Ik had het idee dat mijn hoofd zou gaan ontploffen als ik me bewoog, terwijl ik uit deze duisternis kroop. Mijn ogen waren nog gesloten, mijn maag zat nog in een dubbele scheepsknoop, maar mijn oren vingen al weer geluiden op. Stemmen. Vreemde stemmen, die zó zuiver en glad klonken dat ze haast onmogelijk echt zouden kunnen zijn. Ik luisterde aandachtig.

"Waar heb je haar gevonden?"

"Ze ging hier in de gang tegen de vlakte."

"Enig idee waarom? Heeft ze je gezien?"

"Ik weet het niet. Ze stond met haar rug naar me toe. We waren aan het opruimen…"

"Aha. En ze is langs de beveiligingscamera's gekomen?"

"Felice lette even niet op. Dimitri zei dat ze het meisje al eerder had weggestuurd."

"Waarom wilde ze naar binnen? Is ze levensmoe?" Wat bedoelde hij daarmee?

Er klonk gegrinnik.

"Volgens Felice hoort ze bij iemand van Heidi's vangst."

"Hebben we haar niet verteld dat ze moet zorgen dat iedereen binnenkomt? Dan kunnen we dit soort dingen voorkomen."

Er werd gezucht.

"Zorg dat de beveiliging wordt aangescherpt. Dit moet niet te vaak gebeuren. Nu eerst maar eens…" De spreker zweeg toen ik diep adem haalde.

Ik merkte dat mijn voeten iets hoger lagen. Op een traptrede, of iets dergelijks.

Ik had het gevoel dat ik elk moment over me nek kon gaan. Normaal zou ik geen bezwaar hebben tegen het feit dat ik mijn maaginhoud over de vloer van een ander zou gooien, maar ik herinnerde me dat ik een insluiper was en er toch iemand aardig genoeg was geweest om me te helpen.

Ik deed langzaam mijn ogen open.

"Welkom terug op aarde!"

"Ze is bijna net zo bleek als jij, Ollie!" Het klonk als het rinkelen van belletjes in een zacht briesje.

"Ik vraag je al zo'n achtenveertig jaar me niet zo te noemen." Klonk het geïrriteerd. "En heb je de laatste tijd nog in de spiegel gekeken, sneeuwwitje?"

Ik fronste en probeerde overeind te komen, maar een sterke arm duwde me terug.

"Niet zo snel, je wil toch niet weer van je stokje gaan?"

"Tuurlijk," mompelde ik. "Dat is altijd al een hobby van me geweest."

De zwarte vlekken voor mijn ogen vervaagden langzaam. Vlak boven me hing een gelukzalig lachend, gewoon perfect gezicht. Een paar volmaakte, rode lippen omlijstte de twee rijen perfect witte tanden, en de lokken die langs het geheel hingen, waren rood, met een bijna naar paars overwegende glans.

Terwijl ik staarde merkte ik dat er wat afschuwelijk mis was aan het engelengezichtje boven mij. De "vriendelijke" ogen die mij aankeken… De irissen van het meisje waren felrood.

Verward knipperde ik met mijn ogen. Er kwamen verschillende woorden in mij op. Lenzen? Albino? Kom op Lisette… Het is nu niet het moment om mensen te beoordelen op hun uiterlijk…

"Gaat het weer een beetje?" Vroeg ze bezorgd.

Ik sloot mijn ogen, haalde diep adem en knikte langzaam.

Voorzichtig werd ik overeind getrokken. Ik trok mijn benen naar me toe en keek rond.

Hoe zouden normale mensen dit omschrijven? Mooi? Intimiderend?

Ik zat op de grond in een grote, ronde zaal, die me aan een ronde romeinse tempel deed denken. De muren en vloeren waren van wit en groen marmer, en het hoge plafond was koepelvormig. Mijn voeten hadden gelegen op een trede van een brede trap van een verhoging. Op de verhoging stonden drie grote, zwart met goud bewerkte stoelen, net tronen. Op elk van de tronen zat een man, elk met een gezichtsuitdrukking die afweek van de anderen. De rechter bijvoorbeeld, keek alsof hij net in de hondenstront was gestapt, en het met zijn vingers eraf moest schrapen en daarna opeten. De man op de meest linkse "troon", keek alsof hij een gemiddelde leerling was die een zes uur durende documentaire over het leven van een zandkorrel aan het kijken was.

De middelste man echter, keek me recht, uitdrukkingsloos aan. Op een bepaalde manier was hij enger dan een avondje alleen, thuis The Exorcist kijken. (Dat was in mijn taal een engerd-rating van 20 op een schaal van 1 tot 10.)

"Eh… Het s-s-spijt me da-da-dat i-ik…" Stotterde ik hulpeloos.

Het harde gezicht van de man ontdooide tot een vriendelijke, "geruststellende" glimlach.

"Dat kan gebeuren, toch?" Zei hij. Ik herkende zijn stem. Hij had net met een andere man gepraat. Ik was een beetje verbaasd dat hij bij het hemelse stemgeluid hoorde.

"Toch wil ik mijn excuses aanbieden voor de overlast die ik heb bezorgd, meneer." Zei ik zo beleefd mogelijk.

"Wat ben je bescheiden…" Mompelde hij terwijl hij me in gedachten verzonken aanstaarde. "Weet je eigenlijk waarom je flauwviel?"

Ik knikte. "Ik rook bloed."

"Mensen kunnen geen bloed ruiken." Zei hij snel.

Ik trok één wenkbrauw op. "Jawel… In grotere hoeveelheden ruikt het nogal… Metaalachtig…" Ik dacht even na. "Wacht... Hoe kwam die geur in de gang? Was er soms iemand gewond?" Vroeg ik bezorgd.

Maar zijn gezichtsuitdrukking schoot van verrast, naar bedenkelijk, naar geamuseerd.

"Dus je valt flauw als je bloed ruikt?"

"Of ziet…" Voegde ik eraan toe. "Erg vervelend…"

Hij schudde langzaam zijn hoofd, alsof hij niet wilde geloven wat ik zei. Ik schaamde me rot voor mijn watjesgedrag.

"Eh… Nouja, ik moet maar weer eens gaan…"

Zijn wenkbrauwen schoten omhoog. "Gaan?"

Ik wilde opstaan, maar het meisje naast me hield me stevig vast.

"Ik kan je toch niet zo laten gaan? Ik sta erop dat je blijft. Je bent per slot van rekening net weer bij bewustzijn!"

Ik was nog een beetje rillerig en misselijk, maar ik had geen zin om langer bij deze vreemden te blijven. Ik voelde me niet bepaald op mijn gemak.

"Een vriend van mij woont hier dichtbij in de stad. Ik kan ik zijn huis nog wel even liggen…"

Maar de man boog zijn hoofd en zijn mondhoeken krulden even omhoog.

"Ik laat je niet gaan." Zei hij langzaam.

Ik keek hem verbijsterd aan. Hij is net zo'n weirdo als die receptioniste. Wat verbergen ze…?

"Wat… Maar… ik… Wáárom niet?"

Hij gaf geen antwoord op mijn vraag, maar keek me weer recht in de ogen. Tot mijn grote schrik zag ik dat ook hij rode ogen had. Zit dat soms in de familie? Alleen de zijne waren wat lichter. Haast… melkachtig?

Ik kneep mijn ogen samen, en probeerde hevig een logica te vinden in dit vreemde schouwspel. Ik had ontzettend veel vragen. Wie ben jij? Waarom zijn jullie ogen rood? Zijn dat lenzen? Zijn jullie acteurs? Wonen jullie hier? Waarom wil je niet dat ik wegga?

"Oké." Mompelde ik met tegenzin. "Maar ik wil gewoon niemand tot last zijn."

Er verscheen weer een glimlach op zijn gezicht.

"Geloof me, liefje, we zijn alleen maar blij dat jij er bent."

Ik zocht een horrorfilm die even eng was als wat hij net had gezegd, maar ik kon daar niet in slagen.

"Frank," Zei hij langzaam terwijl hij een kast van een vent met een mantel die achter me stond veelbetekenend aankeek. Ik kon door de kap van de man zijn gezicht niet zien.


De kast knikte, en pakte me vast bij mijn bovenarm. Hij liep, een verbijsterde ik achter zich aan slepend de zaal uit. Ik herkende de gang waardoor we liepen.

Opeens stond er een jongen voor me. Ik staarde hem met open mond aan. In het donker van de gang leek zijn bleke huid haast licht te geven. Zijn gezicht was nog perfecter dan dat van het meisje van net, maar hij straalde droefheid uit. Gek genoeg had hij rode irissen, maar het leek wel bij hem te hóren. Als robijnen schitterden ze in het licht van de fakkels aan weerszijden van de gang.

"Frank." Zei hij kort. "Voor wie is ze?"

"Aro." Zei de kast.

De jongen leek heel even vol medelijden naar me te kijken, maar draaide zich toen om en liep snel weg. Zijn zwarte, in een paardenstaart gebonden haar golfde achter hem aan.

De kast sleepte me mee naar een deur. Die was groot en zwaar, maar de kast kreeg het voor elkaar hem open te maken. Bijna moeiteloos. Hij duwde me naar binnen.


Anticlimax. Ik stond in hun gastenverblijf, oftewel een kleine ruimte, met muren van hobbelige, ongelijke stenen, met in de muur tegenover mij een klein tralieraampje. Het was vochtig en er zat groenigheid op de muur die ik voor schimmel hield.

"Eh… Bedankt voor de rondleiding… Mag ik nu gaan?"

Als antwoord viel de zware deur dicht, en aan de andere kant hoorde ik Frank, de kast, de deur op slot draaien, een verbijsterde mij achterlatend.


Mijn stille hart vulde zich met iets wat ik al decennia lang niet had gevoeld;

Was het medelijden?

Met het mensenmeisje?

Ik walgde van mezelf.

Ik verbood mezelf het te voelen,

Maar de geur van het meisje vulde mijn hoofd als muziek.


Het duurde even, aangezien ik op vakantie was, maar dit was dan alweer hoofdstuk 4. Kun je al zien welke kan het uitgaat?

Aro/OC/OC. Ik ben geïnteresseerd geraakt in triangels. LOL.

xx