De Zeven Engelen

De Zeven Engelen.

De zeven Engelen zijn op aarde gekomen om ons te beschermen tegen het kwaad. Iedere Engel heeft zijn of haar eigen ziel. De Engelen moeten stuk voor stuk gemaakt worden, en iedere Engel heeft zijn eigen ritueel hoe hij of zij gemaakt moet worden. Als alle Engelen door dezelfde persoon zijn gemaakt, kunnen de Engelen pas echt leven. Deze persoon wordt ; de Maker genoemd. De Engelen gehoorzamen de Maker. Er zijn zeven Engelen met ieder hun eigen persoonlijkheid en eigen vaardigheden.

Chastity : Latijn Castitas.

Verzet tegen het Verlangen.

Het accepteren van het eigen lichaam en de persoon die je bent. Het vermogen van kennis en snelle vooruitgang boeken. Geen lust om iets te bezitten of hebben. Neemt genoegen met de kleinste beetjes.

Temperance : Latijn, Temperantia

Verzet tegen Vraatzucht.

Een persoon die een grote zelfcontrole heeft in vele manieren. Heeft zelfcontrole over zijn of haar eigen lichaam, zelfcontrole over geest en gedachten. Denk meerdere keren na voordat hij of zij iets doet.

Charity (Liefdadigheid) : Latijn, Liberalitas/ Avaritia.

Verzet tegen Hebzucht.

Deze persoon is bereid te geven zonder er veel voor terug te krijgen. Beschikt over de wijsheid van gedachte of acties. Zal niet snel in de voorgrond staan, stil maar lief persoon die veel om andere geeft en minder om haarzelf of zichzelf.

Diligence (De ijver) : Latijn, Industria/ Acedia

Verzet tegen Luiheid.

Erg precies en optimistisch persoon, alles moet perfect zijn. Kan goed op de details letten, en vind achter veel problemen een oplossing. Een persoon die veel, andere mensen helpt om daardoor het perfecte resultaat te krijgen. Zich in een paar dingen interesseren. Is erg creatief met veel dingen.

Patience (Het geduld) : Latijn, Patientia/Ira.

Verzet tegen de Woede.

Een vredelievend persoon, lost problemen vreedzaam op, is tegengesteld aan het oplossen van problemen met geweld. Moeilijk boos te krijgen. Het vermogen om mensen te vergeven ook al hebben ze een grote slechte stap gemaakt : genade aan zondenaars tonen.

Kindness : Latijn, Humanitas

Verzet tegen Jaloezie.

Veel gevend om andere mensen, tevreden met wat hij of zij zelf heeft. Medeleven met andere, liefdadigheid tonen. Een ware vriend. Toont snel medelijden met mensen staat open voor andere en accepteert de andere om wie ze zijn.

Humility : Latijn, Humilitas

Verzet tegen Trots.

Gedraagt zich bescheiden. Doet alles eerlijk geef ieder evenveel. Niet alleen aan zichzelf denkend. Bezit de kracht om mensen te laten zien wie ze echt zijn.

De Engelen zijn moeilijk te herkennen omdat ze het lichaam van een normaal mens aannemen. Maar alle Engelen dragen een teken bij zich, twee vleugels. En ook alle Engelen zijn vatbaar voor Alchemie als zij daar mee in aanraking komen, verschijnen hun echte vleugels.

' Ik wist niet dat er zoveel informatie over ons was' zei Acedia, ze gaf het boek terug aan Huma.

' Ik ook niet' zei Huma, hij zette het boek terug.

' Hé jongens!' zei Char, hij kwam aanrennen.

' We kunnen' zei Acedia. Huma en Humil keken haar aan.

' Hoe..Waarom?' stotterde Huma.

' Je weet dat we alle zeven Engelen moeten vinden, voordat de homunculis het doen' zei Acedia.

' Acedia..' zei Humil zacht, hij klonk bezorgd.

' Je weet dat ik gelijk heb' zei Acedia. Ze keek Huma aan, daarna keek ze naar Huma die haar net zoals zijn broer verbaast en verwonderd aankeek

' Ik ben niet meer het kleine meisje van vroeger, oké ' zei Acedia.' Ik ben 17, een Engel en ik weet wat mijn taak is' zei ze.

' Je hebt gelijk' zei Huma tenslotte, zijn grotere broer knikte.

Er klonk een gil.

' Rose!' riep Char.

' Wie is Rose?' vroeg Acedia aan Char, maar Char was al weg gerend.

' We moeten hem halen' zei Acedia en ze rende achter Char aan.

' En waarom gebeurd dit altijd als Acedia uitzoekt waar we naartoe gaan' mompelde Huma die met tegenspraak achter zijn grote broer en Acedia liep.

Acedia stopte waardoor Huma en Humil tegen haar op botsten.

' Ze gebruiken alchemie, we moeten oppassen' zei Acedia. Ze keken naar een gevecht wat beneden bezig was. Ze stonden op een soort van balkon. Een man transformeerde dieren in woeste beesten die een jongen aan bleven vallen, hij had een automail. Acedia pakte haar boog en richtte haar pijl op één van de wilde beesten die nog steeds rondliepen, ze liet de pijl los en het beest viel neer. De jongen keek verrast op maar keek niet vanwaar de pijl kwam.

' Goed schot' zei Huma, hij rende achter zijn broer aan. Acedia volgde.

' Char, kom terug!' schreeuwde Acedia, ze pakte de kleine jongen op en trok hem mee.

' Ik schrok me dood!' riep ze.

' Maar..Maar..Rose' zei Char, Acedia liet hem los.

' Wie is Rose?' vroeg ze.

' Mijn stief zus, ze is in problemen' zei Char.

' Wij beschermen haar wel' zeiden Huma en Humil, ze rende allebei weg.

' Kom' zei Acedia ze pakte Char zijn hand en trok hem mee.

' Ik wil ook helpen' zei hij zachtjes.

' Dat komt wel, het is nu te gevaarlijk' zei Acedia.' Ik weet hoe je je voelt'

Ze trok Char mee.

' Acedia, ik wil helpen!' zei Char een paar keer.

Acedia keek de jongen niet aan maar trok hem alleen maar mee. Ze hoorde een gil en keek verschrikt op. Ze liet Char zijn hand los en Char greep zijn kans hij rende terug.

' Char kom terug!' schreeuwde ze hem na. Ze rende achter hem aan. Char was gestopt en een blauw licht verscheen. Acedia stond verstijft, ze moest helpen maar er was alchemie ze kon niemand laten zien wat ze was.

Char werd geraakt door iets en viel neer. Acedia aarzelde geen moment en rende naar Char toe. Een jongen met blond haar kwam naar haar toe rennen.

' Is hij oké?' vroeg hij. Acedia bekeek Char, hij had zijn ogen nog open.

' Ik zei toch dat je bij me moest blijven' zei Acedia. Char knikte.

Ze tilde hem op en legde hem tegen de muur aan.

' Ik ga ze zoeken' zei Acedia en ze rende weg. Char lag tegen de muur aan en de jongen met blond haar keek naar de jongen, hij klapte zijn handen en de wond van Char herstelde.

' Een alchemist' zei Acedia ze had het blauwe licht gezien en stond stil.

' Acedia!!' schreeuwde Huma. Acedia keek om en zag Huma staan. Hij vocht met een groot beest, ze pakte haar boog en een pijl van haar rug, ze richtte op het grote beest en raakte hem, ze schoot nog een pijl en het beest viel nu neer, maar stond langzaam weer op. Ze rende de trap af om Huma te helpen.

' Waar is Humil!' riep Acedia naar Huma, hij stond ver van haar wegen vocht met een op hol geslagen beest, hij stak zijn zwaard in het beest zijn buik en trok het er weer uit, het beest viel neer.

' Ik weet het niet ik ben hem kwijt geraakt' zei Huma.

' Wacht!' schreeuwde iemand. Acedia keek om, het was de jongen met het blonde haar. Hij had Char op zijn rug.

' Wat is er gebeurd!' zei Huma bezorgt, hij hield Char in zijn armen.

' Het gaat goed met hem, zijn wond is dicht' zei Edward. Huma keek hem ongelovig aan.

' Hij is een alchemist' fluisterde Acedia.

' Daar zijn jullie!' riep Humil hij liep naar Acedia en Huma toe. Hij zag Char en keek bezorgt naar Huma.

' Het gaat goed met hem' zei Huma. ' Dankzij hem' hij wees naar de jongen.

' Edward' zei de jongen.

' Acedia' zei het meisje dat er stond. En de rest stelde zich ook voor.

' Broer! Daar ben je!' riep iemand, een groot schild kwam aanlopen. Er rende een meisje achter hem aan.

' Char' riep ze geschrokken ze keek naar de jongen die in de armen van Huma lag.

' Rose' zei hij, hij ging op zijn eigen benen staan en werd opgetild door Rose.

Acedia keek Char en het meisje aan. Daarna keek ze naar de jongen die er stond en zijn broer die ernaast stond.

' We moeten gaan' zei ze bitter. Huma keek Acedia raar aan en Humil deed hetzelfde, dit was niks voor haar. Ze draaide haar om en liep weg.

' Wat is er met haar?' vroeg Humil hij keek Acedia na.

' Ik weet het niet' zei Huma, hij keek zijn grote broer aan.