[iDit verhaal wordt opgedragen aan Shadowfax omdat ze een groot fan is van Sneep (of eigenlijk Alan Rickman, maar in dit geval is dit hetzelfde persoon haha)

Ook wordt dit verhaal opgedragen aan Harry Potter, die iets anders wilde lezen dan een romantisch verhaal.

Daarom nu het verhaal 'Treachery'[/i

Treachery gaat over Severus Sneep. Ik ben niet de eigenaar van dit personage jammer genoeg, mijn fantasie reikt niet ver genoeg om een personage zo perfect als deze te creëren, ik leen hem simpel genoeg wel eens om hem leuke avonturen te laten beleven. (zo, dat is dat voor de Disclaimer.)

Filmpje van de Sneep – Toxic[/url Vritney Spears liedje, slechte keus ik weet het, maar de tekst past wel goed bij het idee van Sneep fans.

[BTREACHERY[/B

[bHoofdstuk 1 – Gevoelens van de ene man.[/b

In het donker van de kamer, ergens ver verstopt in een verwilderd bos, zit Severus Sneep voor een half gedoofd haardvuur.

Zijn ogen staan glazig, zijn houding vertoont niets meer van zijn eerdere superioriteit.

Hoewel hij de opdracht volbracht had en Perkamentus nu dood was, werden zijn acties niet op prijs gesteld bij de Heer van het Duister.

Hij had niet degene moeten zijn die Perkamentus zou vermoorden, hij zou op Zweinstein zijn gebleven als het niet aan zijn verraad had gelegen.

Draco had Perkamentus moeten vermoorden, of had moeten sterven terwijl hij het probeerde, maar aangezien Sneep de Onbreekbare Eed had gesloten kon hij Draco niet zomaar laten sterven, hijzelf zou er ook door doodgaan. Eerlijk als hij soms is, moet hij toegeven dat dit niet de enige reden is waarom hij Draco hielp. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om een nog puur en onvolleerd tovenaar een moord te laten plegen, dan kon hij het beter zelf doen.

Maar nu, in het holst van de nacht, voelt hij zich niet meer zo zeker over deze beslissing.

Perkamentus was in alle jaren dat hij op Zweinstein was geweest zijn beschermeling geweest, alleen hij zorgde ervoor dat hij, Severus Sneep, uit handen van het Ministerie bleef en een leven kon leiden op Zweinstein, waar hij zich het meest thuis voelt.

Nu zit hij hier, bij de Dooddoeners waar hij van gevlucht was, alleen omdat zijn taak als spion uit de hand is gelopen. Hij kan niet meer terug, maar vooruit gaan lijkt ook onmogelijk.

Alles is veranderd sinds zijn vertrek.

Voor de zoveelste keer in de dagen die voorbij zijn gegaan denkt hij aan Perkamentus. Hoe Perkamentus smeekte om hem te redden van een komende ondergang, hoe hij zo vreselijk gewond kon raken is nog steeds een mysterie voor hem, hoe hij de smeekbedes van het Schoolhoofd negeerde, alleen om zijn student te kunnen redden, het groene licht, het moordende licht uit zijn eigen toverstok.

Hij rilt en wil eigenlijk niet verder denken, maar de gedachten blijven maar komen, er is geen stoppen aan.

Perkamentus' gezicht heeft nog net de tijd om te vertrekken in een geschrokken grimas, voordat hij de lucht in wordt gelanceerd en over de balustrade naar beneden valt, waar hij gebroken en dood blijft liggen.

Het volgende moment rent hij al weg met Draco, beduusd door wat er gebeurt is, te verward om helder na te denken, achter hem hoort hij Harry Potter, hij probeert hen te vervloeken, maar kan natuurlijk niet raken, aangezien hij altijd slecht is geweest in non-verbale spreuken.

Dat ettertje, zo lijkend op zijn vader, net zo arrogant en uit op erkenning, hij kan het niet laten om terug te vechten, alleen om hem op zijn nummer te zetten. '[iIK ben de Halfbloed Prins[/i' had hij zelfs gezegd, iets dat hij liever verborgen had gehouden.

Na enige worsteling weet hij met Draco de poort te bereiken en Verdwijnselen ze.

De gedachte vervaagd en Sneep zucht diep. Het was allemaal een vergissing geweest, hij was teruggevallen in zijn oude patroon.

'Nee.' Denkt hij, 'dat ben ik niet, ik ben nog steeds dezelfde als voorheen, ik ben niet loyaal aan de Heer van het Duister.'

Maar zijn acties lijken tegen hem te spreken. In de tijd dat hij bij de Heer was, heeft hij bedoeld en onbedoeld geheimen doorgegeven van de Orde van de Feniks, een organisatie tegen zijn Heer waar hij twee jaar lang lid van was voor hij overliep.

De geheimen waren dan we niet van levensbelang voor de Orde, maar hij had ze ook niet prijs willen geven.

Zijn gedachten worden onderbroken door een zachte tik op de deur. Verbaasd staat hij op en loopt behoedzaam de kamer door, zijn toverstok in de aanslag.

De afgelopen dagen heeft hij vaak genoeg met kwade Dooddoeners te maken gekregen om te weten dat hij elk moment een vervloeking tegen zijn hoofd kan krijgen als hij niet voorzichtig is.

Als hij uiteindelijk de deur open heeft gedaan, staat daar Draco, in zijn pyjama, maar klaarwakker, op zijn gezicht is te lezen hoe hij zich voelt, verloren en gepijnigd.

Sneep laat hem binnen, wetend dat hij behoefte heeft aan een gesprek met degene die hetzelfde doormaakt.

Hij gebaard hem te gaan zitten op een mooi leren stoel bij de bijna gedoofde haard en gaat zelf in een andere, soortgelijke stoel zitten.

Ze praten niet, ze zijn verzonken in gedachten en gevoelens die boven het begrip van de meeste Dooddoeners uitstijgt.

"Ik wil hier weg…" mompelt Draco dan, zijn stem niet meer dan een fluistering in de stille kamer.

Sneep weet geen antwoord te geven, dus hij knikt alleen.

"Ik kan hier niet blijven, Severus, ik hoor hier niet thuis." Zegt Draco dan, nu iets harder, in zijn stem klinkt paniek,

Sneep zucht en gaat op zijn knieën voor de jongen zitten, zijn handen gevouwen op diens schoot. "Ik weet dat je hier weg wil, ik wil hier ook niet zijn, geloof me daar maar in, maar we moeten het volhouden, we moeten er vertrouwen in hebben dat de Orde van de Feniks een idee heeft om de Heer van het Duister te verdrijven, anders zijn we verloren." Zegt hij zo rustig mogelijk. Aan de ogen van Draco te zien heeft hij iets verkeerd gezegd.

"Luister Draco, alhoewel dingen nu niet goed lijken te gaan, je moet hoop houden, alleen dat zorgt ervoor dat we overleven in deze situatie. Ik zal je op alle mogelijke manieren helpen je weg te vinden in dit leven en ik zal je beschermen, zoals ik je moeder heb beloofd." Hij staat op en kijkt in de vlammen. Achter hem kan hij Draco gejaagd adem horen halen, maar meer kan hij niet voor de jongen doen. Zijn hele familie zit bij de Dooddoeners, als er iemand te diep in het gebeuren zit is het Draco wel, hoe kan hij, als voormalig deserteur, er voor zorgen dat Draco een veilig leven leidt in deze omgeving? Hoe kan hij ervoor zorgen dat hij niet hetzelfde lot ondergaat als zijn ouders?

Hij schudt zijn hoofd, een antwoord hierop weet hij niet. Hij weet alleen dat hij er voor de jongen moet zijn als deze hem nodig heeft. Meer kan hij niet doen.

"Severus… waarom proberen we niet te ontsnappen?" de stem van Draco klinkt onzeker, maar er klinkt hoop in door, een stille wens.

Sneep sluit zijn ogen en draait zich om, met een zachte zucht zegt hij: "Denk je niet dat ik daar niet aan gedacht heb? Ik kan me alleen geen manier bedenken waarop wij veilig kunnen ontsnappen aan deze hel." Zijn stem klinkt bitter. Het is waar, hij heeft in al die dagen aan bijna niets anders gedacht, als het gezicht van de dode Perkamentus van zijn netvlies af is, denkt hij vooral aan weglopen, weggaan en nooit meer omkijken.

Draco lijkt dit in zijn ogen te zien en gaat weer achterover zitten, zijn gezicht zo mogelijk nog paniekeriger dan voorheen.

Een nieuw, harder geklop op de deur verstomd hun gesprek. Ze kijken elkaar enigszins angstig aan, wat als degene aan de andere kant van de deur hun gesprek heeft opgevangen?

Ze knikken naar elkaar en Sneep doet de deur open, zijn toverstok opnieuw geheven.

Het volgende moment staat Narcissa Malfidus, de moeder van Draco, midden in het vertrek.

"Mijn zoon, waar is Draco?" schreeuwt ze bijna panisch. Draco komt langzaam van de stoel af en loopt op zijn moeder af. "Ik ben hier, mam." Zegt hij zacht.

Narcissa sluit huilend haar zoon in haar armen. "Loop nooit meer weg zonder dat ik weet waar je bent, Draco. Het is hier te gevaarlijk." Stamelt ze. Ze kijkt naar Sneep met een blik van dankbaarheid in haar ogen.

"Bella heeft een plan om je te verraden bij de Heer van het Duister, ze zegt bewijzen te hebben dat je eigenlijk niet aan onze kant staat." Fluistert ze zacht in de richting van Sneep.

Sneep knikt. "Over Bella maak ik me geen zorgen, zij is zo fanatiek dat ze haarzelf in de problemen praat, de Heer zal haar waarschijnlijk minder snel geloven dan mij." Zegt hij duister. "Een prettige nacht gewenst, Narcissa." Hij houdt de deur voor hen open en het tweetal loopt de gang op.

Als hij weer alleen is gaat hij weer in de stoel voor de haard zitten. 'Ontsnappen…' denkt hij. Als dat mogelijk zou zijn… hij zou er alles voor doen.

Zittend in de stoel voor de open haard valt hij in slaap, in zijn dromen nog steeds geteisterd door de herinneringen aan de School en zijn verraad.