Disclaimer: Pirates is niet van mij!
Hoofdstuk 3: In de kajuit.
Vreemd genoeg kan ik me weinig meer herinneren van de uren die verstreken sinds we wegvoeren van de Vrouwe Fortuna. Ik werd in een ruime kamer geplaatst, maar hoe lang ik daar gebleven ben en wat ik allemaal gedaan heb, ik kan het je helaas niet precies meer vertellen. Wel staat deze ruimte tot in de kleinste details in mijn geheugen gegrift. Donker, zeer donker. De muren en vloeren waren gemaakt van een hout, dat zo donker was dat het bijna zwart leek. Op de grond lag een bloedrood kleed, gemaakt van zachte stof, net wol, maar dan fijner, zachter. Aan de muren hingen verscheidene kaarsen, schilderijen en maskers. Verder achterin, bij de grootse ramen die uitkeken over de blauwe zee, stond een bureau dat bezaaid was met kaarten van landen waar ik nog nooit van gehoord had. Passers, instrumenten, veren en inktpotten lagen overal rond de kamer. Zelfs het bed, dat in een hoek van de kamer stond, was bedolven onder paperassen en meetinstrumenten.
De hele kamer was één grote chaos. Ik weet nog goed dat terwijl ik de kaarten aan het bestuderen was, ik me afvroeg hoe lang ik daar nou eigenlijk al was, toen opeens de deur openvloog. Verschrikt probeerde ik op te staan van de stoel, maar mijn lange jurk werkte helaas niet erg goed mee. De stof raakte verstrikt rond mijn benen, waardoor ik met stoel en al om kieperde. En voor de tweede keer die dag, viel ik niet bepaald charmant op mijn achterste.
Met zijn voet gooide de kapitein de deur achter zich dicht, terwijl hij mij maar aan bleef staren. Met een rood hoofd van schaamte probeerde ik overeind te krabbelen, iets dat niet bepaald gemakkelijk ging. Al die tijd bleef hij daar maar staan, starend, zonder een hand uit te steken om me te helpen. Toen ik eindelijk weer op allebei mijn voeten stond, kwam hij in beweging. Met langzame passen liep hij naar me toe, een glimlach kroop langzaam rond zijn mond. Ik kon mijn hart voelen kloppen in mijn keel, ik was doodsbang dat hij me iets aan zou doen.
Pas
toen hij vlak voor me stond stopte hij en maakte een kleine
buiging:"Madam.. it's my pleasure to welcome you aboard the
Black Pearl." Nu was ik maar een simpele admiraalsdochter,
en hoewel mijn vader vloeiend Engels sprak... ik verstond er destijds
zeer weinig van.
"P..p..pardon?" wist ik stamelend uit
te brengen. Begrijp me goed, normaal gesproken zou ik nooit zo
verlegen of onbeholpen hebben gereageerd. In tegendeel, ik
werd regelmatig door mijn moeder berispt omdat ik te brutaal was
geweest tegen een gast. Maar iets in de uitstraling van deze man
bracht me helemaal van mijn stuk.
We staarden elkaar aan, hij met een frons boven zijn bruine ogen: "U spreekt helemaal geen Engels? Well.. that won't do at all.. dan zullen we u dat maar moeten leren, nietwaar?" Na deze woorden pakte hij de stoel op die nog steeds ondersteboven lag na mijn buiteling en ging erop zitten. Zijn zware, smerige laarzen legde hij op tafel.
Geschokt begon ik
te protesteren: "Engels leren? Maar waarom? Ik zou hier maar een
paar dagen zijn. Alstublieft, laat me toch gaan. U bent nu al
ruimschoots buiten bereik van de kanonnen van de Vrouwe Fortuna,
u heeft mij niet meer nodig!"
Hij pakte een kompas van de
tafel en bestudeerde het uitgebreid terwijl hij mij antwoord gaf:
"Integendeel, u bent van grote waarde voor mij op dit moment.
Zodra ik u laat gaan, stuurt uw vader Norrington en zijn mannen op me
af.. voorlopig blijft u nog even gast van mij en mijn bemanning."
"Norrington? Wie is dat? Ik heb die naam nog niet eerder
gehoord, en ik verzeker u dat mijn vader dit niet zal doen tot ik in
veiligheid ben. Dat zou u voldoende tijd moeten geven om zelf ook in
veiligheid te komen."
Sparrow grijnsde en legde het kompas weer weg: "Ik zou bijna denken dat u het niet fijn vindt op mijn schip, mejuffrouw. Om uw vraag te beantwoorden: Norrington is een officier van de Britse marine. Hij en ik hebben enige... problemen.. om het zo maar even te zeggen. Hij is een...," hij maakte een knipbeweging bij zijn onderlichaam en floot veelbetekenend "u weet wel."
Niet
begrijpend keek ik hem aan. Sparrow zuchtte eens diep en gebaarde nog
eens nadrukkelijk naar zijn kruis, terwijl hij de knipbeweging weer
maakte. Nog steeds verward schudde ik mijn hoofd.
"Laten we
zeggen dat hij een schitterende zangstem heeft.." besloot hij
tenslotte.
Toen ik ook daar niet op de gewenste manier op
reageerde ging hij verder met zijn verhaal: "In ieder geval
hebben wij u voorlopig nog even nodig om in leven te blijven.. en
voor allebei de partijen.. de ene partij is u.. en wij zijn de andere
partij.. is het in dat geval handiger als u zichzelf verstaanbaar
kunt maken in het Engels... savvy?"
"Maar.. ik.." "Wonderfull! Now.. let.. me... take.. you..to.. your...chamber." Dat laatste zei hij heel luid en langzaam, ondersteund door vele handgebaren waar duidelijk uit werd dat ik hem moest volgen naar mijn eigen hut. Blijkbaar waren mijn Engelse lessen begonnen.
Kort hoofdstuk, ik weet het.. maar het is even niet anders :)
