Kort hoofdstuk.. heb een beetje last van een writersblock..
Disclaimer: Niet van mij.. niks niet. Alleen Eliza.
Hoofdstuk 8: Norrington
Een dag had ik de twijfelachtige eer om Commodore Norrington in het echt te ontmoeten. Jack en ik stonden samen aan dek, ik was gekleed in een van mijn duurdere jurken aangezien ik die dag aan land zou gaan om een aantal 'dingen' te regelen voor Jack. Het weer was niet zo goed, donkere wolken pakten samen boven de zee en de wind werd met het uur sterker.
"Eliza, je ziet er weer eens wonderbaarlijk uit" complimenteerde Jack toen hij me zag. Ik glimlachte en net op het moment dat ik hem wou bedanken voor het compliment kwam er een schreeuw uit het kraaiennest: "Schip aan bakboord! Jack! Het is de marine! Norrington!"
Norrington? Mijn nieuwsgierigheid was gewekt: "Dé Norrington Jack? Zou hij je dan eindelijk gevonden hebben?" Jack keek bezorgd, niet in het minst geamuseerd door mijn kleine grapje: "Het lijkt erop. Als je me wil excuseren Eliza, ik ga er voor zorgen dat ik uit zicht ben. Jij blijft hier, probeer hem maar af te leiden. Do what you do best darling." Met een knipoog verdween hij daarna in zijn kajuit.
Het duurde inderdaad niet lang voor het schip van de marine naast ons lag, tot de tanden bewapend. Een lange statige man verscheen aan dek, zijn keurige pruik en dure kleding verraadden dat hij een hoge functie bekleedde binnen de marine.
"Ik ben op zoek naar Jack Sparrow. Ik eis dat jullie hem direct overdragen aan de marine, zo niet, dan zullen zware maatregelen volgen."
Dus dit was de gevreesde Commodore Norrington. Een niet onaantrekkelijke man om te zien, iets arrogant misschien, maar zeker niet bang voor een stel piraten. Met, naar ik hoopte, mijn meest charmerende glimlach stapte ik naar voren.
"Goedemiddag meneer, mijn naam is Eliza van Zwol. Zou ik mogen weten met wie ik het plezier heb nu te spreken?" Ik maakte een lichte buiging en keek hem vol verwachting aan. Norrington ging iets rechter staan en keek me met onverholen interesse aan: "Ah, mejuffrouw van Zwol. Ik heb al veel over u gehoord. Ik had het genoegen om met uw vader samen te werken. Gecondoleerd met uw verlies."
"Dank u zeer voor uw medeleven. U sprak net over Captain Jack Sparrow, hij is momenteel elders bezig. Kan ik eventueel een boodschap voor u doorgeven?"
Zelfs vanaf een afstand kon ik zien dat hij me niet geloofde, hij glimlachte slechts en schudde zijn hoofd: "Helaas mejuffrouw, het is van groot belang dat ik hem zelf spreek. Toestemming om aan boord te komen?"
Iets ongewillig gebaarde ik dat hij aan boord kon komen, ik vertrouwde dit niet. Hij voerde iets in zijn schild. Eenmaal aan boord kwam hij naar me toe gelopen, een en al glimlach. Met een zwierig gebaar pakte hij mijn hand en drukte er een kus op: "Enchante, mademoiselle." Mompelde hij. Plots gaf hij een ruk aan mijn arm en hij draaide me om zodat ik met mijn rug tegen zijn borst aangedrukt werd. De koude loop van een pistool werd tegen mijn slaap gedrukt. Op het zelfde moment was er een geweldige donderklap te horen en bliksemschichten lichtten de lucht op.
Dit had ik niet verwacht! Een Britse officier had geen toestemming om onschuldige mensen zo te behandelen! Maar… was ik wel zo onschuldig volgens hen? Had ik al een strafblad? Te bang om ook maar iets te zeggen of te doen, bleef ik stokstijf stilstaan terwijl Norrington me toefluisterde: "Wees niet bang, ik zal u nog niets doen. Het is echter aan Captain Sparrow of u hier ook daadwerkelijk ongeschonden uit zult komen."
Een rilling liep over mijn rug, dit was een val! Ze gebruikten mij om Jack te vangen! Norrington verhief zijn stem: "Jack Sparrow! Kom nu tevoorschijn of deze jonge vrouw zal ter plekke geëxecuteerd worden."
Het begon te regenen, eerst een kleine miezer maar snel daarna steeds harder. Binnen luttele seconden was iedereen drijfnat.
"Een moment, een moment… kan een man niet eens rustig een dutje doen? Ah… Commodore Norrington. Wat een verrassing. Ik zie dat u Eliza entertaint, hoe aardig. Wat brengt u hier?"
Norrington duwde mij van zich en richtte zijn pistool op Jack: "Jack Sparrow, u bent gearresteerd wegens piraterij. Geef over!"
Al struikelend viel ik in Jacks armen, waar hij me iets in mijn handen drukte en me snel toefluisterde: "Ik ben bang dat je dit nodig gaat hebben."
Een dolk.
Ook Jack trok zijn pistool en richtte het op Norrington: "Zeer onwaarschijnlijk Commodore. Zullen we kijken wie het snelste de trekker over kan halen?" Jack grijnsde zijn gouden tanden bloot terwijl hij sprak tegen de Commodore. Deze keek kwaad naar Jack: "Dit keer laat ik je niet ontsnappen Jack. Moge de duivel je halen." En hij haalde de trekker over, tegelijk met Jack.
Het pistoolschot klonk tegelijkertijd met een donderklap. Als in een droom zag ik Jack in elkaar zakken terwijl Norrington naar zijn schouder greep. Nee! Jack! Mr. Gibbs en Annamaria renden naar Jack toe, en riepen me toe dat hij nog steeds leefde. Maar ik hoorde het niet. Langzaam liep ik op Norrington af, tranen vertroebelden mijn blik. De dolk had ik nog steeds in mijn hand geklemd en moord stond in mijn geest gegrift.
Zonder pistool en zonder zwaard was Norrington machteloos, hij keek toe hoe ik het mes op zijn keel zette. Ik zei geen woord, maar staarde hem aan terwijl de regendruppels zich vermengden met mijn tranen. "Ga je gang" beet Norrington me hees toe, "vermoord me maar. Mijn taak is volbracht." Toen pas drong tot me door wat hij had gedaan. "Nee, Commodore… de dood is nog te goed voor u. Ik laat u leven. Moge de duivel u halen. Maakt dat u wegkomt voor ik u iets aandoe." Siste ik, een ondiepe snee makend in zijn wang.
Hij staarde me nog even aan, draaide zich daarna om en keerde terug naar zijn schip. Op het moment dat hij weer op zijn eigen schip was galmde Annamaria's stem luid en duidelijk over het water: "Eliza! Hij leeft nog!".
En de hel brak los.
The Black Pearl maakte zich uit de voeten terwijl de hemel alle sluizen openzette. Water stroomde naar beneden terwijl de wind gierde. Nauwelijks hoorbaar door het natuurgeweld hoorde ik Norrington schreeuwen dat ze de achtervolging in moesten zetten. Ik ging met Gibbs mee naar de kajuit van Jack, waar Jack op bed werd gelegd.
De chirurgijn verwijderde de kogel uit Jack's borst, hij had geluk gehad tot nu toe. Nu was het hopen dat hij niet zou bezwijken onder de koorts. Uren heb ik aan zijn bed gezeten, uren heb ik gehuild en gebeden dat hij het zou halen. Al die tijd heeft Jack niets anders gedaan dan ijlen. Verschillende namen kwamen voorbij, voornamelijk mannennamen, ik vermoed dat het oude bemanningsleden waren. Maar twee vrouwennamen bleef hij herhalen. Katrina, zijn moeder. Hij had me een paar keer over haar verteld als hij te dronken was om rechtop te staan. Hoeveel hij van haar gehouden had, hoe zonde het was dat ze zo vroeg in zijn leven overleden was.
De tweede naam bezorgde me kippenvel en gaf me iets om over na te denken. Dagen achtereen heeft hij die naam gemompeld, gekermd en soms zelfs uitgeschreeuwd. Het was mijn naam… Eliza…
Na ruim twee weken nam de koorts eindelijk iets af en begon Jack beter te worden. Een wonder. Koorts op zee betekende veelal een zekere dood.
Achteraf hoorde ik pas dat we in een orkaan terecht waren gekomen, hierdoor waren we ontsnapt aan Norrington en zijn bemanning… iets waarvoor ik tot op deze dag dankbaar ben gebleven.
Na een paar maanden was alles weer bij het oude, Jack was beter en iedereen ging weer zijn oude vertrouwde gangetje. Iedereen… behalve ik.
Wat had het betekend dat hij mijn naam riep?
