Zenuwachtig tikte ik met mijn vingers op de mahoniehouten balie.

"Kan ik je ergens mee helpen?" Twee nieuwschierige, zwaar opgemaakte groene ogen staarden me aan.

"Eh… Ja." Hijgde ik. "Ik vroeg me af wanneer de rondleiding…" Mijn stem stierf weg bij het zien van de reactie van de vrouw.

Ze zat recht overeind, met haar pen in haar vuist geklemd. Haar knokkels waren wit en haar kaak was strak gespannen.

"…afgelopen was?" Maakte ik mijn zin zachtjes af.

Haar ogen schoten naar de andere kant van de ruimte, waar de hal doorliep in een gang, die vervolgens de hoek omging.

"Rondleiding?" Vroeg ze verbaasd alsof ik een kind van vijf was.

"Mijn vriendin is een tijdje geleden dit gebouw binnengegaan voor een rondleiding. Ik vroeg me alleen af hoelang die duurt."

"Oh… Aha…" Lachte ze. Ze leek even na te denken. "Sorry, maar dat kan nogal uitlopen. Mag ik je vragen buiten te wachten?"

Mijn wenkbrauwen schoten omhoog. "Het is dringend." Zei ik vlug.

De receptioniste keek me verontschuldigend aan.

Ik zuchtte. "Mag ik haar alstublieft halen?"

Ze schudde haar hoofd. "Je mag daar niet zonder begeleiding heen."

"En wat als u meegaat?"

"Kan niet. Ik heb het te druk hier."

Ik pruilde. "Is er dan niemand anders die mee kan?"

Weer schudde ze haar hoofd.

Ik rechtte mijn rug.

"Oh," Zei ze. "En probeer alstjeblieft niet naar binnen sluipen, want dan roep ik de bewaking én bel de politie."

Ik keek haar beledigd aan. Alsof ik ooit zoiets zou proberen. Wat denkt ze wel niet, die vuile…

"Jammer. Maar kunt u me dan op z'n minst vertellen tot hoe laat ik moet wachten?"

Ze schudde haar hoofd. Alweer.

Verontwaardigd draaide ik me om en beende het gebouw uit. De hitte van de middag liet mijn lichaam zowat in vlammen opgaan na de koelte van de hal. Ik ging op één van de bankjes op het plein zitten. Ik had zicht op de vrouw die nog steeds aan haar balie zat. Ik fronste mijn wenkbrauwen.


"Is het nou zó moeilijk om…" Mompelde ik tegen mezelf. Ik vertrouwde het niet. Ik wist zeker dat ieder ander me even herenigd had met mijn vriendin.

Ik pakte mijn mobiele telefoon uit mijn tas, tikte met mijn wijsvinger Romee's nummer in en hield het apparaatje tegen mijn oor.

"Hoi! Romee hier, ik ben er even niet, dus bel me later terug of spreek wat in na de piep. Doei!"

Ik wachtte tot de pieptoon en sprak daarna mijn bericht in.

"Roo, ik zit hier nu al een hele tijd te wachten, en ik smelt bijna. Kom je naar Robert's huis als je klaar bent? Kus."

Mijn ogen werden groot toen ik de tijd zag. Romee was daar al drie uur binnen. Duurt iedere rondleiding drie uur?

Vanuit mijn ooghoek zag ik de receptioniste opstaan en weglopen. Nieuwschierig rende ik naar de deur.

De receptioniste was nergens te bekennen. Ik stapte naar binnen en liep langzaam richting de gang, terwijl ik schichtig om me heen keek.

Ik verstijfde toen ik bijna vlak naast me geneurie hoorde. Toen ik opzij keek zag ik dat de receptioniste in een piepklein keukentje aan het afwassen was. Ik zag mijn kans en rende de gang ik.

"Zo." Zei ik tevreden in mezelf. "Nu eens zien wat Romee nu al drie uur bezig houdt…"


Ik luisterde aandachtig of ik iets hoorde, stemmen misschien, maar de enige geluiden die mijn trommelvlies zachtjes deden trillen waren mijn eigen snelle ademhaling en mijn voetstappen op de stenen vloer.

Aan het einde van de gang was een raam, en net toen ik dacht dat het doodliep, zag ik dat aan mijn rechterhand een traliehek was. Ik rammelde eraan om te zien of het open was, maar het het piepte zó erg dat ik ineen kromp, omdat ik zeker wist dat dat gehoord zou worden.

Snel trok ik het hek open, liep de zijgang in en trok het hek hard achter me dicht. Het geluid galmde door de gang.

De gang waarin ik nu was zag er oud uit. De ruwe muren waren half afgebrokkeld, het was donker en het tochtte. Ik liep voorzichtig de hobbelige trap af. Toen ik beneden was, bleef ik staan.

Een lift? Ik trok één wenkbrauw op.

Misschien kon ik nu maar beter teruggaan, en als ik gesnapt werd mijn excuses aanbieden. Dan kon ik in elk geval niet nóg dieper in de problemen raken dan zeer waarschijnlijk als ik hier in ging.

Mijn hand drukte snel op de knop, alsof hij niet wilde dat ik aarzelde.

De liftdeuren sprongen open. Tot mijn blijdschap zat er niemand in. Ik stapte in, en de deuren sloten zich weer.

Er waren slechts vier knoppen: deur openen, deur sluiten, begane grond en kelder. Ik nam aan dat ik nu op de begane grond was en de rondleiding in de kelder zou zijn, dus drukte ik op het laatst genoemde knopje.

Twintig seconden lang werd ik gemarteld door een afschuwelijk liftmuziekje, waarschijnlijk een stuk Italiaanse opera. Ik voelde hoe de oude lift zich al piepend en krakend een weg naar baande.

Toen de liftdeuren weer open sprongen, werd ik zowat weggeblazen door het duister. Even leken de twee Tl-buisjes in de lift de enige lichtbron. Ik stapte uit en de liftdeuren sloten, mij in het pikkedonker achterlatend.

Sluipend en tastend baande ik me een weg door het donker. Toen mijn ogen een beetje aan het donker gewend waren vond ik mezelf in nóg een gang. Houdt het dan nooit op?

Opeens hoorde ik iets achter me. Voetstappen? Ik draaide me instinctief om.

Toen drong een metaalachtige geur diep mijn neusgaten binnen. Ijzer en roest. Op slag werd ik kotsmisselijk. Bloed. Ik rilde. Ik wist dat ik snel frisse lucht en een glas water nodig zou hebben. Ik begon sneller te lopen. Maar werd licht in mijn hoofd en de gang leek alleen maar langer te worden en spreidde zich als een kronkelende slang voor me uit.

Bloed… Gatverdamme…

Er verschenen vlekken voor mijn ogen, die mijn gezichtsvermogen verminderden. Mijn benen verslapten, en ik viel op de grond. Naar adem happend kroop ik naar de muur aan de linkerkant.

Een donkere gestalte rees voor mij op. Ik legde mijn hoofd op de grond. Het was beter zo dicht mogelijk bij de grond te blijven, zodat ik me niet zou bezeren als ik weg zou vallen.

"Gaat het wel…?" Klonk het vaag vanuit de verte. Er waren meer stemmen. Maar die werden langzaam meer gemompel, totdat ze helemaal verdwenen.


Ze tikte me zachtjes aan.

"Ruik je dat?"

Ik snoof de geur diep in. Zoet, fruitig. Een tikje scherp. Ik sloot uit puur verlangen mijn ogen.

"Un cantante…" prevelden we tegelijk.


Zo, daar was het volgende hoofdstuk dan! Zit je al op het puntje van je stoel? :P

Ik wilde even kwijt dat het verhaal zich 2 à 3 jaar na Morgenrood afspeeld, en dat de Volturi nogal gerecruteerd hebben. De wacht bestaat uit ong. 50 leden + de drie volturi = 53 volturies *gasp* En ik vergeet steeds te zeggen dat de vrouwen in dit verhaal niet voorkomen (Aro en Caius-inpikkerts! _)

;3

xx