Hoofdstuk 4
Voor het eerst sinds de kerstvakantie begonnen was, zat Marcel weer met zijn vrienden in de leerlingenkamer. De meisjes hadden geklaagd dat ze hem enkel nog zagen als hij heel snel een maaltijd naar binnen schrokte, en de jongens waren het beu om uit loyaliteit op de slaapzaal rond te hangen, ook al had hij hen verzekerd dat hij het niet erg vond om daar alleen te zijn.
Nu zaten ze met z´n allen aan een grote tafel waarop Hermelien diverse geniale spreuken had losgelaten zodat de muis niet buiten de grenzen van de tafel kon lopen. Ze had er zelfs voor gezorgd dat Knikkebeen veilig op de meisjesslaapzaal zat en niet in een onbewaakt moment kon ontsnappen.
De tafel lag vol met lesboeken, perkament, Rons schaakspel, tijdschriften van Parvati en Belinda, bekers Pompoensap en allerlei soorten snoep waar Marcel met argusogen naar keek, uit angst dat het muisje ervan zou eten.
In het midden van de tafel lag een opgevouwen trui, dezelfde die hij de dag ervoor in de kas had gedragen. Omdat hij wist dat ze toch nooit in het stro ging liggen, had hij zijn trui opgeofferd. Daarin lag ze nu, opgerold tussen de plooien. Enkel haar snuitje en oogjes waren zichtbaar alsof ze de zaak niet vertrouwde en waakzaam de gebeurtenissen gadesloeg.
De Griffoendors in hun eigen habitat! Het was echt jammer dat ze hier nooit over zou kunnen praten, want de Zwadderaars zouden aan haar lippen hangen.
Het is allemaal zo … knus en gezellig, dacht ze sarcastisch. Als ze niet omgeven was door een overdosis bordeaux en goud zou ze gezworen hebben dat ze in Huffelpuf terecht was gekomen: ouderejaars die hun jongere afdelingsgenoten hielpen met huiswerk, gezelschapsspelletjes, en meer snoepgoed dan Zacharinus op een gemiddelde Zweinsveldzaterdag verkocht.
Toen Lubbermans haar mee naar beneden had genomen en in het midden van de tafel in die stomme, zachte trui had gezet, had ze aan een duivels complot gedacht.
Gingen ze spreuken oefenen voor de SLIJMBALlen met haar als proefdier? Zouden ze haar op laten jagen door die smerige kat van Griffel?
Maar het enige gevaar dat ze liep, was een omvallende beker – Pompoensap? Serieus? Waar is het Boterbier? – of een rondslingerend brokstuk van Wemels schaakstukken. De Fluimstenen waren op last van Lubbermans al verdwenen toen ze na de eerste oorverdovende knal was gaan gillen.
Tegen wil en dank amuseerde ze zich steeds meer met al het gemoedelijk gekibbel, het geroddel van een groepje meisjes, en het bestuderen van Lubbermans. Hoe anders was hij hier tussen zijn vrienden! Ze vroeg zich af of dat altijd zo geweest was of dat hij het laatste jaar zo veel veranderd was. Ze vermoedde het laatste.
'Heb je nog reacties gekregen op je poster, Marcel?' hoorde ze Griffel opeens vragen. 'Iemand die een muis kwijt is?'
Patty spitste haar oren. Hij heeft posters opgehangen? Wil hij zo graag van me af? Ook al had ze zelf nog geen idee hoe ze hier weg moest komen, of hoe ze de betovering ongedaan kon maken, het stak dat ze zelfs bij Lubbermans niet langer welkom was.
Hij schudde zijn hoofd en richtte zijn blik toen op haar. 'Nee, maar misschien is ze van iemand die met de feestdagen naar huis is,' zei hij.
Verbeelde ze het zich of klonk hij wat droevig?
'En als ze van niemand blijkt te zijn?' bemoeide ook Wemel zich met het gesprek.
'Dan hou ik haar,' deelde Lubbermans mee.
Patty knipperde met haar ogen. "Dan hou ik haar?" Ik ben verdorie geen weeskind dat te vondeling is gelegd! Ze negeerde het warme gevoel dat haar doorstroomde; waarom had de Griffoendor geen shirt in plaats van een wollen trui gebruikt? Plotseling realiseerde ze zich dat ze hier nooit meer weg zou komen. Niet als het aan Lubbermans lag. Gezien zijn beschermende houding zou ze niet eens kunnen ontsnappen als ze dat zou willen. Wilde ze niet de rest van haar leven als muis in de Griffoendortoren gevangen zitten, dan zou ze Lubbermans op de één of andere manier moeten laten weten wie ze was.
Haar muizenhartje klopte opeens zo wild bij die beangstigende gedachte, dat ze bang was dat het zou begeven. Nu haar overlevingskansen – als mens in ieder geval – in het geding kwamen, begonnen de radertjes in haar hoofd echter hard te draaien en overstemden haar kloppende hart.
Wie zou ze het duidelijk moeten maken? En hoe kon ze voorkomen dat heel Griffoendor – en dus heel Zweinstein – op de hoogte raakte? Ze keek geërgerd naar Broom en Patil die luid giechelden, over iets onnozels ongetwijfeld, en toen naar Tomas die met een hoopje Runenstenen aan het spelen was, wat een oorverdovend lawaai maakte.
De eerste vraag was duidelijk; Lubbermans was haar eerste keus. Ze had waarschijnlijk meer kans bij Griffel, maar het idee om zich bloot te stellen aan een lid van het Gouden Trio trok haar niet. Toch vreesde ze dat ze uiteindelijk geen andere alternatief zou hebben; als ze moest wachten tot bij Lubbermans de Sikkel viel, was ze te oud om nog haar examen te kunnen doen. Hoe oud werd een muis eigenlijk?
Een tweede gedachte trof haar; als een muis sneller verouderde, zou ze daar dan de gevolgen van merken als ze terug in Patty Park transformeerde? Ze sperde haar ogen bij het idee en begon wild om zich heen te kijken op zoek naar een antwoord.
Haar blik viel op de steentjes met Runentekens. Zou ze daarmee iets kunnen overbrengen? Ze was er nooit een ster in geweest en had Oude Runen dan ook niet als examenvak gekozen. Daphne echter wel en die vroeg haar regelmatig om haar te overhoren.
Terwijl Patty in haar geheugen groef naar betekenissen die haar van dienst konden zijn, kroop ze voorzichtig uit de trui. Lubbermans sloeg haar gade – natuurlijk – maar zei niks. Behoedzaam manoeuvreerde ze tussen alle attributen waarmee de tafel bezaaid was in de richting van de gladde zwarte en witte steentjes. Tomas zag haar en attendeerde de anderen. Een blik van Lubbermans was echter genoeg om hem en anderen duidelijk te maken haar met rust te laten.
Mijn redder, dacht ze ironisch. Voorzichtig trippelde ze om de steentjes heen. Ze herkende lang niet alle tekens. Wel de rune die voor de letter 'P' stond, maar daar schoot ze weinig mee op. Ze wist niet meer wat het nog meer symboliseerde.
Vlak ernaast lag een rond, zwart steentje dat ze als rechtgeaarde Zwadderaar herkende; de slang. Het had natuurlijk allerlei diepe betekenissen, maar die kende Patty niet dus liep ze naar het steentje toe en begon er tegen te duwen.
'Hee,' riep Tomas en wapperde voorzichtig met zijn handen in haar richting.
'Laat haar, ze kan er niet mee van tafel en ze zal het heus niet inslikken,' zei Lubbermans en Tomas hield verder zijn mond, al hield hij haar verrichtingen nauwlettend in de gaten.
Het viel niet mee het steentje voort te bewegen, Maar gelukkig zat Lubbermans schuin tegenover Tomas en lag er enkel een Ochtendprofeet voor hem op tafel die hij opvouwde toen hij haar rond zag scharrelen.
'Wat schattig,' klonk het in het Ierse accent. 'Een kat brengt het baasje altijd een muis als blijk van genegenheid, maar jij hebt een muis die je geheime boodschappen brengt.'
Als het niet zo spottend had geklonken, zou het behulpzaam zijn geweest. Nu lokte het enkel meer geplaag en domme opmerkingen uit, ontdekte Patty tot haar ergernis.
'Aww, wat zegt ze dan?' koerde Broom.
Griffel vond dit blijkbaar ook stompzinnig want ze wierp een korte blik op het steentje dat Patty tegen Lubbermans hand aanduwde en zei kortaf: 'Dat is Thusizar, de derde rune. Het is onder andere een hulp bij discipline –' hierbij keek ze veel betekenend naar Broom, '– en studie.'
'Oh ja,' reageerde Wemel, 'dat herinner ik me.'
Hoongelach was zijn deel. Ondertussen leek niemand te beseffen dat het dier van dit teken van ver meer belang was; de slang werd niet genoemd. Lubbermans hield het steentje vast en keek met een weeë glimlach naar haar als een moeder wanneer haar kind met een mooie vingerverftekening thuiskomt.
Patty zuchtte eens en besloot nog een poging te wagen. Helaas waren de betekenissen niet echt voor haar weggelegd; ze moest het doen met de kleuren, dieren en letters.
Dus rende ze terug naar de Runenstenen, inmiddels minder bang voor het gezelschap. Aan de linkerkant herkende ze een teken met twee boven elkaar geplaatste driehoeken. De letter 'B' als ze zich niet vergiste, maar – belangrijker – de bijhorende kleur was groen!
Het koste iets meer moeite om dat steentje naar Lubbermans te schuiven. Die krengen waren zwaarder dan ze eruit zagen. Ondertussen volgde bijna het hele gezelschap haar verrichtingen op de voet.
'Kom op muisje, je kan het!'
'Welke steen heeft ze nu?'
'Ze kiest opnieuw een zwarte, zie je wel?'
'Eens zien wat de voorspelling luidt, Marcel!'
Wat voor haar bittere ernst was, werd voor die Griffoendors een nieuw gezelschapsspel.
'En, welke is het?'
'Oh, het is de dame van het woud,' kweelde een van de meisjes.
Wat? Geërgerd merkte Patty dat zelfs die domme wichten uit Griffoendor meer van Runentekens wisten dan zijzelf.
'Oh, dat betekent mogelijk een huwelijk in het verschiet, Marcel,' klonk een andere meisjesstem.
Mag ik even een ketel voor ik moet overgeven?
Het is geen jaloezie, vertelde ze zichzelf. Absoluut niet.
Gelukkig bracht Griffel ook dit keer weer redding door serieus te vertellen: 'Dat is de achttiende rune, de letter 'B' van Berkana, wat in het oud-Engels berkenboom betekent. Een mogelijk huwelijk voorspellen is net zo betrouwbaar als theeblaadjes bestuderen.' De laatste woorden werden met een minachting uitgesproken. 'Het dier dat erbij hoort is de specht, en de kleur is groen.'
Hé, hé, eindelijk! Horen jullie dat? Groen! GROEN! Kan er iemand associëren?
Maar er was niemand die haar hoorde, en niemand die luisterde naar Griffel. De jongens opperden plagend de ene huwelijkskandidate na de andere, terwijl de meisjes Griffel op verhitte toon verzekerden dat de methoden van professor Zwamdrift net zo betrouwbaar waren als die van professor Babbling. Het was om moedeloos van te worden.
Te midden van het rumoer rende ze naar de stenen terug en zocht wanhopig naar een aanwijzing. Maar behalve tekens die ze niet herkende of geen significatie hadden met betrekking tot haar boodschap zag ze alleen een ander zwart steentje waar de kleur groen bij hoorde.
Opnieuw begon ze te duwen, niet wetend hoelang ze dit nog kon volhouden. Ze was geen atletisch type, ze liet het Zwerkballen wel aan Margriet over.
Dit keer was ze nauwelijks halverwege toen die stomme Ierse knul schaterend riep: 'Die is om je potentie te verhogen, Marcel! Wil je muis je soms iets duidelijk maken?'
Inderdaad sufferd, maar dat is blijkbaar te subtiel voor Griffoendors.
De plagerijtjes waren niet van de lucht. Patty keek vol walging om zich heen en gaf het op. Als zelfs Griffel 1 + 1 niet bij elkaar op kon tellen – of 'slang' en 'groen' in dit geval – dan kon Patty het wel vergeten.
Vermoeid sleepte ze zich terug naar die verdraaide trui en keerde het hele gezelschap mokkend de rug toe.
