7
7.
Acedia opende haar ogen, ze zag dat Huma naast haar lag, ze bloosde. Ze kroop uit het bed en liep naar de badkamer. Toen ze over de gang liep hoorde ze iemand haar naam zeggen. Ze keek de kamer in waar het geluid vandaan kwam, het was Humil.
' Hé, hoe gaat het?' vroeg Acedia, ze stond in de deuropening van de kamer. De vleugels van Humil waren nog niet verdwenen, ze had zelf eigenlijk geen idee wanneer ze wouden verdwijnen.
' Beter dan gisteren' zei Humil hij ging rechtop in zijn bed zitten, Acedia liep verder de kamer in.' Ik wil je wat vragen…'
Acedia keek Huma zwijgend aan.
' Je moet de andere Engelen vinden, het is de enige manier om rustig te leven' zei Humil.' Vraag Huma en Char of ze je willen helpen, je zal het niet alleen redden'
' Humil, waar heb je het over. Daar ben ik al de hele tijd mee bezig, en als jij beter bent zoeken we ze met ze alle' zei Acedia. ' Ik ga vanmiddag dat meisje opzoeken waarvan ik haar teken had gezien'
' Hoe wil je dat gaan doen?' vroeg Humil.
Die middag gingen Char en Acedia naar Central Head Quarters, Char pakte Acedia haar hand vast toen ze het gebouw binnen gingen.
' Het komt wel goed' fluisterde Acedia.
Ze liep door de gangen, ze probeerde te herinneren hoe ze de vorige keer had gelopen, was het hier links?. Uiteindelijk stonden Char en Acedia voor de deur van het kantoor van Roy Mustang. Acedia klopte op de deur.
' Ik verwachtte je al, kom binnen' zei een bekende mannenstem.
Acedia opende de deur. De zwartharige man keek verbaast toen hij het meisje de kamer in zag lopen.
' Ik wou u wat vragen' begon Acedia, Char verschool zich achter Acedia.
' Wat mag het zijn?' zei Roy vriendelijk, Acedia liep de kamer verder in ze ging in één van de twee stoelen zitten die in de kamer stonden, Char ging naast haar zitten.
' Ik zoek iemand, en ik dacht dat u me misschien kon helpen' ging Acedia verder. Er werd op de deur geklopt en de deur ging open, de blonde alchemist kwam de kamer in lopen gevolgd door zijn broer. Char sprong van zijn stoel af en rende naar de twee broers.
' Wat…wat doe jij nou hier?' vroeg Edward verbaast, toen hij de jongen voor hem zag staan. Acedia stond op. Ze keek de twee jongens aan. Maar draaide haar daarna weer om, ze was niet voor hen gekomen.
' Kunt u met helpen?' vroeg Acedia.
' Als u een naam weet, dan zou ik dat zeker kunnen' zei Roy. Acedia keek naar de grond, waarom was ze hier überhaupt gekomen ze wist geen naam, geen leeftijd niet waar het meisje woonde ze wist helemaal niks. ' Het spijt me ik ben iets vergeten'
Acedia liep naar Char toe ze pakte zijn pols van en trok hem mee. Char keek de twee broers na, toen ze uit het kantoor waren liet Acedia Char los.
' Waarom gaan we weg?' vroeg Char.
' Ze konden ons niet helpen, we hebben geen naam, we weten niet waar ze woont' zei Acedia.' We zullen het zelf moeten uitvinden'
' Wie zoeken jullie?' vroeg Alphonse, hij stond achter Char en Acedia.
' Misschien kan ik helpen' voegde Alphonse er aan toe.
' Ik denk het niet, ik weet haar naam niet en ook niet waar ze woont' zei Acedia, ze wou weglopen, Char trok aan haar broek.
' Misschien kunnen ze ons wel helpen' fluisterde Char.
' Als je wilt kan je met ons meegaan, misschien komen we haar wel op de straat tegen, en misschien ken je haar' zei Acedia. Alphonse keek Acedia verbaast aan ze was wel snel van mening verander. Alphonse liep naar Acedia toe. ' Is je broer hier ook oké mee, kan je hem zomaar alleen laten zonder iets te zeggen?'
' Ik zal zeggen dat ik weg ben' zei Alphonse, hij klopte op de deur en deed hem open en stapte de kamer in. Hij kwam weer terug.
' We kunnen gaan'
Acedia, Char en Alphonse liepen over de markt, overal stonden kraampjes er was van alles te koop. Char zou het liefste bij alle kraampjes hebben gestopt en gekeken wat er allemaal was, maar elke keer als hij maar heel even stil stond duwde Acedia hem vooruit.
' Waar komen jullie eigenlijk vandaan? Ik heb jullie nog nooit eerder gezien' zei Alphonse.
' We wonen hier niet in de buurt' zei Acedia kortaf.
' En… er waren eerst toch ook twee jongens met jullie mee. Zijn jullie familie?' vroeg Alphonse.
' Ja we zijn familie' zei Acedia, ze keek overal rond om een glimp op te vangen van het meisje dat ze zocht.
Na een halfuur over de markt rond te hebben gezwerft en nog steeds niks te hebben gevonden besloten ze het ergens anders te proberen.
' Chastity!? Waar ben je?' riep iemand. Acedia keek meteen op, dat was niet zomaar een naam. Dat moest één van de Engelen zijn. Acedia rende op het geluid af. Ze zag een vrouw staan, een doek verborg haar voorhoofd de vrouw riep de naam nog een keer. Zonder te twijfelen stapte Acedia op de vrouw af. Char kwam achter Acedia aanrennen.
' Char ben jij dat?' zei de vrouw toen ze de jongen aan zag komen rennen. Acedia keek verbaast, ze zag een meisje achter de vrouw verschijnen, zij was het meisje dat ze eerder was tegengekomen.
' Zijn jullie? Net zoals…' zei Acedia ze stopte toen ze merkte dat Alphonse naast haar stond.' Heel erg bedankt voor je help, Alphonse. We hebben ze gevonden. Misschien is het beter als je je broer gaat zoeken'
Alphonse knikte, hij verliet de groep. Niemand zei iets.
' Zijn jullie net zoals ons?' vroeg Acedia nog een keer, ze trok haar rechterhandschoen uit, haar teken was duidelijk zichtbaar. De vrouw keek geschrokken. Ze haalde de doek die ze om had van haar hoofd af, twee vleugels verschenen op het voorhoofd.
' Dus toch' zei Acedia, ze had niet verwacht dat alles zo snel zou gaan, dat ze de Engelen nu al had gevonden. Iedereen stelde zich voor.
' Maar als jij Acedia bent waar zijn de andere twee Engelen dan die altijd bij jouw zijn' zei Chastity.
' Ze zijn thuis, we hebben een soort van probleem' zei Acedia. Iedereen volgde Acedia naar het appartement waar Humil en Huma waren. Acedia opende de deur en liet iedereen binnen. Huma stond in de woonkamer en keek verbaast naar iedereen die binnen kwam.
' Het zijn de Engelen' zei Acedia, ze liep naar Huma toe.
' Hoe is het met Humil?' vroeg ze toen ze tegenover hem stond.
' Redelijk'
' Dit is Huma' zei Acedia, ze wees naar de jongen die naast haar stond, zijn blonde haar zat door de war, je kon zien dat hij deze morgen nog niks aan zijn uiterlijk had gedaan.
' En waar is Humil?' vroeg Temper.
' Dat was het probleem' zei Acedia. Ze liet de andere Humil zijn toestand zien, hij sliep.
' We moeten naar huis anders zal onze meester ongerust worden' zei Temper, toen ze de klok zag die in de kamer hing.
' Meester? Is dat de maker?' vroeg Huma. Temper knikte snel, ze trok Chastity mee en samen verlieten ze het huis.
Huma, Acedia en Char zaten alle drie sprakeloos op de bank.
' We hebben dus al zes van de zeven Engelen ontmoet' zei Acedia.' We moeten allen Patience nog vinden. Ik hoop dat dat net zo gemakkelijk gaat als vandaag'
' Acedia?' zei Char.' Kunnen we die broers ooit nog zien?' vroeg hij.
' Je bedoelt Alphonse en Edward?' zei Acedia. Char knikte.' Bedoel je dat je meer alchemie van ze wil leren?' Char knikte weer, zijn wangen kleurde rood.
' Het is oké, zolang je je eigen geheim niet verklapt is het goed' zei Acedia.
' Als ze me wat willen leren, wil je dan met me meegaan Huma?' vroeg Char.
' Ik weet niet of dat wel zo'n goed idee is' zei Huma, hij herinnerde zich wat er met zijn broer was gebeurd. Acedia pakte haar bruine jas en liep de kamer uit.
' Wat ga je doen?' vroeg Huma.' Het eten is klaar!'
' Ik ga vragen of die broers tijd hebben voor Char' zei Acedia.' Ik sla het eten wel een keer over'
' Oh meiden' mompelde Huma toen Acedia de kamer uit was. Char giechelde. ' Maar vertel jij me maar is wat er allemaal is gebeurd deze middag'
' Maar Huma, het eten is klaar' zei Char, hij sprong van de bank af en liep de keuken in.
' Oh jongens'
Als jullie is wisten hoe lang ik over dit hoofdstuk heb gedaan . Zal ik het vertellen P Ik geloof dat ik het in bijna een half uur tijd heb geschreven! Sorry dat het zo lang duurde voor de volgende update maarja hetzelfde als altijd : school, school, school!! Maar nog maar 2 dagen en dan ben ik er vanaf. In tegenstelling tot sommige andere mensen (hea Juul P) Dit was het weer voor deze keer. Please review. En ik het volgende hoofdstuk : Patience.
