Hey!

Yoen; Thnx voor je revieuw (: Ik zelf weet weinig af van de geschiedenis van de Heksenvervolging, dus ik hoop allemaal maar dat het goed in elkaar zit...

Zoals jullie misschien al wel gezien hebben, is dit verhaal behoorlijk Mary-Sue! en onlogisch... Het spijt me echt, maar zo vind ik het gewoon fijn om te schrijven a


Chapter Two
Saved by a stranger

Moeizaam klom ik de trappen op, wat nou niet bepaald handig was als je benen waren vastgeketend aan elkaar. Ik zag de mannen die naast me liepen er ook niet voor aan om me naar het touw te brengen, dus steunen en kreunen had in dit geval ook geen zin.
Ik zag hoe het touw steeds duidelijker werd en hoe het geschreeuw van de mensen steeds harder begon te klinken. Ik zuchtte nog een keer diep voordat ik de laatste trede op liep en toen stond ik eindelijk boven. Ik keek even vluchtig het plein over en ik zag een eigenaardige man staan met een lange zilveren baard -en kleren die niet van deze tijd waren- naar me knipogen, maar die ik nog nooit van mijn 15-jarige leven had gezien.

Vlug keek ik nog even opzij en ik zag Jelte met tranen in zijn ogen staan, terwijl zijn lippen de woorden; 'Altijd de uwe' vormden en ik kreeg een brok in mijn keel. Waarom was ik vrijwillig mee gegaan? Ik had kunnen onderduiken, kunnen ontkennen of gewoon kunnen vluchten. En met een paar simpele drankjes was iedereen het vergeten…
Waarom kwam ik daar nu pas mee en niet toen het nog nut had? Echt, ik was dan een brunette, maar ik had net zo goed blond kunnen zijn. Wat liet mijn haarkleur mij toch vaak in de steek.

Terwijl ik me druk stond te maken over of mijn haarkleur nu blond of bruin moest zijn, waren er al meer mensen op de verhoging komen staan en een paar oude mannen begonnen aan mijn haar te zitten waardoor ik me snel omdraaide en ze woedend aan keek. De mannen grijnsde even naar elkaar en ze hadden de meest verschrikkelijke tanden die ik ooit had gezien en ik huiverde even. Iel.
Ik hoorde nog een keer de gong en het begon nu echt tot me door te dringen dat dit een van mijn laatste minuten waren die ik nog op deze aarde mocht grond brengen en voordat ik het wist, zat ik op mijn knieën op de grond en staarde ik om en om van de hemel naar het touw dat nog maar een paar meter voor me lach.
Ik voelde getrek aan mijn arm, gemompel en even later stond ik recht op, vastgehouden door twee ruwe handen ,waardoor ik geen kant meer op kon.
Ik zuchtte nog een keer diep en keek ingespannen naar het touw; iets wat mijn toekomst zou redden, maar dat wist ik nog niet op dat moment. Ik voelde dat mijn ogen warm begonnen te worden, hoe langer ik me op het touw bleef focussen. De kettingen om mijn polsen en enkels werden minder strak en ik voelde dat ik er zo uit kon stappen. Ik wou gillen, maar ik hield mezelf nog net op tijd tegen. Het was geen slimme zet om te gaan gillen, aangezien ze dan meteen zouden vragen wat er was en dan zouden ze die dingen strakker gaan zetten. Wel zag ik dat de man met de grijze baard me heel apart aan keek en ik keek hem terug aan met een blik van ken-ik-U-ergens-van? Waarschijnlijk begreep hij wat ik bedoelde, want hij knipoogde een keer en liep daarna na een zijkant waar niemand stond. Waarom daar niemand stond was me een raadsel, maar volgens mij was de reden dat je daar niks zag van wat er op het podium gebeurde en de man gaf een knikje richting een donker steegje. Ik haalde even mijn schouders op en keek toen weer de andere kant op. Jelte was weg.

Ik keek het hele 'publiek' door, maar ik kon hem nergens vinden. De man naast mij grijnsde gemeen en ik haalde mijn neus op en deed alsof het me niks interesseerde. Maar dat deed het me wel. Was het hem teveel geworden en was hij daarom weggelopen? Of had hij zijn tijd wel beter te besteden?
De kettingen om mijn polsen en enkels zaten nog steeds los en ik begon weer ingespannen naar het touw te kijken. Mijn druk achter mijn ogen werd steeds sterker en ze werden ook weer warm. Snel wende ik mijn gezicht weer af. Dit kon geen goed teken zijn. Of toch wel?
Voorzichtig keek ik weer naar het touw en hetzelfde gebeurde met mijn ogen. Dit keer wende ik niet af, maar bleef ik ingespannen kijken. Alles en iedereen om mij heen begon te vervagen hoelang ik naar het touw keek en voor ik het wist zag ik niks anders meer dan alleen maar het touw. Ik slikte even toen het touw begon te gloeien en met een schok zag ik dat het touw in brand vloog. De mensen om mij heen kwamen weer terug in mijn zicht en ze stonden met open mond te kijken. Ik wist dat ik van deze paar seconden gebruik moest maken en ik maakte me uit de voeten.

Vlug rende ik het trappetje af, terwijl ik de kettingen al helemaal niet meer voelde. Die oude man had er iets mee te maken. Dat wist ik gewoon zeker. Ik liep het donkere steegje in waar de man naar had geknikt en ik hoorde dat er een paar mensen achter me aan kwamen. Achter in het donkere steegje liep het dood en ik snakte naar adem. Nu was het helemaal met me gedaan.
Twee brede mannen met eng uitziende gezichten kwamen naar mij toegelopen en glimlachte vies. Ik huiverde van binnen, terwijl ik steeds dichter naar de muur kroop. Ik stond net tegen de muur aangedrukt toen een van de mannen met een touw in de buurt kwam. Ik hield mijn adem in, maar toen gebeurde het; ik viel door de muur heen. De muur waar ik net nog tegen aan stond, was ik nu doorheen gevallen.

De oude man stond daar met twinkelende ogen een rolletje met vaag uitziende dingen open te maken en tegen over hem stond een doodsbange Jelte. Ik boog even kort naar beide mannen en toen rende ik naar Jelte toe. Mijn tranen kwamen naar boven en ik sloeg mijn armen om hem heen.
Ik hoorde dat hij duizenden dingen aan het mompelen was, maar ik hoorde er geen èèn. Het enige wat ik kon horen, was het kauwen van de oude man. Dit was de man die mijn leven had gered… In ieder geval, dat dacht ik…

'Wie bent U?' bracht ik stamelend uit en ik keek de man verbaasd aan. Deze glimlachte even naar mij en zei toen; 'Albus Perkamentus….'