Hallo daar, mensen!

Ik ben terug met een nieuw hoofdstuk en zoals beloofd zullen jullie iets meer achter Rachels familie en diens verleden komen.

Zoals jullie waarschijnlijk al hadden gezien heet dit hoofdstuk Carmen. Jullie zullen erachter komen waarom maar ik wil dit hoofdstuk graag opdragen aan iemand die ik ken. Haar naam is Carmen en ik heb diep ontzag voor haar. Toen ze in de derde zat, ze was vijftien, werd er geconstateerd dat ze lymfklierkanker had. De strijd er tegen was hard maar ze won hem. De tol die het eiste was groot maar ze won hem en leeft nog. Een aantal jaar geleden kwam het terug. Weer het gevecht en ze heeft weer gewonnen. Ik hoop dat jullie wel begrijpen waarom ik zoveel ontzag voor haar heb want lymfklierkanker is niet makkelijk te overwinnen.

Moet dat gezegd te hebben...

Florreke, bedankt voor je review, zoals altijd. Je zult er in dit hoofdstuk achter komen wat Rachels connectie met de Quileute stam is. Damon komt in het hoofdstuk hierna terug (tijdelijk). Het zal ook nog even gaan duren voordat Jacob erachter komt dat Damon Rachels ex is. Ik moet je dus nog even in spanning laten afwachten. Ik ben trouwens erg benieuwd of je raad op het einde wie Carmen bedoelt... Meer ga ik niet zeggen. Ik probeer trouwens zoveel mogelijk om mijn verhaal toch iets anders te laten verlopen dan de Twiligt Saga. Dat zou gewoon raar zijn, gezien dat gewoon overschrijven is alleen dan met een ander hoofdpersoon. En vertrouw me op mijn woord als ik zeg dat Rachels verhaal echt nog alle kanten op gaat schieten.

Zoals altijd zal ik volgende week woensdag een nieuw hoofdstuk plaatsen. Degenen die wachten op Rosalie die Rachel verteld waarom ze nooit voor onsterfelijkheid moet kiezen... Helaas, dat stuk komt er niet in voor. Een leuk gala feest echter wel. En Damon zal terug zijn :D Veel om naar uit te kijken dus.

Veel leesplezier, review alsjeblieft en tot volgende week Woensdag!

XxX Emmetje

PS. VOOR DEGENE DIE NIEUWSGIERIG ZIJN NAAR HOE DE CARMEN IN MIJN VERHAAL ERUIT ZIET, ER STAAT EEN FOTO VAN HAAR, RACHEL EN DE JURKEN DIE ZE BEIDE DRAGEN OP MIJN PROFIEL ONDER HET LABELTJE: OUTFIT CHAP. 10.


When The Past Catches Up

Chapter 10

Carmen


Rachel lag te slapen. Ze lag heel diep te slapen. Het was een prettige slaap en een gelukkige slaap. Ze had geen rare dromen en ze was niet onrustig. Het enige wat haar dwars zat was dat er iets was dat iedere keer aan haar neus kriebelde.

Ze mompelde wat verstoord in haar slaap en draaide zich om. Maar het lukte haar niet om aan het gekriebel te ontkomen. Nog erger, het werd alleen maar erger.

Ze kreunde zachtjes en rekte zich uit terwijl ze zich op haar rug draaide. Toen gingen haar ogen langzaam open.

Er was een blauwe hemel boven haar te zien. De zon was aan het schijnen en er was geen wolkje aan de lucht. Vogels vlogen vrolijk en zingend rond en ze hoorde insecten zoemen.

Langzaam ging ze overeind zitten en met ogen vol ongeloof keek ze rond. Waar in hemelsnaam was ze nu weer?

Ze zat midden in een veld vol bloemen en aan de ene kant begon er een enorm bos, aan de andere kant stonden enorme stenen op een lege weide. Het leek wel Stonehenge.

Voorzichtig kwam ze overeind en klopte ze het gras, de bloemblaadjes en het stuifmuil van haar af. Het was toen dat ze zag dat ze een wit zomerjurkje droeg. Hij kwam tot net boven haar knieën, zat met spaghettibandjes over haar schouders heen vast en kruiselings over haar rug, en hij had een redelijke diepe neklijn.

Ze schudde haar hoofd en keek naar het bos en toen naar de enorme stenen. Er was iets dat haar daar naartoe trok. En dus begon ze erheen te lopen.

Daar aangekomen legde ze een hand op één van de eerste stenen. De steen voelde koud aan onder haar hand, iets wat raar was gezien de zon er op scheen. Hij had warm horen te zijn.

Haar aandacht werd al snel door iets anders getrokken. Er lag namelijk iets glinsterends op de grote steen die in het midden van de stenencirkel lag. Het leek wel een soort offertafel.

Rachel liep naar de steen toen en ze hapte naar adem toen ze zag wat er aan het glinsteren was. Er lag namelijk een bekende ketting op de middelste steen. Hij was lang en van zilver gemaakt en de hanger was rond en was bezet met allemaal maansteentjes.

Waarom de ketting bekend voor haar was? Omdat ze zich nog goed herinnerde hoe ze er altijd mee had gespeeld als ze bij haar moeder op schoot had gezeten. Dit was de ketting die haar biologische moeder altijd had gedragen.

'Dat is niet mogelijk,' fluisterde ze terwijl ze de hanger oppakte en in haar hand hield.

'Eigenlijk is het dat wel,' zei een stem.

Rachel keek op en zag een jonge vrouw tussen twee stenen staan. Ze was knap en had een iets gekleurde huid. Ze had lang bruin haar en twee groene ogen en er was een warme glimlach op haar gezicht te zien.

Net als Rachel droeg ze een wit jurkje maar deze was dichter en had een minder diepe neklijn en had frutsels aan de onderkant.

'Hoe bedoel: het is wel mogelijk?' vroeg Rachel. 'Mijn moeder droeg deze ketting toen zij en mijn vader zijn omgekomen in de brand. Hij is toen vernietigd.'

De vrouw schudde haar hoofd met een warme glimlach. 'Niets is onmogelijk in deze wereld, Rachel.' Ze liep naar haar toe en stopte toen ze aan de andere kant van de offersteen stond. 'Doe hem maar om. Hij is echt.'

Rachel schudde haar hoofd en legde de ketting weer op de offertafel neer. 'Nee, dit is allemaal niet echt. Ik ken jou niet, ik weet niet waar ik ben, ik heb deze jurk niet en die ketting is voorgoed verloren.'

De vrouw schudde haar hoofd met een vermaakte glimlach. 'Oh, Rachel. Je ziet wel maar je gelooft niet. Waarom kun je niet gewoon geloven?'

Rachel keek haar aan alsof ze gek was geworden. 'Wie in hemelsnaam ben jij?'

'Mijn naam is Carmen,' antwoordde de vrouw. 'Je kent me misschien niet maar toch ken je me ook wel.' Rachel keek haar weer aan alsof ze gek was geworden. 'Dit is de Morgan Cirkel. Het is een plek in Engeland waar jij nog naartoe moet gaan. Toch ken je het. Hier ligt je oorsprong. En de ketting? Je zegt dat hij voorgoed verloren is toen de brand uitbrak.' Ze schudde haar hoofd, weer met een warme glimlach. 'Deze ketting zal nooit voorgoed verloren kunnen zijn, Rachel. Hij bestaat nog en wacht tot jij hem weer vind.'

'Je bent echt gek,' zei Rachel. 'Dit is gewoon allemaal een droom. Dit is niet echt.'

'Oh, zeer zeker is het wel echt. Voelt het niet echt? Voel je de zon niet op je huid? Hoor je de vogels niet zingen? Voel je het gras en de bloemen niet kriebelen?'

'Dit is gewoon allemaal een droom,' zei Rachel. 'En ik ga nu wakker worden.' Ze kneep zichzelf hard in haar arm. 'Au.' Maar er gebeurde niets. 'Dat is raar. Meestal werkt dat.'

'Je kunt nog niet gaan, Rachel. Niet voordat ik je heb verteld waarvoor ik ben gekomen.'

'En waarvoor ben je gekomen?'

'Om jou iets te vertellen over je geschiedenis en de band die je hebt met de Quileute stam.'

Rachel fronste toen ze opeens doorhad waarom haar stem zou bekend voor kwam. 'Wacht eens even. Ik ken jouw stem. Jij bent één van de stemmen die ik soms in mijn hoofd hoor.'

Carmen glimlachte slechts. 'Luister alsjeblieft naar wat ik je te vertellen hebt. Ik weet dat je verward bent over het feit dat je zag waar Billy Black jou en de andere aanwezigen over vertelde: de oorsprong van de haat tussen de shape shifters en de koudelingen.'

'En jij gaat me vertellen waarom ik dat heb gezien?'

'Loop met me mee, Rachel,' zei Carmen. 'Er is een heleboel waar we over moeten praten.'

Carmen draaide zich om en liep weg. Rachel keek haar wat argwanend na maar zuchtte toen diep en besloot achter haar aan te gaan. Maar ze had nog maar twee passen gezet toen ze weer stopte en zich omdraaide.

De ketting lag nog steeds op de offersteen.

Met nog een zucht pakte ze hem op en met de ketting stevig vasthoudend in haar hand haastte ze zich achter Carmen aan, die nu uit de kring van stenen was gelopen.

'Ik ben geboren op 17 November 1325 in Engeland onder de naam Charlotte,' vertelde Carmen. 'Mijn ouders en ik, we woonden dichtbij de Morgan Cirkel samen met de familie van zowel mijn moeders als mijn vaders kant. We waren er gelukkig. In ieder geval, dat waren we tot de jacht op heksen uitbrak.' Ze keek met een droevig gezicht voor zich uit. 'Er waren veel mensen die bang voor ons waren en daarom, toen de jacht geopend werd, was mijn familie één van de eerste die werd beschuldigd van hekserij. Mijn moeder hoorde het net op tijd en vluchtte weg, samen met mij. Ik was net dertien jaar. We waren de enige twee die de jacht overleefden.'

'Het spijt me,' zei Rachel zachtjes.

Carmen gaf haar een glimlach. 'Dank je voor je medeleven. Maar het is al een lange tijd geleden. Ik heb het al voor jaren achter me gelaten.' Ze zuchtte diep. 'Maar het blijft natuurlijk pijnlijk.' Ze zuchtte weer. 'Het lukte mijn moeder en mij om uit Engeland te ontsnappen. We belandden in Spanje waar ze gelukkig nog niets mee hadden gekregen van de heksenjacht. We waren veilig. Mijn moeder veranderde haar naam van Mary naar Maria en ik werd Carmen. We deden er alles aan om maar niet op te vallen en gewoon door met ons leven te kunnen.'

'Ik gok dat dat niet echt lukte.'

Carmen schudde haar hoofd. 'Ik was zeventien toen alles weer in elkaar stortte. Mijn moeder was op een avond aangevallen door een groep mannen en ze had zich verdedigd door haar krachten te gebruiken.' Ze gaf Rachel een glimlach. 'Wij waren net als jij bent.'

'Dus er waren in het verleden meer mensen zoals mij?'

'Veel meer. En ze noemden ons heksen en jaagden op ons. Ze jagen nog steeds op ons.' Carmen keek weer voor zich uit. 'Ze vermoordde hen in zelfverdediging. En zonder dat ze dat wist was er iemand die dat had gezien. Enkele weken later kwam die persoon terug, dit keer had hij het gezelschap van enkele anderen mee genomen. Het waren van die glinsterende Vampiers. Ze wouden dat mijn moeder voor hen kwam werken en toen ze weigerde en hen de deur wees, vermoordden ze haar. Ik kwam net binnen toen dat gebeurde en zag het gebeuren. En daarna rende ik weg, zo hard als ik kon. En door een wonder lukte het me aan hen te ontkomen. Ik bleef voor hen vluchten voor vijf jaar en ik belandde uiteindelijk in wat nu de Verenigde Staten heet.'

Rachel keek haar stomverbaasd aan. 'Hoe…'

'Ik weet het niet meer precies. Het laatste dat ik me herinner was dat ik ergens in Rusland was en dat ze achter me aanzaten. Dus ik sprong van een klif en belandde in zee. Daarna verloor ik bewustzijn. En toen ik weer wakker werd lag ik op een strand in de Verenigde Staten. En niet zomaar een strand.'

'Hoe bedoel je?'

'Ik was aangespoeld in de buurt van waar nu Seattle ligt. Ik had het nog nooit zo koud gehad en ik heb het ook nooit meer zo koud gehad. Na een aantal dagen rond gelopen te hebben kwam ik op het pad van één van de stammen die in die buurt leefden: de Quileute stam.'

'De Quileute stam?' vroeg Rachel verbaasd. 'Hoe groot is de kans dat wij beide…'

'Aardig groot,' glimlachte Carmen. 'Je bent met hen verbonden, Rachel.' Rachel keek haar wat verward aan. 'Het zit in je bloed. Iedereen die voor jou kwam en iedereen die na mij kwam, die waren met hen verbonden. En dat allemaal door een keuze die ik zoveel jaren geleden heb gemaakt.'

'Wat voor keuze?' wou Rachel weten.

'Ik had al dagen rond gelopen zonder iemand tegen te komen. Ik verging van de honger en ik had geen idee waar ik was. En ik had niets bij me. Geen kleren, geen eten, helemaal niets. Toen ik op het pad kwam van de Quileute stam dacht ik eerst dat het met me gedaan zou zijn. Ik was anders en ze zouden me waarschijnlijk als een vijand zien en dat zou dus betekenen dat ze me zouden aanvallen. Maar dat deden ze niet. Ze namen me wellicht eerst wel gevangen maar hun stamhoofd, Taha Aki, had al snel door dat ik bijzonder was en wou weten hoe. Na wat gestuntel omdat ik zijn taal niet sprak en hij de mijne niet, begreep ik wat hij wou. Nadat ik had laten zien wat ik kon vertrouwde hij me genoeg om te laten zien dat hij en enkelen andere mannen van de stam ook iets magisch konden. Ze waren geestenkrijgers.'

'Geestenkrijgers?' vroeg Rachel verward. 'Billy had het daar ook even over. Wat zijn dat?'

'Zo noemden zichzelf. Ze hadden de magie om hun lichaam te verlaten en als geest rond te zwerven. Maar het was een gevaarlijke bezigheid en daarom wou Taha Aki ook dat ze alleen gebruik maakten van die magie als het echt noodzakelijk was.' Ze glimlachte warm. 'Hij was aardig tegen me en hij was degene die me hielp om weer mezelf te worden want ik was aardig depressief na de dood van mijn familie en nadat mijn moeder was vermoord.'

'Zoals Jake mij hielp.'

'Precies,' glimlachte Carmen. 'Omdat hij me vertrouwde begon de rest van de stam me ook te vertrouwen. Ze waren allemaal erg vriendelijk. Ze gaven me kleding, eten en lieten me bij hen blijven en de vrouwen helpen met hun taken. Zij leerden me hun taal en hun gewoontes. En toen ik eenmaal de taal kende kon ik hen vertellen wie ik was, hoe ik hier was gekomen en waarom ik er anders uitzag.'

'Ik begrijp het niet,' zei Rachel verward. 'Wat heeft dat te maken met de reden waarom ik met hen verbonden ben?'

'Op een gegeven moment begon Taha Aki zich anders te gedragen. Het was op een avond nadat hij het bos was ingetrokken om te mediteren. Hij verklaarde oorlog met stammen waar ze al jaren vrede mee hadden en hij werd gewelddadig en gemeen.' Carmen keek Rachel doordringend aan. 'Ik kon net als jouw gedachtes lezen toen ik nog leefde en ik kwam erachter dat Taha Aki niet echt Taha Aki meer was. Het stamhoofd had zijn lichaam verlaten en een verrader die zelf stamhoofd wou zijn, had gebruik gemaakt van de situatie en had ook zijn lichaam verlaten en daarna had hij Taha Aki's lichaam in bezit genomen. Daarna had hij de keel van zijn officiële lichaam doorgesneden en Taha Aki zat daarom vast in de vorm van een geest en kon niets anders dan ronddwalen.'

Rachel rilde. 'Het bezit nemen van andermans lichaam? Nou, dat is wat ik al pas eng noem.'

Carmen glimlachte droevig. 'De nieuwe Taha Aki verbande mij toen hij doorkreeg dat ik wist wat hij had gedaan en hij verbood andere geestenkrijgers om hun lichaam nog te verlaten, zeggend dat het te gevaarlijk was. Ik bouwde mezelf een hut in het bos en begon plannen te maken om een weg terug naar Europa te vinden. Enkele weken na mijn verbanning stond er opeens een enorme wolf voor mijn neus. Een wolf die de gedachtes had van niemand minder dan Taha Aki. Ik had medelijden met hem en wou niets liever dan hem helpen. En daarom gaf ik hem een gift, deels omdat ik hem zo dankbaar was voor alles wat hij had gedaan.

Nu begon er iets bij Rachel te dagen maar voor de zekerheid vroeg ze toch: 'Wat gaf je hem?'

'De kracht om van vorm te veranderen. Om van een wolf in een mens te veranderen en andersom,' antwoordde Carmen. 'Daardoor kon hij terugkeren naar zijn stam en de andere geestenkrijgers herkende hem, want de menselijke vorm die hij had aangenomen was dezelfde vorm die zijn geest ook had als hij en zijn broeders als geesten ronddwaalden. Hij maakte een einde aan de verrader en drukte zijn broeders op het hart om nooit meer hun magie te gebruiken. Maar ze werden daardoor zo kwetsbaar en ik haatte het om hen zo kwetsbaar te zien. En daarom gaf ik hen allemaal hetzelfde gift: om in een wolf te veranderen.'

'Maar waarom zo specifiek een wolf?'

'Omdat de wolf alles voor hen betekenden. Ze jaagden niet op hem, ze respecteerden hem, soms hadden ze maar weinig en toch deelden ze dan hun eten met hem. De wolf was voor hen gewoon wat de koe voor Indiërs is. En omdat ik me zo verbonden met hen voelde, voelde ik me ook verbonden met de wolf. En ik wou dat zij samen met de wolf konden zijn, zoals Taha Aki ook was geweest. Dat ze samen met hem konden rennen en jagen.'

'Ben je uiteindelijk bij hen gebleven?'

Carmen schudde haar hoofd. 'Nee. Ik was sterker geworden in de tijd dat ik bij hen was. Voor dertien jaar was ik bij hen en hielp ik hen met alles. Ik was één van hen. Maar ik miste Spanje en Engeland. Ik miste Europa en mijn verbanning had me dat alleen maar duidelijker gemaakt. Dus ik besloot weg te gaan en als afscheidscadeau gaf ik hen het gift om in een wolf te kunnen veranderen.'

'Wist je dat er bijwerkingen aan zaten?'

'Nee, ik merkte dat al pas na mijn dood, toen ik zag dat Taha Aki nog steeds hetzelfde eruit zag als toen ik weg was gegaan. Maar hij heeft het me nooit kwalijk genomen, hij was er juist blij om en zo waren de andere mannen ook. Ze begrepen mijn keuze om weg te aan ook maar dat maakte het afscheid niet makkelijker. Maar mijn gift zal blijven. Ze zullen het blijven houden zolang onze bloedlijn stand houdt.' Ze glimlachte nu wat dromerig. 'Na het afscheid vertrok ik. En ik vond mijn weg terug naar Europa. Het was geen gemakkelijke of korte weg maar ik vond hem terug en belandde weer in Spanje. Daar ontmoette ik de liefste man ooit en een aantal maanden later trouwden we en we kregen vijf kinderen. Drie meisjes en twee jongens. De oudste jongen noemden we Lupus, wat wolf betekent.'

Rachel keek maar met een glimlach aan ondanks dat ze zich wat jaloers voelde. 'Je hebt een zwaar leven gehad maar toch ben je gelukkig geworden.'

Carmen's gezicht viel en kwam droevig te staan. 'Voor even.'

De jaloezie verdween direct toen ze dat zei. 'Wat bedoel je?'

'Ze kwamen terug, de Vampiers die mijn moeder hadden vermoord en op mij hadden gejaagd. Ze wouden hetzelfde van mij als dat ze van mijn moeder hadden gewild: dat ik voor hen kwam werken. Ik weigerde, net als mijn moeder had gedaan. En daarom doodden ze mij ook. Mijn oudste was net negen jaar oud. Ik was bijna veertig.'

'Wow. Dat sucks.'

Carmen glimlachte lichtjes. 'Inderdaad.'

'En ik dacht dat ik veel ongeluk in mijn leven had.'

'Iedereen is onze familie heeft wel last van ongeluk. Blijkbaar is dat een soort vloek dat op ons rust. We verliezen altijd wel iemand in ons leven op een tragische manier. Ik verloor mijn moeder, mijn moeder verloor mijn vader en haar moeder en haar familie, mijn dochter verloor mij en later ook nog eens de eerste man op wie ze verliefd werd. Het gaat zo door.' Ze zuchtte heel diep. 'En dan is er nog het feit dat het grootste gedeelte van de vrouwen in onze familie de bevalling van hun eerste kind niet overleefden. Alleen de allersterkste en dat waren er maar weinig.'

'Wacht even,' zei Rachel. 'Time-out. Onze familie?'

'Rachel, ik ben één van je voorouders.'

Rachel staarde haar geschrokken aan. 'Eén van mijn voorouders?'

'Onze bloedlijn loopt al eeuwen terug,' vertelde Carmen. 'En deze ketting –' Ze pakte de hand van Rachel vast waarin ze de ketting hield. '– voor al eeuwen is hij van moeder op haar oudste dochter door gegeven. En nu hoort hij bij jou.'

Rachel keek naar de ketting en schudde zachtjes haar hoofd. 'Maar hij is weg.'

Carmen schudde haar hoofd. 'Nee, Rachel. Hij bestaat nog. Hij is thuis. Je moet hem vinden. Hij zal je beschermen en leiden. Het duurde jaren voordat ik hem eindelijk in mijn bezit kreeg na mijn moeder's dood. Maar hij vond zijn weg naar mij toe. En hij zal zijn weg ook naar jou vinden.'

'Waar is thuis?' eiste Rachel te weten. 'Jij en al die andere stemmen blijven me maar zeggen dat ik naar huis moet gaan. Maar ik ben thuis. Forks is mijn thuis.'

Carmen schudde haar hoofd weer. 'Nee. Thuis is niet waar je nu woont.'

'Ik heb geen ander thuis.'

'Hoe zit het met je geboorteplaats?' vroeg Carmen. 'Hoe zit het met je grootouders? Voor jou is bij hen zijn toch ook thuis zijn? En hoe zit het met Engeland? Je hebt Engeland ook zo lang thuis genoemd.'

'En Frankrijk. En Phoenix. En Miami,' protesteerde Rachel fel. 'Er zijn zoveel plaatsen die ik ooit thuis heb genoemd dat ik niet meer weet wat mijn echte thuis is. Ik herinner me niet eens meer waar ik ben geboren behalve dat het een dorp was.'

Carmen keek droevig. 'Ik kan je het niet vertellen. Je moet het zelf uit vinden.'

'Jullie willen zo wanhopig dat ik naar huis ga maar ik moet wel zelf uitvogelen waar dat precies is? Hoe is dat eerlijk?!'

'Dat is het niet. Maar zo zit het in elkaar. Zo zijn de regels. Er is niets dat ik daar aan kan veranderen.'

Rachel schudde geïrriteerd haar hoofd maar liet het maar gaan. 'Dus jij bent één van mijn voorouders. Is er nog een ver familie lid met wie ik contact kan leggen?'

Carmen schudde droevig haar hoofd. 'Ver voor mijn tijd was er een voorouder die een vloek over andere familieleden heeft uitgesproken,' vertelde ze. 'Ze kon het idee niet verdragen dat er andere taken van de bloedlijn zouden komen. De oudste dochter krijgt de ultieme kracht en zal de lijn voortzetten, de andere nakomelingen en hun families zullen na een aantal kinderen allemaal sterven en die lijnen zullen dan verdwijnen.'

'Dat is nogal hard.'

'Dat is het ook. Maar zij was een hard persoon en deed er alles aan om de bloedlijn puur en enkel te houden.'

'Dus ik heb geen verre nichtjes of neefjes of ooms of tantes?' Carmen schudde haar hoofd. 'Hoe zit het met de Phoenix?'

Carmen's gezicht vetrok zich wat. 'Waarom vraag je zo specifiek naar haar?'

'Omdat ze zeggen dat ik ongelooflijk veel op haar lijk.'

'Ze was je overgrootmoeder.'

Rachels gezicht kwam nu blank te staan. 'Mijn overgrootmoeder?'

'Je lijkt in vele opzichten op haar. Er lag alleen een iets rodere kleur over haar haar heen. En ze was natuurlijk iets ouder dan jij bent. Des al niet te min lijken jullie ongelooflijk veel op elkaar.'

'Ze noemen me soms zo.'

Carmen knikte en keek haar met ernst aan. 'Maar het is verkeerd. Jij bent jezelf en niet haar. Het is misschien een leuke bijnaam maar er ligt een verkeerde boodschap achter.'

'Boodschap?' vroeg Rachel. 'Hoe bedoel je: er ligt een verkeerde boodschap achter? Wat voor boodschap?' Carmen schudde haar hoofd weer. 'Carmen, alsjeblieft. Al mijn hele leven zijn er geheimen voor me gehouden. Al mijn hele leven zoek ik naar antwoorden. Vertel het me.'

Carmen schudde haar hoofd. 'Het is verboden.'

'Waarom?'

'Omdat het gevaarlijk is en het je realiteit aantast. Maar alles zal snel duidelijk worden. Je bent zo dichtbij, Rachel. Zo dichtbij…'

'Stop toch een keer met in raadsels te praten en vertel me gewoon wat jij en die andere stemmen van me willen want ik word echt moe van jullie horen. Het verwart me en het laatste wat ik nu nodig heb is nog een raadsel terwijl ik al zoveel aan mijn hoofd heb. Niet nu Victoria achter me aan zit en niet nu ik zo verward ben.'

'De roodharige, glinsterende Vampier is één van de laatste dingen waar je je zorgen over moet maken. En zij is niet de enige die je zoekt en op je jaagt.'

'Wat betekent dat nou weer?'

'Er zijn een heleboel mensen die opzoek zijn naar de leden van onze bloedlijn. En jij bent de laatste tot nu toe.' Carmen stapte op Rachel af en omvatte haar gezicht. 'Er is zoveel waar je voor weg moet rennen. Er is zoveel dat op je jaagt zonder dat je dat weet. Waarom denk je dat je altijd op de zoveel jaar verhuisd?'

Rachels gezicht kwam verbaasd te staan. 'Wat?'

Carmen hapte naar adem en deed een paar stappen achteruit. 'Nee. Ik heb teveel gezegd. Vergeet het.'

'Nee, vertel me de waarheid! Wie is er naar me opzoek? Zijn het dezelfde Vampiers als die jou hebben vermoord?'

'Zij zijn nooit gestopt met het jagen op onze bloedlijn, Rachel. En tot de dag van vandaag blijven ze zoeken. Er is zelfs een lange tijd geweest dat ze het bevel hadden gegeven om iedereen die ook maar een beetje op ons leek qua krachten dat die gedood werden, omdat ze een gevaar voor hen waren. In werkelijkheid waren ze erachter gekomen dat geen van ons zich ooit bij hen zou aansluiten en voor hen zouden werken.'

Rachels gezicht kwam nog verwarder te staan. 'Wat bedoel je? Wie zijn ze?'

Carmen keek haar droevig aan. 'Diep in je hart weet je dat antwoord al, Rachel. Je weet wie ze zijn. Je weet hoe gevaarlijk ze zijn. Ze maken je nerveus. Ze bezorgen je de kriebels. Toch laten ze je ook op je gemak voelen. En veilig.' Ze schudde haar hoofd. 'Laat hen je niet krijgen, Rachel. Sluit je nooit bij hen aan.'

'Over wie heb je het?!' riep Rachel gefrustreerd uit. Maar Carmen schudde haar hoofd en begon achteruit te lopen. 'Carmen! Vertel het me! Wat zijn hun namen?! Wie zijn ze?!'

'Ik heb al teveel gezegd, Rachel. Dit zal waarschijnlijk de laatste keer zijn dat je me zult zien.'

'Carmen!' schreeuwde Rachel kwaad terwijl ze achter haar aanliep. 'Nee! Kom terug! Vertel me de waarheid!'

'Niets doet zo zeer als de waarheid, Rachel,' fluisterde Carmen. 'Maar onthoud dit: ze doen alsof ze je helpen, alsof ze om je geven, maar iedereen anders zegt dat ze zo niet zijn. Dat jij een geval apart bent.' Rachel bleef stokstijf staan toen dat haar bekend in de oren klonk. 'Alles wat ze doen daar ligt een tweede reden achter. Ze hebben altijd grotere plannen dan ze je vertellen.'

Tranen schitterden opeens in haar ogen. 'Nee… Het is niet waar…'

'Zij hebben de dood van duizenden op hun geweten. Duizenden zoals wij waren. Zoals jij bent. En ze hebben tientallen van onze bloedlijn vermoord omdat we ons niet bij hen wouden aansluiten. Omdat we onze krachten niet wouden gebruiken om hen nog machtiger te laten worden.'

'Niet hen…' snikte Rachel terwijl dikke tranen over haar wangen rolden. 'Alsjeblieft… Niet hen…'

'Laat hen je niet krijgen, Rachel. Ze zijn verkeerd. Ze zijn slecht.' Carmen verdween in de schaduw. 'Je weet dat wat ik zeg waar is. Je voelt het in je hart. Daarom heb je je ook afgezonderd.'

'NEE!' gilde Rachel uit terwijl de ketting uit haar hand glipte. Haar irissen kregen voor enkele secondes een goudachtige gloed en het veld dat zo rustig erbij had gestaan, stond na die enkele secondes compleet in brand.


Met een harde bonk viel Rachel uit bed en op de vloer. Ze nam de dekens half met zich mee waardoor die zo goed als van het bed getrokken werden.

Ze kreunde en wrong zichzelf uit de ijzeren greep die de dekens om haar hadden gehad en plofte op haar bed neer zonder haar dekens weer mee te nemen.

Eenmaal daar zittend zuchtte ze diep en ging ze met een hand door haar bruine haar heen. Ze moest geen spannende, horror films meer kijken voor ze naar bed ging. Zulke rare dromen waren het gevolg ervan.

Ze stond weer op en legde haar dekens weer goed op bed neer. Toen liep ze naar de badkamer en draaide ze kraan open. Na wat koud water in haar gezicht gegooid te hebben keek ze op naar de spiegel. Haar spiegelbeeld was het enige wat terug keek en ze had er bruine ogen in, geen goudkleurige.

Ze ging met een hand door haar haar en keek weer naar beneden, leunend op de wasbak. Die droom was gewoon te gek geweest. Haar brein moest wel heel erg van slag zijn geweest dat hij zo'n droom had geproduceerd.

Na een glas water gedronken te hebben liep ze terug naar haar slaapkamer. Daar bleef ze stokstijf staan en ze staarde met grote geschokte ogen naar haar stoel.

Er lag een wit zomerjurkje op haar stoel. Een wit zomerjurkje met een diepe hals en spaghettibandjes die gekruist over haar rug liepen. Een zomerjurkje die zij niet had gekocht, zo wist ze vrij zeker.