6

6.

Huma was inmiddels ook in de woonkamer en hij keek bezorgt naar zijn grote broertje.

'Kom we brengen hem naar de slaapkamer' zei Huma, hij pakte zijn broer vast en bracht hem samen met Acedia naar zijn slaapkamer.

Char kwam de kamer in, hij bleef in de deur opening staan. Huma merkte hem als eerste op, hij keek naar hem. Char keek weg en rende daarna weg.

' Char' mompelde Acedia. Humil opende zijn ogen en keek zijn broer aan.

' Vertel hem dat' zei Humil. Zijn handen trilde.

' Humil' zei Acedia.' Wees stil, ik vertel hem wel dat het niet zijn schuld is' Humil knikte, Acedia rende naar de deur, ze bleef staan in de deuropening.

' Hou hem in de gaten' zei Acedia, ook Huma knikte hij richtte zich daarna weer op zijn broer. Zijn armen trilde nu ook en Humil had zijn ogen gesloten. Huma draaide zijn broer om zodat hij nu op zijn buik lag. Humil schreeuwde. Huma bleef toe kijken hoe zijn broer het uitschreeuwde van de pijn. Het t-shirt van Humil scheurde, bloed liep van zijn rug af. Het teken dat op Humil zijn rechterschouder zat begon te gloeien. Humil schreeuwde hij klemde zijn handen om het kussen heen dat op het bed lag. Twee vleugels verschenen. Er liepen tranen over Humil zijn wangen van de pijn die hij voelde. Het kussen dat Humil vast had scheurde, Huma staarde nog steeds roerloos naar zijn broer.

Humil lag op het bed, zijn verscheurde kussen was nat van de tranen. En het laken dat over het bed lag was rood van het bloed. Het gloeien van het teken vervaagde, het veranderde weer tot de twee vleugels die het altijd waren zonder gloed erover heen.

' Humil' zei Huma zachtjes, dit was de eerste keer dat Huma zijn broer zo zag. Hij zag er uitgeput uit, zijn wangen waren nat en zijn ogen waren rood. Zijn armen hielden nog steeds de twee verscheurde stukken van het kussen vast.

De deur van de kamer ging open en Acedia kwam voorzichtig naar binnen lopen gevolgd door Char die zich achter Acedia verschool. Acedia zag hoe Humil eruit zag, ze schrok. Ze rende de kamer uit. Char stond nu in de deuropening en staarde Huma angstig aan, bang dat Huma hem iets zo aandoen.

' Het is goed' zei Huma.' Het is niet jou schuld'

Acedia kwam de kamer weer in rennen. Ze had een natte doek mee genomen die ze gebruikte om Humil zijn rug schoon te maken. De doek kleurde al snel rood.

' Char, wil je een nieuwe halen en hem nat maken' zei Acedia, ze keek bezorgt naar Humil die zijn ogen dicht had en kreunde van de pijn.

' Het komt wel goed' zei Acedia zo rustig mogelijk. Ze keek aandachtig naar de vleugels die Humil nu had. Huma die nog naast haar zat had nog geen woord gezegd en staarde zijn broer aan.

' Hé, het komt wel goed' zei Acedia. Huma knikte afwezig. Humil opende zijn ogen en keek Acedia aan. Zijn ogen waren nog steeds rood en er liepen nog steeds tranen over zijn wangen. Acedia staarde Humil nu ook aan, ze had hem nog nooit zo gezien. Char kwam de kamer in rennen. Hij had een natte doek in zijn handen, het water viel op de grond toen Char even stil stond. Char gaf de doek aan Acedia. Acedia gaf een klein glimlachje en begon de rug van Huma weer schoon te maken. Het water mengde zich met het bloed, en alles was nu nat. Humil kneep af en toe nog in de kussen die hij nog steeds vast had maar de pijn minderde.

' Humil, kan je opstaan, dan kan ik het bed schoonmaken en kan je slapen' zei Acedia. Huma kwam de kamer weer inlopen, hij hielp zijn broer. Humil stond nu in de kamer ondersteund door Huma. Acedia verschoonde de lakens zo snel ze kon. Humil ging voorzichtig weer in het bed liggen en sloot zijn ogen. De vleugels waren duidelijk zichtbaar. Iedereen ging de kamer uit toen Humil sliep.

Huma, Acedia en Char zaten met ze drieën op de bank ik de woonkamer.

' Char je moet gaan slapen, het is al laat' zei Acedia, ze keek naar Char die naast haar zat. Hij stond op en liep naar zijn kamer die hij samen deelde met Acedia. ' En niet vergeten om je tanden te poetsen!' riep ze hem nog na.

Huma en Acedia staarde roerloos voor hun uit. Huma had nog geen woord gezegd, Acedia was ook stil. Ze wist niet wat ze moest zeggen, ze had geen idee hoe Huma zich voelde.

' Huma?' begon ze onzeker.

' Er is niks aan de hand' zei Huma, hij keek Acedia aan. Acedia keek langzaam op toen ze in de gaten had dat Huma haar aankeek.

' Zou..z-ou Char denken dat het allemaal zijn schuld is?' vroeg Acedia.

' Ik hoop het niet' zei Huma, hij legde zijn arm op de bankleuning. ' Hij..hij denkt wa…. Hij is nog zo jong' verbeterde Huma zichzelf.

' Maar Huma we moeten alle Engelen vinden, toch?' vroeg Acedia.

' Ja, we moeten iedereen vinden voordat de homunculis het doen' zei Huma.

' Vertel is wat meer over die homunculis' zei Acedia.

' Ik ben moe, ik vertel het je wel een andere keer' zei Huma, hij stond op maar ging daarna weer zitten op de bank. Acedia stond in de keuken en keek Huma verbaast aan.

' Je was toch moe, ga dan slapen' zei Acedia.

' Humil, hij ligt nog steeds in de kamer, ik wil hem liever met rust laten. Ik slaap wel op de bank'

Acedia opende een kast en pakte een deken ze gaf het aan Huma die er onder ging liggen.

' Ga jij ook slapen?' vroeg Huma, toen hij zag dat Acedia nog steeds in de woonkamer stond.

' Ik ben niet moe' zei Acedia, ze voelde een koude rilling over haar rug lopen. Huma ging op de bank zitten.

' Ga jij nou maar gewoon slapen' zei Acedia. 'Je was moe'

' Maar.. je hebt het koud, hier' Huma gaf het deken dat hij eerst over zich heen had liggen aan Acedia. Acedia pakte het deken niet aan. Huma ging rechtop zitten en probeerde het nog een keer maar ook deze keer pakte Acedia het deken niet. Ze gaf een kleine glimlach.

' Nog steeds zo kinderachtig als vroeger' zei Huma.

Acedia keek op en leunde naar Huma toe ze sloeg hem in zijn buik. Haar hoofd rustte nu op Huma zijn borst. Huma pakte het deken vast en gooide het over Acedia en hem heen. Huma sloot zijn ogen. Acedia hield haar ogen open maar na een tijdje sloten haar ogen ook.