doosje naast de deur om alles te laten verdwijnen.

Na diep adem gehaald te hebben en nog eens te hebben geslikt begon ik te rennen. Dit was geen goed idee.

Meteen toen ik begon te rennen werd de kamer langer, ik zag hem gewoon groeien. Dit zou een lange tocht worden...

Qua boobytraps ging het goed... in het begin. Na ik de eerste boobytrap, een vlammenwerper die ik maar net kon ontwijken, geraakt had kwamen ze allemaal, heel snel achter elkaar.

Pijlen die me net misten, een paar wegzakkende tegels en nog een stel vlammenwerpers die me bijna raakten. Net toen ik dacht dat het niet erger kon voelde ik hoe iets zwaars achter me op de grond viel. Met luid gekraak hoorde ik iets achter me aanrollen.

Toen er een open stuk vloer voor me lag waagde ik het even achteruit te kijken. Man, wat wou ik dat ik dat niet gedaan had...

Zo'n vijf meter achter me rolde een rotsblok... een gigantisch rotsblok... een enorm rotsblok... EEN F#CKING MONSTERLIJK ROTSBLOK VAN RUIM ZEVEN METER DOORSNEDE!!!

Nu snapte ik waarom Chris gillend rende... Het was exact wat ik deed, gillend als een meisje en wild zwaaiend met mijn armen rende ik naar de deur.

Eindelijk daar aangekomen begon ik als een gekke op het zwarte doosje te springen: "Ga nou weg, ga nou weg!"

Godzij dank verdween het rotsblok en de hele maja-achtige ruimte en stond ik weer in de op de kop gedraaide kom.

Ik draaide me om om de deur te openen naar de volgende kamer... Holy sh-

De deur was ook weg.

Hysterisch keek ik om me heen, hoe kon dit nu gebeuren? Deuren verdwenen niet zomaar.

Toen draaide ik me weer terug naar de kamer. Ik had de doorgang naar de volgende kamer gevonden. Ik was er alleen niet zo blij mee.

Daar, in het midden van de kom zat een gat, een gigantisch gat in de stenen vloer. Mijn weg naar Chris...

Met een zucht liep in naar de rand, onder me zag ik alleen zwart. Dit zou leuk worden... niet dus!

Ik haalde diep adem en sprong naar beneden, mijn toverstok stevig in mijn hand geklemd.

Even viel ik, toen kwam ik neer op iets hards, een soort van platvorm. Vanaf het moment dat ik de grond had geraakt gingen er lichten aan.

Toen mijn ogen waren gewend aan het felle licht zag ik dat ik in een oude Griekse arena stond. Na even intensief rond gestaard te hebben zag ik het zwarte doosje, het stond aan de andere kant van de arena. Vlak naast de uitgang.

Er was alleen een probleem, er stond iets tussen mij en de uitgang, iets gigantisch, iets brullends, iets dat op volle snelheid op me af kwam...

Ik stond oog in oog met een aanvallende minotaurus.

Zijn enorme poten waren die van een stier, zijn bovenlijf was van een erg gespierd mens (min of meer in ieder geval) met armen als boomstammen, en zijn hoofd dat op een boomstam-nek stond was half mens, half stier met gigantische horens van wel een halve meter waar scherpe punten aanzaten waar ik niet mee in aanraking wou komen.

"GRUAAAAHRGH!!!!"

"STUPIFY!!!!"

De minotaurus leek heel even geremd maar ging daarna weer door op volle snelheid. "PECIFICUS TOTALUS!!!!"

Deze spreuk kaatste af van een van de hoorns. Ik deed hem nog een keer. Voor even versteende de minotaurus, ik gebruikte deze tijd om langs hem heen te rennen.

Maar de weg naar de doos leek steeds langer te worden.

Toen klonk er een donderende stem: "DOMME MENS, JE KUNT ALLEEN NAAR DE IMMPRESSIONA ALS JE MIJ DOOD!!!"

Ik stond als bevroren stil, dit kon niet waar zijn...

Ik had Perkamentus beloofd Chris te redden, en de enige manier om dat te doen was door de minotaurus te doden, maar ik had Chris beloofd niets groter dan 5 cm te doden...

Dilemma, dilemma...

De minotaurus kwam weer op me afrennen, ik hield mijn handen voor me: "WOW, WOW, WOW, doe eens even rustig."

Gepuzzeld bleef de minotaurus staan.

"Key, luister even: Ik heb iemand beloofd dat ik mijn vriendin zou redden, en om dat te doen moet ik blijkbaar jou doden... maar aan mijn vriendin heb ik beloofd nooit iets groter dan 5 cm te doden. En daarbij wil ik je helemaal niet doden."

De minotaurus keek verdwaast: "J-je wilt me niet doden?"

Ik schudde mijn hoofd. "Ik heb al genoeg dingen gedood."

Ineens begon de minotaurus te huilen: "D-dat-t is h-het a-a-aardigste dat iemand ooit tegen me gezegd heeft."

Mijn mond viel open: "Dát is het aardigste?"

Hij knikte: "Dat zegt nogal wat over mijn leven hè?"

Ik knikte bedachtzaam: "Wat moet dat een vreselijk leven geweest zijn."

De minotaurus snoof en knikte. Ik liet hem uithuilen en zijn verhaal vertellen.

Toen hij uitgehuild was stak de minotaurus een hand naar mij uit: "Dank je."

Ik glimlachte en pakte hem aan: "Geen probleem."

Hij grijnsde naar mij: "Er is nog een tweede manier... Om de immpressiona te vernietigen bedoel ik.

Ik keek hem met open mond aan: "Serieus?"

Hij knikte: "Ja, jij kunt er misschien niet bijkomen. Maar ik wel."

Met een grijns die zich over mijn gezicht verspreidde vroeg ik: "En dat zou je willen doen?"

Hij lachte luid en sloeg me hard op mijn rug waardoor mijn knieën knikten: "Eigenlijk niet, maar voor jou maar ik een uitzondering."

Ik grijnsde: "Bedankt."

"Geen dank. En veel succes met je vriendin vinden."

Toen liep hij naar het zwarte doosje en ging er op staan, ik keek toe hoe hij en de arena langzaam verdwenen en zwaaide nog voor de laatste keer naar hem.

Na hij helemaal verdwenen was haalde ik een keer diep adem en streek met een hand door mijn haren. Ik schudde een keer met mijn hoofd om weer gefocust te worden.

Daarna liep ik naar de zware houten deur die verschenen was. Ik pakte de donkere ijzeren hendel en trok hem met al mijn kracht open.

"Voor Chris." Mompelde ik toen ik de ruimte achter de deur binnenstapte.

HÈ, HÈ, DAT WAS HET DAN... NU W88 OP DEEL 3 (6) :p Ik ben ook zo gemeen :D:D maaruh blijven revieuwen hoor!!!