Pfoeh! Eindelijk!!! Het heeft zooooo lang geduurd en nu heb ik eindelijk Sevvy's dagboek afgerond. Veel uren en uren werk en veel zenuwslopende vastlopingen… Naja, ik zal jullie toelaten aan het lezen na…. De bedankjes!
Do: Wat ben ik toch gemeen :P
it's-the-princess-in-me: Ik heb het geschreven :D… Uiteindelijk ;)
Love Fantasy: Sorry dat het zo lang duurde. En dat stukje is een van mijn favo's :P
Mvr. Zwarts: Ach, kijk nou… eindelijk iemand die geduldig wacht. (OF NIET DO ;) )
CeliaLauna: Zucht! #veegt tranen van toestenbord# hoe wil jij nou in godsnaam dat ik typ met een nat toetsenbord?! Ennuh wat er gaat gebeuren… Dan moet je toch nog echt ff 11 pagina's word w88, want zo lang is dit hst (6) :P
Veew pweziel!
x Anne

Daarna liep ik naar de zware houten deur die verschenen was. Ik pakte de donkere ijzeren hendel en trok hem met al mijn kracht open.

"Voor Chris." Mompelde ik toen ik de ruimte achter de deur binnenstapte.

Deel 3:

Ik verwachtte nog een schijnheilig vertrek te vinden, maar dat was er niet. Achter de deur lag weer een lange stenen gang. Voor de zekerheid sprak ik maar meteen een onthullingsspreuk uit, maar er lag geen spreuk op de gang.

"Lumos."

De punt van mijn toverstok lichtte op en ik liep door de donkere gang. Ik hoorde mijn snelle passen weergalmen. Dit zorgde er alleen maar voor dat ik nog sneller ging lopen wat bemoeilijkt werd door het feit dat de gang steeds smaller werd naarmate ik verder liep.

Ik ging even stilstaan om nogmaals een onthullingsspreuk uit te spreken toen ik het merkte: de gang werd niet smaller, de muren kwamen op me af. Letterlijk.

Bijna stond ik met mijn schouders vast tussen de muren, ik draaide me om en schuifelde zo snel als ik kon zijwaarts. Maar het lukte niet, na vijf meter zat ik weer muurvast... Wat ironisch was aangezien ik vast zat tussen twee... ach, laat maar.

Ineens stopten de muren met op me afkomen. Langzaam, heel langzaam gingen ze uit elkaar. Toen ik weer kon lopen probeerde ik zo snel mogelijk bij de deur te komen.

Maar voor ik hem open kon doen werd hij al geopend, voor mij stond een lange, bleke vrouw. Zwart haar tot op haar middel, ingevallen wangen: "Bellatrix." Siste ik.

Haar ogen werden groot en ze strompelde naar achter: "W-wat? Sev waar heb je het over? Ik ben het!"

Ze legde haar handen over haar gezicht en hield een pluk van haar haar omhoog om het te bekijken, haar ogen werden als maar groter.

Toen vernauwden ze zich tot spleetjes, draaide ze zich woedend om en beende naar een cel. Ze gooide de deur open en liep naar binnen.

Snel wierp ik een blik door de zeshoekige, stenen kamer waar ik in stond. Op elk van de zes vlakken zat een deur, vier duidelijk cellen, de deur waar ik net was doorgekomen en nog een andere, stalen deur.

Ik schudde mijn hoofd om me te focussen en met mijn toverstok getrokken schuifelde ik opzij, om te kijken wie er in de cel was. Mijn hart stond bijna stil toen ik zag wat Bellatrix aan het doen was. Ze hield een levenloos lichaam bij de nek en drukte het tegen de muur zodat de voeten van de grond kwamen, bruin haar viel over haar hand terwijl ze Christina's keel dichtkneep.

"Word wakker trut, word wakker! Dit kun je me niet maken!"

Ik voelde een woedde in me opvlammen en wees met mijn toverstok naar Bellatrix, ze werd naar voren geblazen, half tegen Chris, half tegen de muur. En ze stuiterde terug op haar rug, bewusteloos.

Chris die niet meer vast gehouden werd viel in een slap hoopje op de grond, ik rende snel naar haar toe. Voorzichtig pakte ik haar op in mijn armen, droeg haar de cel uit en trapte de deur met mijn voet dicht. Tot mijn genoegen hoorde ik een doffe klik die betekende dat hij op slot zat. Bellatrix zat ingesloten.

Ik liep het zeshoekige vertrek door, naar de uitgang. Net toen ik wilde maken dat ik weg kwam hoorde ik gekreun uit een van de ander cellen.

Op dat moment herinnerde ik me iets… Yasmin!

Voorzichtig legde ik Chris neer op de tafel midden in de ruimte en liep naar de deur waar het gekuch vandaan kwam. Door de tralies in de deur kon ik haar zien liggen.

"Alohomora." Met een zacht gekraak ging de deur open, geschrokken keek ze op.

Toen ze me herkende zag ik haar zichtbaar uitademen en ze glimlachte: "Severus, goddank dat jij het bent."

Ik stak mijn hand naar haar uit: "Kun je staan?"

Trillerig knikte ze: "Ik denk het wel." Ze pakte mijn hand vast en ik trok haar omhoog.

Even wankelde ze een beetje maar toen bleef ze stevig op haar benen staan. Om toch maar zeker te zijn gebaarde ik haar een arm om mijn schouders te slaan. Dit deed ze en samen liepen we de kamer uit.

Toen Yasmin Chris zag wankelde ze weer even, voorzichtig boog ik me voorover om Chris weer op te pakken. Maar Yasmin pakte mijn arm: "Severus, wacht. Er klopt iets niet."

Geruststellend legde ik mijn hand over de hare: "Ik weet het, maar er is geen tijd om uit te zoeken wat. We moeten hier zo snel mogelijk weg."

Ze zuchtte en knikte: "Laten we maar gaan dan."

Voorzichtig pakte ik Chris op terwijl Yasmin naar de deur liep waar ik doorheen was gekomen…

Euhm…het stuk muur waar ik doorheen was gekomen, de deur was verdwenen. Ik gaf Yasmin mijn toverstok en ze sprak meerdere onthullingspreuken en openingsspreuken uit, geen van allen werkten.

Dus probeerden we de enige andere deur die eruit zag alsof hij naar een uitgang zou kunnen leiden: De grote stalen deur.

Hij was gigantisch, vierkant en met een enorm schuifslot dat minstens zo dik was als mijn bovenarm.

Yasmin en ik keken elkaar aan, ik haalde mijn wenkbrauwen op: "Kleine kans."

Ze haalde haar schouders op: "Kleine kans is beter dan geen."

Ik knikte als bevestiging: "Ga je gang."

Op haar hoede stapte ze naar voren en pakte ze het handvat van het schuifslot vast en bereidde zich voor om het omhoog te draaien.

"Kleng."

Het schuifslot was met het grootste gemak gedraaid en tegen de andere kant geknald.

Met nog een 'kleng' was het handvat weer teruggevallen omdat Yasmin geschrokken achteruit was gestapt: "Wow, dat ging makkelijk." Zei ze meer tegen zichzelf dan tegen mij.

Toen stapte ze weer naar voren, draaide het handvat en schoof het slot met het grootste gemak open.

Ik snoof, dit ging allemaal veel te makkelijk.

"WAAAAAHHHH!!!"

Blijkbaar had Yasmin hetzelfde gedacht want ze had ontzettend veel kracht gezet achter het openen van de deur die met gemak openvloog en Yasmin (die de deur net iets te laat had losgelaten) schoof over de grond langs me heen.

Ik draaide me om en keek haar aan: "Gaatut?"

Ze knikte, stond op en stofte zichzelf af: "Beetje beschaamd, maar ik overleef het wel."

We keken beiden in stilte naar de donkere, kille stenen gang achter de deur.

In het moment stilte hoorden we een zacht gekreun uit de cel waar ik Bella in had opgesloten.

"Ze wordt wakker."

Ik knikte: "Laten we gaan."

Yasmin liep voorop, stok uitgestoken. Ik achter haar, Christina in mijn armen.

Het was weer een eindeloze gang en ik stootte Yasmin voorzichtig van achter aan en fluisterde: "Probeer eens een onthullingspreuk."

Vol verwachting keek ik toe… NIETS!

Even twijfelde ik of ze het wel goed had gedaan maar toen realiseerde ik me dat ze een van de beste van de klas in spreuken was.

Dus sjokten we verder, de eindeloos lijkende gang door.

Naarmate we verder liepen voelde ik dat de vloer met een lichte helling omlaag liep. We gingen naar beneden! Maar ja, terug konden we ook niet…

Na nog ruim vijf minuten lopen zagen we een lichtpuntje in de verte, onbewust versnelden we onze pas. Uiteindelijk duurde het niet lang om bij het lichtpuntje te komen, het bleek een raampje in een grote houten deur te zijn.

Ik hoorde Yasmin even aan het slot morrelen en toen ging piepend de deur open. Voor ons lag een grote kamer, verlicht door gigantische lampen aan het plafond.

Er stonden stoelen, een bureau, een bank en een tafel. Er hingen kaarten aan het prikbord achter het bureau en het bureau zelf lag ook vol met kaarten en andere papieren.

Maar verder geen deuren…

Yasmin wou weer omdraaien en teruglopen maar ik gebaarde naar de bank: "Mijn armen…"

Ze knikte begrijpend en liet me erlangs, ik legde Chris op de bank neer en begon mijn armen te bewegen om er weer bloed doorheen te laten stromen. Terwijl ik dat deed keek ik om me heen in wat voor kamer we beland waren, het leek Voldemort's kamer.

Ik zag dat Yasmin met een open mond bij het bureau stond en liep naar haar toe. Ik keek over haar schouder mee naar alle plattegronden en blauwdrukken die door elkaar op het bureau verspreid lagen.

Yasmin hapte naar adem en pakte een van de kaarten op: "Zweinstein…" Ze pakte nog een andere: "De wegisweg… Londen… Het ministerie… Goudgrijp?"

Ik keek naar de kaart die ze als laatst had gepakt en knikte bevestigend: "Goudgrijp."

Toen richtte ze haar blik op het prikbord, daar hingen nog meer kaarten. Dezelfden: Wegisweg, ministerie en Zweinstein, maar ook anderen die ik zo op het eerste gezicht niet herkende. Op deze kaarten waren rode speldjes gezet, ik liep naar het prikbord en ging voor de kaart van Zweinstein staan.

Hier stonden er rode speldjes op bijvoorbeeld de Griffoendor leerlingenkamer, de beukwilg en een stuk muur op de vijfde verdieping (waarvan ik wist dat daar de kamer van hoge nood zat) en nog een paar andere ruimtes.

De enige connectie die ik nu kon vinden was Harry Potter, maar hoe kon het ook anders…

Plotseling klonk er een sissend geluid, instinctief rende ik naar de Christina die nog steeds bewusteloos en weerloos op de bank lag, Yasmin deed hetzelfde en ging voor ons staan.

Ik keek om me heen om de herkomst van het geluid te vinden en terwijl ik keek verscheen er een spleet in een van de lege muren, deze ging van de vloer omhoog, toen naar rechts en daarna weer naar beneden. Langzaam veranderde de stenen rechthoek in hout en verscheen er een deur in de net nog zo massieve muur.

Chris koos dit moment om wakker te worden, ze kreunde en schoot omhoog. Ik legde kalmerend een hand op haar schouder, maar haalde mijn ogen niet van de deur af. Ik voelde me nogal weerloos, zo zonder toverstok. Maargoed, ik had hem liever in de handen van Yasmin. Want in vertrouwde mijn eigen stem op dit moment niet.

Yasmin en ik zetten ons schrap terwijl de deur zich langzaam opende.

En ja hoor, een woedende Voldemort kwam door de deur stampen. Bellatrix liep zelfverzekerd achter hem aan met een grijns van oor tot oor en haar handen op haar heupen.

Voldemort zag er woest uit, wat raar voor hem was want hij was meer een persoon voor subtiele beledigingen in plaats van pure woedde. Hij liep recht op ons af en met een klein zwiepje van zijn stok blies hij Yasmin aan de kant.

Toen stond hij stil en wees met zijn toverstok op mijn hart: "H-hoe durf je?!" Schreeuwde hij in mijn gezicht.

Ik had hem nog nooit zo onbeheerst gezien, zelfs niet nadat Potter aan hem was ontsnapt na zijn herrijzenis.

Ik was nogal ongewapend en dus weerloos, Yasmin was ko en Chris leek te erg in shock om me te helpen dus moest ik maar vertrouwen op mijn onderhandelingskwaliteiten… Ik was dood vlees.

Bellatrix leunde tegen de muur en draaide ongeïnteresseerd haar toverstok tussen haar vingers: "Heer, als ik u was zou ik maar voorzichtig zijn. Straks vermoord u hem nog."

Dit leek hem iets te kalmeren en hij kreeg zijn gewone sarcastische grijns terug: "En dat zouden we niet willen… Nog niet tenminste."

Vanuit mijn ooghoeken zag ik Christina een geschrokken blik naar Bellatrix werpen die ongeïnteresseerd terug keek: "Wat?!" Vroeg ze geïrriteerd "Heb ik wat van je aan? Ik mag toch hopen van niet." En toen lachte ze hysterisch.

Voldemort bond me met een zwiepje van zijn staf vast aan de muur: "Wacht jij maar even, verrader. Eerst je vuile 'uitverkoren' vriendinnetje."

Toen draaide hij zich tot Chris die, tot mijn grote verbazing, op haar knieën voor hem neerviel: "Heer, heer alstublieft: Ik ben het, uw trouwste volgeling."

Hij keek spottend op haar neer: "Tuurlijk, en wie zou je dan moeten zijn? Zo veel mensen noemen zich mijn trouwste volgeling vandaag de dag, ik verlies nog al eens het zicht op de zaak."

Chris kroop naar hem toe en pakte de zoom van zijn gewaad: "Ik ben het heer, Bellatrix."

Hij lachte spottend: "Ja hoor, en wie is die vrouw achter me dan? De paashaas in vermomming?"

"Nee, nee, heer u moet me geloven. Ik ben het… ik…" haar woorden veranderden in gesnik.

Voldemort schopte haar weg en ze krulde op met haar handen voor haar gezicht (waar hij haar getrapt had).

Bellatrix duwde zich op haar gemak van de muur: "Weetje, eigenlijk heeft mijn lieve nichtje hier… voor één keer in haar leven… gelijk, Marty."

Voldemort verstarde, het was doodstil in de ruimte.

En toen lachte Bellatrix zachtjes: "Dacht je nou echt dat mijn schat van een nicht: Bella echt geschrokken zou zijn als jou gezicht millimeters boven het hare had gehangen? Ze had je waarschijnlijk vol op de bek gepakt."

Ze zuchtte: "Marty, Marty, Marty toch, hoe wil je ooit de toverwereld regeren als je niet eens je hulpjes van je vijanden kunt onderscheiden?"

Voldemort draaide zich snel om en schreeuwde een spreuk. Maar voor hij ook maar halverwege de woorden was had Bella hem al versteend en viel hij, gezicht naar voren, op de grond.

Chris kroop snel naar hem toe: "Meester, meester…"

"HEB HET LEF EENS." Bulderde Bella en wees haar toverstok op Chris: "Jij mag je Marty helpen zodra je me weer veranderd in mezelf."

Chris zag eruit alsof ze nog liever met een levende trol wou worstelen maar na een paar seconden drukkende stilte en een woedende blik van Chris gaf ze toch toe.

Bella liep naar me toe en drukte haar staf in mijn hand, ze keek me dreigend aan en siste: "Heb het lef eens me nog eens tegen de muur te gooien en ik vertel de hele school over je schattige superman pyjama."

Dit is denk ik het moment waarop ik volledig besefte dat Bella Chris was en Chris Bella, ik kon mezelf wel voor de kop slaan, maar hield de staf op Chris (die dus blijkbaar Bella was) gericht.

Bella en Chris pakten elkaars rechter hand beet en Chris mompelde een spreuk.

Ze lichtten allebei rood op en vielen exact op hetzelfde moment flauw.

Even bleven ze allebei doodstil liggen, toen stond Chris op. Liep naar me toe en sloeg me met de vlakke hand in mijn gezicht: "Dat is voor dat je het lef had me tegen de muur te gooien."

Ik opende mijn mond om iets te zeggen maar ze siste: "En dat is nog niet alles, maar nu is niet het moment." Ze griste de toverstok uit mijn hand en met een zwiepje bond ze Bella aan de muur.

Toen liep ze naar Voldemort, griste de toverstaf uit zijn bevroren hand en haalde uit zijn zak nog twee toverstokken.

Hierna liep ze naar Yasmin toe en schudde haar zachtjes wakker: "Yas, kom op…"

"Hmmm… nog 5 minuutjes."

Chris zuchtte, ging op haar knieën naast haar vriendin op de grond zitten en schudde nogmaals, niets harder nu: "Word wakker, Yas. Dit is niet het moment om te slapen."

Yasmin kreunde zachtjes en draaide zich om.

Chris sloeg haar handen voor haar gezicht en mompelde: "Ik had gehoopt dat dit niet hoefde…"

Ze stond op en deed een paar stappen achteruit, toen haalde ze diep adem en riep: "YASMIN, KIJK! JOHNNY DEPP IN ZIJN ONDERGOED!!!"

Yasmin schoot overeind en keek wild in het rond: "WAAR?! WAAR?!"

Bellatrix lachte schamper: "Domme trien."

Beledigt keek Yasmin haar aan: "Wat lul je nou? Depp is lekker!"

Met een gemene grijns antwoordde Bellatrix: "Echt niet Orlando Bloom is veel leuker… Op het feit na dat hij een stomme halfbloed is dan."

Yasmin's mond viel open: "Orly is een tovenaar?"

"Natuurlijk, hoe kan hij er anders zo lekker uitzien." Snoof Bellatrix.

Christina kreunde en liet haar gezicht in haar handen vallen: "Als jullie nu het onderwerp Orlando Bloom laten vallen kunnen we weer back to the point."

De andere twee dames trokken een pruillipje en Chris zuchtte: "Men-sen we zijn aartsvijanden… min of meer. Is het nou echt de bedoeling dat we gaan kibbelen over Orly?"

In het moment stilte dan volgde kreunde Voldemort, blijkbaar vocht hij tegen de spreuk. Door dit geluid realiseerde iedereen zich weer waar ze mee bezig waren.

Iedereen begon elkaar weer aan te vallen. De spreuk over Voldemort raakten langzaam uitgewerkt. Chris richten meteen haar staf op hem. Ook al wist ze dat ze niet veel kans maakte met staf. Dus gooide ze die maar naar Yasmin.

"Kom laten we maar hier weer weg gaan. Dan kan Marty veder met zijn leger flubberwurmen." zei Chris met een brutale grijns.

Ik grijnsde bij mezelf toen ik dat zag. Chris had altijd van dat soort opmerkingen, zelfs als ze in levensgevaar verkeerde. Dat was een van de redenen dat ik van haar hield.

Voldemort werd licht roze: "Ik heb tenminste niet de hele tijd van die dreuzels en modderbloedjes om me heen hangen."

"Liever dreuzels dan die flubberwurmen van jou!" Beet Chris hem toe.

Voldemort begon donker roze te worden.

'Yeah right!' Dacht ik bij mezelf. Als Chris nog even zo door gaat hoeven we straks niet meer te vluchten want dan is hij al ontploft van woede.

Chris richten haar handen op Voldemort, haalde een bal elektriciteit uit de lucht en gooide die naar Voldemort en Bellatrix. Die hard tegen de muur werden geblazen en knock-out in een hoopje op de grond bleven liggen.

Terwijl ik nog even geschokt stijf stond van de kracht van Chris' aanval deden zij en Yasmin high-five.

"Ka-ching… Sev? Gaat het?" Chris zwaaide met haar hand voor mijn gezicht.

Ik knipperde even en focuste op Chris: "Ja hoor, het gaat wel. Ik was eventjes onder de indruk, mag dat niet?" Daagde ik haar uit.

Ze grijnsde: "Als je onder de indruk bent van mij mag het altijd."

Achter Chris' rug deed Yasmin of ze moest overgeven.

Toen Chris zich omdraaide hield ze snel op en trok een onschuldig gezicht, ik betwijfelde het of Chris niet gezien had wat ze deed. Maar ze liet het in ieder geval niet merken. Ze sloeg een arm om onze schouders en zei: "Hebben jullie enig idee hoe we hier uitkomen?"

Ik schudde mijn hoofd, net als Yasmin. Chris grijnsde alleen maar: "En wat zijn we toch blij dat ik er ben. Marty heeft me laten zien hoe het werkte. Nouja, hij dacht dat hij het Bella liet zien."

"Toverstok aub." Ze stak haar hand naar Yasmin uit en die legde haar stok erin. Toen begon ze te tellen. Ze zette haar stok tegen de zevende steen van onder, toen sprak ze duidelijk: "Ik wil een deur."

Er klonk een sissend geluid, net als toen Chris en Voldemort binnen kwamen. En langzaam verscheen er een deur in de eerst massiefstenen muur.

Op het moment dat de stalen deur compleet was opende Chris hem, gebaarde dat we moesten volgen. Ik had verwacht dat er een gang achter zat, maar we stapten een pikkedonkere, kleine ruimte binnen.

Toen we allemaal binnen waren sloot Christina met een zwiepje van haar stok de deur en voor heel even dacht ik dat ik blind geworden was, zo donker was het. Maar meteen toen ik het dacht flitsten er heldere lichten aan en werd de kleine, ijzeren lift waarin we stonden verlicht.

Yasmin wreef in haar handen: "Net de lift van Willy Wonka."

Chris grijnsde en knikte: "Yup, maar als je het lef hebt om op een knopje te drukken…"

Met een glimlach maakte Yasmin haar zin af: "Dan zorg jij ervoor dat ik dat nooit meer kan."

"Exact. Maaruh, ziet een van jullie een knopje waar onder staan main hall?"

Iedereen begon heel voorzichtig de muren die onder de knopjes zaten te onderzoeken, bang om per ongeluk op iets te drukken.

"Ik heb… nee laat maar." Yasmin zuchtte: "Er stond main room. Moeten we echt main hall hebben?"

"Uh-huh, tenzij je ergens middenin Azie uit wilt komen." Antwoordde Chris.

"Wat?!" Geschrokken draaide ik me om. "Azie?!"

Ze knikte: "Ja, ik zag een knopje met Taj-Mahal."

Ik rolde met mijn ogen, en toen zag ik hem. Boven Christina's hoofd. Voorzichtig leunde ik voorover en drukte op het knopje waar boven stond: "Zweinstein."

De lift begon te schokken en Chris keek met grote ogen naar het knopje waar ik op gedrukt had. Toen begon op volle snelheid de lift opzij te bewegen en na een minuut hortend en stotend bewogen te hebben stopte de lift plotseling. Heel langzaam ging hij omhoog en met een 'ping' stonden we stil.

Langzaam draaide Chris zich naar de deur en deed hem op een kiertje open, ze keek door de spleet, trok wit weg, sloeg de deur weer dicht en piepte: "Sev, wat heb je gedaan?"

Ik grijnsde: "We zijn op Zweinstein."

Als in slowmotion schudde ze haar hoofd, toen wees ze naar het knopje waar ik op gedrukt had: "Lees nog eens, waar gaat dit heen?"

Ik wees haar op de tekst boven het knopje: "Zweinstein."

Chris kreunde: "Nee Sev, nee. Je moet lezen wat er ONDER staat, niet wat er BOVEN staat."

Uh-oh… langzaam liet ik mijn ogen zakken om te lezen wat er stond. Na het drie keer gelezen te hebben zakte ik neer op de grond. Ik had op een knopje gedrukt dat zei: Niagara falls.

Chris gebaarde naar de deur die ik voorzichtig open deed om hem meteen weer dicht te slaan, we stonden op een rots, op het randje van de Niagara watervallen.

Yasmin had over mijn schouder mee gekeken en begon te hyperventileren, ze had erge last van hoogtevrees: "We gaan dood, we gaan dood, oh god, ik ga dood… in een lift… met hun twee!"

"Hey!" zeiden Chris en ik tegelijk.

Ze keek ons verontschuldigend aan: "Sorry, maar ik kan hier echt niet tegen… 't is de hoogte."

Chris knikte en legde een arm over haar schouder: "Ik weet het, maar je gaat hier niet dood, in een lift… met ons." Dat laatste zei ze lichtelijk beledigd en Yasmin lachte: "Als jij het zegt."

"Zo is het maar net." Nadat ze dit zei kreeg ze een grijns van oor tot oor op haar gezicht: "Gevonden!"

En ze drukte op een knopje achter Yasmin waar ONDER stond: "Main hall."

Weer begon de lift te schudden en deze keer zakte hij naar beneden voordat hij opzij ging. En hortend en stotend gingen we weer op weg naar 'main hall' wat dat dan ook mocht zijn…

Na weer ongeveer een minuut stond de lift plotseling stil, al gingen we deze keer niet omhoog, maar een klein stukje opzij in een andere richting. En toen met nog een 'ping' stonden we helemaal stil.

Voorzichtig opende Chris de deur en een golf van stof, lichtflitsen maar vooral geluid kwam de lift binnen. Het was erg duidelijk dat er voor ons een gevecht bezig was.

Ik wou Chris net vragen of het niet slimmer was meteen naar Zweinstein te gaan maar ik zag dat ze haar toverstok stevig vast hield en Yasmin, die hetzelfde deed, een grijns toewierp. Zachtjes begon ze af te tellen: "Drie… twee… een…"

En toen stormden ze de lift uit, zich in het gevecht mengend en mij geschrokken achterlatend.

Yasmin schakelde een dooddoener uit die Minerva Anderling aanviel en Chris schakelde twee dooddoeners uit die Arthur Wemel aanvielen door ze met hun hoofden tegen elkaar aan te laten vliegen. Ze draaide om haar as om een spreuk te ontwijken en elleboogde in het proces een dooddoener die in de weg stond midden in zijn gezicht.

Als twee getrainde schouwers bewogen Christina en Yasmin zich door de groep dooddoeners, ze bewaakten elkaars rug en waren totaal op elkaar ingespeeld. Je kon duidelijk zien dat ze elkaar al jaren kenden, en ondanks het feit dat ze elkaar de laatste jaren amper hadden gesproken konden ze elkaars bewegingen voorspellen.

Met een trotste glimlach keek ik toe hoe Chris alle spreuken die naar haar toegeworpen werden blokkeerde of ontweek. Een warm gevoel vervulde me van binnen toen ik besefte dat ze van mij was en van me hield… En ik van haar, zo veel.

Ik werd ruw uit mijn gedachten gehaald door een spreuk die rakelings langs me heen ging en een krater in de beknopte muur van de lift achter me maakte.

Me realiserend dat ik midden in een gevecht zat verstevigde ik mijn grip op de toverstok in mijn hand en stapte ik naar voren. Ik ontweek een paar stralen en verlamde een dooddoener die het op Vector voorzien had.

Een fractie van een seconde later vloog er iemand op schouderhoogte langs me heen, ik had geen idee of het een dooddoener was of een van ons. Het was een grote waas van licht, lichamen en bloed.

Ik strooide lukraak spreuken naar mensen in een zwarte cape, en kreeg enkele 'avada kedavra's' naar mijn hoofd geslingerd door Lucius Malfidus die een kontje kreeg van Chris en zo midden in de borst werd geraakt door een 'stupify' die eigenlijk voor haar bedoeld was.

Ze knipoogde naar me en ging daarna verder met vechten. Ik zag hoe ze Perkamentus tegenkwam die naar haar knikte. Ze knikte terug en bukte net op tijd om een 'avada kedavra' te ontwijken.

Met de rug naar elkaar toe draaiden ze rondjes en wisten de dooddoeners terug te dringen tot uiteindelijk alleen Rodolphus en Rabastan van Detta nog aan het vechten waren. Een tegen een, Chris en Rodolphus en Perkamentus en Rabastan.

Op dit moment was de overeenkomst grootvader-kleindochter erg goed te zien, ze bewogen allebei op dezelfde soepele manier om de spreuken te ontwijken en gebruikten dezelfde handbewegingen om de broertjes terug te dringen.

"Geef het op popje, je gaan nooit van me winnen." Een groene lichtflits miste Chris op een centimeter.

"Ach lieverd, als ik je vrouw kan verslaan moet jij toch geen probleem zijn." Rodolphus bleef geschokt stilstaan waardoor Christina's rode lichtflits hem bijna raakte, jammer genoeg sprong hij nog net op tijd opzij.

"Wat heb jij met Bella gedaan?" Siste Rodolphus terwijl hij een paarse lichtflits naar Chris wierp die een zilveren krachtveld uit het niets opriep om haar te beschermen en lachte: "Wat heb ik gedaan? Ik? Mijn lieve nicht heeft ons omgewisseld, en ik heb mijn wraak gehad." En ze gooide een rood gloeiende bal licht naar hem.

Dit leidde hem erg genoeg af dat hij stil bleef staan zodat de bal hem raakte, van zijn voeten afgooide en in de muur achter hem blies waar hij een Rodolphus gevormde krater achterliet toen hij op de grond zakte.

Perkamentus was nog aan het vechten en ontweek een groene lichtflits die minstens tien centimeter van het onderste gedeelte van zijn baard afschroeide.

Chris die dit gezien had keek geschokt en sloeg haar handen voor haar ogen. Terwijl ze mompelde: "Oh god, niet de baard… Nu zullen we het hebben."

Ik snapte niet waar ze het over had tot ik weer terug keek naar Perkamentus wiens gezicht rood was aangelopen en op onweer stond, ik had hem nog nooit zo boos gezien. Rabastan die zijn fout blijkbaar ook in had gezien probeerde hem nog snel te vervloeken voor de bui losbarstte maar hij was al te laat.

Perkamentus richtte zijn toverstok op hem en begon te vuren: "Weet. Je. Hoe. Lang. Het. Duurde. Om. Hem. Zo. Lang. Te. Krijgen." Na elk woord kreeg Rabastan een spreuk naar zijn hoofd. Even keek ik naar Christina, die beet op haar knokkels, duidelijk twijfelend of ze de dooddoener moest helpen of haar grootvader maar moest laten doorrazen.

Weer keek ik terug naar Perkamentus, hij zwaaide als een zwaard met zijn toverstok en Rabastan kon de eerste spreuken nog wel ontwijken of afkaatsen maar naarmate het langer duurde werd Perkamentus steeds bozer en de spreuken steeds krachtiger.

Op een gegeven moment wilde Rabastan een 'stupify' tegenhouden met een protego-spreuk maar omdat Perkamentus er zoveel kracht achter zette sneed de spreuk het schild aan stukken en blies Rabastan tegen de muur waar hij een krater achter liet, vlak naast die van zijn broer.

En viel levenloos op de grond, maar Perkamentus hield niet op. Hij bleef maar spreuken afvuren op slappe lichaam van Rabastan van Detta. Ik begon nu toch wel een beetje medelijden te krijgen terwijl er builen en blauwe plekken overal over het lichaam van de dooddoener verschenen.

Chris blijkbaar ook want ze rende naar haar grootvader toe en klemde haar armen om zijn rechter arm zodat hij zijn toverstok niet meer kon optillen en probeerde hem met woorden te kalmeren: "Rustig maar grootvader, hij is knock-out. Hij kan niets meer doen, u bent klaar. We kunnen uw baard wel weer laten aangroeien met een toverdrankje. Kalmeer een beetje, alstublieft." Ze klonk nogal wanhopig toen bleek dat niets hielp. Dus pakte ze met veel moeite de toverstok uit zijn hand en ging tussen hem en Rabastan staan, armen over elkaar: "Albus Parcival Wolfram Bertus Perkamentus, wat zou grootmoeder zeggen als ze je zo zou zien?! Je gedraagt je als een kleuter en om wat? Tien centimeter baard? Dat groeit wel weer aan, als je deze man vermoord blijft dat je leven lang bij je!"

Dit leek Perkamentus te kalmeren en hij liep naar Chris toe en omhelsde haar. Toen ze elkaar loslieten gaf Chris hem zijn stok terug. Perkamentus keek beteuterd naar de grond tussen hun in waar tien centimeters witgrijs haar lagen die nog geen vijf minuten geleden aan zijn baard hadden gezeten.

"Moet ik het meenemen? Misschien kunnen we het nog lijmen." Grijnsde Chris en Perkamentus lachte ook.

Maar toen iedereen zichzelf de lift in propte en Chris, Perkamentus en ik wachtten op de volgende fluisterde hij tegen haar: "Misschien moet ik het toch maar meenemen… Sentimentele waarde." En hij liep terug.

Chris grijnsde naar me: "Het is absoluut waar wat ze zeggen, hij is briljant… Maar helemaal gek." En we lachten terwijl de eerste lift naar Zweinstein vertrok en we samen wachtten op de volgende.

Net toen ik dacht dat alles over was drong er een ijzige kou mijn bewustzijn binnen, het leek of mijn ingewanden bevroren. Ik zag hoe Chris die nog zwak was van haar dagen hier wankelde op haar benen. Tegelijk keken we naar de deur en zagen hoe twee zwarte rochelende wezens langzaam onze kant op kwamen, het geluk uit hun omgeving wegzuigend bij elke adem. Ik hoorde hoe Chris, duidelijk geschrokken, fluisterde: "Dementors."

Ze trok haar toverstok en ik zag dat haar hand trilde: "Expecto Patronum!" Even kwam er een gestalte van een dier uit haar stok, ik kon niet onderscheidden wat het was want voordat ik het kon bekijken was het weg en hoorde ik hoe Chris in elkaar zakte. Ze had haar laatste beetje energie opgebruikt en was flauwgevallen.

Ik knielde naast haar en zag dat ze oké was. Maar een ijskoude hand sloot zich om mijn hart, snel schoot mijn hoofd omhoog en ik zag dat de dementors nog maar vier meter van ons verwijderd waren, ik richtte mijn toverstok op ze: "Expecto Patronum!

Maar er kwam alleen een iel rookwolkje uit mijn toverstok, en een dikke mist verspreidde zich in mijn hoofd: "Expi- Expa- Ex-- Ex----"

Ik was nooit goed in deze spreuk geweest en had maar een paar keer een volle patronus geproduceerd, het was een mus, altijd een mus. Vanwege mijn moeder. Van binnen glimlachte ik toen ik dacht aan al die maanden dat Christina me geholpen had om die spreuk onder de knie te krijgen… Christina!

Ineens verdween mist uit mijn hoofd en zag ik haar duidelijk in mijn hoofd, hoe ze naar me had gelachen. Voor de dementors kwamen.

"Expecto Patronum!"

Een groot viervoetig dier kwam uit mijn toverstok, duidelijk geen mus, en het ging achter de dementors aan die er haastig voor vluchtten. Toen de dementors weg waren draaide het zich nog even naar me om en kon ik zien wat het was. Ik stond oog in oog met een volwassen zwarte panter. En het was weg, de panter was uit elkaar gevallen.

"Interresant."

Ik schrok en keek naar de hoek van de kamer en zag Perkamentus in de deuropening staan, een bosje haar in zijn hand dat met een elastiekje was samengebonden: "Hoogst interresant. Ik zie dat je patronus is verranderd."

Blozend knikte ik.

Perkamentus ging verder: "Ik neem aan dat je weet op wie de panter slaat?"

Weer knikte ik en sloeg mijn ogen neer terwijl ik mompelde: "Christina."

Ik hoorde hoe hij in mijn richting liep en toen ik opkeek hurkte hij bij Christina neer: "Je houd veel van haar nietwaar?" Zonder op antwoord te wachten ging hij verder: "Ze lijkt sprekend op haar moeder, weet je. Zelfde uiterlijk, zelfde persoonlijkheid." Hij streek zachtjes over haar haar en vervolgde: "En alleen stil als ze slapen."

'Ping!'

We werden beiden opgeschrikt door het blije geluidje van de lift die weer terug was.

Ik manoeuvreerde mijn armen onder Chris, een onder haar schouder, de ander onder haar knieholte en tilde haar op. Perkamentus stond ook op en klopte zich af. Terwijl hij voor me uitliep naar de lift realiseerde ik me hoeveel respect ik voor hem had. Maar hij liet me niet lang respect voor hem hebben want toen we de lift binnenstapten en de deuren sloten keek hij enthousiast rond en mompelde: "Zo veel knopjes…" En zijn hand cirkelde boven een paar knopjes op ooghoogte.

Voor we ergens in Timboektoe zouden eindigen gebaarde ik naar het knopje waar Zweinstein ONDER stond: "Dat is de goede."

Met nog steeds een groot enthousiasme drukte hij het knopje in en de lift begon te bewegen. Naar beneden, links, rechts, vooruit en omhoog. Met nog een 'ping' bleven we stil staan en ging de deur open.

Voor ik iets zag hoorde ik dat we goed waren, op het moment dat de deur openging overviel een daverend applaus ons. Iedereen die met ons gevochten had stond voor de lift. En klapte voor ons.

Toen we uit de lift stapten op het terrein net voor de poort verstomde het applaus en iedereen keek met grote ogen naar Chris. Ze lag in mijn armen, hoofd achterover met haar mond wijd open.

Ik grijnsde: "Ze is alleen knock-out. We hadden een klein probleempje met dementors." Net toen ik dat gezegd had maakte Chris een geluid dat ergens tussen en snurk en een nies in zat, wat voor veel gelach en gegiechel zorgde.

En samen marcheerden we weer terug naar het kasteel, ik met een warm gevoel in mijn hart en voor het eerst in jaren het gevoel dat ik iets goeds had gedaan… en dit alles dankzij Chris, mijn heldin.

Severus Sneep

Owkey…. Iets kleffer dan ik wou dat hij afliep maarja, t is allemaal Sev's schuld. Vertel aub wat jullie vinden, en of ik vaker Sev's (of iemand anders) dagboek moet doen in plaats van die van Chris.
Oh, en voor de mensen die boek 7 hebben gelezen (GEEN SPOILER BTW) Ik weet dat Sneep's patronus niet klopt maar… #zucht# DIT IS MIJN PLOT EN IK DOE ER MEE WAT IK WIL… (6) GHEHEHEHE :P