Zodra de eikenhouten deur op slot was gedraaid, plaatste ik mijn handpalmen op mijn slapen en trok een "Dit-heb-ik-weer-gezicht". Ik deed een paar stappen achteruit en draaide me om. Mijn mond zakte open. Ik stond in een ronde kamer, die me deed denken aan de marmeren zaal, maar dan volledig gemeubileerd en engerd-loos. Mijn "gevangenis" bevatte onder andere een kingsize bed, een grote, antieke kast en een sierlijk versierd houten bureautje.
Terwijl ik me verbaasd afvroeg waar ik deze luxe aan te danken had, werd er zachtjes op de deur geklopt. Ook dat was een feit om me over te verbazen, want meestal betekend kloppen dat iemand vraagt om binnen te mogen komen, en het leek me niet dat ik in de positie was hier iets toe te staan of te weigeren, hoe graag ik dat ook zou willen.
"Binnen?" Zei ik zachtjes.
De deur met sierlijke houtsnede ging langzaam open. Er kwam een jong meisje binnen. Ik meende haar te herkennen; haar roodpaarse haar omlijstte haar knappe gezicht net zoals het gedaan had toen ik bijkwam nadat ik was flauwgevallen.
Ik verstijfde. Zij was één van hen. Wat zou ze gaan doen?
Ze glimlachte bij het zien van mijn reactie.
"Lisette, je hoeft niet bang te zijn hoor." Gniffelde ze. Juist dáár werd ik bang van.
"Wáárom?" Jammerde ik. "Wat heb ik júllie ooit aangedaan?"
Ze fronste even en keek me toen verbaasd aan.
"Jeetje, waarom ben je zo verschrikkelijk overstuur? Geloof me, ik ken die gasten, en je mag blij zijn dat je nog ademhaalt!"
Ik liet mijn schouders hangen.
"Oh, fijn. Dus ik ben écht tussen een stelletje moorddadige gekken terecht gekomen?"
Ze haalde nonchalant haar schouders op en knikte.
Ik schoot in de stress. Robert!
"Alstjeblieft..." Smeekte ik het meisje. "Laat me Robert helpen voordat jullie me vermoorden! Hij heeft verzorging nodig!"
"We gaan je niet vermoorden, hoor! Althans, ik niet, en volgens mij hebben de Oudsten dat lot op het moment niet voor je bedacht... Enfin, ik kan je niet helpen met je vriend, maar ik kom je even inwijden om je het niet wat gemakkelijker te maken."
Ik fronste en keek haar woedend aan.
Ze negeerde me en vervolgde haar introductiepraatje.
"Mijn naam is Emelyn. Voorlopig ben ik hier om te zorgen dat je je dagelijkse portie mensenvoedsel krijgt, op te letten of je niet te benen neemt..."
Teleurgesteld liet ik mijn schouders hangen.
"...tevens zal ik zorgen dat je kleren krijgt, en ik zal eventuele boodschappen van Aro of Caius doorgeven."
"Zoals?"
"Nou, het zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat ze je willen spreken, of dat je een klusje moet doen..."
Mijn ogen werden groot. "Een klusje?"
"Ja," zei ze opgewekt. "Je gelooft toch zeker niet dat we je hier doelloos laten zitten, je voeren en dure spullen geven tot je twintig bent? Nee, dit is het alternatief voor sterven; werken!" zei ze alsof ze een leuk verkooppraatje hield.
"Eh..." Stamelde ik. "Tot ik twintig ben...?"
"Nou, als je niets stoms doet waardoor je "lastig" verklaard wordt, zou je één van ons kunnen worden."
En ze waren allemaal supermooi, supersterk, supersnel, maar superbleek en superkwaadaardig. Zou ik dat ook worden? Als je het "superkwaadaardig" weg zou laten, zou ik een soort Emelyn zijn. Dat leek me prima.
Opeens was Emelyn heel dichtbij. Haar felrode irissen leken mijn ogen bijna weg te smelten.
"Kan je één ding voor mij doen?" Vroeg ze, ernstiger dan voorheen.
Ik kromp licht ineen, bang dat het iets ergs zou zijn.
"...Blijf alstjeblieft uit de buurt van mijn broer. Je lijkt nogal een vreemd effect op hem te hebben en ik wil niet dat hij zichzelf weer in de problemen werkt..."
"Je broer?" Vroeg ik aarzelend.
"Nouja, niet echt broer, maar we trekken al zo vreselijk lang met elkaar op dat we als een broer en zus zijn. Je hebt hem vast wel eens gezien, Oliver."
"Wacht..." Ik dacht even na. "Die jongen met dat zwarte haar en die paardenstaart?"
Ze knikte. "Je weet in elk geval wie je moet ontwijken..."
Ik trok mijn wenkbrauwen op. "Ik kan hier toch niet weg."
Ze staarde even naar de sleutel in haar hand. Mijn hart sprong op. Zou ze hem aan mij geven? Dan zou ik misschien kunnen ontsnappen, Robert redden en Romee zoeken!
Maar ze keek op en trok de sleutel onder haar donkergrijze mantel.
"Dat is waar," zei ze. "Wees maar braaf, misschien mag ik je dan wel eens uitlaten!"
Ik trok mijn bovenlip op.
"Praat niet tegen me alsof ik een soort huisdier ben!"
Ze lachte nonchalant terwijl ze zich omdraaide.
"Je komt anders wel in de buurt, Lisette. Dichter dan je denkt..."
Met die woorden liet ze me weer alleen achter in de kamer.
Ik stak mijn tong uit naar de dichte deur. Wie dacht ze wel niet dat ze was? Het had er heel eventjes op geleken dat ik iemand zou hebben die aardig voor me zou zijn, misschien wel een nieuwe vriendin, maar die hoop liet ik varen. De Hel was dus toch een plek op aarde?
Of...
"Je ruikt naar haar." Woedend keek ik Emelyn aan.
"Aro heeft me daartoe opdracht gegeven. Zit er niet over in."
Ik deed mijn mond open om nog een verwijt in haar gezicht te smijten, maar ze was me voor.
"Ik dacht dat we hierover uit waren, Oliver."
Ik merkte dat ik oorverdovend grommend in een aanvalspositie voor haar stond.
"Laat haar met rust, Emelyn..." Gromde ik dreigend.
"Oliver," zei ze liefkozend maar zenuwachtig, "je weet dat ik haar nooit iets zou doen, zo ben ik niet... Sinds wanneer bekommer jij je nou eigenlijk om het lost van een mens?"
Als antwoord daarop sloeg ik haar, mijn beste vriendin, mijn zus, tegen de muur.
Waanzin was langzaam bezit van me aan het nemen. Nee, het was de dorst.
Een korter chaptertje; komt omdat ik een nieuwe pc heb en daar staat nog geen word op dus moest ik hem via de site schrijven :)
Ben trouwens geobsedeerd met de twilight/new moon parody; Vampires Suck
(Zolturi FTW!)
Btw, the pigtail guy; Oliver, remember? (Van mn originele verhaal) maar dan leuker :D
xx
