Hoofdstuk 5 – Het einde van de tijd.

Draco en Sneep stonden naast elkaar voor de ingang van de schuilplaats.

Ze waren zo dichtbij geweest, ze konden niet geloven dat het nu voorbij was, dat ze gevangen genomen zouden worden, teruggebracht zouden worden naar de Heer van het Duister.

Sneep kijkt even stiekem naar Draco, om zijn moed in te schatten, ze kunnen nu niet meer terug, dat zou hun dood betekenen, maar ontsnappen aan de stortvloed van Dooddoeners voor hen betekende even goed de dood.

Op Draco's gezicht was spanning en angst te lezen, een kleine glimp van wanhoop, maar zijn hand hing nog altijd rustig boven zijn toverstok, klaar om deze te gebruiken, geen spoor van trilling in zijn vingers.

Sneep draait zich om naar Bellatrix, die met een maniakale grijns op haar gezicht naar hem stond te staren. "Bella, heb jij deze mooie ontvangst voor mij geregeld? Dat had je niet hoeven doen. We komen hier ook wel weg zonder je hulp hoor, maar ik zal de Heer van het Duister een uil sturen dat je zo aardig was om ons uit te zwaaien." Zegt hij met een klein grijnsje, alleen om haar reactie te pijlen.

Bellatrix' grijns veranderd in een grimas van woede en ze wil haar toverstok pakken, maar Narcissa houdt haar tegen. "Mijn zoon is daar nog, eerst moet Draco daar weg!" fluistert ze gespannen en ze wenkt Draco naar haar toe.

Draco schudt zijn hoofd en pakt onopgemerkt zijn toverstok. "Sorry mam," fluistert hij. "Stupefy!"

Zijn moeder, die niet had gedacht dat hij ooit een spreuk op haar af zou vuren, wordt hierdoor totaal verrast en valt verlamd achterover.

"Ze werken samen! Vermoord ze allebei!" gilt Bellatrix als een bezetene. Ze trekt haar toverstok en vuurt meerdere spreuken tegelijk op het tweetal af, die proberen zo snel mogelijk weg te komen van de overdaad aan dodelijke en pijnlijke vloeken.

Rode, groene en witte stralen vliegen over hun hoofd als ze proberen weg te komen.

"Hoe gaan we dit doen?" vraagt Draco als ze achter een muurtje zijn gedoken, de Dooddoeners komen steeds dichterbij.

Sneep schudt zijn hoofd. "Ik heb niet echt een idee van hoe we dit op kunnen lossen, ik had niet verwacht dat we op dit punt nog een vijand tegen het lijf zouden lopen." Geeft hij zuchtend toe.

Draco knikt en kijkt langs het muurtje, meteen trekt hij zijn hoofd weer terug en schiet er een groene straal langs zijn hoofd.

Sneep haalt een paar flesjes uit zijn tas en geeft er een aantal aan Draco. "Exploderende vloeistof, gebruik dit om weg te rennen als je niet wil of kan vechten." Fluistert hij terwijl hij haar het eerste flesje wijst. Hij knikt naar het tweede flesje. "Als je bang bent voor de uitkomst van het gevecht mag je deze innemen, het is een Flegmaflip, je weet wat het doet." Hij legt nog een paar drankjes uit, Slinksap die de lichaamsdelen van de tegenstander kan verkleinen en een Vernuftige toverdrank, zodat de drinker helder kan denken, deze neemt Draco zonder aarzelen in, hij geeft Draco een band voor om zijn middel, waar hij deze toverdranken in kan stoppen en doet hetzelfde voor hemzelf.

"Gebruik alles wat je kan bedenken om hier weg te komen, zelfs Onvergeeflijke Vloeken als dat moet, het doel is om hier levend vandaan te komen, Draco, dat is de eerste prioriteit, we zien elkaar weer aan het einde van het bos, de kant het dichtst bij de bewoonde wereld." Zegt Sneep duister, daarna springt hij achter het muurtje vandaan, vuurt een Avada Kedavra af op de dichtstbijzijnde Dooddoeners en sprint weg door de opening die hij gecreëerd heeft, op de voet gevolgd door Draco. Van alle kanten worden ze ingesloten door Dooddoeners, Sneep duelleert met drie van hen, Amicus Kragge, Antonin Dolochov en Jeegers, hij wordt belaagd door Dodelijke Vloeken van drie kanten tegelijk, maar op een miraculeuze wijze weet hij ze allemaal te ontwijken, uit zijn eigen toverstok komen verschillende kleuren spreuken en vloeken, die hij oproept zonder ze uit te spreken. Draco wordt ingesloten door Bellatrix, Ravenwoud en Vleesschouwer, maar deze worden afgeweerd als hij snel een gedeelte van zijn Exploderende vloeistof in hun richting gooit.

Sneep hoort schreeuwen van pijn en besluit hetzelfde te doen, in de rook die ze creëren rennen ze weg, op de voet gevolgd door meer dooddoeners, minder in aantal, terwijl ze Ravenwoud, Amicus, Dolochov en Vleesschouwer gewond achterlaten op de grond.

Sneep draait zich om en stuurt een Verlamspreuk naar Noot die te dichtbij komt, zonder een kans om zich te verdedigen valt hij slap achterover, Bellatrix, Jeegers en Fenrir lopen zonder medelijden over hem heen.

Draco wordt getackeld door een spreuk van Jeegers en valt met zijn gezicht in de natte bladeren en modderige grond, Sneep stopt met rennen en maakt hem los. "Kom op, doorrennen!" sist hij en hij trekt de jongen overeind. Draco rent door, maar Sneep wordt ingesloten door Fenrir en Jeegers. Sneep gooit zonder medelijden een flinke lading Slinksap over hen heen waardoor hun armen en benen lijken te verschrompelen tot een babyformaat met veel te veel huid.

Hij wil verder rennen, maar op dat moment wordt hij in zijn rug geraakt door een pijnlijk bekende spreuk. De Sectumsempra snijdt door zijn rug alsof het niets is en Sneep voelt zijn adem stokken in zijn keel.

Hij valt op de grond en begint te stuiptrekken. De pijn die hij voelt is gelijk aan die van een Cruciatus vloek.

Draco ziet alles gebeuren en gooit het overige Exploderende vloeistof op de grond zodat ze niet merken dat hij van richting veranderd. Snel rent hij naar de bomen en verstopt hij zich. De Dooddoeners, die er blijkbaar van overtuigd waren dat Sneep snel genoeg dood zou zijn, richten hun aandacht nu op de jongere metgezel van de Toverdranken meester en rennen met volle vaart langs de schuilplaats van Draco.

Als Draco er zeker van is dat ze alleen zijn, met uitzondering van de gevelde Dooddoeners, rent hij gebukt naar de plaats waar Sneep gevallen is.

Sneep ligt met zijn hoofd naar beneden in een plas van zijn eigen bloed, zijn lichaam stuiptrekt nog en zijn hand is nog altijd om zijn toverstok geklemd. Als Draco dichterbij komt probeert hij zich op te richten om te vechten, maar hij komt niet veel verder dan het optillen van zijn hoofd, als hij Draco ziet valt hij weer neer, opgelucht omdat de jongen in orde is.

"Wat kan ik doen?" vraagt Draco angstig, hij bekijkt de enorme wond op Sneep's rug en voelt zich misselijk worden.

Met een nauwelijks hoorbare stem stamelt Sneep: "Vlucht, red jezelf…"

Draco schudt angstig zijn hoofd, hij kan niet weggaan zonder Sneep, niet na wat hij allemaal voor hem heeft gedaan. Hij kijkt naar de drankjes aan de riem van Sneep en probeert ze te herkennen.

Een bloedrood drankje springt hem in het oog, een Bloedverversend Elixer, dit moet Sneep's bloed kunnen aanvullen zodat ze kunnen wachten op hulp zonder dat hij doodgaat.

Maar wie zou hen komen helpen? Niemand weet dat ze hier zijn, niemand weet dat ze zojuist ontsnapt zijn aan de Dooddoeners.

Hij moet het er op wagen. Hij trekt zijn mantel uit, legt deze op de rug van Sneep en pakt het toverdrankje van zijn riem, Sneep kijkt hem verbaasd en wazig aan, alsof zijn hersenen niet meer kunnen registreren wat de jongen aan het doen is.

"Drink dit." Fluistert Draco wanhopig en hij zet het flesje aan Sneep's mond.

Met veel moeite weet Sneep een paar slokken binnen te krijgen en hij voelt hoe hij weer meer kracht krijgt, maar op hetzelfde moment voelt hij dat de wond op zijn rug weer harder begint te bloeden en dat Draco op de wond drukt om het bloeden te stelpen met zijn mantel.

Sneep draait zijn hoofd opzij naar Draco en ziet de blik van pure frustratie en concentratie op zijn gezicht.

"Draco… de Orde van de Feniks… gebruik een Patronus, maar niet een gewone…" mompelt hij zacht en hij verteld precies hoe je een Patronus op kan roepen en hoe je deze een boodschap kan laten versturen.

Draco, nog steeds met één hand drukkend op de wond van Sneep, heft zijn toverstok, probeert te denken aan een leven in vrijheid en de redding van de Orde van de Feniks, hij probeert uit alle macht een Patronus op te roepen, maar komt eerst niet verder dan een zilverachtige damp.

'Zweinstein, vrijheid, geen Dooddoeners, geen Heer van het Duister meer!' denkt hij en het volgende moment komt er een zilveren slang uit de punt van zijn toverstok, hij spreekt er een spreuk over uit zodat deze een boodschap over kan brengen en stuurt hem op weg.

"Nog maar even, het komt nu allemaal goed." Fluistert Draco, het gezicht van Sneep is krijtwit en Draco voert hem nog wat van het Elixer.

Het lijkt een eeuwigheid te duren, Draco was er bijna van overtuigd dat de Orde niet meer zou komen, of dat ze te laat zouden zijn om Sneep nog te redden, maar dan ineens staan er een aantal mensen voor zijn neus, hij herkent Remus Lupos, hun oude leraar Verweer Tegen de Zwarte Kunsten en hij lacht blij, de Orde is gekomen, ze zijn hen toch niet vergeten.

Zonder een woord te spreken pakken ze Sneep bij zijn armen, professor Anderling, die Draco pas later herkent had, pakt Draco bij zijn arm. "Goed gedaan jongen." Zegt ze zacht, haar stem niet streng en koud, zoals anders, maar duidelijk appreciërend.

Het volgende moment zijn ze verdwenen, het lege flesje Bloedverversend Elixer ligt nog eenzaam op de grond in het bos.

Ze Verschijnselen weer in een witte ruimte, die zeer steriel en zuur ruikt.

Draco kijkt om zich heen maar ziet niets dat hij herkend. "Waar zijn we?" vraagt hij.

"St. Holisto, Severus zal niet lang te leven hebben als we hem zo laten." Legt Professor Anderling uit.

Draco knikt, hij voelt tranen in zijn ogen opwellen als hij denkt aan wat er allemaal gebeurt is. Ze verdienen hun vriendelijkheid niet, ze verdienen het niet om gered te worden door de leden van de Orde, niet na wat er allemaal gebeurt is. "Wacht…" zegt hij dan ineens. "St. Holisto… dat is niet veilig! Iedereen weet hier toch dat Severus overgelopen is naar de Dooddoeners? Hij kan hier niet blijven!" zijn ogen verraden angst.

Professor Anderling legt een hand op zijn schouder. "Dit is een speciaal gedeelte van het ziekenhuis, hier worden alle leden van de Orde behandeld als ze gewond zijn, alleen omdat ze hier geen vragen stellen over hoe de wonden opgelopen zijn." Legt ze uit. Draco knikt en voelt zich weer iets rustiger worden.

De Helers ontfermen zich over de bijna dode Sneep en verzoeken de anderen op de gang te wachten.

Daar vragen de leden van de Orde aan Draco wat er allemaal gebeurt is en Draco legt het uit, hoe ze wilden ontsnappen, hoe ze het plan bedacht hebben, de ontsnapping zelf en dat ze opgewacht werden door de Dooddoeners toen ze uiteindelijk bij de uitgang kwamen. Als hij bij het stuk komt dat Sneep gewond raakte hapert zijn stem en schud hij zijn hoofd, hij kan niet verder praten.

De anderen knikken en Lupos legt een hand op zijn schouder. "Jullie komen met ons mee, zodra Sneep weer helemaal genezen is, wij hebben manieren waarop een persoon kan verdwijnen voor Dooddoeners, we kunnen mensen laten onderduiken, hun verleden uitwissen en ze veilig houden, je hoeft niet meer bang te zijn." Zegt hij rustig, met zijn gebruikelijk, kalme stem en glimlach.

Draco knikt en ziet nu voor het eerst de kauwgom roze verschijning naast Lupos, zijn nichtje, Tops.

"Zit jij ook bij de Orde?" vraagt hij verbaasd, dit is nieuws voor hem, zijn moeder en tante proberen het onderwerp Tops altijd zorgvuldig te vermijden.

Tops grijnst breed, maar met verdrietige ogen. "Jazeker, leuk je eindelijk weer te zien, neefje." Zegt ze en ze loopt naar hem toe.

Draco glimlacht naar haar, hij zit tenminste niet geheel zonder familie straks.

Na een paar uur gewacht te hebben komen de Helers naar buiten en zeggen dat Sneep weer helemaal zal genezen, zijn wonden waren dodelijk, maar het Bloedverversend Elixer had zijn leven gered.

Nog dezelfde dag vertrekken ze naar de schuilplaats van de Orde van de Feniks, samen met Sneep, die dik in het verband gepakt zat, de band tussen de Toverdrank meester en zijn leerling zou nooit meer hetzelfde zijn.

Hij had zijn leven aan hem te danken.

Einde.