Hoofdstuk 4 – De ontsnapping.

De volgende dag, om stipt elf uur hoort Sneep een tik op de deur. Hij was net terug van zijn ontmoeting met de Heer van het Duister en moest nog een beetje bekomen van alle stress, hij liep naar de deur en liet Draco binnen.

"Goedemorgen, was jij op school ook altijd maar zo stipt." Zegt hij met een half valse grijns.

Draco glimlacht flauwtjes en loopt naar binnen. "Ik ben allang blij dát ik kon komen, mijn moeder wou me niet alweer weg laten gaan, ze vroeg zich af waarom ik al die tijd hier doorbreng." Mompelt hij zuchtend en hij ploft neer op dezelfde stoel als waar hij de dag ervoor zat.

Sneep antwoord niet, maar gaat ook zitten.

"Hoe was het bij de Heer van het Duister? Hij heeft je toch niet ondervraagd over de plannen hé?" vraagt Draco onzeker.

Sneep schudt zijn hoofd. "Daar hoef jij je geen zorgen om te maken." Zegt hij rustig.

Hij had plannen lopen maken om de Orde van de Feniks uit te schakelen, hun basis moest geïnfiltreerd worden en van binnenuit vernietigd worden.

"Laten we verder gaan met het plan." Zegt hij dan op een besliste toon.

Draco knikt en pakt de rol perkament er weer bij.

Voor een lange tijd zijn ze bezig met de zaken die geregeld moeten worden, hoe komen ze weg, waar moeten ze naartoe, hoe kunnen ze ervoor zorgen dat ze niet halverwege hun vlucht dood neervallen?

Na een lange tijd staat Sneep zuchtend op. "Meer kunnen we niet regelen, het plan lijkt me nu zo perfect als het maar worden kan. Laten we verder gaan met onze dagelijkse taken. Zorg dat je wat spullen bij elkaar hebt gepakt die makkelijk mee te nemen zijn, niet teveel zware spullen, alhoewel de Hand van de Gehangene misschien wel van pas kan komen." Somt hij op. Draco knikt en loopt de deur uit.

Sneep begint ook wat spullen in te pakken, dingen die altijd van pas kunnen komen zoals een zwarte cape en dingen om hem zo onzichtbaar mogelijk te maken in het donker.

Dit is voor hem niet echt een probleem natuurlijk, aangezien hij bijna alleen maar zwarte kleren heeft en dus toch niet op zal vallen.

Verder zoekt hij in zijn kast of hij toevallig nog een flesje Felix Fortunatis heeft voor goed geluk die avond, maar die kan hij niet vinden.

Hij valt neer op bed en vouwt zijn handen achter zijn hoofd, dit is één van die zeldzame momenten dat hij twijfelt aan wat hij aan het doen is. Ook al is het plan goed, ontsnappen van de Dooddoeners klinkt nog steeds onmogelijk. Hoe kan je ontsnappen van iets dat je toch altijd volgt? Een haast onbekend gevoel overmand hem en moeizaam weet hij het te herkennen als angst.

Als ze falen gaat niet alleen hij dood, maar ook zijn beschermeling, Draco, als Draco sterft zal hij ook sterven, daar heeft de Onbreekbare Eed voor gezorgd.

Hij haalt een hand door zijn vettige haar en wenst stiekem dat hij Harry Potter's onzichtbaarheidsmantel heeft.

De tijd verstrijkt, erg langzaam, maar alsnog te snel voor het tweetal dat klaar staat voor de vlucht.

Bij de avondbijeenkomst van de Dooddoeners blijft Draco opvallend dicht bij zijn moeder, alsof hij stilletjes afscheid aan het nemen is. Sneep wou dat hij dit niet zou doen, het is te opvallend, maar hij kan het de jongen niet kwalijk nemen, het is waarschijnlijk de laatste keer dat hij haar zal zien.

Na de avondbijeenkomst wordt iedereen verzocht om naar bed te gaan, precies zoals geplanned, tot nu toe loopt alles goed.

Sneep draagt Draco op zijn spullen uit zijn kamer te halen en naar hem toe te komen.

Het duurt een tijdje voordat hij eindelijk binnen komt, met een gezicht dat duidelijk op spanning duid. "Sorry, ik moest mijn tante omzeilen." Zegt hij met een bedrukte stem.

Sneep knikt. "We hebben nog tijd, we moeten wachten tot we zeker weten dat iedereen behalve de wachtlopers op bed liggen. Hier, neem wat boterbier."

Hij had twee niet stoffige flesjes meegenomen uit de voorraadkast van de Heer van het Duister, diefstal kan er ook nog wel bij, aangezien ze er hopelijk toch niet zijn om voor die gevolgen op te draaien.

Na een tijdje in stilte gezeten te hebben staat Sneep op. "Het is tijd…" mompelt hij duister.

Draco verslikt zich in zijn laatste slok boterbier en staat ook op, terwijl hij klunzig zijn tas op zijn rug hijst. Hij knikt naar Sneep.

Met een laatste diepe zucht opent Sneep de deur van zijn kamer en kijkt naar buiten, zoals verwacht is de gang leeg. "Zorg dat je ten alle tijden…"

"Je toverstok kan trekken, ja, ik ken het plan net zo goed als jij…" onderbreekt Draco hem.

Sneep knikt en loopt door de gang, ze proberen zo normaal mogelijk te doen terwijl ze aan de andere kant juist zo onopvallend mogelijk willen zijn.

Alles lijkt goed te gaan, de wachten staan precies op de plaatsen waar ze horen te staan en ze kunnen deze dan ook makkelijk ontwijken.

Ineens horen ze stemmen van achter hun komen en ze duiken snel een zijgang in, daar verstoppen ze zich achter een vaas die groot genoeg is om beiden te verbergen.

Ongeduldig wachten ze tot de wachters voorbij zijn en ze horen één van hen zeggen: "Ja, we moeten deze gang extra bewaken, de Heer van het Duister verwacht dat er een ontsnapping plaats zal vinden vannacht."

Draco maakt een klein gilletje van schrik en Sneep slaat snel zijn hand voor Draco's mond.

"Sneep?" vraagt de ander. Ze horen geen antwoord, maar aan het lage gegrom te horen heeft de ander het zo juist bevestigd.

Als ze weg zijn kijken Sneep en Draco elkaar geschrokken aan. "We zijn erbij!" fluistert Draco.

Sneep schudt zijn hoofd. "Nee, ik ben erbij, van jou weten ze niets af, ga terug naar waar het veilig is, Draco. Vergeet dit plan, het heeft geen kans van slagen meer." Fluistert hij terug.

Draco lijkt niet te luisteren en loopt achter de vaas vandaan. "We moeten het plan versnellen, we hebben geen tijd meer te verspillen, als we hier weg willen moeten we nu naar de uitgang." Zegt hij vastbesloten.

Sneep zucht maar gaat er niet tegenin, hij weet dat het complete tijdsverspilling is en Draco heeft gelijk, zoveel tijd hebben ze niet.

Hij loopt achter Draco aan de schuilplaats uit, de gang weer in, van de bewakers is geen enkel spoor meer te bekennen.

"Hoe zouden ze het te weten zijn gekomen eigenlijk?" vraagt Draco zich af.

Sneep schudt zijn hoofd. "Ik weet het niet, misschien dat hij per ongeluk iets meer in mijn hoofd heeft gelezen dan ik verwacht had, maar dat is allemaal gokken." Zegt hij met zijn tanden op elkaar van ingehouden woede en angst.

Draco knikt even en vestigt dan zijn blik weer naar voren, de ene gang in, de andere gang uit, met sluiproutes en omwegen om bepaalde slaapkamers en gangen te vermijden, het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ze bij de uitgang zijn. Dan ineens doemt de ingang voor hun neus op. Alsof ze dit niet verwacht hadden blijven ze doodstil staan.

"Denk dat je terug komt…" fluistert Sneep zo zacht dat het nauwelijks hoorbaar is, zijn stem verstikt met ingehouden opwinding, ze zijn al zo ver gekomen, er is nog maar één obstakel voor hen en dat is de Waanzichtspreuk.

"Ik ga gewoon op een missie, ik kom terug als ik klaar ben." Zegt Draco bij zichzelf en hij blijft de zin voor hemzelf herhalen, langzaam loopt hij in de richting van de deur, zijn lichaam lijkt te worden tegengehouden door een onzichtbare kracht.

"Ik kom gewoon terug, ik ga alleen maar op een missie, laat me erdoor stomme Waanzichtspreuk!" sist Draco duidelijk hoorbaar. Langzaam maar zeker komt hij vooruit, dan ineens staat hij bij de deur en hij trekt deze open, hij kijkt grijnzend achterom naar Sneep en steekt zijn duim op. "Makkelijk, kom maar!" zegt hij en hij loopt naar buiten.

Sneep loopt er ook naartoe en heeft iets minder moeite met het doorbreken van de spreuk aangezien hij altijd zijn hoofd al makkelijk af heeft weten te sluiten tegen indringers.

Als hij ook de deur uit loopt hoort hij een gil, het is Draco, gevolgd door de stem van een vrouw die roept: "[iDraco?![/i Ga terug, jij mag hier niet bij betrokken raken!"

Hij kijkt op en ziet een stuk of tien Dooddoeners staan. Dat was dus het plan, ze wachtten hem buiten op om hem eerst een gevoel van veiligheid te geven.

"Zie hier, Severus Sneep, neem je een kind mee op je ontsnappingspoging? Je komt hier niet levend weg!"