Heyah
mensen!!! Eeen nieuw hst. Van VH!!! Na 3hst. Eindelijk weer een
Harry-hst. Al moet ik jullie wel waarschuwen, dit is een heftig hst
en dan bedoel ik niet alleen het groffe taalgbruik van Ron en
Hermelien… Ney ff serieus dit is een beetje een drama hst al zit
natuurlijk wel mijn gebruikelijke humor erin ;)
CeliaLauna:
Ach ja, laten we maar zeggen dat k een ietiepietsie(gigantische) Depp
fan ben… (Ik heb zelfs corpse bride en daar spreekt hij alleen maar
een stem in) En je bent vergeven hoor! Ik vind het echt fantastisch
om naar het gebazel van andere mensen te luisteren(of te lezen in dit
geval)als ik eigenlijk nuttige dingen zou moeten doen.
Myrthe:
Dat vind ik nou ook.. Whoeps #ontwijkt een toverspreuk die een
woeddende Severus Sneep naar haar hoofd slingert# "HET IS EEN
JOURNAAL!!! EEN JOURNAAL# Sneep schud nog n keer woedend met zijn
vuist en loopt dan naar binnen# hum hum nou je hoort het, het is een
journaal… maar wij weten wel beter of niet ;)
Love
Fantasy: Zou best de zevende verdieping kunnen zijn (zie
mijn luiheid :P) En het maakt niet uit dat je ze ffkes hebt
neergezet, ik heb er zelf ook nog ff om gegiecheld.
Do:
Ben je helemaal stapelkrankjorum?!?! Perks? Ik(een 16jarig meisje)
moet een dagboek gaan schrijven van een (Ongeveer 150jarige homo
seksuele) man?! Al heeft hij wel humor en stijl… Ik kan
kijken.
Veel suc6 met dit hst. En ik meende echt wat ik zei, dit
is een ontzettend zwaar hst.
x Anne
De droomredding
Het wachten leek eindeloos, iedereen liep onrustig rondjes, tikte met zijn nagels tegen vensterbanken en zuchtte om de vijf minuten en Zwamdrift legde haar kaarten opnieuw en opnieuw.
Iedereen was nerveus, de overgebleven ordeleden en leraren maar ook de leden van de SVP die Harry bij elkaar had geroepen. Elk paar ogen was op hetzelfde punt in de verte gericht, wachtend wie er zou verschijnen. De enige reden dat mensen hun ogen van het punt waarop iedereen was verschijnseld haalden was om op de klok te kijken als iemand voor de 100.000.000 keer vroeg hoe laat het was.
Loena zat met haar benen opgetrokken in de vensterbank en fluisterde zachtjes tegen zichzelf: "Het komt wel goed, ze gaat het redden. Het komt wel goed. Het komt wel goed." Ginny liep naar haar toe en sloeg een arm om haar heen. Harry wierp nog een snelle blik op de klok en drukte zijn voorhoofd weer tegen het raam, rusteloos.
"Ontbijt." Iedereen schrok op toen madame Pleister naar de groep toeliep. Ze glimlachte en ging met de schaal langs iedereen. Ervoor zorgend dat iedereen iets nam. Harry zag Ron woedend naar zijn bagel kijken alsof die hem net beledigt had ofzo, maar nam toen toch een hap en slikte die met veel moeite door.
Harry nam net een hap van zijn toast toen er plots een hoop plopjes klonken, iedereen verdrong zich voor het raam. Hopend een glimp op te vangen van de personen die er verschenen waren. Er ging een zachte fluistering door de groep: "Ze zijn terug." Langzaam werd de fluistering een uitroep en binnen de kortste keren was iedereen aan het juichen.
Totdat Loena haar gezicht tegen het raam aandrukte en schreeuwde: "ER IS IETS MIS MET PROFESSOR ZWARTS!!!"
Weer verdrong iedereen zich voor de ruiten en Harry werd per ongeluk door iemand met zijn gezicht tegen de ruit gedrukt, wat hij op dit moment helemaal niet erg vond, en zag dat ze slap in de armen van een glimlachende Sneep lag.
Opeens voelde hij niemand meer tegen zich aandrukken en hoorde hij een hoop gestommel, iedereen rende de trappen af naar buiten, hun toverstok getrokken en bang voor de uitkomst van het gevecht.
Snel zette Harry zich af van het raam en rende achter Zwamdrift, die haar vele rokken en doeken omhoog hield om er niet over te struikelen, en Marcel die duidelijk bang was voor wat er zou gaan komen.
Iedereen sprintte door de dubbele deuren het gazon op, toen plots een bekende stem klonk: "STOP!"
Harry wrong zich door de mensen heen die plots stil waren blijven staan en zag Perkamentus naast Sneep staan, hij glimlachte ook: "ALLES IS OKÉ, WE HEBBEN HET GERED. CHRIS IS ALLEEN EEN BEETJE MOE."
Iedereen begon te juichen, maar Perkamentus maande ze tot stilte: "EN NU ALLEMAAL NAAR BINNEN, DAN KUNNEN WE ALLES BESPREKEN ONDER EEN LEKKER GLAS WARME CHOCOLA, IK HEB HET ONTZETTEND KOUD EN DAARBIJ VERTRAPPELEN JULLIE MIJN PRACHTIGE GAZON!"
Lachend vertrok iedereen naar binnen, eenmaal binnen zag Harry Sneep, die nog steeds professor Zwarts vasthield, een andere kant op gaan. Hij wou hem volgen maar voelde een hand op zijn schouder: "Doe maar niet, ze hebben allebei rust nodig." Perkamentus keek met twinkelende ogen toe terwijl Sneep met Zwarts de hoek om liep.
Met zijn hand nog steeds op Harry's schouder leidde Perkamentus hem naar een speciale lerarenkamer die professor Banning met een zwiepje van zijn toverstok vergrootte zodat iedereen er in kon. Maar voor Harry ging zitten keek hij nog eens naar Perkamentus, er was iets vreemds aan hem al kon hij zijn vinger er niet op leggen. "Professor, heb u iets met uw baard gedaan?"
De mensen die mee waren geweest keken geschrokken om en Harry was bang dat hij iets verkeerds had gezegd. Maar voor hij zijn excuses kon aanbieden.
Haalde Perkamentus luid zijn neus op en zei: "Klein ongelukje, het groeit wel weer aan." Al klonk het alsof hij het had over het eind van de wereld.
Toen Perkamentus was weggelopen keek Harry vragend naar Lupos die naast hem zat maar die schudde grijzend zijn hoofd: "Je wilt het niet weten."
"Euhm… Hallo? Mag ik even ieders aandacht?" Een vrouw met zwart krullend haar en een Turks uiterlijk stond met een lichte blos op haar wangen op een tafel vooraan. Naast de tafel stonden Perkamentus en Anderling.
Iedereen werd stil en keek naar de vrouw die nog iets roder werd maar toch doorging: "Zoals jullie gemerkt hebben zijn Chris en ik weer terug, dus je kunt deze missie geslaagd noemen." Iedereen begon te juichen en Harry realiseerde zich dat dit Yasmin moest zijn.
Toen het gejuich langzaam verstomd was vroeg Yasmin de aandacht weer: "Maar… Wij zijn bang dat het nog niet voorbij is. Tijdens onze poging om uit Jeweetwel's schuilplaats te komen zijn Severus en ik op iets verontrustends gestuit: Voldemort had kaarten van bijna alle belangrijke plekken uit de toverwereld: Het ministerie, de wegisweg, goudgrijp en zelf Zweinstein."
Nadat ze dit gezegd had ontstond er een luid geroezemoes, iedereen begon door elkaar te praten.
"YASMIN!!!" "Mammie! Mammie!" Een donkere man kwam binnen met een jongetje aan zijn hand en een jonger meisje op zijn heup. Beiden staken hun handen uit naar Yasmin die op de tafel stond, maar er snel afsprong en haar kinderen en man in de armen vloog.
Nadat hij zijn vrouw omhelsd had liep de man naar Perkamentus en schudde zijn hand: "Dank u, er zijn geen woorden voor."
Maar Perkamentus wimpelde het af: "Ik was het niet, u moet Severus Sneep en Christina bedanken."
De man keek Perkamentus met grote ogen aan: "U bedoelt dat Christina weer terug is? Maar dat is fantastisch!" Het was duidelijk dat de man professor Zwarts ook mocht. "Waar is ze? Ik zou haar graag bedanken?"
"Het spijt me Adelio, ze slaapt. Ze heeft haar rust nu hard nodig." Zei Perkamentus, er zat iets van een trieste ondertoon in zijn stem.
De man, Adelio, knikte: "Dan kom ik wel een andere keer langs."
Perkamentus knikte glimlachend: "Dat zou ze vast fijn vinden."
Harry liet zijn ogen door de zaal gaan en zag Hermelien die rechts van hem zat. Alleen leek ze nergens anders aandacht voor te hebben dan iets dat links van hem gebeurde. Ze had haar armen over elkaar geslagen en keek woedend naar iets dat Harry niet kon zien omdat meneer en mevrouw Wemel elkaar omhelsden.
Toen ze wegliepen zag Harry waar ze naar keek en begreep meteen waarom Hermelien zo boos keek: Op een tafel tegen de muur zaten Ron en Hannah Abbedil… Hannah Abbedil… Hannah… H! Oh nee! Ron was op Hannah!
Snel keek hij weer naar Hermelien wiens ogen vuur leken te schieten naar het koppel. Op het moment dat Harry weer terugkeek sloeg een blozende Ron net een arm om zijn giechelende vriendin.
Plotseling klonk er een gestommel, Hermelien was opgestaan en haar stoel was omgevallen. Al kon dit haar blijkbaar niet veel schelen want ze rende de ruimte uit. Ginny, die naast Hermelien had gezeten wierp een boze blik op haar broer en ging Hermelien achterna.
Ron, die knalrood was geworden nu iedereen naar hem staarde haalde snel zijn arm weg en keek opstandig rond: "Wat?" Toen stond hij ook op en beende boos de kamer uit, Hannah op zijn hielen.
Het tolde in Harry's hoofd, hij had verwacht dat zijn vrienden elkaar eindelijk hadden gevonden en nu bleek dat de ruzie groter was dan ooit. Er was geen genie nodig om te bedenken dat deze ruzie groter zou zijn dan die om knikkebeen. En er was een stervende hypogrief en een verrader die zijn ouders had vermoord voor nodig geweest om die op te lossen… Hoe zou dit ooit goed komen?
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
"JIJ… JIJ… ONTZETTENDE EIKEL!!!"
Harry kreunde en legde zijn kussen over zijn hoofd. Maar dit hielp niets. Ron en Hermelien waren nu al ruim een uur tegen elkaar aan het schreeuwen.
Toen Harry na Perkamentus' preek de leerlingenkamer was binnengelopen was de spanning te voelen, Hermelien was aan het lezen… Tenminste, dat probeerde ze blijkbaar al leek het hem moeilijk gezien ze het boek op de kop hield en woedend naar de bladzijdes staarde.
Ron was aan de andere kant van de leerlingenkamer tovenaarsschaak aan het spelen met Simon Fillister, ook hij zag er niet al te blij uit. En het feit dat hij zwaar aan het verliezen was hielp ook niet echt, dus toen ze allebei naar bed wilden gaan en tegen elkaar opbosten barstte het onweer los.
In het begin had hij ze proberen te sussen, maar niets leek te helpen dus had hij het opgegeven en was maar naar bed gegaan. Hij was doodop omdat hij vannacht niet geslapen had vanwege al het gedoe met professor Zwarts. Maar eenmaal boven aangekomen had hij gemerkt dat het geen verschil maakte, hij kon ze evengoed horen en dus ook niet slapen.
"OH! KIJK WIE HET ZEGT MEVROUWTJE IK-WEET-ALLES!" Kwam Ron's boze stem boven zijn eigen gedachten uit. Stilletjes hoopte hij dat een leraar het zou horen, zodat hij kon slapen. Wonder boven wonder had hij nog geen leraar gehoord, hij geloofde zelfs dat ze op afstand bleven omdat ze bang voor het stel waren, wat te begrijpen viel.
"RONALD WEMEL!!! NEE! HERMELIEN NEGEER HE-"
Maar Ginny's poging om ze te kalmeren werd overstemd door Hermelien schrille stem die boos riep: "DAT KOMEND VAN EEN GEVOELLOZE EZEL!"
"ACHTEREIND VAN EEN HIPPOGRIEF"
"KLOOTZAK"
"HOOP DRAKENSTRONT"
Harry begon zich nu echt te irriteren aan zijn vrienden en overwoog om naar beneden te gaan en ze beiden een grote portie 'petrificus totalus' te geven. Al moest hij toegeven dat het leuk was om te horen hoe Hermelien, die dreuzelscheldwoorden gebruikte, het opnam tegen Ron's tovenaarsscheldwoorden.
"LUL!" Gilde Hermelien.
"MODDERBLOEDJE!!"
En plotseling was het doodstil. Harry schrok… hij kon niet geloven wat Ron net had gezegd en smeekte tegen alles wat heilig was dat hij het verkeerd had verstaan. Maar in de doodse stilte hoorde Harry iemand de trap op rennen en een deur dichtslaan. Toen barstte er een orkaan van geluid los beneden.
Harry hoopte dat Ron naar boven zou komen, maar er kwam niemand. Toen eindelijk de deur openging schoot Harry overeind, maar het waren Simon en Daan maar.
"Wat is er gebeurt?"
Simon keek Harry met grote ogen aan: "Heb je dat niet gehoord? Ik had gedacht dat het aan de andere kant van het kasteel nog wel hadden gehoord."
Harry knikte: "Ik heb het gehoord, maar wat gebeurde daarna?"
Daan haalde zijn schouders op: "Even bleven ze staan, het leek of Ron zijn excuses wou gaan aanbieden. Maar Hermelien rende naar boven en Ron liep het portretgat uit."
"Oké." Harry stond op en wou zich weer aankleden, hij moest achter Ron aan. Maar Daan zei: "Gast wat doe je?"
"Ik moet naar Ron."
Maar Simon, die zijn stropdas losmaakte schudde zijn hoofd: "Geen goed idee, ik zou hem even met rust laten."
Harry zuchtte, misschien had Simon gelijk. Hij zou het er morgen wel met Ron over hebben.
Uitgeput plofte hij weer achterover op zijn bed neer, niet wetend wat hem te wachten stond.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
"Harry!" Harry schoot overeind.
Hermelien stond voor hem, haar ogen groot, rode wangen en ze klonk buiten adem: "Harry, kom snel mee!"
Hij sprong uit bed en volgde haar: "Hermelien, wat is er aan de hand?" Maar ze schudde haar hoofd en gebaarde hem haar zachtjes te volgen. De manier waarop ze zich gedroeg zorgde ervoor dat Harry zich erg rusteloos voelde, alsof er iets mis was.
Toen ze door het portret van de dikke dame waren pakte Hermelien Harry's hand en begon te rennen. Harry, die steeds ongeruster werd door het rare gedrag van zijn vriendin, rende maar mee.
Hij merkte dat ze omhoog liepen, naar de astronomie toren. Toen stond Hermelien plots stil en siste: "Vilder…" Ze ging op een kastje staan en trok Harry, die zich achter een wandtapijt had willen verstoppen, met haar mee. Harry vond dit vreemd gedrag tot hij mevrouw Norks langs zag lopen met een rat op haar rug, en toen de rat ook nog begon te spreken vergat Harry helemaal dat hij en Hermelien boven op een kastje stonden.
"Ik dacht toch echt dat ik iets hoorde liefje." Sprak de rat met Vilders stem. "Nouja, ik zal het wel verkeerd gehoord hebben. Hortsik! Terug naar die prullenbak, ik dacht dat ik nog een half smekkie zag ergens op de bodem." En toen liep mevrouw Norks weer terug naar waar ze vandaan was gekomen.
Hermelien sprong van het kastje af en trok Harry met zich mee zodat hij een beetje onhandig terecht kwam en… Door de grond heen zakte, dit werd echt te gek.
Maar gelukkig trok Hermelien hem er met veel moeite uit. Jammer genoeg begon ze weer te rennen voor hij haar kon vragen wat er aan de hand was. En omdat ze zijn hand nog steeds vast had werd Harry dus gedwongen haar te volgen.
Voor de deur die naar het dak van de astronomietoren leidde stonden ze stil. Harry wou net voor de zoveelste keer proberen Hermelien te vragen waarom ze daar waren toen ze plots in rook opging. Harry zuchtte en overwoog om weer terug te kruipen in zijn bed, maar zijn nieuwsgierigheid overwon dus opende hij de deur en stapte de buitenlucht in.
Toen hij het schouwspel zag wat er zich voor zijn ogen afspeelde werd alle lucht uit zijn longen geperst. Daar stond Ron, de beste vriend die hij ooit had gehad, op het randje van de astronomietoren klaar om naar beneden te springen.
"Ron!"
De roodharige jongen draaide zich verschrikt om en keek Harry met grote ogen aan, Harry kon de traansporen op zijn wangen zien: "Harry! Wat doe jij hier?"
"Ik heb een betere vraag voor je." Kaatste Harry terug: "Wat doe jij daar." En hij gebaarde naar de reling waar Ron op stond.
Ron zuchtte: "Ik ga springen, en probeer me niet tegen te houden. Zodra de zon over die berg komt spring ik. Dan vlieg ik de zonsopkomst tegemoet."
"Waarom?" Harry voelde zich wanhopig, wat moest hij in godsnaam doen zonder zijn beste vriend?
"Waarom?" Ron lachte, "Omdat mijn leven niets meer waard is."
"Dat is niet waar."
Ron knikte: "Jawel, het enige wat ik nog had waren mijn vrienden. Maar die ben ik na vanavond ook wel kwijt."
"Ik dan?" Harry zakte van wanhoop in pure hysterie, het zou niet lang meer duren voor de zon op zou komen en hij MOEST Ron van die reling afhalen. "Ik ben hier toch?"
"Ja, jij bent er nog… Als enige." Ron keek afwezig naar de berg, waar net op dat moment de eerste zonnestraal overheen sijpelde.
"Dag vriend…"
Harry wist dat dit zijn laatste kans was, hij rende naar voren terwijl Ron zijn knieën boog om te springen. Hij graaide naar de achterkant van Ron's gewaad maar miste.
Ron viel naar beneden, armen gespreid haren wapperend. En voor een moment lang leek het of hij echt vloog, vredig en tevreden. Toen raakte hij met een misselijkmakend gekraak de grond. Harry's hart stond stil.
"RON!" Hij schoot omhoog in bed en besefte dat hij had gedroomd. Maar om zichzelf volledig te kalmeren besloot hij toch even bij Ron te gaan kijken. Zijn hart sloeg een slag over: RON'S BED WAS ONBESLAPEN.
Ach, waar maakte hij zich nou druk over. Het was gewoon een droom geweest, Ron was vast gewoon ergens boos gaan zitten en op die plek in slaap gevallen. Er was geen enkele kans dat hij... Jeweetwel, toch?
Harry haalde zijn schouders op, Ron zou vast niet springen. Dus kleedde hij zich aan om een beetje op zijn bezem te gaan vliegen, misschien dat hij daardoor zou kalmeren.
Even keek hij uit het raam, het zou niet lang meer duren voor de zon op kwam… Harry schudde zijn hoofd, Ron was slimmer dan dat.
Maar toen hij even later aangekleed en al langs de trap liep die naar de astronomietoren leidde besloot hij toch naar boven te gaan om 'de zonsopgang te bekijken'.
Halverwege de trap realiseerde hij zich wat hij aan het doen was en wou omdraaien om weer naar beneden te gaan, maar er was iets dat hem omhoog trok dus liep hij toch maar verder. Het kon geen kwaad om te gaan kijken.
Toen hij bovenaan de trap zachtjes de deur open deed sloeg de schrik hem om het hart toen hij daadwerkelijk zijn beste vriend op de reling zag staan, starend naar de berg in de verte. Hij besloot een andere aanpak te nemen dan de vorige keer en sloop zo zacht hij kon naar de reling.
Eenmaal bij Ron aangekomen pakte hij de achterkant van zijn gewaad en trok hem terug achter de reling. Met een gilletje viel Ron achteruit, boven op Harry die onder het gewicht van zijn vriend op de grond belandde.
Ron stond op en wou zich woedend omdraaien maar werd gedwongen met zijn rug naar Harry de blijven staan omdat die nog steeds zijn gewaad aan de achterkant vast hield, en niet van plan was los te laten tot dat ze veilig aan de onderkant van de trap stonden en de zon was opgekomen.
"Wat de f#ck ben je aan het doen?" Vroeg Ron boos, nog steeds niet wetend dat het Harry was die zijn gewaad vast had.
"IK?! Jou leven redden!" Zei Harry boos, "Wat de f#ck ben jij aan het doen?!" Ron keek geschrokken over zijn schouder en met grote ogen staarde hij naar Harry die nog steeds op de grond lag en boos omhoog keek.
Even keken ze elkaar zo aan, toen zakte Ron op de grond: "Ik-ik weet het niet…"
Harry liet Ron's gewaad door zijn vingers glijden en Ron ging met zijn rug tegen de reling zitten, benen opgetrokken, zijn armen om zijn knieën en hoofd gebogen. Harry kroop een stukje over de grond en ging naast Ron zitten, zijn rug ook tegen de stenen reling van de astronomie toren.
Een tijdje bleef het stil, toen zuchtten ze allebei op hetzelfde moment. Even keken ze elkaar aan en glimlachten, toen keerde Ron zijn blik af en staarde somber in de verte: "Dankje." Mompelde hij. "Ik was bijna gespongen. Het enige waarop ik wachtte was zo-"
"Zonsopkomst." Mompelde Harry.
Ron keek hem verbaas aan: "Ja, hoe wist je dat?"
Harry glimlachte: "Hermelien heeft het me verteld… in een manier."
Ron's verbaasde blik verranderde in een fronsende glimlach: "In een manier?"
"Ach, ik droomde… moet ik het helemaal uitleggen?" Harry keek Ron smekend aan maar die knikte grijnzend.
Met een zucht begon hij te vertellen: "Nou ja, ik droomde dus dat Hermelien mij wakker maakte en zonder me te vertellen wat er aan de hand was meesleepte naar de astronomietoren. Maar toen we halverwege waren kwam Vilder langs op de rug van mevrouw Norks."
"Wat?! Arme mevrouw Norks. Zo'n kleine poes met een volwassen man op haar rug… nu ik erover nadenk: haar verdiende loon!" Zei Ron grinnikend.
"Ja…" zei Harry afwezig, toen schudde hij zijn hoofd: "Nee, Vilder was een rat… en hij zei iets over een prullebak waar nog een half smekkie in zat en… Laat maar." Zei hij fronsend terwijl Ron dubbel lag.
Toen Ron weer een beetje gekalmeerd was ging Harry verder: "In ieder geval nadat Vilder en Norks wegwaren leed Hermelien me naar die deur" Harry gebaarde naar de nog openstaande houten deur, "en verdween. Ik ging naar binnen en schrok me te pletter, toen ik je vroeg wat je deed hadden we een gesprek en net toen ik dacht dat ik je kon redden kwam de zon op, toen zei je 'dag vriend.' Ik probeerde nog je gewaad te pakken maar ik was te laat. Voor heel even leek het of je vloog, zomaar uit jezelf. Toen…" Harry maakte een krakend geluid dat afschuwelijk veel leek op dat wat hij had gehoord toen Ron in zijn droom de grond raakte en de Ron naast hem kromp ineen.
"Klonk het echt zo?" vroeg hij na een tijdje, Harry kon het schuldgevoel in zijn stem horen
Harry knikte: "Het was afschuwelijk. Ik dacht echt dat ik je kwijt was, maat."
Ron zuchtte: "Het spijt me, ik weet niet wat me bezielde. Ik was in een soort trans, de hele avond. Al sinds ik Hermelien…"
"Ik weet het." Zei Harry zachtjes. Hij wist dat zijn vriend het niet weer zou doen.
Het bleef daarna lang stil, het enige wat de stilte verbrak was het gefluit van de vroege vogels. Tot er opeens een geronk naast Harry klonk, toen hij keek zag hij dat een knalrode Ron zijn handen over zijn buik had geslagen: "Ik geloof dat ik honger heb."
Harry grinnikte: "Ik geloof het ook."
En ze stonden samen op om naar de grote zaal te gaan, beiden hongerig en doodmoe. Al had Harry de rare behoefte te huppelen.
Toen ze in de grote zaal aankwamen, die nog bijna leeg was, ploften ze naast elkaar neer en tot Harry's grote blijdschap pakte Ron alles binnen zijn bereik en begon het op zijn bord op te stapelen. God zij dank was alles weer normaal.
Maar Harry had te vroeg gejuicht. Net toen hij dat dacht bevroor Ron, zijn blik op de ingang van de grote zaal gericht. Daar, in de deuropening stond Hermelien. Toen ze Ron zag rende ze naar het toe en vloog Ron om de nek: "Godzijdank ben je veilig." Haar stem trilde net als haar handen.
Ron keek hulpeloos naar Harry die zijn schouders ophaalde. En klopte Hermelien ten slotte een paar keer op haar rug: "Tuurlijk, Harry was er."
Even later liet ze Ron los en omhelsde Harry terwijl ze fluisterde: "Jij hebt de droom zeker ook gehad. Dankje, Harry." Maar voor Harry kon antwoordden had ze hem los gelaten en was tussen hem en Ron in gaan zitten.
Ze trok de cornflakes en de melk naar zich toe en even later begonnen ze alle drie te eten, alsof er niets gebeurt was.
Vrienden voor altijd… nou ja, in ieder geval voor de rest van het ontbijt… hoopte Harry.
Dat was het dan… de lengte was niet teleurstellend hoop ik? Maar de inhoud, zeg alsjeblieft wat jullie vinden… Ik ben niet zo goed in dramastukken, die worden soort van chliché… Naja, tot het volgend hoofstuk waarin we uitvinden wat er nu met Chris gebeurt na de tijd… KUSJES en revieuwen hè!
