23 Juli 1941

23 Juli 1914

Dagboek,

We zijn nu in Central. Iedereen is weg en ik ben alleen in de inn. Het maakt me niet uit dat ik alleen ben, ik zit alleen met een paar dingen.

Ik ben bezorgt over Char, ik heb tegen Rich (zijn vader) gezegd dat alles goed zou komen en dat we goed voor hem zouden zorgen. En natuurlijk zullen we goed voor hem zorgen maar ik ben bang dat Char gewond zal raken in één van de gevechten..

Ik ben ook bezorgt over de andere Engelen, wanneer we ze zullen ontmoeten en of iedereen gezond is en op de hoogte van alles is.

We zitten nu dicht bij Central Head Quarters en ik wil nog steeds graag de jongen bedanken die Char had gered; Edward. Char vertelde me dat hij een State Alchemist was ; de fullmetal alchemist. Ik ga denk ik vandaag of morgen kijken of hij in Central is en zoniet laat ik een brief achter. Maar ik weet niet of het wel zo'n goed idee is..

Huma, Humil en Char zijn terug.

Acedia.

' We hebben eten voor vanavond!' riep Humil.

' Wat eten we dan?' vroeg Acedia, ze had haar dagboek dichtgedaan en opgeborgen en opende nu de deur van haar slaapkamer, ze stond nu in de woonkamer, die klein was, er stond een bank en een tafel met vier stoelen er om heen. Char lag op de bank en Humil stond in het kleine keukentje.

' Je zult het vanavond wel zien' zei Huma geheimzinnig.

' Ik ga even weg' zei Acedia, ze pakte haar bruine jas van een stoel af, en trok haar zwarte handschoenen aan.

' Je kunt niet alleen gaan, het is te gevaarlijk' zei Humil bezorgd.

' Het is oké, ik moet alleen een brief wegbrengen' zei Acedia, ze trok de deur open en liep snel de kamer uit.

' Eigenwijs' mompelde Huma zachtjes, hij ging naast zijn broer staan en hielp hem om het eten klaar te maken.

Acedia liep over straat, ze keek naar de mensen die langs haar liepen, niet bijzonders. Acedia zag het grote gebouw waar ze moest zijn al in zicht. Er hing een grote witte draak voor het gebouw. Acedia botste tegen een meisje aan, de tas die het meisje in haar handen had viel op de grond en alles wat erin zat viel eruit.

' Oh! Het spijt me' zei het meisje, ze bukte om alle spullen op te pakken.

' Het was mijn schuld, sorry' zei Acedia, ze bukte ook en pakte wat spullen op die waren gevallen. Ze had een paar appels en nog wat groente in haar handen ze gaf het aan het meisje. Het meisje had bruin lang haar dat in een vlecht zat, die over haar schouder liep. Ze droeg een witte blouse, en een bruine nette rok. Acedia keek het meisje voor haar beter aan. Haar ogen vielen op een half bedekt teken dat het meisje op haar borst had staan.

' Bedankt voor het helpen' zei het meisje, en ze vertrok.

Acedia staarde het meisje na. Ze trok haar rechterhandschoen uit en bedekte de helft van de twee vleugels die op haar handpalm stond.

' Ze is.. is.. één van ons' zei Acedia, ze probeerde het meisje te vinden maar door de drukte kon ze haar niet vinden.

' Zoekt u iets?' vroeg een man.

Acedia keek op, ze zag een grote gespierde man staan, hij had weinig haar alleen een blonde lok bedekte zijn hoofd, hij had een snor.

' Uh…' zei Acedia verbaast, ze was verrast door de man die voor haar stond. ' Ik zoek iemand. Een state alchemist'

' Een state alchemist!? Dan bent u op het goede pad' zei de man.

' Ik ben de Strong Building alchemist. Alex Armstrong' hij stak zijn hand uit, Acedia trok snel haar handschoen weer aan.

' Ik zal u de weg leiden' zei de man.

' Asjeblieft geen u ' zei Acedia lacherig. De man knikte. Hij bracht haar het grote gebouw in.

Er liepen veel mannen langs die hetzelfde uniform aanhadden net zoals de man. Sommige begroete de man die naast haar liep. En sommige liepen nors voorbij.

' Wie zoekt u precies?' zei Alex na een tijdje.

' De .. Fullmetal Alchemist' zei Acedia.

' Edward Elric?' zei de man verrast.

' Ja, dat was zijn naam' zei Acedia.

' Volg mij' zei Alex.

Acedia liep achter de man aan, verschillende mensen begonnen haar nu aan te kijken. Misschien was dit toch niet zo'n goed idee geweest. Een deur ging open en Acedia liep een kamer binnen. Er zat een man achter een bureau hij had, zwart haar. Zijn hoofd steunden op zijn handen toen Acedia binnen kwam lopen. De man stond op toen hij zag dat Acedia in de kamer stond. Acedia keek de alchemist die ze net had ontmoet aan. Hij knikte.

' Ik zoek de Fullmetal alchemist' zei Acedia vastbesloten. De man keek haar eerst een beetje raar aan maar knikte daarna.

' Ik zal hem voor u halen' zei de man.

Acedia begon zich redelijk te ergeren aan al het ' u ' gedoe. De man stopte voor haar.

' Wij hebben elkaar nog nooit ontmoet. Roy Mustang' zei hij.

' Acedia' zei ze.

' Aparte naam' zei Roy. ' Wacht hier'

Hij liep het kantoor uit gevolgd door Alex Armstrong.

' Bedankt voor uw hulp' zei Acedia nog snel.

Acedia ging zitten op één van de stoelen die voor het bureau stonden. Wat ging ze nu eigenlijk zeggen tegen de jongen, een brief was veel makkelijker geweest. De deur ging op en Roy kwam alleen terug.

' Het spijt me, maar hij is er niet' zei hij.

' Dat maakt niet uit' zei Acedia.' Zou u dit aan hem willen geven als hij er is?'

' Natuurlijk' zei Roy vriendelijk. Acedia gaf Roy de brief, en liep de kamer uit.

Ze verliet het gebouw, de zon scheen fel. Ze keek op de klok die tegen een muur aanhing. Ze had nog wel even tijd op Central door te lopen.

Acedia liep over de straten heen, mensen liepen langs. Acedia bleef staan voor verschillende winkels, ze keek naar binnen maar liep daarna weer door. Ze dacht na over het meisje dat ze had gezien vandaag. Waar zou ze wonen, en zou ze echt een Engel zijn net als haar?