Daar lig je: klein, dood, in elkaar gekropen.
In je eigen kots, je mond nog open,
Je ogen rood en bloeddoorlopen,
Daar lig je: klein, dood, in elkaar gekropen.
En ik zie nu pas hoe klein je bent,
Ga de mensen af die jij ook kent,
Ze vinden je dom en te verwent,
Ik zie nu pas hoe klein je bent.
Ik weet nu hoe ze over je praten,
Hoe ze je diep van binnen haten,
Ze hebben je nu allang verlaten,
Ik weet nu pas hoe ze over je praten.
En de nacht is nog niet voorbij,
Het leven wel, voor jou en mij,
We liggen in de harde klei,
De nacht is nog lang niet voorbij.
