Emelyn's POV
Het meisje werd door Felix en Dimitri de troonzaal in gesleept, en hoewel ze geen kik gaf, was aan haar gezicht te zien dat ze het graag had willen uitgillen.
En ze weet niet eens wat we zijn, toch?
Zodra ze dichtbij genoeg was, drong haar geur diep mijn neusgaten in, en laaiden de vlammen in mijn keel op. Ik verstarde en zag de anderen in de zaal ook wat kleine, onwillekeurige bewegingen maken.
Met een zelfvoldane glimlach stond Aro op. Hij, Caius en Marcus hadden overlegd over het meisje. Caius had geopperd dat ze het meisje gewoon zouden afmaken, omdat ze alleen maar voor last zou zorgen – zijn gelijk was inmiddels al bewezen -, maar Aro wilde haar wel een kans geven;
"Oliver heeft gezien dat ze een gave heeft, we kunnen haar laten werken totdat ze oud genoeg is om één van ons te worden." Had Aro gezegd.
"Oliver's gave is niet precies genoeg. Eleazar kon ons tenminste vertellen wát voor gave een individu zou krijgen. Bij Oliver moeten we hopen dat het niet een uiterst onbruikbare gave is zoals Didyme had…" Had Caius gesnauwd.
Bijna was het op een gevecht uitgelopen tussen hem en Marcus, omdat het onderwerp "Didyme" nog steeds zeer gevoelig lag.
Na de onenigheid waren de drie (eigenlijk twee, want Caius is het nooit ergens mee eens(of eigenlijk één, want Marcus kon het eigenlijk niets schelen)) het eens dat Aro's plan het meest voordelig was.
En toen kwam het nieuws. Het meisje was ontsnapt, en Oliver had geholpen. Hoe kwaad ík ook was, en hóe verantwoordelijk ik me ook voelde, ik besloot Oliver er niet op aan te spreken, want ik wist dat hij al de volle laag zou krijgen; van Aro en Jane.
Ik was weggeslopen, maar ondanks dat was Aro's getier en Olivers geschreeuw van pijn door de hele ondergrondse vesting te horen;
"BESEF JE WEL WAT JE GEDAAN HEBT? ALS ZE WEET VAN ONS BESTAAN KAN ZE ONS GEHEIM OVER DE HELE WERELD OPENBAREN! BEGRIJP JE DAN NIET HOE ERG WIJ HIERDOOR IN HET NAUW WORDEN GEDRUKT? IDIOOT! IK ZOU JE EIGENLIJK VEEL ZWAARDER MOETEN STRAFFEN! HOE KUN JE? DIT IS VERRAAD TEGENOVER JE MEESTERS VAN DE HOOGSTE GRAAD! DIT IS BIJNA ONVERGEEFLIJK!"
Dimitri was er intussen achter dat het meisje ook geholpen was door een metgezel, en hij had gelijk van Caius de opdracht gekregen hem op te sporen, omdat het duidelijk was dat deze man wist dat we ons hier bevonden, wat wij waren, wat voor een gevaar het meisje hier zou lopen en hoe hij hier ongezien binnen kon sluipen.
Zo gezegd, zo gedaan; de man die het meisje had geholpen was gevangen genomen en uitgehoord, waarbij ze uit hem los hadden gekregen dat hij niet de enige was die van ons wist, en ook belangrijk; dat er (tot grote woede van Caius) een paar weerwolven* zich in Toscane bevonden. Daarna hadden ze de armen en benen van de arme man moeten breken voor hij iets losliet over waar het meisje was.
En nu hadden ze haar. Terwijl Oliver het bijna met zijn leven had moeten bekopen omdat hij haar had willen helpen.
Aro liep sierlijk van de korte, brede marmeren trap van de verhoging waarop de tronen stonden naar beneden.
"Welkom terug, Lisette!" Zei hij opgewekt, als altijd.
Ze keek hem vreemd aan.
Wen er maar aan, meid, maar trap er alsjeblieft niet in.
"Je hebt voor flink wat oproer hier gezorgd! Wat zette je aan zomaar weg te lopen zonder gedag te zeggen?"
Het leek erop dat het meisje zichzelf genoeg bij elkaar geraapt had om voor zichzelf op te komen.
"Pardon meneer, maar ik heb u bedankt voor uw gastvrijheid toen ik onwel werd. Het ging prima, maar het viel me een beetje tegen toen ik opgesloten werd in uw kelder!" Haar ogen schoten even naar Frank, die naast mij stond.
"Lieve meid, we kunnen je helaas niet vrij laten rondlopen- "
Toen sprong ze uit haar vel.
"Waarom niet? Wat heb ik jullie in vredesnaam misdaan? Ik heb alleen maar antwoorden nodig! Waar zijn de mensen gebleven die hier naar binnen zijn gegaan? Waarom gedragen jullie je zo vreemd? Waarom-" Gilde ze door de zaal.
"Dat zal later allemaal duidelijk worden, lieverd."
Hell yeah.
Aro pakte haar hand. Ze probeerde zich los te trekken, maar zijn handen sloten zich als een ijzeren klem om de hare. De afwezige blik in zijn ogen verraadden het feit dat hij bezig was alle herinneringen en gedachten van het meisje in slechts milliseconden aan het bekijken was, en het meisje tot in de kern van haar ziel leerde kennen, zoals hij iedereen hier kende: beter dan dat je jezelf kent.
Het meisje staarde hem achterdochtig aan toen hij haar hand weer losliet en zijn Chesire Kat-glimlach weer op zijn gezicht toverde.
"Caius, Marcus, ik wens zo een bespreking, ik heb iets ontdekt wat jullie interessant zullen vinden…"
Hij wendde zich weer tot het meisje, wie steeds wanhopiger om zich heen leek te kijken.
"We hebben besloten genade te hebben en je leven te sparen, maar daar tegenover staat dat je hier zult wonen totdat je oud genoeg bent om lid van ons te worden."
Man, als hij het zó zegt klinkt het alsof we een halvegare schaakclub zijn…
"Tevens ga ik er mee akkoord dat je de nodige bevredigingen zult krijgen voor je menselijke behoeften, waarmee ik voedsel en een slaapplaats bedoel, maar deze moet je wel verdienen. Je moet ons allen hier gehoorzamen, en als je gevraagd wordt om iets te doen, doe je dat. Ook zul je gestraft worden als ik bespeur dat je voet buiten het complex hebt gezet, en je mag geen enkel contact hebben met de buitenwereld. Duidelijk?"
Met open mond keek het meisje Aro aan.
Ja meid, het is ongelooflijk wat hij zegt, maar hij meent het. Daar gaat je toekomst.
"Jullie kunnen me niet zomaar gevangen houden! Ik moet naar huis! Ik heb een familie, een school, vrienden en een plek in de samenleving! Ik kan niet zomaar verdwijnen!"
Opeens bewoog het hoopje mens naast Franks voeten. Het meisje zag het en keek er met open ogen naar.
"Robert?" De hoge, wanhopige gil sneed door mijn hoofd.
Felix liet haar los en ze vloog naar de gewonde man toe.
Ze wilde de man omhelzen, maar hij kreunde van de pijn toen ze zijn arm aanraakte.
"Rob…" Fluisterde het meisje. "Wat hebben ze je aangedaan?" Voorzichtig bestudeerde ze het gehavende gezicht van de man, dat onder de bulten en paarse plekken zat.
"Ik ben oké, Lies." Zei hij zachtjes.
"Kun je je nog bewegen?"
"Ja." Loog hij, en hij maakte wat bewegingen met zijn hoofd.
"En je armen en benen?" Vroeg het meisje, nu wat paniekeriger.
Aro, Caius, en een aantal leden van de garde die op dit moment aanwezig waren keken zwijgend toe. Ik meende bij Aro en Caius zelfs een tevreden, sadistische blik te bespeuren.
"Ze zijn gebroken." Bracht de man moeizaam uit.
Het meisje hapte naar adem, draaide haar hoofd om en keek Aro woedend aan.
"Jullie hebben zijn armen en benen gebroken? Dat kun je niet doen! Jij v-"
"Zoals je ziet, dat kunnen wij wel. Di Gennaro vormt een grote bedreiging voor ons, niet alleen door jou te stelen…"
"STELEN? Hij hielp me en daar moet HIJ nu de prijs voor betalen?" Jammerde ze.
"Lisette Lily Larson, wat je snel duidelijk zal worden is dat wij slechts hen straffen die onze wetten overtreden. Ik vereis dat je wat respect toont voor ons, want wij bieden je nu de best mogelijke behandeling voor iemand van jouw soort in ons midden. Het kan zijn dat je niet al te blij bent met de reden waarom je hier voortaan zult wonen, maar ik vrees dat je er vrede mee zult moeten hebben. Zo niet, dan kan ik de omstandigheden waarin je hier verblijft nog wel verslechteren, maar ik ga er vanuit dat je dat zeker niet wilt…" Zei Aro zelfvoldaan.
Ik begreep wat hij bedoelde; de meeste mensen die hier binnenkwamen, overleefden dat niet, omdat ze, de drie leiders van de Volturi, bang waren dat ons geheim bekend zou worden onder de mensen. Het was zeer uitzonderlijk dat ze haar lieten leven voor langer dan één dag, en dat ze niet eens in de kerkers hoefde te verblijven. Aro had gelijk. Ze had geluk. Echter, hem kennende zou Aro het meisje nog wel eens het leven zuur maken met mensonvriendelijke klusjes, het drinken van een deel van haar bloed… Het was gewoon veel te leuk om mensen te treiteren.
Mijn mondhoeken krulden even omhoog.
Misschien had het meisje, Lisette, nieteens de helft gehoord van wat hij had gezegd. Ze zat zwijgend naast haar vriend geknield en haalde voorzichtig haar vingers door zijn haar, alsof daarvan de botten in zijn ledematen zouden helen.
Aro zuchtte.
"Ik heb wel weer genoeg van deze dramatische scene. Dimitri, wil jij Lisette naar haar kamer begeleiden?"
Nadat ik had toegekeken hoe Lisette al schoppend en gillend om haar compagnon door Dimitri de zaal uit was gesleept, begaf ik me naar Olivers kamer, waar hij zittend op een stoel voor zich uit zat te staren.
De vertrekken van de leden van de garde waren leeg en onpersoonlijk, omdat we er alleen maar zaten als we niets beters te doen hadden; meestal moesten we opletten of er geen indringers in het complex waren of we waren in opdracht van onze meesters in het buitenland.
Ik bleef vlak achter hem staan en duwde aan de rechterkant mijn roodpaarse haar achter mijn oor.
"Oliver…"
"Nee, ik heb nu geen zin om te praten." Hij staarde wezenloos vooruit.
"Jawel. Frank en ik maken ons zorgen om je." Ik legde mijn hand op zijn schouder.
"Nergens voor nodig. Het gaat prima." Loog hij.
"Oliver, we moeten weten waarom je ze liet gaan. Aro had je wel kunnen vermoorden!"
"Dat had hij volgens de regels moeten doen. Ik vind het nog vreemd dat hij het niet gedaan heeft."
"Waarom ben je zo suïcidaal? Je leven hier is goed toch? Tenminste, als je doet wat je gezegd word en de regels niet breekt…"
"Luister, Emelyn; ik heb geen flauw idee waarom ik het deed. Uit het niets voelde ik gewoon medelijden voor het meisje. Ze hadden haar vermoord als ik het niet had gedaan."
"Oliver, jij, ik, wij… We vermoorden per jaar tientallen mensen. Het is onze natuur! Waarom zit je er ineens zo mee?"
"Ik zit er niet mee dat we mensen vermoorden! Ik snap ook gewoon niet wat me bezielde! Een deel van me zei: ze gaan haar vermoorden. Een ander deel wilde dat niet en dat deel stapte voor hen opzij!"
"Hou je van haar?"
Hij draaide zijn hoofd om en keek me vol afschuw aan. "Wanneer weet je of je van iemand houdt?"
"Eh…" Stamelde ik. "Als je diegene het beste toewenst en een warm gevoel van binnen krijgt als je aan hem of haar denkt?"
"Na wat ik door haar gedaan heb wens ik haar dood, en als ik aan haar denk, krijg ik een heet, brandend gevoel… IN MIJN KEEL!" Hij was opgestaan en had de stoel waarop hij had gezeten tegen de muur gegooid.
Ik glimlachte. "Dan is er niets met je aan de hand."
Maar Oliver bleef grommend staan en staarde woedend naar het hoopje versplinterd hout en gescheurde stof.
"Ol, relax. We kunnen gaan jagen als je wilt?"
Hij ontspande zich en draaide zich om.
"We hebben gisteren nog gedronken, Emelyn."
"Je ziet eruit alsof je het hard nodig hebt." Ik veegde wat loshangende plukken zwart haar uit zijn gezicht.
Hij haalde zijn schouders op. "Geen idee waarover je het hebt."
Ik trok een grimas en liep naar buiten, waar een donkere gestalte stond te wachten. Frank. Hoewel hij door zijn bouw er angstaanjagend uitzag, was hij het tegenovergestelde. Helaas kenden weinigen die kant van hem. Zijn gezicht, dat altijd verborgen was in het donker onder de capuchon van zijn donkergrijze mantel, kende zelfs ik niet, na al die decennia dat we al met elkaar leefden. Altijd als ik hem ernaar vroeg, bleef het stil. Ik dacht omdat hij te veel verschrikkelijks had gezien, te veel had meegemaakt en te veel had gedaan. Frank was geen slecht persoon. Hij was niet geboren voor het eeuwige leven.
Ik zuchtte.
"Ik weet niet wat het is met hem, Frank. Hij weet dat ik het weet als hij liegt en toch zijn zijn woorden doordrenkt met leugens. Wat als hij weer zoiets doet dat volstrekt tegen de regels is? Je weet in wat voor wereld we leven! Hij jaagt zichzelf de dood in!"
Als ik íemands bloed zou willen drinken, dan was het dat van het meisje. De geur vulde mijn hoofd en wakkerde het brandende gevoel in mijn keel zodanig aan, dat ik dacht dat ik nooit meer mijn dorst zou kunnen stillen, zonder het bloed van het meisje te hebben gedronken, tot de laatste druppel. Maar Aro zou dat nooit goed vinden.
AN;
Zoals jullie ongetwijfeld hebben gemerkt, heb ik de titel van deze fanfic veranderd, omdat de titel die ik eerst had gekozen slechts tijdelijk was, en omdat deze beter bij het thema van het verhaal past; (om niet te veel te verklappen) de worsteling van sommige vampiers met hun onsterfelijke bestaan. :)
Sorry dat het updaten (letterlijk) eeuwen duurde, maar ik had een proefwerkweek en tja, dan heb je even geen tijd om te schrijven… Het hád ook eerder gebeurd kunnen zijn, want ik heb dit hoofdstuk een aantal keren opnieuw geschreven, puur omdat het nergens op sloeg. Door te schrijven vanuit Emelyns perspectief (Even ter informatie; Emelyn is het meisje dat boven Lisette hing toen ze bijkwam nadat ze was flauwgevallen ;)) probeerde ik dit toch vrij dramatische stuk een beetje luchtig te houden en de situatie in de tijd dat Lisette weg was even uit te leggen.
Ik ben erg slecht in het dichten van gaten, dus als je denk dat ik informatie had moeten geven en die niet gegeven heb, meld het dan alsjeblieft eventjes, want ik schiet er niet veel mee op als men met onbeantwoorde vragen blijft zitten. (Ik zal vragen voortaan in AN's beantwoorden.)
Hartelijk bedankt voor het lezen en veel plezier tijdens het kijken van Eclipse! (Ieeeeh ik heb er zo'n zin in!)
xx
