11.
Edward, Alphonse en Roy staarde verbaast naar het witte licht dat de kamer langzaam vulde. Het werd steeds feller, beschermend hielde Edward en Roy hun handen voor hun ogen. Toen het witte licht was verdwenen, zat het meisje dat in het bed had gelegen rechtop. Haar gezicht was lijkbleek, haar ogen stonden wijd open en keken Patience geschrokken aan. Acedia deed haar mond open maar er kwam geen geluid. Haar blauwe ogen flitste de kamer rond, ze bekeek iedereen in de kamer niet langer dan vijf seconde en bekeek daarna weer iemand anders. Toen ze iedereen had gezien sloten haar ogen.
' Is dit normaal?' vroeg Huma bezorgd, hij keek recht in de helderblauwe ogen van Acedia die hem nu aanstaarde, haar ogen sloten weer en ze viel achterover op haar bed neer.
Patience knikte, ze legde haar hand op het voorhoofd van Acedia en sloot haar ogen. Het witte licht verscheen weer. Patience mompelde iets in een taal die voor gewonen mensen niet te verstaan was.
' Ed, wat zegt ze?' fluisterde Roy. Zijn ogen waren gericht op de twee meisjes.
' Hoe moet ik dat weten!' fluisterde Edward terug. Hij keek naar de jongen die zijn rechterarm vast hield. Edward zakte door zijn knieën en keek de jongen recht in zijn ogen.
' Weet jij wat er gebeurd?' vroeg Edward aan Char. Char knikte.
' Ze gebruikt één van de oudste spreuken die er is, in een taal die al duizenden jaren niet meer is gebruikt' zei Char.
' Maar dat witte licht was dat alchemie?' vroeg Roy, hij stond recht tegenover de jongen en bekeek hem aandachtig.
' Ze kunnen geen alchemie gebruiken, kolonel. Alleen Char kan het' zei Edward, hij ging weer staan.
' Ik begrijp er niks van' zei Roy, hij keek Edward ongeloofwaardig aan.
' Het is een lang verhaal' zei Humil, hij stond op en liep naar Roy toe. Humil was even lang als Roy.
' Chastity kan ik hun het verhaal vertellen?' hij draaide zich om toen hij het zei, hij keek het meisje aan dat in een stoel zat, ze keek uit het raam. Ze keek Humil verbaast aan toen hij haar aansprak.
Chastity keek Edward, Alphonse en Roy aan.' Ja, we kunnen ze vertrouwen' zei ze en daarna staarde ze het raam weer uit.
Humil liep naar de deur. ' We kunnen dit beter op een andere plek bespreken' zei Humil. Roy volgde hem. Alphonse keek zijn grote broer aan, Edward knikte en ook zij volgde Humil.
Ze kwamen aan in het kantoor van Roy, iedereen ging zitten en Humil begon te praten. Hij vertelde alles wat hij wist over wat ze waren ; We zijn geboren als gewone mensen, net zoals jullie. Maar we zijn geboren om te veranderen, we zijn al uitgekozen voordat we geboren zijn. Toen de maker ons vond heeft hij ons één voor één getransformeerd tot wat we nu zijn. (Alphonse vroeg meteen hoe hij dat had gedaan, Humil keek niet op of om maar staarde Roy recht in zijn ogen aan, en keek af en toe naar Edward en Alphonse) We zijn geboren uit stenen, elke engel een eigen steen. En iedere engel een andere traditie om geboren te worden. Het is bijna 950 jaar geleden dat er Zeven Engelen op de aarde leefde, het is een moeilijk proces om alle zeven zielen te wekken. (Roy onderbrak Humil. Hij had ooit iemand ontmoet die zij dat hij vier verlosser had gecreëerd, maar de man was al snel daarna ziek geworden en overleden. Humil ging verder met zijn verhaal maar beantwoorde wel de vraag) Als er maar zes zielen over minder worden gewekt, kunnen we niet voort leven dan sterven we. (toen Humil dit vertelde keek hij naar Roy. In elke generatie van een bepaalde familie worden uitverkorene geboren maar niet iedereen beschikt over de kracht om ook echt uit te groeien tot een engel. Ik hoop dat jullie begrijpen dat het daarom nog lastiger word om ons allen te wekken. Als één van ons zevenen niet genoeg kracht had om na de transmutatie te overleven waren we hier niet geweest om… (Humil stopte met praten want de deur ging open)
Huma liep de kamer binnen naast hem liep Acedia. Haar gezicht had weer kleur gekregen. Humil keek zijn kleine broer aan, Huma ging zitten. Acedia ging op de leuning van de bank zitten en staarde Humil zwijgend aan.
' Om wat?' vroeg Roy, toen Humil niet verder ging.
' Om jullie te helpen om de homunculis te vernietigen' zei Humil kortaf. Acedia ging verder, haar stem gaf het verhaal een hele andere wending dan de toon van Humil.
' We zijn de tegenpolen van de homunculis. Het is makkelijker om homunculis te creëren omdat alchemisten ze maken, en deze wereld zit er vol mee. Om ons te maken zijn er veel mee dingen nodig dan alleen en alchemist die zijn leven riskeert om ons te wekken. Door die reden zijn we ook krachtiger dan de homunculis, maar hebben we ook onze zwakheden. We zijn kwetsbaarder omdat we mens zijn geweest, we kennen gevoelens net zoals normale mensen in tegenstelling tot de homunculis' zei Acedia ze stopte even en keek iedereen in de kamer aan. Ze verwachte een vraag maar die kwam niet.
' Dat is zo'n beetje alles' zei Acedia.
Roy keek Acedia ongeloofwaardig aan, Acedia merkte het op en keek de volwassen man aan.
' Het klinkt als een sprookje ik weet het maar als u kan geloven dat er homunculis bestaan dan moet u ook in ons geloven'
' I-i-ik had niet verwacht dat zo'n onschuldig meisje als jij een..een'
' Een bijna honderdduizend jaar oude ziel te zijn?' zei Acedia, ze keek de man lachend aan.
' Precies' zei Roy, zijn wangen begonnen te kleuren.
' Het geeft niks, ik kan het begrijpen je komt ons ook niet elke dag tegen' zei Acedia, ze keek Huma aan die haar aanstaarde terwijl ze praatte.
' Wat!?' zei Acedia, haar stem veranderde. De zachte vertrouwde stem die hun had uitgelegd veranderde in een kinderlijke stem.
' Ik had niet verwacht dat er zulke wijze woorden uit jouw mond konden komen' zei Huma plagerig. Acedia keek Huma vuil aan, en keek daarna de andere kant op. Huma lachte zachtjes.
Roy stond op en ging achter zijn bureau zitten, hij pakte de telefoon vast. Acedia sprong van de bank af en schoot een pijl door de telefoon heen. Roy keek geschrokken naar zijn nu lege hand.
' We hebben jullie dit in vertrouwen verteld, als één van jullie het ook maar aan iemand door verteld hebben we geen andere keuze dan jullie te doden' zei Acedia dreigend, langzaam liet ze haar boog zakken.
' Het is oké. Chastity zei dat we ze konden vertrouwen, en op dat soort momenten kunnen we op haar vertrouwen, dat weet je' zei Humil. Acedia knikte en ging rustig op de bank zitten alsof er niks was gebeurd. Roy keek nog steeds geschrokken naar zijn telefoon.
' Wie was je eigenlijk van plan om te bellen?' vroeg Acedia.
' Ik wou aan mijn secretaresse vragen of ze de afspraak die ik over twee minuten heb kon uitstellen' zei Roy, hij keek het meisje aan. Er verscheen een onschuldig lachje op haar gezicht.
' Sorry voor dat' zei ze, ze keek Roy aan.
' Kan ik nu bellen zonder een boog door mijn telefoon te krijgen?' vroeg Roy. Acedia glimlachte en knikte van ja. Humil stond op.
' Het wordt tijd dat we wat rust krijgen' zei Humil. Huma knikte instemmend.
Humil, Huma en Acedia verlieten de kamer. Edward en Al bleven achter samen met Roy. Roy keek de twee broers aan. Edward en Alphonse stonden naast elkaar en keken Roy zwijgend aan.
' Ik wil dat jullie die zogenaamde ' zeven Engelen in de gaten houden' zei Roy, in zijn stem klonk iets van wantrouwen.
' Geloof je ze niet?' vroeg Edward. Roy mompelde iets maar gaf geen antwoord op Edward zijn vraag. Edward realiseerde zich dat Roy de vleugels van Humil nog nooit had gezien, laat staan van één van de andere engelen.
Edward draaide zich om en liep de kamer uit. Alphonse bleef even staan maar volgde daarna zijn grotere broer. Ze opende de deur van hun kamer.
Huma, Acedia en Humil zaten met zijn drieën op Edward zijn bed. Chastity staarde nog steeds uit het raam. Patience en Char zaten naast elkaar tegen de muur aan. Char vertelde enthousiast over Lior, en zijn stiefzus. Patience luisterde naar de jongste Engel, ze genoot van de verhalen die hij allemaal vertelde. Acedia luisterde half mee met de verhalen van Char en lachte af en toe als Char een grap maakte.
Huma staarde naar Chastity die nog niks had gezegd, hij stond op en ging naast haar staan.
' Wat vind je dat we moeten doen?' vroeg hij aan haar. Chastity keek Huma niet aan, ze staarde alleen maar naar buiten.
' We moeten haar redden, ze is net zo belangrijk als Acedia. We hadden haar veel eerder moeten halen. Misschien heeft hij al veel ergere dingen gedaan dan wat we ons kunnen voorstellen' zei Chastity, haar stem sloeg over en ze keek Huma aan. Huma wou protesteren maar Humil trok aan zijn arm.
' Het spijt me, Chastity' zei Acedia.' Het is mijn fout, als ik niet ziek was geworden, als ik wat langer sterker was geweest was Temper nooit meegenomen' Acedia was opgestaan en naar Chastity toe gelopen, Huma en Humil zaten allebei weer op het bed.
' Het spijt me echt, en ik zal er alles aan doen om haar terug te brengen, dat beloof ik' zei Acedia, ze keek in de bruine ogen van Chastity. Chastity verborg haar gezicht in haar handen, je kon haar zachtjes horen snikken.
' B-bedankt' stotterde ze.
' Het is al goed, we moeten zorgen dat we met zijn alle blijven' zei Acedia, er verscheen een glimlach op haar gezicht toen Chastity haar aankeek. Chastity lachte zwakjes, ze veegde de tranen weg van haar gezicht.
' Het wordt tijd dat we wat meer over ons vertellen aan iedereen' zei Humil, hij keek de kamer rond. De enige die hij echt goed kende waren zijn broer en Acedia. Huma knikte. Patience keek naar de vijf Engelen die in de kamer waren, ze wist niks over hem en hun wisten evenmin iets over haar. Ze knikte net zoals Huma.
' Ik zal beginnen' zei Patience ze was opgestaan en ging in een stoel zitten.
