Hoofdstuk 5

Marcel liep voor de andere Griffoendors uit, terug naar de toren. Hij was blij dat zijn grootmoeder begrepen had dat hij dit laatste schooljaar kerst op Zweinstein wilde vieren.

'Een mooie gelegenheid voor mij om die reis met Edna over het vasteland te maken,' had ze gezegd. 'Misschien brengen we de feestdagen dan in Parijs door.'

Inmiddels had hij al post uit Nederland, Duitsland en de Belgische Ardennen gehad. Blijkbaar had ze net zo'n fijne tijd als hij.

Het was inmiddels dinsdagavond. Donderdag was het bal, en de dag erna was het kerst. Elke dag leken de gangen groener te zijn van de dennentakken en hulst. De geur van kruidnagelen en anijs hing door het hele kasteel en voor het eerst sinds de oorlog voorbij was, hing er een verwachtingsvolle sfeer.

Het wachtwoord 'Kruidkoek' vormde geen probleem, dus hij stapte door het portretgat, groette een paar tweedejaars die al terug waren van het avondeten, en nam de trap naar de slaapzaal.

Bij het openen van de deur knipperde hij verbaasd met zijn ogen. Het muisje zat op het verkeerde bed. Ze zat tussen de spullen van Daan naast een opengeknaagde doos van een Dreuzelspel en om haar heen lagen diverse witte blokjes met grote zwarte letters en een klein cijfer. Ze leken in rijtjes te zijn gegroepeerd alsof …

'Je blokkeert de boel!' riep Ron vanuit de achterhoede en Marcel werd de slaapzaal ingeduwd.

'M'n Scrabbledoos!' riep Daan geschrokken. Hij schoof Marcel opzij en rende op zijn bed af.

'Wacht, het lijkt wel of er woorden gespeld zijn,' probeerde Marcel nog, maar Daan had de doos al opgepakt en grabbelde zo veel mogelijk stenen bij elkaar, voorzichtig om niet plotseling gebeten te worden. Harry, achter Marcel, schoot in de lach.

Simon reageerde spottend: 'Ze heeft woorden gespeld? Werkelijk? Gisteren runenstenen en nu die letterblokjes van Daan?'

Marcel haalde zijn schouders op en liet het gespot over zich heen komen. Het was natuurlijk ook een bizar idee om te denken dat een klein muisje 'HELP' had gespeld.


Slaperig zat Patty op het kussen naast Ma– Lubbermans' gezicht. Ze betrapte zichzelf er steeds vaker op dat ze in gedachten Marcel zei. Dat kwam natuurlijk enkel doordat ze dat de hele dag hoorde van Wemel, Potter, en de andere jongens, bij wie ze dat probleem trouwens niet had, maar dat deed nu niet ter zake.

Het kostte haar moeite om wakker te blijven, maar ze wilde dat dit keer de boodschap goed overkwam. Ze had er de hele nacht aan gewerkt.

Regelmatig liet ze haar oogjes door de zaal glijden over de bedden van de andere Griffoendors om te controleren of ze nog sliepen. Wat was ze gisteravond kwaad geweest. Het liefst had ze Tomas flink gebeten toen hij al haar harde werk teniet had gedaan; maar de angst voor Dreuzelziektes had haar weerhouden.

Uiteindelijk vond ze dat ze lang genoeg gewacht had. Ze had geen idee van de tijd en als ze wachtte op de zonsopgang zouden er waarschijnlijk meer jongens wakker worden. Ze trippelde wat heen en weer tot ze met haar snorharen onder zijn neus kon strijken. Hem bijten zou iedereen wekken, vreesde ze spijtig.

Het leek een uur te duren voor ze hem wakker en uit bed had zodat ze hem de weg kon wijzen naar het midden van de kamer. Ze draaide met opgetrokken neus snelle rondjes om zijn blote voeten zodat hij niet met een paar snelle passen haar werk zou ruïneren. Toen hij in het schemerlicht zag wat ze gedaan had, stond hij zo abrupt stil dat ze bijna vertrapt werd.

'Wat is dat in Goderics naam?' Hij las de woorden en letters die ze de afgelopen nacht met enorm geduld had geknaagd uit De Ochtendprofeet die Potter naast zijn bed had laten slingeren. Het was lastig om vanaf de grond het overzicht te bewaren, maar voor Mar– Lubbermans lag nu de volledige tekst.

'HELP! Geen Muis. Mens. Toverspreuk. Vertel het niemand! Geheim. P'

Die laatste letter was volslagen overbodig, maar jarenlange training in de etiquette van het schrijven van een brief raakte je niet zomaar kwijt.

'Ongelooflijk,' fluisterde de Griffoendor. Hij zou er bespottelijk uit moeten zien, met zijn verwarde haar, slaperige gezicht en open mond. Zeker in die gestreepte pyjama met blote voeten eronder. De waarheid was echter dat hij er heel imponerend uitzag, zoals hij daar boven haar uittorende in de schemerige kamer, als één of andere oppergod.

Ze schudde even haar hoofd bij die vreemde gedachte. Het was te hopen dat deze ellende snel voorbij zou zijn want het was blijkbaar niet echt goed voor haar mentale gesteldheid. Oppergod, nota bene. Mar– Lubbermans deed behoedzaam een stap naar achteren alsof ze elk moment in een Basilisk kon veranderen, maar zakte toen door zijn knieën en ging gehurkt voor haar zitten.

'Er stond dus echt 'HELP',' zei hij half afwezig, terwijl hij haar leek te bestuderen.

Ze piepte opgewonden wat hem deed glimlachen.

'En die Runenstenen ... welke waren dat ook alweer? Misschien kan Hermelien helpen om – ?'

Patty protesteerde en begon vlak onder de laatste rij krantensnippers heen en weer te rennen.

'Geheim? Waarom -?' Hij brak zijn zin af. 'Oké, dat hoor ik dan hopelijk nog wel. Als je kwaad in de zin had gehad, zou je me al wel hebben doodgebeten.'

Hij keek haar even peinzend aan. 'Als je een Faunaat was, hoefde je geen hulp en zou je jezelf ook niet blootgeven,' mompelde hij en schudde zijn hoofd alsof hij twijfelde of hij wel wakker was.

Patty piepte. Ze was moe en het was absoluut niet warm hier op de stenen vloer.

Marcel stak aarzelend zijn hand uit. 'Kom maar,' zei hij. 'je zult wel even genoeg geklauterd hebben. Het is nog iets te vroeg, maar straks zal ik naar de bibliotheek gaan om te kijken hoe we je situatie kunnen oplossen.'

Patty sloot even haar ogen en vroeg zich af of het toch niet verstandiger was als ze hem Griffel om hulp liet vragen. Maar onverbiddelijk drong de herinnering aan vorig jaar zich aan haar op.

"Maar hij is hier! Potter is hier! Grijp hem!" had ze in paniek door de Grote Zaal geschreeuwd om vervolgens een leger van loyale leerlingen te ontmoeten.

Met een zucht gaf ze toe en kroop voorzichtig op zijn hand. Een gevoel van veiligheid had daar niets mee te maken, ze was inderdaad moe.


Marcel lag op zijn zij op bed, omringd door een zestal boeken over vervloekingen en gedaanteverwisselingen. Het had even geduurd voor hij iedereen ervan had overtuigd dat hij a) gewoon even alleen wilde zijn en b) niets mankeerde.

Hij sloeg een bladzijde om en haalde gefrustreerd een hand door zijn haar. 'Ik weet echt niet of ik het alleen op kan lossen, meiske.' Hij keek op toen hij zich realiseerde dat het waarschijnlijk vreemd was om haar nu nog zo te noemen, maar een alternatief had hij ook niet. Hij kon haar moeilijk Muis noemen.

Ze keek hem aan vanaf het kussen naast hem, en hij verbeelde zich vast dat haar blik bestraffend was.

'Sorry, Bezweringen is nooit mijn ding geweest, ik zou van meer nut zijn geweest als je een plant was geworden, maar dan had je nooit een boodschap kunnen geven. En ik bazel, geloof ik.'

Ze piepte instemmend en hij grinnikte.

'Het zou simpel zijn als ik gewoon –' Hij stopte, keek haar peinzend aan en dacht: 'Baat het niet, dan schaadt het niet.'

Zijn toverstok lag onder zijn kussen. Hij pakte hem, wees naar haar en voor ze kon piepen of vluchten, sprak hij: 'Finite Incantatum.'

Verbijsterd zag hij hoe zijn spreuk de vervloeking ophief; plotseling keek hij in de donkere ogen van Patty Park met wie hij nu een kussen deelde. Hij kon niets anders doen dan met grote ogen terugstaren.

Een Zwadderaar! Hij had wel geweten dat het geen Griffoendor was, maar een Zwadderaar? En niet zomaar een Zwadderaar, maar Patty Park. Ze moest de goden wel erg verzocht hebben, dat ze in deze situatie beland was. Het was duidelijk dat ze nog lichtelijk in shock verkeerde; ze staarde hem met een lege blik aan alsof dit zover van de werkelijkheid vandaan stond, dat ze de mogelijkheid niet eens overwoog.

Hij liet zijn ogen snel over haar heen gaan en stelde dat ze op het eerste gezicht in orde leek; geen missende ledematen of extreme wonden. Ze zag er hoogstens wat verfomfaaid uit, vergeleken met de Park die altijd tot in de puntjes verzorgd was zonder een haartje van zijn plek.

Inwendig glimlachte hij. Persoonlijk vond hij haar er nu charmanter uitzien, niet zo uit de hoogte en afstandelijk. Een beetje kwetsbaar en verward. Hij hoopte dat ze verder ook in orde was, want normaal gesproken zou ze toch allang hebben moeten gaan gillen.


Patty wilde niets liever dan gillen, maar in plaats daarvan was ze sprakeloos. Ze had geweten dat ze in deze situatie zou belanden als de vloek ongedaan gemaakt kon worden, maar de realiteit was heel anders. Ze had niet verwacht om naast – tegen – Mar– Lubbermans in zijn bed te liggen. Ze zou haar benen moeten wegtrekken, uit dat bed springen, maar ze voelde zich versteend.

Is dit een bijwerking? Of heeft die stomme Griffoendor het verprutst zoals hij zo vaak spreuken en bezweringen heeft verpest?

Ze wist best dat ze onredelijk was; de tijd dat hij een onhandige, stuntelige sukkel was, lag al minstens een jaar achter hem, ook al lieten de Zwadderaars hem graag geloven dat ze hem nog steeds zo zagen. De Slangenslachter. Patty was op de hoogte van die bijnaam, maar op dit moment vond ze hem eerder een slangenbezweerder.

Het was die blik, besloot ze, die haar realiteit op zijn kop zette. Ze had afkeer verwacht, ontzetting, nadat hij zou ontdekken wie er al die tijd in Griffoendor had vertoefd. Misschien was het nog niet helemaal doorgedrongen? Zijn blik was open, verwonderd, nieuwsgierig ook. En afwachtend. Alsof zij aan zet was. Maar wat moest ze doen nu haar ledematen medewerking weigerden? Ze slikte. Haar keel voelde aan alsof ze een Ukkepulk had ingeslikt. Vast van dat gescharrel op de vieze vloeren hier.

'Ik…ik….' Zweet brak haar uit. Wat moet ik zeggen? Hoe kan ik hem overtuigen dit geheim te houden? Dat herinnerde haar eraan dat ze hier op klaarlichte dag bij een Griffoendor op bed lag en er elk moment iemand binnen kon komen. Die gedachte bracht haar eindelijk in actie en ze krabbelde overeind.

'Park. Patty, wacht ...,' klonk het in een lage geruststellende toon. Maar Patty peinsde er niet over. In een mum van tijd stond ze naast het bed en vluchtte ze de slaapzaal uit.