Owkey…
ik vond dat jullie al wel weer lang genoeg hadden gewacht dus hier is
deel 2!!! Wel jammer dat niemand het goed heeft geraden (zoals ik al
voorspeld had XD) Naja, dat zien jullie aan het eind van het hst.
wel. Nu ff nog bedankjes:
CeliaLauna:
Oo Woah! Wat een tekst… #is onder de indruk# Naja, RIP hè
;) En ney, ze eindigen niet in een hotelkamer --'
Dosel:
Ik moet toegeven, je bent orgineel met de namen :D… ennuh…
Wanneer zouden ze dat moeten doen??? Midden in het gevecht: Sev kijk
uit voor die straal #glomp# Kom, laten we gezellig naar een
HOTELKAMER (:P) gaan. XD
Love
Fantasy:
Ik zag een tekening van Fred en George die dat bij Charlie deden en
daaronder stond een link, zo heb ik um gevonden Euhm… Chris is
mooi en Bella… Je snapt het wel ;)
Dat was het dan wel weer,
veel plezier met dit verhaal!!!
x Anne
Toen de lift weer stil stond opende ik voorzichtig de deur… Er was een gevecht! Een echt gevecht!!! Eindelijk! Een fcking gevecht!
Ik keek opzij naar Yas en zag dat zij er net zo veel zin in had. Ik begon af te tellen: "Drie… twee… een…" Toen stormden we allebei de lift uit, onder luid geschreeuw.
Twee dooddoeners vielen Arthur aan, toen hij naar voor stapte kon ik ze met hun hoofden tegen elkaar aan laten vliegen. Net op tijd zag ik een spreuk op me afkomen en draaide me om mijn as om hem te ontwijken. Halverwege de draai zag ik Vleeschhouwer, ik had nog een rekening met hem te vereffenen dus zorgde ik dat mijn elleboog hem vol in zijn gezicht raakte. Zijn neus leek wel een fontein.
Maar ik had niet lang om te genieten want ik moest alweer duiken om een lamstraal te ontwijken. Ik ging met mijn rug tegen die van Yas aanstaan en we draaiden rondjes terwijl we elke dooddoener die we zagen probeerden te vervloeken. Ik merkte dat we na al die jaren nog steeds elkaars bewegingen konden voorspellen wat alles tien keer makkelijker maakte.
Een spreuk raakte mijn arm en scheurde mijn shirt, ik knikte naar Yas die de andere kant op liep en achtervolgde de dooddoener die mijn shirt had vernield. Net toen ik dacht dat ik hem zou verliezen raakte ik hem midden in zijn achter hoofd met een 'stupify' en tevreden zag ik hoe hij stijf als een plank voorover de grond raakte.
Ik keek om me heen en zag dat Sev aangevallen werd door Malfidus, ik ontweek een 'reducto' en gaf Malfidus een kontje zodat hij voorover in een aankomende stupify-straal viel. Ik knipoogde en ging verder.
Vervloekte een paar dooddoeners, ontweek een paar spreuken en besmeurde mijn kleding met bloed en gruis. Halverwege de vechtende menigte kwam ik grootvader tegen, hij knikte en ik knikte terug. Al moest ik meteen daarna buigen vanwege een laagvliegende 'avada kedavra'.
Ik draaide me om en grootvader deed hetzelfde, zo drongen we rug aan rug de dooddoeners terug. Uiteindelijk waren alleen de broertjes van Detta nog over. Ik nam Rodolphus voor mijn rekening terwijl grootvader zich met Rabastan bezig hield.
Met gemak ontweek ik de meeste spreuken, Rodolphus was nou niet echt een spreukenwonder en mikken was ook niet zijn sterkste punt. Ik maakte me meer zorgen om de personen die schuin achter me stonden dan om mezelf. Net toen ik me afvroeg hoe hij het ooit tot dooddoener had geschopt bewees hij snel te zijn.
Ik had net een 'crucio' ontweken toen een groene lichtstraal me op een haar na miste.
"Geef het op popje, je gaan nooit van me winnen."
Popje? Wtf dacht deze gast wel? Familie of niet, hij ging eraan!: "Ach lieverd, als ik je vrouw kan verslaan moet jij toch geen probleem zijn." Rodolphus bleef geschokt stilstaan waardoor mijn 'stupify' hem bijna raakte, jammer genoeg sprong hij nog net op tijd opzij.
"Wat heb jij met Bella gedaan?" Siste Rodolphus terwijl hij een paarse lichtflits mijn kant op stuurde.
Ik riep een zilveren krachtveld op en lachte: "Wat heb ik gedaan? Ik? Mijn lieve nicht heeft ons omgewisseld, en ik heb mijn wraak gehad."
Hier was mijn kans, ik verzamelde mijn krachten en gooide een rood gloeiende elektrische bal naar hem. Dit leidde hem erg genoeg af dat hij stil bleef staan zodat de bal hem raakte, van zijn voeten afgooide en in de muur achter hem blies waar hij een krater achterliet, precies zijn vorm, en op de grond zakte.
Ik draaide me om naar grootvader en zag nog net hoe een spreuk van Rabastan zijn baard afschroeide… Shit!
Dit was niiiiiiieeeet goed…
Grootvader had zijn baard al sinds hij zestien ofzo was, eerst een sikje, toen een baardje en toen dit. Hij was er erg aan gehecht. Zelfs ik mocht niet aan zijn baard zitten.
Er dwarrelde minstens tien centimeter witgrijs haar naar beneden, ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht en mompelde "Oh god, niet de baard… Nu zullen we het hebben."
Ik keek door mijn vinger en zag dat Rabastan grootvader nog snel probeerde te vervloeken, maar het was al lang te laat. Grootvader richtte zijn toverstok op hem en begon te vuren: "Weet. Je. Hoe. Lang. Het. Duurde. Om. Hem. Zo. Lang. Te. Krijgen." Na elk woord kreeg Rabastan een spreuk naar zijn hoofd.
Ik beet op mijn knokkels, wat moest ik doen? Wat moest ik doen? Een dooddoener redden en mijn eigen leven riskeren of grootvader laten uitrazen, ik besloot voor het tweede te kiezen tot het te erg word.
Rabastan hield zich nog aardig goed staande, tot een zeer sterke 'stupify' hem tegen de muur blies waar hij een krater achter liet naast die van Rodolphus. Maar grootvader hield niet op, het zag er ook niet naar uit dat hij dat van plan was.
Dus moest ik toch maar mijn leven riskeren… Ik probeerde hem eerst voorzichtig tegen te houden maar toen dat niet werkte pakte ik zijn toverstok af en sprak ik hem streng aan: "Albus Parcival Wolfram Bertus Perkamentus, wat zou grootmoeder zeggen als ze je zo zou zien?! Je gedraagt je als een kleuter en om wat? Tien centimeter baard? Dat groeit wel weer aan, als je deze man vermoord blijft dat je leven lang bij je!"
Eindelijk leek hij te kalmeren. Hij omhelsde me en murmelde in mijn oor dat hij blij was dat ik veilig was. Toen we elkaar loslieten keek hij naar beneden waar tussen onze voeten het stukje baard lag ik grijnsde: "Moet ik het meenemen? Misschien kunnen we het nog lijmen."
Half om half had ik toch verwacht dat hij ja had gezegd. Maar hij lachte en schudde zijn hoofd.
Ik loodste onder alle schouderklopjes die ik kreeg iedereen de lift in, gewonden werden ondersteund en bewusteloze mensen werden gedragen. We pasten niet allemaal in de lift, dus ging Yas met deze lift mee terwijl grootvader, Sev en ik wachtten tot hij weer terug was.
Terwijl de eerste lift ingeladen werd draaide grootvader zich naar mij en fluisterde: "Misschien moet ik het toch maar meenemen… Sentimentele waarde." En hij liep terug naar de ruimte waar we de mensen van het ministerie met de dooddoeners bezig waren.
Ik grijnsde naar Sev die hem fronsend nakeek: "Het is absoluut waar wat ze zeggen, hij is briljant… Maar helemaal gek." En we lachten terwijl de eerste lift naar Zweinstein vertrok en we samen wachtten op de volgende.
Eindelijk begon ik te kalmeren, de adrenaline begon uit te werken en ik wou alleen nog maar naar bed. Toen voelde ik een ijzige kou over mijn ruggengraat kruipen. Langzaam en met het gevoel of er een blok lood op mijn maag rustte draaide ik me om en ja hoor: "Dementors."
Ik probeerde een patronus op te roepen, ik deed echt mijn best. Maar ik was uitgeput, er kwam even iets uit mijn stok. Toen verdronk ik in het zwart terwijl de laatste schreeuw van mijn moeder door mijn oren rinkelde. Het laatste wat ik dacht voor ik helemaal het bewustzijn verloor was 'Alweer?!'
Geen idee waar ik lag, maar het was fijn: Warm, zacht en het rook lekker. Ik opende mijn ogen en zag dat ik in mijn eigen vertrek lag, deken over me heen en Sev lag voor me in een stoel te slapen met een boek nog open op zijn schoot. Zijn hoofd lag op zijn schouder en zijn mond hing een beetje open. Ik kwam een klein eindje overeind en keek op de klok, het was drie uur in de nacht. Ik was helemaal uitgerust dus besloot ik te kijken wat Severus aan het lezen was geweest:
Maar voor ik ook maar een woord kon lezen ging er een schok door me heen. Ik zag zwart-wit beelden die elkaar snel opvolgden: Ron en Hannah in de lerarenkamer, Ron en Hermelien vechtend, en dan de laatste: Ron op het randje van de astronomietoren die zichzelf voorover laat vallen naar de zonsopgang.
Ik hapte naar adem, ik vergat altijd te ademen tijdens visioenen. Maar deze was anders geweest dan normaal… dringender, ik moest iets doen.
Er was alleen een probleem: Ik had grootvader beloofd dat ik niet meer zou proberen de toekomst te voorkomen. Ik MOEST helpen, maar hoe? Ik kreeg een idee. Voorzichtig legde ik Sev's boek op mijn nachtkastje en sloop zacht om hem heen, ik mocht hem niet wakker maken. Hij zou toch proberen me tegen te houden.
Ik liep op mijn tenen naar mijn privé boekenkast waar ik een oud, in bruinleer gebonden boek uithaalde en het stof van de kaft afblies: 'Droomtoveren' Ik had het eens lang geleden gekocht om van mijn voorspellende dromen af te komen. Het had niet geholpen, maar ik herinnerde me nog wel een spreuk die erin stond. Eentje om mensen te laten dromen wat jij wou.
Langzaam ging ik met mijn vinger over de verweerde inhoudsopgave, ah! Daar was het. Het was eigenlijk bedoelt om je vijand te verwarren, maar het zou zo ook wel werken… Nee, het MOEST zo ook werken.
Ik zocht de bladzijde op en liet mijn vinger langs de lijst met benodigdheden gaan, het was niet al te moeilijk en ik had bijna alles hier in mijn vertrek. Alleen het haar van de persoon die je wilt laten dromen had ik niet… maar daar kon ik nog wel voor zorgen als ik het nodig had.
Eerst moest ik de droom beschrijven, ik liet mijn fantasie de vrije loop, het moest niet te realistisch worden. Dus voegde ik vilder als pratende rat toe en drijftegels toe.
Toen ik het hele verhaal op papier had uitgewerkt zette ik mijn ketel op het vuur en voegde de ingrediënten die ik al had toe. Ik sommeerde een pluk haar van Harry Potter en Hermelien Griffel, de twee beste vrienden van Ronald Wemel. Ik hoopte dat ze het niet konden weerstaan toch nog even te kijken. Ik liet de twee lokjes vallen en daarna heel langzaam het perkament waar ik de droom op had geschreven.
Nadat ik alles had toegevoegd begon het drankje te roken dus zette ik het raam even open. Toen het roken was gestopt maakte ik het vuur uit, sloot het raam en kroop weer in bed, hopend dat ik het niet verpest had. Even wierp ik nog een blik op het boek dat Sev aan het lezen was geweest en besefte dat het zijn dagboek was.
Een ding is zeker: Ik zal nooit meer klagen dat mijn leven saai is.
Liefs Christina.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Maandag 10 oktober
Ik realiseerde me vandaag dat het nog maar 21 nachtjes slapen is voor ik 36 word… Argh! Dan ben ik de mid-dertig gepasseerd. Dan voel je je toch oud… soort van.
Maarja, terug naar de orde van de dag: de spreuk die ik gisteravond/vanochtend heb uitgesproken heeft gewerkt! Vanochtend zaten Ronald, Harry en Hermelien samen aan de Griffoendor tafel en het leek of ze dikke vrienden waren.
Ook tijdens het blokuur daarna ging alles prima, Draco Malfidus daarentegen leek ziek: hij was bleek, had wallen en zag eruit alsof hij al een tijdje niet gegeten had. Ik snap wel dat hij verdrietig is dat zijn vader gister is opgepakt en al maar dan nog…
Ach ja het zal wel aan mij liggen. De rest van de lesdag ging redelijk normaal voorbij, al kwamen veel leerlingen naar me toe om te vragen of het goed ging en om te zeggen dat ze blij waren dat ik terug was.
Na mijn laatste les besloot ik bij grootvader op bezoek te gaan, ik had hem al zo'n vier dagen niet gezien en van wat Sev verteld had over hoe mijn reddingsactie was verlopen had hij een grote rol gespeeld en ik wou hem graag bedanken.
"Professor Zwarts?" Kwam een dromerige stem achter me, verbaast draaide ik me om.
"Loena!" Glimlachte ik: "Hallo, hoe is het? Ik heb gehoord dat je flink je mannetje hebt gestaan."
Loena grijnsde en begon te blozen: "Het gaat goed en het was niets hoor."
"Niets? Je hebt je krachten gebruikt, dat is iets, én je hebt me in twee minuten gevonden. Iets waar de meest getrainde schouwers minstens een dag mee bezig waren geweest." Grijnsde ik terug.
Ze begon keek trots: "Dank u. Hoe gaat het me u dan?"
"Goed! Helemaal super! Ik moet nog wel wat bijeten en een hele hoop mensen bedanken maar verder gaat het prima."
"Gelukkig. Euhm… Professor? Zou ik u iets mogen vragen?"
Ik knikte: "Tuurlijk."
Toen zei ze iets dat me verbaasde: "Zou u me weer les willen geven? Ik weet dat ik had gezworen nooit meer mijn krachten te gebruiken na wat er was gebeurt, maar toen ik naar u zocht besefte ik iets: Mijn krachten zijn een deel van mij en ongetraind zou ik nog meer schade kunnen aanrichten."
Even stond ik met mijn mond vol tanden maar toen knikte ik: "Jawel, ik wil je wel helpen. Maar weet je het heel zeker?"
Ze knikte: "Ja, mijn vader is er toch al bijna overheen dat ik zijn kreukelhoornige snottifant hoorn heb opgeblazen."
Ik glimlachte medelijdend, haar vader was ontzettend boos geweest toen ze bij het oefenen per ongeluk zijn enige bewijs dat kreukelhoornige snottifanten bestonden had opgeblazen. "Oké, als je het echt zeker weet vind ik het goed. Zullen we dan vanaf volgende week beginnen? Ik moet deze week nog wat dingetjes afronden, goed?"
Voor even dacht ze na en toen knikte ze: "Goed. Dan zie ik u wel tijdens de les." En toen huppelde ze weg.
Toen ze de gang uit was liep ik verder, dit had ik nooit verwacht. Maargoed veel tijd om na te denken had ik niet want voor mijn gedachten goed en wel op gang waren stond ik alweer voor de waterspuwer naar grootvaders kantoor: "Gummi beertjes."
De waterspuwer knikte naar me en sprong opzij, snel sprong ik bovenop de roltrap en liet me al draaiende mee naar boven voeren. Zachtjes klopte ik op de deur en liep naar binnen: "Goedemiddag Groo… GROOTVADER! KOM DAAR ONMIDDELLIJK VAN AF!"
Grootvader wankelde op het krukje, op de stoel die hij op zijn bureau had gezet: "Chris, hallo, hoe is het?"
"Hoe is het? Wat bent u in godsnaam aan het doen?"
Hij keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan: "Ik? Ik verander alleen maar een lamp."
Een lamp?! Hij stond op een krukje op een stoel die weer op zijn bureau stond voor een stomme… "Daar hang geen lamp." Zei ik verbaast.
"Huh?" Hij keek verbaast naar de plek boven zijn hoofd: "Ik dacht van… oh nee, je hebt gelijk." En toen klom hij naar beneden.
Fronsend keek ik toe, volgens mij was hij met het puntje zijn baard ook zijn laatste beetje verstand verloren.
Toen hij weer beneden was zwiepte hij met zijn stok en de stoel en het krukje kwamen vanaf het bureau naar beneden en gingen weer terug naar hun originele plek. Grootvader ging op de stoel achter zijn bureau zitten en gebaarde mij plaats te nemen in de stoel tegenover hem.
Zuchtend ging ik zitten en vroeg: "Het zal wel geen zin hebben om te vragen wat je daarboven echt deed?"
Grootvader grijnsde: "Nee, maar als de tijd.."
"…komt, zul je het leren. Die ken ik nu wel." Onderbrak ik hem en hij gaf me een wrange glimlach.
"Sorry Chris, maar dit is niet iets dat ik aan ook maar iemand wil vertellen tenzij ik het voor honderd procent zeker weet.
Ik knikte: "Ik snap het wel maar begrijp het niet."
"Zo ken ik je weer." Zei hij met een grijns. "Hoe is het dan?"
"Goed, ik ben weer helemaal gezond en Loena heeft gevraagd haar weer te trainen.
Zijn grijns werd beter: "Dat is geweldig nieuws! Ze is een talent, net als jij."
Er kwam een lichte blos op mijn wangen maar die negeerde ik: "Dus u vind dat ik het wel moet doen?"
Hij knikte: "Loena is de enige die kan beslissen of ze het wel of niet moet doen, dus als zij het wil dan vind ik dat wij haar alle mogelijke middelen moeten bieden."
Ook ik knikte: Grootvader had weer eens gelijk… Wat haatte ik het toch als dat gebeurde. Maar ja, hij was dan ook oud. Ik was liever dom en jong, dan kun je nog dingen leren.
Maarja, back to the point: Grootvader klapte in zijn handen en zei net iets te vrolijk voor mijn smaak: "Dat is dan geregeld: jullie zullen zo snel mogelijk de lessen hervatten."
"Oké. Dan denk ik dat ik nu maar naar bed ga." Grootvader knikte en ik draaide me om en beende de deur uit door de gangen, ik had tot nu toe niet gemerkt hoe uitgeput ik was. Maar nu voelde ik wel hoe deze dag zijn tol van me had gevergd.
Net halverwege een uitgebreide gaap hoorde ik een stem van achter me: "Professor Zwarts? Zou ik alstublieft even met u kunnen spreken?"
Toen ik me omdraaide, mond nog wijd open, was ik meteen weer wakker: Achter me stond Draco Malfidus met traansporen op zijn wangen. Ik sloot snel mijn mond weer en gebaarde hem me te volgen.
Bij mijn vertrekken mompelde ik het wachtwoord en liet hem voor me uit naar binnen gaan. Toen ik hem gebaarde op een van de stoelen of bank te gaan zitten zag ik dat hij weer tranen in zijn ogen had. Hij ging in het hoekje van de bank zitten en ik kroop in een stoel zo dicht mogelijk bij hem in de buurt.
Zachtjes zei ik: "Wat is er mis?"
Hij keek naar me op en de blik in zijn ogen deed me denken aan een puppy in een veel te kleine kooi: "Het is… Ik… mijn vader… Perkamentus… De duistere heer…"
Het was overduidelijk dat hij niet wist hoe hij moest beginnen. Ik probeerde hem te helpen: "Wat is er gebeurt?"
Hij schrok: "Niets!" toen zuchtte hij: "Nog niets in ieder geval…"
"Wat zou er dan moeten gebeuren?"
Terwijl hij naar zijn knieën keek mompelde hij iets onverstaanbaars: "Sorry, ik heb het niet verstaan."
Ineens richtte hij zijn ogen op mij en met een gekwelde blik zei hij langzaam: "Ik moet professor Perkamentus vermoorden."
Mijn hart stopte, ik kon gewoon voelen dat het een slag oversloeg: "Wat?" Vroeg ik terwijl mijn keel droog voelde als schuurpapier.
Draco Malfidus zuchtte diep: "De duistere heer heeft mij opgedragen Perkamentus te vermoorden… Maar dat wil ik niet, ik wil niet worden als mijn vader."
Langzaam drongen zijn woorden door in die dikke schedel van mij en ik besefte dat hij naar mij toekwam voor bescherming en hulp: "Dus je wilt een direct bevel van de duistere heer negeren?" Vroeg ik lichtelijk onder de indruk.
Hij knikte: "Ik heb gezien wat een leven als dooddoener met mensen doet en ik weiger zomaar klakkeloos orders van iemand aan te nemen."
En weer was ik onder de indruk, niet alleen omdat een zestienjarige begrepen had hoe de duistere heer zijn aanhangers behandeld maar ook voor zijn standvastigheid en trouw aan zichzelf… Oh my god! Dat klonk ontzettend grootvaderachtig… SHIT! Dus toch niet dom en jong.
Voorzichtig legde ik mijn hand op zijn arm, hij keek me aan en daar in zijn ogen zag ik het: de waarheid. En in dat moment van totale stilte, sloten we een pact: Ik zou hem beschermen, hij zou mij helpen.
We stonden allebei tegelijk op, ik liep naar mijn ladekast, haalde er een amulet uit en hing het om zijn nek: "Dit is voor nu, vertel niemand over dit of over wat je zou moeten doen. En kom hier morgenavond na het diner heen."
Heel even legde ik mijn hand op het amulet en gaf het een beetje extra krachten en beschermende spreuken waardoor het oplichtte. Hij knikte en liep zonder verder een woord te zeggen mijn vertrekken uit. Ik was benieuwd waar dit pact ons heen zou lijden? Wie had ooit gedacht dat ik een pact zou sluiten met een Malfidus… Ik zeker niet!
Liefs Christina.
En op verzoek deze keer weer een actiefiguur voor elke revieuwer (en NEE, met twee revieuws krijg je GEEN twee actiefiguren ) Deze keer hm… Volders? Met een speciaal pompje waarmee hij rood word. Maar kijk wel uit als je hem te hard oppompt ontploft hij :P.
