Hoofdstuk 9: Laat me gaan
Disclaimer: Niet van mij.. niks niet.
Alleen Eliza.
"Jack, ik wil terug naar Port Royal. Ik wil met mijn broers spreken. Ik denk dat het tijd is om naar huis te gaan."
Een plotselinge beslissing. Klopt. Maar het was ondertussen al meer dan een jaar geleden sinds Jack was neergeschoten. En ik kon die hele gebeurtenis nog steeds niet uit mijn hoofd zetten. Mijn gevoelens voor Jack waren ook sterker geworden.
Ondanks het feit dat ik eerst een hekel aan hem had, dat ik mijn best
heb gedaan hem niet al te aardig te vinden, moest ik helaas tot de
conclusie komen dat ik verliefd was. Verliefd op een piraat.
Het
begon een vervelende situatie te worden, ik begon te blozen als een
klein kind bij elke sexuele insinuatie die Jack maakte. Naarmate de
tijd verstreek werd dit steeds erger, hij hoefde me maar aan te
kijken en mijn wangen werden vuurrood.
's Nachts sliep ik slecht, ik vreesde en hoopte tegelijkertijd dat Jack mijn cabine binnen zou komen en mij in zijn armen zou nemen. Dit gebeurde nooit natuurlijk.
Jack zat achter zijn bureau toen ik hem dit vertelde, druk schrijvend op een van de vele landkaarten. Hij keek niet eens op, erkende mijn aanwezigheid niet eens. Wuifde me alleen maar weg met zijn vrije hand: "Natuurlijk Eliza liefje, wat je maar wilt. Ik zorg ervoor dat je het krijgt. Ik kom zo wel even bij je kijken ok? Maar ome Jack moet nu echt aan het werk."
Ik was verbijsterd. Gaf hij
nou helemaal niks om me? Hij liet me zo makkelijk gaan. Blijkbaar had
ik me vergist in zijn gevoelens voor mij, maar dat veranderde mijn
beslissing niet.
"Zoals u wenst, Captain Sparrow." Jack gromde
even zijn goedkeuring over de titel, maar gaf verder geen commentaar.
Zeer teleurgesteld draaide ik me om en liep de deur uit. Met moeite hield ik mijn hoofd fier omhoog en mijn schouders recht.
Pas toen ik in mijn eigen cabine was liet ik mijn tranen en verdriet de vrije loop. Na al die tijd op het schip was ik gehecht geraakt aan de mensen om me heen, aan de vrijheid en het voortdurende gevoel van gevaar en avontuur. De vriendschappen en banden die ik had opgebouwd gingen me zeer aan het hart, het deed me pijn om te merken dat dit gevoel geenszins wederzijds was. Jack gaf niks om en het was hem blijkbaar om het even of ik wel of niet op zijn schip aanwezig was.
Ik draaide me om en pakte mijn tas, zelf vervaardigt uit zeil in de tijd dat Jack dodelijk gewond op bed lag. Terwijl ik mijn kleding in de tas stopte, alles zorgvuldig opgevouwen, hoorde ik zware voetstappen mijn kant opkomen. Ik draaide me om op het moment dat de deur met veel geweld opengetrapt werd.
Daar, in de deuropening, stond Jack.
Zijn ogen donker en een verbeten trek om zijn mond. Het was duidelijk
dat hij ergens boos om was.
"Hoe bedoel je, terug naar Port
Royal?!" Bulderde het door mijn kamer. Woedend beende hij verder en
greep mijn arm vast met een kracht waarvan ik nooit had verwacht dat
hij tegen mij zou gebruiken.
"Heb ik je niet juist behandeld?
Is er iets gebeurd? Waarom wil je weg?" Hij schudde aan mijn
schouders, alsof ik daardoor van gedachten zou veranderen.
Beverig
haalde ik diep adem: "Omdat je me dat beloofd heb Jack, je zou me
naar Holland brengen, dat heb je beloofd. Ik wil mijn familie weer
zien, mijn broers, mijn tantes en ooms."
"Familie," gromde
hij "Familie die niet eens naar je gezocht heeft al die maanden dat
je weg was. Familie die niets heeft gedaan om je terug te krijgen
nadat ik je 'ontvoerd' heb uit Port Royal."
"Jack,
houd op." De tranen die eerder vanavond opgedroogd waren, biggelden
weer over mijn wangen.
"Nee, ik houd niet op. Verdorie Eliza!
Waarom wil je weg?" zijn stem klonk opeens lief, smekend. Gekwetst
zelfs.
Gekwetst… wat gaf hem het recht om zich gekwetst te voelen? Hij boorde zojuist mij en mijn hele familie de grond in, zonder reden. Hij verbrak zijn belofte om mij te laten gaan. Ik ben degene die boos moet zijn, niet hij.
Met een ruk trok ik me
los uit zijn greep, de tranen uit mijn ogen vegend.
"Waarom? Wil
je echt weten waarom Jack? Moet je echt persé een reden
hebben? Anders dan dat ik mijn familie weer wil zien? Anders dan dat
ik de zee zat ben en vaste land onder mijn voeten wil hebben? Is het
niet genoeg reden dat ik piraten zat ben? Of dat ik niet langer dag
in, dag uit wakker wil worden met de vraag of ik de avond nog zal
zien vallen? Is dat echt niet genoeg voor je Jack?" Bij elke reden
duwde ik met mijn vinger tegen zijn borst, hem steeds een beetje naar
achter dwingend tot hij met zijn benen tegen mijn bed
aanstootte.
Hij keek niet langer boos, of gekwetst. Hij keek
alsof hij me niet geloofde, alsof hij iets in mijn woorden hoorde wat
hem een hint gaf over mijn echte gevoelens voor hem. Nadenkend,
peinzend.
Langzaam schudde hij zijn hoofd, het kaarslicht
weerkaatste speels op de muntjes en botjes in zijn haar: "Nee
Eliza, dat is niet reden genoeg. Ik zie het in je ogen als je over
zee uitkijkt, je houdt van de geur van het zoute water en de
krachtige zeewind door je haren. In de tijd dat je hier bent ben je
sterker geworden, wijzer. Je hebt vrienden gemaakt onder de piraten
van wie je zojuist beweerde dat je ze zat bent. Elke keer als we in
een gevecht belanden, speelt er een glimlach om je lippen die mij
zegt dat je geniet van het gevaar en de spanning."
Voorzichtig
deed hij een stap naar voren, en legde zijn handen op mijn schouders.
Koppig en zeker niet van plan om toe te geven keek ik hem aan,
weigerend om een antwoord te geven.
Een paar seconden lang bleven
we zo staan, tot Jack me losliet: "Prima. Een belofte is een
belofte. Het zal nooit gezegd worden dat Jack Sparrow zijn beloftes
niet nakomt. We zetten morgen koers naar Port Royal. Voor de avond
valt ben je van de Black Pearl verlost."
Zonder op mijn
antwoord te wachten stormde hij mijn kamer weer uit, de deur met een
flinke knal achter zich dichttrekkend.
Misselijk liet ik me op
mijn bed zakken. Ik had gekregen wat ik wilde. Een heftige reactie
van Jack en toestemming om het schip te verlaten. Waarom voelde ik me
dan zo slecht? Waarom had ik het gevoel dat ik bijna verdronk en
moeite moest doen om mijn hoofd boven water te houden?
Omdat hij niet had gezegd dat hij van mij hield.
Maar, dat
had ik ook niet tegen hem gezegd, dus waarom zou hij het dan wel
tegen mij zeggen?
Omdat… omdat hij dat gewoon had moeten
weten.
Maar, was dat niet erg onredelijk?
Ja… dat was erg onredelijk.
De avond sleepte zich verder, al mijn bezittingen zaten al in mijn tas. Ik lag op bed naar de vlam van een kaars te staren, diep verzonken in mijn eigen depressieve gedachten. Langzaam maar zeker kwam ik tot een beslissing. Ik zou Jack duidelijk maken wat ik voor hem voelde.
Snel trok ik een lang shirt aan dat tot over mijn knieën viel, leren muiltjes moesten mijn voeten beschermen tegen splinters en glas. Met trillende vingers haalde ik een borstel door mijn haar, mezelf steeds weer vertellend dat ik dit moest doen. Zou ik het niet doen, dan zou ik me de rest van mijn leven afvragen of het dan toch niet heel misschien had kunnen werken. Heel misschien.
Stilletjes
en met knikkende knieën sloop ik naar Jacks cabine, waar alles
helemaal donker was. Aarzelend deed ik zijn deur voorzichtig open,
hopend dat Jack niet wakker zou worden van het zachte gekraak.
Het
geluid van pistool dat geladen zorgde ervoor dat ik doodstil bleef
staan. Rechts naast me fluisterde Jack vanuit de duisternis: "Wie
je ook bent, je kunt maar beter een zeer goede reden hebben om hier
te zijn… en ik hoop van harte dat je géén eekhoorn
bent."
Een paar seconden later werd een lantaarn aangestoken en zag ik Jack staan. Zijn pistool op mijn hoofd gericht. Zodra hij zag dat ik het was en niet een of andere inbreker, werden zijn ogen groot van verbazing: "Eliza? Wat doe jij hier?" Hij grijnsde speels naar me: "Toch maar besloten om bij Ome Jack te blijven ey? Couldn't resist?"
Heel eventjes kon ik me niet bewegen, oude angsten en twijfels vlogen me naar de keel. Resoluut zette ik ze van me af en sloeg mijn armen om Jacks hals, waarna ik mijn lippen op de zijne drukte.
Die zoen, mijn allereerste zoen, zal ik nooit meer vergeten. Hij had geweldig moeten zijn, romantisch en vol teder. Ik proefde vaag de smaak van rum op mijn tong en rook de geur van zweet vermengd met zout water. Maar helaas, net toen ik dacht dat Jack inderdaad hetzelfde voelde voor mij als ik voor hem duwde hij me weg.
Grote bruine ogen staarden me geschokt aan. Ik wist al wat hij ging zeggen voordat de woorden zijn mond verlaten hadden: "Eliza, love… het spijt me. Ik houd van je, maar niet op die manier. Je bent jong genoeg om mijn dochter te zijn. Ik… het spijt me."
Met een vreemd kalm gevoel van binnen streelde ik zijn wang. Ik draaide me om en fluisterde voor ik de deur uit liep:"Snap je nu waarom ik naar huis moet Jack?"
Een na laatste hoofdstuk.. bijna klaar dus ;)
