5

5.

Chastity klopte op de deur er werd open gedaan, ze stapte binnen en zetten de boodschappen in de keuken, zonder verder iets te zeggen pakte ze de spullen uit en ruimde ze ze op. Toen ze klaar was liep ze de trap op naar haar kamer, ze deed de deur op slot zodat niemand haar kon storen. Na een tijdje werd er op de deur geklopt.

' Wie is het?' zei Chastity, ze richtte haar ogen op de deur.

' Temper, kan ik binnen komen?' vroeg de vrouw die aan de andere kant van de deur stond.

Chastity opende de deur en liet Temper binnen. Temper was een volwassen vrouw van 22. Ze had blond kort haar met donkerblauwe ogen en droeg altijd nette kleren, en ze had altijd een doek om die haar voorhoofd bedekte omdat op haar voorhoofd het teken zat dat iedere Engel had. ( de kleren van Temper lijken sterk op de kleren die Chastity, alleen dan andere kleuren). Temper ging zitten op het bed dat in de kamer stond en Chastity ging naast haar zitten.

' Ik moet je wat vertellen' zei Chastity na een lange stilte. ' Vanmiddag ging ik boodschappen doen, ik botste tegen een meisje op, en ze keek me heel raar aan' zei Chastity.

Temper hield haar mond dicht en staarde Chastity aan.

' Ik.. Zouden de mensen kunnen weten dat we anders zijn dan hun, Temper?' vroeg Chastity. Temper schrok een beetje toen ze hoorde wat Chastity vroeg.

' Misschien' zei Temper, ze probeerde na te denken. Zouden de mensen kunnen weten dat Chastity en Temper, Engelen waren. Dat was bijna onmogelijk.

' Chastity, misschien was dat meisje, wel één van ons' zei Temper ze keek Chastity aan.

' Zou dat kunnen?'

' Ja, dat is de enige logische verklaring. De mensen zouden niet kunnen weten dat we Engelen zijn, ze weten niks over de tekens die we dragen en onze vleugels zijn ook nog niet verschenen in het bijzijn van mensen' zei Temper, het laatste stuk had ze gelogen. Er was een man die had gezien dat ze een Engel was. Hij had haar in haar bijzijn alchemie laten zien, ze kwam ermee in aanraking en haar vleugels verschenen. De man was eerst geschokt, maar hij heeft haar daarna beloofd dat hij met niemand over zou praten. En ze geloofde hem. Het meisje dat Chastity was tegengekomen moest wel een Engel zijn.

' We zullen kijken wat er gebeurd, ik moet het eten klaar maken' zei Temper, ze klom van het bed af en liep naar de deur om, ze keek nog een keer om naar Chastity die op roerloos op het bed zat. Daarna deed ze de deur open en liep naar de keuken.

Chastity bleef in haar kamer, ze ging voor haar bureau zitten en keek naar haarzelf in de spiegel die boven het bureau hing. Ze had bruin lang haar, dat bijna altijd in een vlecht zat omdat 'hij' dat wou. Ze droeg een witte blouse (het teken dat op haar borst stond was half bedekt) met een bruine rok. Ze had bijna altijd hetzelfde aan, omdat ook 'hij' dat zo wou, ze kon niets anders dan hem te gehoorzamen. Hij was haar meester.

Ze deed de vlecht uit haar haar en begon het te kammen, ze keek weer naar haarzelf in de spiegel. Ze was moe, ze kon het niet meer lang volhouden op deze manier, altijd hetzelfde nooit een keer verandering. Haar dag was altijd hetzelfde : 's morgens ontbijt maken, klaarmaken om naar de school te gaan, lesgeven, weer thuiskomen, en boodschappen doen als dat nodig was en anders Temper helpen met het huishouden, en dan 's avonds eten en naar bed. Het was een dagelijkse routine, die nooit veranderde. Er moest iets anders gebeuren en misschien als het meisje waar ze tegenaan was gebotst echt een Engel was zou er ook verandering in kunnen komen. Het meisje zou niet alleen zijn geweest, en wie van de Engelen zou ze zijn geweest, welke ziel zou ze zijn?

Ze kon niet de ziel zijn die tegen het verlangen was, omdat Chastity dat al was, de tegenpool van Lust.

Ze kon ook niet de ziel van de zelfcontrole zijn, dat was Temper. Haar tegenpool was Gluttony, de vraatzucht.

Ze kon niet de ziel van de liefdadigheid zijn, dat was Char, de kleine jongen die ze had ontmoet. Hij was totaal niet hebzuchtig en deelde alles met andere, wat apart was op zo'n jonge leeftijd. Zijn tegenpool was Greed, de hebzucht om alles te hebben.

Ze kon ook niet de ziel van het geduld zijn, dat was Patience. Patience was de tegenpool van Wrath, de haat. De enige echte vriendin die ze ooit had gehad, de enige persoon die al haar gevoelens snapte. Patience was nu bij haar ouders, ze was zich er echte niet van bewust dat ze net als Chastity een Engel was.

Ze kon ook niet de ziel van de vriendelijkheid of de nederigheid zijn. Dat waren de tegenpolen van Pride en Envy. Dat kon niet omdat ze wist dat die twee zielen mannen waren. Twee broers.

De enige ziel die nog over was, was de ziel van de ijver, haar tegenpool zou dat Sloth moeten zijn, de luiheid. Het meisje moest dan wel energiek zijn als haar tegenpool, haar tegen-ziel luiheid was. Ze moest wel deze ziel hebben, het kon niet anders. Het was de enige overgebleven ziel, als al haar informatie klopte.

' Het eten is klaar!' riep een stem, Chastity keek voor de laatste keer in de spiegel en opende daarna de deur op vervolgens de wenteltrap af te lopen en aan tafel te gaan.

' Acedia, je bent terug!' riep Char enthousiast toen Acedia de deur open deed en haar bruine jack over de bank gooide.

Acedia volgde haar neus, ze kon de overheerlijk geur van tomaten en kruiden ruiken. Ze zag dat Humil een schort om had en door een pan stond te roeren.

' Spaghetti?' vroeg Acedia, Humil klikte hij zette een klein lachje op.

' Het is bijna klaar, dus wil je de tafel dekken?'

' Geen probleem' zei ze, ze pakte 4 borden en bestek voor 4 personen.

De pannen werden op tafel gezeten en ze aten.

' Aah Char!' zei Acedia, nadat ze klaar waren met eten. Ze keek naar Char, bijna zijn hele gezicht was bedekt met de rode saus. ' Kom hier'

Acedia haalde een doek tevoorschijn en begon Char zijn gezicht schoon te maken. Huma en Humil ruimde intussen de tafel af. Toen Char zijn gezicht weer schoon was, kwamen Huma en Humil weer aan tafel.

' Acedia, waar ben je vanmiddag eigenlijk geweest?' vroeg Huma.

' Ik..ik' stotterde Acedia, zou ze de waarheid vertellen? Ze kon niet anders ze hadden beloofd om geen geheimen voor elkaar te hebben.

' Ik ben naar central headquarters geweest. Die jongen die Char toen had genezen ik heb hem opgezocht, alleen hij was er niet ik heb een brief achtergelaten'

' Met wat erin?' vroeg Char nieuwsgierig.

' Dat ik hem wou bedanken voor wat hij had gedaan'

' Maar Acedia nu over iets anders, we hebben een soort van geldprobleem' begon Humil.

' Bijna al het geld is op en we kunnen met het geld dat we hebben nauwelijks twee dagen rondkomen' vulde Huma aan.

' Dus we moeten weer baantjes gaan zoeken?' vroeg Acedia, dit was net als de vorige keer dat ze geen geld meer hadden, iedereen moest een baantje zien te vinden en geld binnenhalen.

Humil knikte.

' Geen probleem toch, we zijn in Central genoeg baantjes denk ik' zei Acedia.

' Ja je hebt gelijk, laten we morgen gaan zoeken' zei Huma, hij liep naar de enige bank die in de kamer stond en ging languit op die bank liggen. Acedia stond ook op en wou net zoals Huma op de bank zitten.

' Kom op zeg! Schuif is op, je bent niet de enigste hier' zei Acedia toen ze merkte dat Huma zich niet klaar maakte om Acedia ook op de bank te laten zitten.

Huma zei niks, en sloot langzaam zijn ogen, hij deed alsof er niemand tegen hem praatte.

' Oké zoals jij het wilt' zei Acedia, ze liep weg van de bank en liep de keuken in. Huma kwam van de bank af en liep ook de keuken in, samen met Acedia deed hij de afwas.

Humil en Char zaten allebei in de woonkamer, Char had een cirkel getekend en hij klapte nu zijn handen blauw licht verscheen. De grond kwam omhoog en vormde een paard, een gedetailleerd paard : met een tuig en alles erop en eraan, je kon zelfs de hoeven van het met alchemie gemaakte paard goed zien. Na de transmutatie van het paard was Humil op de grond gevallen, hij lag roerloos op de grond.

' Humil, Humil! Wordt wakker' zei Char, hij duwde tegen het lichaam van Humil aan maar er gebeurde niks.

' Acedia!' riep Char hij stond op en rende de keuken in hij, trok aan Acedia haar t-shirt en trok haar mee de kamer in.

' Humil!' schreeuwde Acedia uit toen ze Humil zag, ze rende naar het lichaam toe dat roerloos in de woonkamer lag. Ze voelde met haar hand aan de pols van Humil.

' Hij is er nog'