A Christmas Carol
Zoals elk jaar met kerstmis, op de grote school der magie
Is er één jongen die op school blijft, en raad eens wie?
Harry Potter wil niet naar huis met kerst
Want op Zweinstein zijn blije herinneringen het verst
Zo ook dit jaar, blijft Harry Potter achter
Als een eenzame kerstmis wachter
Natuurlijk blijven zijn vrienden ook bij hem
Maar zij kunnen wel naar huis, zegt een zachte stem
Hij luistert er niet naar, want zij zijn samen
Daar gaat het kerstgevoel om, zou je zelf beamen
Drie personen, niet van vlees en bloed
Zijn het niet echt eens met wat Harry Potter doet
In de nacht van Kerstavond zijn ze daar
In zijn dromen, alle drie zowaar
Als Harry zijn ogen sluit vol blije gedachten
Zijn zij het die in de droomwereld op hem wachten
Als eerste de geest van Kerstmis Verleden
Albus Perkamentus, zelf niet meer van het heden
Hij vertelt Harry over zijn jaren voorheen
Samen met zijn familie, maar toch altijd nog alleen
Harry's hart voelt koud als het ijs op het meer
Hij had dit al beleefd, waarom moet dit nu alweer?
'Dit is je thuis, Harry Potter, vergeet dat niet'
Zegt Perkamentus, als de persoon die altijd alles ziet
'Het thuis waar je niet graag bent geeft je bescherming
Want zoals elk persoon op de aarde ben je enkel een sterveling'
Harry denkt na over deze woorden en knikt
Het idee om weer naar huis te gaan is een gevoel waar hij in stikt
Maar toch is het waar, denkt hij vol besef
Om mij te beschermen, dan toon je toch behoorlijk wat lef
Albus Perkamentus knikt, met zijn ogen zo doordringend als ooit
En als de oude wijze die altijd met oprechtheden strooit
Harry wordt wakker en draait zich om
In de slaapzaal is het stil en hij voelt zich dom
Misschien moest hij met kerst toch meer aan anderen denken
Het horen niet vrienden te zijn, die hem bedienen op zijn wenken
Voordat hij de gedachte compleet kan maken
Is het alweer gedaan met zijn waken
Hij slaapt weer in en droomt alweer
Maar in plaats van Perkamentus maakt de persoon een ommekeer
Voor hem staat de geest van Kerstmis Heden
Een persoon verkeerd en zeer omstreden
Draco Malfidus met zijn ijzige lach en ogen
Zei de woorden die er niet om logen
'Potter, je bent je vrienden niet waard' zo sist hij
'Wees eens minder egocentrisch en laat ze vrij'
Harry's hart borrelt over van haat
Als hij kijkt naar de geest die voor hem staat
Maar Draco meent het niet verkeerd
Hij is alleen degene die hem over het heden leert
'Hun kerst kan er anders uitzien dan die van jou'
En Draco liet hem een beeld zien van een vrouw
Molly Wemel, op weg naar de eettafel met het kerstdiner
En aan die tafel zag hij zijn vrienden, alle twee
Ze waren vrolijk en met familie, ze lachten
Harry zag het aan en verloor zijn vechtkrachten
Dit onthield hij hen, nu waren ze bij hem
Misschien moest hij toch maar eens luisteren naar die innerlijke stem
Draco knikt en ziet de pijn van dagend begrip
Hij laat Harry achter in een bijna onoverkoombare dip
In zijn slaap draait Harry zich heen en weer
Zijn gezicht bezweet, maar zijn droom maakt opnieuw een ommekeer
Alles om hem heen wordt donker, de wereld kleurt zwart
Als een dag die nog niet klaar is voor zijn start
Uit het duister daagt één klein lichtje, steeds dichterbij
Er is daar nog iemand, denkt Harry blij
Zijn blijdschap vervaagt snel, want Sneep verschijnt
Als de geest van Kerstmis Toekomst, de geest die kwijnt
Intimiderend en met priemende ogen kijkt hij naar hem
En als Harry weg wil rennen zegt de stem:
'Je toekomst is niet zo mooi als je heden
Niemand is met jouw leven tevreden'
Harry kijkt Sneep aan met immense haat in zijn hart
Ik wil naar mijn vrienden, denkt hij vol smart
'Je vrienden zullen je verlaten' zegt Sneep ijskoud
'Er zal niemand meer zijn die van jou houdt'
Harry voelt de tranen in zijn ogen
Al die jaren voelde hij zich zo opgetogen
Nu leek alles voorbij, hoe kon hij dit omkeren
Hoe kon hij zijn vrienden behouden? Hij moest het leren
'Geef je vrienden wat ze willen, laat ze gaan'
Dit vindt Harry niet leuk, maar hij heeft geen poot om op te staan
Hij moet ze late gaan, ook al doet dit pijn
Het zijn zijn vrienden en zij vinden het fijn
Sneep knikt en ziet dat het klopt
Hij grijnst kort, waarna hij zijn lantaarn wegstopt
Harry staat weer in het donker, alleen
Met een hart, zo koud als steen
In de verte hoort hij Sneep nog lopen
Alsof hij Harry van alle moed wil stropen
Met een schok wordt Harry wakker, hij zit rechtop
Met bezweet lichaam en zijn hart een snelle klop
Naast hem zitten Ron en Hermelien
Ron had Harry's nachtelijke pijniging gezien
'Ga naar huis, jullie hoeven niet bij mij te zijn'
Zegt Harry, maar zijn hart doet pijn
Ron en Hermelien kijken elkaar aan
'We gaan ook naar huis maat, maar we laten jou hier niet staan
Gezamenlijk gingen ze naar Het Nest
Waar ze Kerstmis vierden op z'n best
'Dit,' zei Harry Potter verrukt en tevreden
'is waar de Kerstgeesten met zijn allen om beden.'
Een Kerstmis met vrienden is waar het om gaat
Zolang je de familie maar niet in de steek laat
Zo had Harry weer een lesje geleerd
En had hij zijn eigen noodlot gekeerd
