Het laatste hoofdstuk :) bedankt voor iedereen die is blijven lezen!

Disclaimer: Blame the mouse!

Hoofdstuk 11: Ik had je toch verteld..?

Geschokt kijkt Anna me aan: "De dochter van… Maar… Hoe…" Ik lach zachtjes: "Lieve kind, ik ga je niet uitleggen hoe Jack de vader kon zijn. Dat is iets dat ik aan je ouders en je aanstaande man overlaat."

Het meisje bloost en kijkt verlegen weg. Glimlachend pak ik haar hand, waar ik iets in leg: "Dit is voor jou. Luister naar je hart en het zal je altijd je weg wijzen."

Heel even kijk ik nog naar haar gezicht, tot ik plotseling overvallen word door een verschrikkelijk gevoel van benauwdheid en een hoestbui me de adem ontneemt.


"Grootmoeder? Grootmoeder! Gaat het? Alstublieft! Zeg wat!" Wanhopig schud ik aan haar schouders, ze voelt zo licht als een teer vogeltje in mijn handen. Maar ik krijg geen antwoord meer. Na die laatste hoestbui viel ze opeens terug in haar kussens, omhoog starend naar het plafond met een niets ziende blik. Geen zuchtje adem komt meer over haar lippen.

Met een brok in mijn keel probeer ik het nog éénmaal: "Oma? Alstublieft. ?"

Stilte. Ze is er niet meer. Met trillende benen sta ik op en strijk mijn rokken glad voor ik me naar de deur begeef waarachter de dokter staat te wachten. Ik open de deur en vraag de dokter of hij nog even naar haar wil kijken.

De dokter onderzoekt haar vluchtig voor hij zich naar mij en mijn vader omdraait: "Het spijt me u dit te moeten vertellen, maar uw grootmoeder is heengegaan." Alle hoop die ik tot dan moment onbewust nog had, dat ze misschien nog zou leven, vervloog op dat moment. Heel even kijk ik nog naar haar lichaam, verwachtend dat ze elk moment haar ogen op zou doen en ons mede zou delen dat het allemaal maar een grap was. Maar dat deed ze niet.

Ik voel een tedere kneep in mijn schouder, mijn vader vraagt me zachtjes of het wel gaat. Ik knik alleen maar, geen woord krijg ik over mijn lippen. Met een simpele beweging van mijn hand gebaar ik naar mijn vader en de arts dat ze moeten vertrekken. Ik laat het aan mijn vader over om mijn moeder hierover in te lichten.

Zodra de deur zich sluit laat ik me gaan. Ik laat me op mijn knieën vallen en barst in snikken uit: "Hoe durf je! Hoe durf je me dit te vertellen en me vervolgens alleen te laten! Waarom heb je me dit nu pas verteld? Waarom?!" Als ik mijn handen tot vuisten bal merk ik pas weer dat ik iets in mijn hand heb. Ik droog mijn tranen, beschaamd om mijn eigen uitbarsting. Voorzichtig open ik mijn hand om te zien wat ze me gegeven heeft. Daar, in mijn handpalm, glinstert een gouden medaillon.

Het is een mooi sieraad, hangend aan een gouden ketting. In het midden van het medaillon staan de letters JS gegraveerd. "Jack Sparrow." Fluister ik smalend. Aan de zijkant zit een klein knopje, waarmee je het medaillon kunt openen. En daar, binnenin het medaillon, is een klein kompas te zien. Er klopt alleen iets niet aan. De wijzer wijst niet naar het noorden.


Een fel licht dat langzaam afzwakt tot een prettige schemering. Een knappe jonge vrouw stapt uit een van de schaduw. Ze is slank, heeft grijsblauwe ogen en lang, krullend blond haar. Ze kijkt naar iets in haar hand. Als we iets beter kijken zien we dat het een zeepbel is. De vrouw glimlacht en blaast de zeepbel van haar hand.

Nog een figuur maakt zich los uit de schaduw en loopt naar haar toe: "Dat duurde lang genoeg, love." De vrouw zegt nog niets, maar haalt iets van haar hals en geeft dat aan de man: "Ik zei toch dat ik hem terug zou geven als ik je weer zou zien?"
Jack glimlacht en doet het medaillon weer om zijn eigen hals waar het zachtjes glimt: "Eliza, je ziet er weer betoverend uit."

Ditmaal lacht Eliza hardop, voor Jack haar tegen zich aantrekt voor een lange zoen.

Nog voor de zoen is afgelopen vervagen de figuren totdat ze niets meer zijn dan een vage herinnering, niets meer dan een verhaal dat doorvertelt zal worden tot niemand meer precies weet wie ze waren.