'milleke'; Bedankt voor je revieuw! Nieuwe chappies komen er aan, ben druk bezig met dingen bedenken en schrijven!
Love Fantasy; Vielen Dank! En waarom Perkamentus nou net haar kwam halen... (;


Chapter Four
My new home...

Met een luide dreun kwam ik op een stel koude, grijze stenen terecht en ik zuchtte even. Het zat me ook wel weer allemaal mee vandaag. Er zweefde een hand voor mijn ogen en ik pakte hem dankbaar aan, om zo overeind getrokken te worden. Vol verbazing keek ik de kamer waarin ik beland was rond. Er stonden dingen die ik nog nooit eerder had gezien en waarvan ik me afvroeg òf ik ze wel eerder had wìllen zien. De kamer had een ronde vorm, met een wenteltrap die leed naar wat waarschijnlijk een kleine privé-bibliotheek was. De vloer bestond uit grote, grijze stenen die voor het grootste gedeelte bedekt waren met een mooi, rood tapijt met gouden frutseltjes eraan.

De hand van Perkamentus wees naar een stoel tegenover zijn bureau en ik nam voorzichtig plaats. Ik kon zien dat ik niet meer in mijn tijd was, aangezien er zoveel dingen anders waren en er zoveel dingen waren waar ik nog nooit van had gehoord.
'Mevrouw McFadden,' zei Perkamentus zachtjes en ik keek hem aan in zijn vriendelijke blauwe ogen, 'Nu U hier bent, moet ik een paar zaken met U doornemen die van belang zijn om het schooljaar te kunnen volgen.'
Ik knikte even en ik sprong bijna van mijn stoel toen ik een deur krakend hoorde open gaan. Hadden de mensen hier nog nooit gehoord van kloppen?
Er kwam een vrouw van middelmatige leeftijd en met grijs haar binnenlopen en ze glimlachte even kort naar mij, voordat ze een stoel uit het niets vandaan haalde en naast Perkamentus ging zitten. Ik stond snel op, boog even snel voor haar en ging toen weer zitten. Ze keek me even schattend aan alsof iemand dat nog nooit eerder voor haar had gedaan –wat waarschijnlijk ook zo was- en ik wende mijn blik af om zo naar een vogel te kijken die aan de andere kant van de kamer stond.

'Ik zal U eerst wat uitleggen over Zweinstein,' begon Perkamentus weer en ik focuste mijn aandacht weer op hem. Nu moest ik goed gaan opletten, anders wist ik zo nog niet waarom ik hier was. 'Zweinstein is een school om jonge heksen en tovenaars de kans te geven om magie te studeren. Het is een van de grootste toverscholen van Europa en is opgericht door vier stichters; Helga Huffelpuf, Zalazar Zwadderich, Rowena Ravenklauw en Goderic Griffoendor. Naar hen zijn de afdelingen ook genoemd en als U meer informatie over hen allen wilt hebben, geef ik U het advies om de uitstekende bibliotheek hier is te proberen. Maar nu even verder ter zaken. Elke afdeling heeft zo zijn eigen 'specialiteiten'. Griffoendor staat bekent om zijn moed, Ravenklauw om zijn harde werken, Zwadderich om zijn ambitie en Huffelpuf voor zijn of haar loyaliteit tegen over vrienden.'
Ik had geen idee waarom hij dit allemaal aan het vertellen was, maar toch knikt ik braaf. Wat hadden die personen er mee te maken dat ik nu hier was? Ik zag dat Perkamentus weer ademhaalde en ik begon weer aandachtig te luisteren.
'Nu U hier bent –op Zweinstein- zou U ook in een afdeling moeten worden gesorteerd. Alleen beslissen wij dat niet.'
Nu merkte ik pas op dat de vrouw niet meer op haar stoel zat, maar dat ze naar een kast was gelopen en ze er nu een oude, versleten hoed uit haalde waar ze tegen begon te praten. Ik zag de hoed knikken en ik sloot mijn ogen om te kijken of ik dit niet allemaal aan het hallucineren was. Toen ik mijn ogen weer open deed, zag ik dat het niet zo was, maar dat de hoed er nog wel was en dat die vrouw er nog steeds mee aan het praten was en hem nu aan Perkamentus gaf, die enkel knikte.

'Deze Sorteerhoed deelt U in één van de afdelingen, zodat U zich daar het hele jaar thuis kunt voelen. Als U zo vrij zou willen zijn…' Ik knikte, stond op van mijn stoel en ging op het krukje zitten dat er ook pas sinds net stond. De hoed werdt op mijn hoofdgeplaatst en ik schrok me bijna letterlijk dood toen ik een stem in mijn hoofd hoorde. De stem van de hoed. Ik probeerde om nog steeds rustig adem te halen, terwijl de hoed met zichzelf zat te 'overleggen'. . Ik hoopte dat het eigenlijk niet te lang zou duren, want ik voelde me nou niet bepaald prettig nu ik niks kon zien, omdat de sorteerhoed over mijn hoofd was gezakt.

Weer sprong ik bijna van mijn stoel toen ik een harde 'Ravenklauw' hoorde en ik zag Perkamentus glimlachen. Waarschijnlijk had de hoed dat laatste hard op gezegd en was dat dus zijn keuze van in welke afdeling ik zou komen te zitten. Ravenklauw. De naam stond me wel aan en waar het om bekent stond ook wel. Slimheid en hard werken. Dat zag ik wel zitten. Ik had alleen geen idee waarom de hoed mij daar had ingedeeld, aangezien ik niet kon toveren en het enige wat ik kon was toverdranken maken. Ik liep weer naar de stoel toe en ik besefte dat ik de hele tijd nog niks gezegd had. Nu was het tijd voor mij om vragen te stellen.
'Meneer?' vroeg ik aan Perkamentus en hij knikte vriendelijk, 'Ik neem aan dat hier meerdere studiejaren zijn? In welk jaar kom ik dan?' Ik vroeg me ook af of het schooljaar al begonnen was, maar dat zou ik zo meteen wel vragen. Ik wou eerst weten bij wie of wat ik in de klassen zat en of ze een beetje van mijn leeftijd zouden zijn.
'Nou, ik heb net even overlegt met Professor Anderling' –zo heette ze dus- 'En zij denkt dat het het beste is als U gewoon bij het begin begint. Natuurlijk wordt uw rooster zo aangepast dat U hopelijk binnen een jaar drie schooljaren hebt afgemaakt, zodat U volgend jaar ongeveer twee jaar in een kunt doen en u klaar bent voor uw S.L.I.J.M.B.A.L.L.E.N.'
Ik vroeg me af wat Slijmballen waren, maar dat waren ook vragen voor later. Waar ik me meer zorgen over maakte was dat ik drie jaar in één moest doen, zonder dat ik ook maar ooit getoverd had. En dat ik natuurlijk bij allemaal jongere kinderen in zou komen te zitten. Ik schuifelde wat met mijn voeten, terwijl Perkamentus druk aan het over leggen was met Anderling. Ze knikte een paar keer, mompelde wat, hij knikte, hij mompelde en zo ging het ongeveer tien minuten lang door.

'We hebben bedacht dat het misschien beter voor U is, dat U uw schoolspullen gaat halen met een andere leerlinge van uw leeftijd, zodat U uw sociale kontakten misschien wat kunt opbouwen hier en zij zal U dan ook wat meer uitleg geven.' Ik knikte even, terwijl ik me hard afvroeg hoe oud zij dan zou zijn. Ik was vijftien, bijna zestien –nouja, dat was ik in 1800- en ik wou niet opgescheept zitten met een of andere kleuter van 11…
'Voordat we haar gaan roepen, moet ik nog even een paar dingen in het kort zeggen, aangezien ik te lui ben om alles uitgebreid te doen,' zei hij glimlachend en ik glimlachte ook. Hij had wel gevoel voor humor, ook al was hij redelijk oud. 'Ten eerste; het schooljaar is nog niet begonnen, die begint pas over twee dagen. In die korte tijd mag je het kasteel verkennen, je spullen gaan halen op de Wegisweg en ondertussen al wat spreuken proberen, zolang je maar op het terrein van Zweinstein blijft. Ten tweede; Morgen kun je je rooster ophalen bij Professor Banning, je afdelingshoofd. Hij geeft je wel wat informatie en de beste tips over hoe je jouw huiswerk kunt gaan maken.'
Ik glimlachte even en keek hoe Professor Perkamentus naar het haardvuur liep en er iets in strooide, waarna hij verdween in een zee van groene vlammen. Ik keek er met open mond naar en ik hoorde iemand achter mij kuchen. Ik keek snel om en zag dat Anderling glimlachend naar mij keek.

'Ik moet ook nog even wat persoonlijke dingen met je regelen,' zei ze vriendelijk en ik nam weer plaats op de stoel. Professor Anderling pakte een grote stapel papieren en ik maakte me alvast klaar om antwoorden te geven. 'Als eerste, wil ik graag weten of je deze naam wilt houden, Mevrouw McFadden…'
Ik dacht even na, maar schudde toen mijn hoofd. Rival McFadden leek me nou niet iets wat echt bij deze tijd hoorde, aangezien we nu in 1993 waren en mijn naam in 1800 echt helemaal in was…
'Nee, maar kan ik alleen mijn voornaam veranderen?' vroeg ik voorzichtig en Professor Anderling knikte terwijl ze mij een pen gaf. Ik pakte hem dankbaar aan, schoof een papier naar mij toe en ik zat daar ongeveer zeven minuten voordat ik eindelijk een naam wist waarmee ik kon leven.
Avril.
Ik schoof het papier weer terug naar Anderling en ze glimlachte even. 'Letters omgewisseld?' vroeg ze half lachend en ik knikte verlegen.
'Ik vind hem wel leuk,' zei ik toen half stotterend en Professor Anderling knikte kort.
'Hoe oud ben je nu?' vroeg ze zachtjes en ik glimlachte even.
'Vijftien en ik wordt zestien Maart zestien,' zei ik vrolijk en ik begon wat met mijn jurk te spelen. Het liefst wou ik hier nu weg, maar dat zou heel erg onbeleefd zijn en ik had door die tijdsprong echt nog wel wat manieren overgehouden.
'Mooi,' zei Professor Anderling en ik kwam weer met mijn voeten op de wereld, 'Dat is dan geregelt. Morgen vertrekt U samen met mevrouw Chang naar de Wegisweg om daar uw schoolspullen te halen en geen zorgen om het geld; We hebben een speciaal fonds.'

Ik stond op van mijn stoel, schoof hem netjes aan en net toen ik in de richting van de deur wou lopen, werden de vlammen in de haard weer groen en bleef ik stil staan. Er stapte een meisje met lange, zwarte haren uit en na haar kwam Perkamentus, die een hutkoffer droeg en een kooi met een bruine uil. Ik boog even voor het meisje en stak toen mijn hand uit. Ze pakte mijn hand aan met een voorzichtige glimlach.
'Cho Chang,' mompelde ze.
'Avril McFadden,' zei ik vrolijk terug en ik liet haar hand los.

Geen elfjarige kleuter, maar een meisje van ongeveer veertien stond nu voor me en dat zag ik wel zitten….