8

8.

' Ikki, waar ben je?' riep een meisje ze rende over een weiland heen. Ze had lang zwart haar dat heen en weer bewoog met elke stap die ze maakt. Ze stond stil, op zoek naar haar kleine broertje dat weer is van huis was weg gelopen.

' Ikki! Wat is er aan de hand?!' riep Patience, ze draaide een rondje om te kijken of ze haar kleine broertje kon zien, ze zag een jongen in een boom zitten ze liep er naartoe.

' Wat is er gebeurd?' vroeg Patience, ze hielp Ikki de boom uit.

' Papa werd boos' bracht de kleine jongen uit.

' Papa heeft het heel erg moeilijk. We hebben het allemaal heel erg moeilijk. Papa en mama willen dat jij heel goed je best blijft doen op school daarom moeten papa, mama en ik heel hard werken. Bij papa op het werk gaat het niet zo goed' legde Patience uit.

Haar kleine broertje keek haar aan.

' Waarom zit jij eigenlijk niet op school?' vroeg hij. Zijn handen raakte zijn zus haar schouders aan, hij raakte de twee vleugels aan die op zijn zus haar schouders stonden. ' Is dat waarom je niet naar school gaat?'

Patience knikte zwakjes.

' Zullen we naar huis gaan?' zei Patience, ze pakte haar broertje haar hand vast, ze liepen het weiland af en liepen het bos in, midden in het bos stond een huis, hun huis. Haar vader kwam het huis uitrennen en omhelsde Ikki. Patience haar moeder riep haar het eten moest klaar worden gemaakt. Patience deed wat ze gevraagd werd en maakte het eten klaar.

Die avond lag Patience in haar bed, haar broertje was al in slaap gevallen, ze sliepen op dezelfde kamer omdat het huis niet groot was. Haar rechterschouder deed pijn, ze wou dat het weg ging de laatste tijd had ze er meer last van gekregen en het ging steeds meer pijn doen. Waarom was zei zo geboren. Maar er waren meer mensen zoals haar, ze wou ze ontmoeten en misschien wisten zij wat ze tegen de pijn kon doen. Patience had hier al heel vaak over nagedacht. Ze had dromen gehad dat ze met zes andere mensen liep, ze waren allemaal hetzelfde als haar ; een engel. Ze voelde zich zo gelukkig in die dromen. Patience kroop haar bed uit, ze kleedde haar om, ze had een witte jurk aan getrokken ze stopte wat andere kleren in haar tas, en schreef wat op een briefje ze legde het op de tafel. Ze keek voor de laatste keer het huis in. Ze zou hier niet meer terug komen.

Liefste vader en moeder.

Het spijt met dat ik zo ineens ben weg gegaan, maar ik kan het niet meer aan. Ik wil weten wat ik echt ben en of er andere mensen net zoals mij zijn, ik ga ze proberen te vinden. Asjeblieft zoek geen contact met me, ik moet dit alleen doen. Wees lief voor Ikki hij heeft het erg moeilijk. Ik weet niet of ik ooit nog terug kom. Ik hou heel veel van jullie

Patience.

Acedia liep over straat het was al laat ze was net terug gekomen van Central HQ. Ze had de twee broertjes gesproken en gevraagd of ze Char iets meer alchemie wouden leren. Toen Edward vroeg of ze ook wat wou leren sloeg ze het bot af en verliet de kamer. En nu liep ze hier op straat het was maar goed dat ze haar bruine jas had aangedaan, het was erg koud. Ze liep naar het appartement ze hoopte dat Humil al wat beter was en dat de vleugels al weg zouden zijn maar ze had geen flauw idee of de vleugels vanzelf weg zouden gaan of dat er een geneesmiddel was. Acedia nam de lange weg naar huis, ze wou even alleen zijn, het zou vast weer een chaos in het huis zijn. Char wou waarschijnlijk niet gaan slapen, en Huma zou hem vast en zeker niet het bed in krijgen hoe hard hij het ook probeerde.

Acedia keek rond, ze liep zo te zien in een woonwijk, in sommige huizen brandde nog licht. Een deur ging open en een man rende naar haar toe.

' Alstublieft. U moet me helpen!' riep de man, de man rende het huis weer in. Acedia rende achter de man aan, toen ze in de hal van het huis stond, raakte iets haar achterhoofd, ze viel op de grond alles werd zwart….

' Char, je gaat nu slapen!' riep Huma, hij had al te veel dingen geprobeerd om de jongste Engel te laten slapen maar niks had gewerkt.

' Waar is Acedia?' vroeg Char, hij zat op de bank en staarde voor zich uit.

' Ik weet het niet ze komt zo vast wel terug' zei Huma, hij greep Char bij zijn schouder en tilde hem van de bank af. ' Maar jij gaat slapen!'

' Nee ik wil niet!' riep Char, hij beet in Huma zijn hand en rende naar de ander kant van de kleine kamer.

' Auw!' riep Huma uit, een deur ging open en Humil kwam de kamer uit strompelen.

' Broer, wat doe jij nou uit je bed! Je moet rusten' zei Huma hij liep naar zijn broer toe.

' Ik voel me prima' zei Humil, hij liep naar Char toe. Hij bukte voor hem neer.

' Je hebt je vleugels nog steeds' zei Char, hij raakte één van de vleugels aan ze voelde zacht aan.' Doet het geen pijn meer?'

' Nee, ik voel me goed' zei Humil.' Maar je moet gaan slapen, als Acedia zo meteen komt en ze ziet dat je nog niet in je bed ligt' zei Humil.

Hij wekte een angstige gedachte bij Char op, hij rende naar zijn kamer en kleedde zich om, hij sloot zijn ogen.

' Hoezo krijg jij het wel voor mekaar, en ik niet!' riep Huma verontwaardigd. Humil lachte.

' Waar is Acedia, is ze nog steeds niet terug?' vroeg Humil bezorgd.

' Nee ze is nog niet terug, ik maak me zorgen' zei Huma, hij ging naast zijn broer op de bank zitten. ' Ze is twee uur geleden weg gegaan, en nog steeds niet terug. Het is niks voor haar'

' Misschien is er wat ergs gebeurd' zei Humil. Huma sprong van de bank af en trok zijn jas aan.

' Ik ga haar halen' zei Huma vastbesloten.

Hij opende de deur en rende de straat op. Alleen de gedachte dat er iets ergs met Acedia zou zijn gebeurd bezorgde hem de rillingen. Als er iets met haar was gebeurd zou hij het hemzelf niet kunnen vergeven. Ze betekende heel veel voor hem. Hij kende Acedia al zo lang, ze voelde als zijn zusje. Maar die gevoelens waren de afgelopen jaren veranderd, Acedia was veranderd. Ze was niet meer het kleine zusje zoals Huma haar altijd had gekend, ze was opgegroeid tot een echte vrouw, nouja dat wou hij ook niet zeggen, ze had nog steeds haar kinderlijke trekjes. Hij moest haar vinden, zonder haar zou hij niet terug gaan.

Hij nam de lange weg om naar het militairengebouw te lopen, ze had waarschijnlijk zo gelopen omdat ze alleen wou zijn. In alle huizen waar Huma langsliep waren de lichten uit. Huma rende een straat in, hij keek verbaast op. In dit huis brandde nog wel licht. Hij belde aan, misschien had iemand in het huis Acedia gezien. Er werd opgedaan, de vrouw die eerder in het appartement had gestaan stond voor zijn neus, hij kon haar naam niet meer herinneren.

' Huma?' vroeg de vrouw verbaast.

' Uh, hebt u Acedia gezien?' vroeg Huma.

' Kom binnen, je hoeft geen u te zeggen hoor' zei Temper. Huma liep het huis in, hij stond in een hal, Temper liep de hal uit een andere kamer in, Huma volgde haar. Hij stond in een woonkamer er brandde kaarsen het was veel groter dan het appartement waar Huma, Humil, Acedia en Char met ze vieren in woonde.

' Je bent op zoek naar Acedia?' vroeg Temper.

' Ja, ze zou ergens naar toe gaan maar ze is nog steeds niet terug' vertelde Huma.

' Ik heb haar niet gezien, ik ben net terug gekomen. Ik ben net vijf minuten thuis, ik heb haar ook niet op straat tegen gekomen' zei Temper. Ze schonk twee glazen thee in. Huma pakte het glas vast, zijn handen begonnen te tintelen. Hij nam een slok van de thee en zetten het glas weer terug.

' Laat me gaan!!' riep iemand. Huma stond van schrik op het was Acedia, hij rende naar haar stem toe, hij deed een deur open.

' Niet naar binnen gaan! Dat is verboden' riep Temper hem na, ze rende achter hem aan.

' Wat doet Acedia hier!?' riep Huma terwijl hij een trap afrende. Het werd steeds kouder, ze zaten onder de grond.

' Ik weet het niet!' riep Temper, ze kon Huma niet meer zien ze rende zo snel als ze kon de trap af.

' Huma!' riep Acedia, toen ze hem zag staan. De man die voor haar stond draaide zich om en keek Huma boos aan. Temper stapte van de laatste trede af, toen ze de man zag boog ze.

Huma keek naar de vrouw die naast hem stond, wat deed ze. Was hij de maker? Haar meester.

' Laat haar gaan!' riep Huma.

' Ze gaat nergens heen en jij ook niet' zei de man, hij had grijs haar dat door de war zat, hij droeg een witte doktersjas. Hij liep naar Huma. Het was maar goed dat Huma zijn zwaarden had mee genomen. Hij pakte er één in zijn handen. En hield hem verdedigend voor hem.

De man die voor hem stond klapte simpelweg zijn handen. Huma viel neer op de grond zijn rug deed pijn. Zijn t-shirt scheurde en twee witte vleugels verschenen. Hij schreeuwde het uit van de pijn.

' HUMA!' schreeuwde Acedia, een traan viel over haar wang. Het was allemaal haar schuld. Ze kon het niet aanzien, de pijn die Huma voelde dezelfde pijn die Humil had gevoeld, en nu was het haar schuld.

Huma lag roerloos op de grond tranen vielen over zijn wangen, en bloed stroomde over zijn rug. De maker liep rustig naar Huma toe. Hij trok aan de vleugels van Huma. Huma schreeuwde, hij balde zijn vuisten en beet op zijn lip. De pijn was niet te verdragen.

' Stop, alstublieft' zei Temper, ze stond op en keek haar meester aan. ' Doe hem niet meer pijn dan het al doet'

' Jij, ga naar boven' zei de man terwijl hij naar Temper wees. Hij pakte Huma vast en legde hem op een bed dat in de kamer stond, hij bond Huma zijn handen en benen vast. Hij pakte de beide zwaarden van Huma af, en zetten ze in de andere kant van de kamer. Hij liep naar Acedia toe, haar handen waren vastgebonden met ijzeren kettingen, en haar voeten stonden op de grond, ook vastgebonden. De man sloeg haar in haar maag, de zoveelste slag die ze had gevoeld in het uur dat ze hier was geweest. Bloed stroomde uit haar mond. De man maakte haar los en tilde haar op, ze kon zich niet bewegen haar hele lichaam deed pijn. De man zette haar tegen een houten plank aan en bond haar weer vast. Haar handen zaten weer met ijzeren kettingen vast en haar voeten ook. De man bond een derde ketting om haar nek, ze kon zich niet meer bewegen. De man liep weg, hij opende een deur. Acedia sloot haar ogen, ze probeerde zichzelf los te maken maar het had geen nut, door de ketting om haar nek kon ze geen kant op. De man kwam terug lopen hij had een spuit in zijn hand, hij liep eerst naar Huma toe, en stak de naald in Huma zijn arm.

' Laat hem met rust!!' riep Acedia woest, de man liep naar haar toe en stak de naald ook in haar huid. De man liep de kamer uit. Het zicht van Acedia werd slechter, ze kon haar ogen niet meer openhouden haar lichaam deed pijn en voelde slap aan. Wat gebeurde er met haar?