'milleke'; Wat Perkamentus hier allemaal doet, zul je in dit hoofdstuk al lezen (; Ik heb al t/m Hoofdstuk 5 geschreven, dus het zal vanaf nu een waterval van informatie zijn... Waarvan ik hoop dat je het allemaal snapt. En even voor de duidelijkheid; Perkamentus is in de tijd gereisd!
Chapter Three
Goodbye my lover
Ik liet Jelte los en ging op een houten kratje zitten dat ergens tegen een muurtje stond. Terwijl ik zorgde dat mijn jurk niet kreukelde als ik ging zitten, dacht ik na. Die man kon geen gewone dreuzel zijn. Daarvoor zag hij er niet normaal uit en daarvoor deed hij ook niet normaal. Ik zag dat Jelte een paar keer naar adem snakte en ik keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. Waar had hij last van? Hij maakte een paar piep geluidjes en ik zag ook dat hij helemaal wit in zijn gezicht werd. Haastig stond ik op van 'mijn' kistje en ik liep vlug naar hem toe.
'Wat is er aan de hand?' fluisterde ik en ik sloeg een arm om hem heen. Hij schudde heftig zijn hoofd, maar ik bleef hem doordringend aan kijken. Er moest toch iets zijn?
Jelte zuchtte even en fluisterde toen zo zacht dat hij bijna met zijn mond in mijn oor zat; 'Hij is die enge griezel die ze gisteravond hebben op gepakt wegens het verdenken van een moord.'
Ik draaide vlug mijn hoofd in de richting van de man. Ik had hem voor alles aan gezien, maar zeker niet voor een moordenaar. Zeker niet. Het leek wel alsof de man het had gehoord, want er verscheen een glimlach rond zijn gezicht en zijn ogen begonnen weer te twinkelen.
'Ik zie dat zelfs de dreuzels er al van hebben gehoord. Maar tot mijn grote spijt –nouja- moet ik mededelen dat ik dat niet was, maar mijn over groot vader,' zei hij vrolijk en hij dacht even na, 'Of iets in de richting…'
Jelte keek de man nog steeds aan alsof hij hem niet geloofde, maar hij knikte toch even kort. Ik geloofde de man meteen, al wist ik niet waarom. Hij had wel iets vertrouwend. Iets waardoor ik me op mijn gemak voelde, ook al kende ik hem niet. En dat gevoel had Jelte zeker niet. De man liep een paar keer heen en weer en ik volgde hem nieuwsgierig. Het was duidelijk dat hij wat wou zeggen, maar dat hij niet wist hoe hij het moest zeggen. Hij haalde even diep adem en keek me toen recht in mijn ogen aan.
'Rival,' begon hij en ik wou mijn mond openen om wat te zeggen, maar ik hield me in. Hoe wist hij in hemelsnaam dat ik Rival heette en niet Elizabeth of iets in die middeleeuwse trend? 'Dit komt misschien heel onverwachts –ik weet het eigenlijk wel zeker- maar ik wil je een voorstel doen, maar dan moet ik je eerst wat vertellen. Ga je daar mee akkoord?'
Ik knikte voorzichtig en ik ging weer op het kratje zitten waar ik net van was opgestaan en Jelte ging naast me zitten en hield zachtjes mijn hand vast.
De man –Perkamentus- haalde ook uit het niets ergens een krat vandaan en ook hij nam plaats. Hij zuchtte weer even en ging toen verder met praten.
'Zoals je al hebt gehoord, ben ik Albus Perkamentus. Ik ben het hoofd van Zweinstein –een school voor heksen en tovenaars- en daarvoor ben ik hier ook. Je bent hier in je eigen tijd niet meer veilig, dus wil ik je een voorstel doen of je misschien naar Zweinstein zou willen komen, om daar lessen te volgen en een veiligere plek te krijgen.'
Hij keek me even vragend aan en ik hoefde geen seconde na te denken. Natuurlijk wilde ik dat! Maar, natuurlijk zat er een 'maar' aanvast, dat was zo bij alle dingen die je gunstig uitkwamen.
'Natuurlijk is er ook een maar,' –zie, daar had je hem al- 'Je zult met mij meemoeten gaan naar het jaar 1993 en zo dus alles moeten achterlaten wat je hier lief is.'
Ik wist dat hij daar Jelte mee bedoelde en ik moest even slikken. Ik kon met hem mee gaan en Jelte hier achter latend, in de hoop dat hij me niet zou vergeten.
Ik keek even opzij en zag dat Jelte ongeveer hetzelfde dacht als ik onder tussen aan het denken was. Ik wou hem voor geen goud kwijt, maar nu kon het gewoon niet anders.
'Dus U wilt zeggen dat ik met U mee kan, ik daar veiligheid heb, ik daar dingen leer, maar dat ik Jelte hier moet achter laten en hem nooit meer kan zien?' vroeg ik voorzichtig en ik kneep even in de hand van Jelte.
Perkamentus glimlachte even en stond toen op van zijn krat. Die man kon echt niet stil zitten, of hij had gewoon zin om te lopen.
'Ik heb nooit gezegd dat U uw geliefde niet meer kan zien,' zei hij serieus en ik keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. Hoe bedoelde hij dat dan weer? 'Ik heb verschillende dingen geregeld met het Ministerie en er is besloten dat U ongeveer drie keer per schooljaar gebruik mag maken van een van de tijdverdrijvers die het Ministerie tot U beschikking stelt.'
Ik knikte even, maar ik had geen flauw idee waar hij het over had. Tijdverdrijvers? Ministerie? Het zal allemaal wel. Toch wist ik dat het het beste was als ik met hem mee ging en ik keek Jelte in zijn ogen aan. Ik voelde dat hij wist wat ik bedoelde en hij gaf me een omhelzing die ik waarschijnlijk nooit meer zou vergeten. Ik voelde me op dit moment zo leeg, terwijl ik net een hele waterval aan informatie had gekregen. Mijn tranen stroomde ondertussen over mijn wangen en vielen uiteindelijk in de nek van Jelte. Ik snikte zachtjes en ik hoorde dat hij precies hetzelfde aan het doen was.
'Ik houd van je Rival,' mompelt hij zachtjes een ik mompelde een 'Ik ook van jou,' terug. Langzaam liet ik hem los en met pijn in mijn ogen keek ik hem aan, voordat ik me tot Perkamentus draaide.
'Ik doe het,' zei ik harder als normaal en hij knikte. Ik gaf Jelte nog een kus op zijn voorhoofd, voordat ik de uitgestoken hand van Perkamentus vastpakte en we verdwijnselde naar een plek waarvan ik geen idee had waar het was…
