Dag 5: Net op tijd

Twee dagen later wordt Edward wakker in dezelfde cel. De sheriffs komen het kantoortje binnen en lopen gelijk door naar Edward.

'Bezoek voor je, snertjong.' Ze deden een stap opzij en Edward kon zijn ogen niet geloven. Zijn oma stond tegenover hem. Ze zag er erg jong uit. En goed ook.

'Mevrouw de gouverneur...' Begon Edward. Hij werd gelijk stilte opgelegd. Trudy deed haar ogen even dicht en weer open.

'Ik weet het al, Edward. Maar in deze tijd is er geen iets als Alchemie. En deze jongens hier hebben bewijzen dat ze jou Alchemie zagen gebruiken. Maar weten ze niet dat het Alchemie ís. Het spijt me echt, jongen. Maar ik kan je niet meer helpen. Het spijt me echt...' Ze doet haar ogen weer dicht, en Edward ziet een kleine traan over haar wangen lopen. Nu weet hij het zeker. Hij is verloren. Hij zal nu zeker eindigen op de brandstapel. Zijn ogen zijn groot en hij gaat naar het bed dat aan de andere muur is vastgemaakt. Demi komt binnen. Als ze Trudy ziet klaart haar gezicht op. Ze loopt recht op haar af.

'En? Hij mag vrij, of niet?' Als Trudy haar aankijkt en het verschrikte gezicht in de handen van Edward ziet, schrikt ze. Ze neemt een stap achteruit.

'Nee, dat kan niet... dat mag niet! Hij is een goed mens! Hoe kun je het hem aandoen! Hij is geen heks of tovenaar!' Trudy draait zich om en legt haar hand op Demi's rechterschouder. En zegt:

'Het spijt me. Maar de jongens hier hebben alle bewijzen. Ze mogen hem verbranden. Alleen als er een wonder gebeurt waardoor ze van gedachten veranderen, loopt het goed met Edward af. Ik weet dat hij familie van mij wordt, en ik vind het vreselijk. Maar ik kan hem niet meer helpen. Het spijt me... Echt waar.' Ze kijkt Edward aan. Hij zit op de rand van zijn bed, met zijn handen in zijn haar. Zijn gezicht is verschrikt en bang. Dan maakt ze de celdeur open en Eden komt net binnen. Demi rent naar Edward toe en gaat naast hem op bed zitten. Ze onhelst hem terwijl hij nog steeds met zijn handen in het haar zit. Ze huilt zachtjes. Niemand hoort het, behalve Edward. Eden komt verder en ziet iedereen verschrikt en bang, behalve de sheriffs, die allebei een brede grijns op hun gezicht hebben staan. Lyla stond achter Eden en komt binnen. Ze loopt gelijk naar Edward toe en snapt alles al. Hij gaat dood. Lyla gaat aan de andere kant van hem zitten. Demi kijkt op en haar tranen hebben het vest van Edward helemaal nat gemaakt. Als Demi opkijkt, kijkt Ed ook op.

'Edward... ik... ik moet je... iets vertellen... het is echt... heel...heel belangrijk... dat... dat je... het nu al... weet.' Zegt ze stotterend. Edward keek haar vragend aan. Demi begon acuut te blozen.

'ikke.. ikke...' ze stopte even en ging toen verder.

'sinds de eerste keer dat ik je zag, toen je werd opgevangen, of eigenlijk nog toen je in de lucht aan het vallen was, maar toen ik pas zag dat jij het was...' ze slikt.

'Ikke.. ik vind je leuk sindsdien. En toen ik je Alchemie zag gebruiken werd je nog leuker..' Edward kijkt haar aan met grote ogen. Demi Samuels vond hem leuk? Hem? Edward Elric? Een meisje vond Edward Elric leuk? Leuk!? Hij laat zijn hoofd hangen. Demi is verbaasd,

'Heey. Wat is er?' Edward kijkt haar somber aan.

'Bedankt dat je het me heb vertelt, maar... ik ben bang dat... dat ik al verliefd ben op iemand anders. En ik baal echt als een gigantische stekker. Ze zal het namelijk nooit weten.' Demi schrikt. Hij was al verliefd. Ze had het kunnen verwachten. Maar het kwam alsnog hard aan. Maar desondanks omhelsde ze hem nog. Hij wist het nu en dat was wat telt.

De volgende dag werd Edward naar de brandstapel gebracht. Hij had een plunje broek en een plunje hemd aan. Zijn handen waren vastgebonden met een stuk sterk touw. Mensen stonden aan de kanen van de weg te juilen en te juichen. Ze schreeuwden: 'Weg met de heks! Weg met de heks!!' Edward voelde zich verre weg van goed. Een traan rolde over zijn wang. Hij stribbelde niet tegen. Hij wist dat dat geen zin meer had. Hij liet zich vast binden aan een houten paal met droge takken en droog gras erom heen. Hij keek om zich heen. Plots ziet hij Demi, Lyla en zijn grootouders langs de kant staan. Lyla had zich vastgeklemd aan Eden en Demi huilde ook erg. Lyla wou het niet zien. Toen kwam de bul aan lopen. Edward kon zich zijn grijns fantaseren. Hij zou vast gigantisch zijn geweest. De bul steekt een fakkel aan en loopt naar Edward toe. Edward word steeds banger en banger. Hij wilt het niet zien en laat zijn hoofd hangen. Dan kijkt hij verschrikt op van een hard geluid. Het lijkt wel of er iets neerstortte. Iedereen schrikt en kijkt om. Een eindje terug van de brandstapel ziet men een grote dikke zwarte rookpluim opkomen. Iedereen hielp op met juichen en schreeuwen. Iedereen was stil. Er huilde een baby, maar dat was dan ook alles. Er kwam gekuch uit de rook. De hoofdsheriff begon te roepen.

'Wie ben je!? En hoe durf je ons te onderbreken met het verbrande van een terechtgestelde heks!?' een schim staat op in de rook. Hij maakt een zwaaiende beweging, zodat de rook wegging voor zijn gezicht. Het hoofd van Alphonse werd zichtbaar. En naast hem stond een meisje. Winry. Edward's gezicht klaart op maar is ook verbaasd. Als alle rook is opgetrokken, komen er nog drie personen uit het voertuig dat neerstortte. Twee jongens een iets kleiner meisje. De grootste jongen van de twee had kort stekelig zwart haar met hazelnootbruine ogen. Naast hem stond een kleinere jongen die erg veel op hem leek. Allen had hij een lang plukje haar met kralen. En het meisje had lang zwart haar met diepe zwarte ogen. De grootse jongen van de drie stootte Alphonse aan.

'Ik zei toch dat we zouden crashen?' Alphonse glimlach terwijl hij achterop zijn hoofd krabt. Winry geeft de jongen een klapt tegen zijn achterhoofd. Wat ze normaal gesproken altijd bij Edward zou doen als hij een verkeerde opmerking maakte.

'Kunnen we even bij de les blijven ja? En trouwens, je mag je neefje niet slaan! Dat mag allen ik!' Dan kijkt ze naar de menigte en ziet Edward vastgebonden op een brandstapel. Zijn ogen trillen en zijn gigantisch. Winry schrikt erg en rent naar hem toe. Ze duwt met gemak de bulk opzij. Maar wordt tegen gehouden door grote sterke wachters. Een fel blauw licht verschijnt en verdwijnt weer. Alphonse heeft de bewakers vastgezet.

'Ze komen om de heks te bevrijden! Val ze aan!!' Een grote partij van bewakers en andere mannen uit de menigte vallen aan. De rest van de menigte juichen voor de mannen die hun aanvallen. Een hevige strijd is begonnen. Iedereen vecht. Zelfs het kleine meisje gooit een paar mannen op de grond. Edward ziet alles voor zijn ogen gebeuren. Dan dringt er iets bij hem door. De bul is neergehaald door Al, dus de fakkel viel... op de droge takken. Al snel begint het hele zooitje te branden. Maar Edward zit nog steeds vast.

'Hallo! Mag ik ook los misschien!?' Gilt hij door het gekrijs van aanvallen. Het kleinste meisje kijkt op en ziet dat Edward dreigt gefrituurd te worden.

'Edward!!' Gilt ze. De andere jongens kijken ook op en schrikken. Grote vlammen laaien rond Edward. Hij probeert uit volle kracht los te breken, maar het lukt hem niet. Hij begint erg hard te hoesten en te kuchen.

'Help!' Gilt hij dan. Het kleinste meisje gooit nog snel iemand op de grond en rent dan naar Ed toe. Ze sprint behendig op het houten plateau en maakt hem razendsnel los. Snel rennen ze van het plateau af en Edward zakt neer op de grond. Op zijn knieën hoest hij het uit. Het kleine meisje klopt op zijn rug.

'Hoest maar even lekker door Hoor! Je hebt het verdiend. Hihi' Ze grinnikt en merkt dat er een bewaker een poging waagt om hun aan te vallen. Ook die haalt ze op de grond neer. Demi, Winry, Lyla, Eden en Trudy snellen zich naar de hoestende Edward. Demi knielt neer en houdt zijn hoofd omhoog. Zodat ze hem dwingt om naar haar te kijken.

'Alles goed, Ed?' Vraagt ze met bezorgde ogen. Edward knikt al hoestend. Winry kijkt verbaasd op. Dat meisje lijkt op haarzelf! Daar moet ze meer over te weten zien te komen. Afijn. Winry helpt Edward omhoog en Edward steunt op haar schouder. Hij hoest nog steeds en hij heet wat roet op zijn gezicht. Winry veegt het weg met haar mouw en ze glimlachen naar elkaar.

'Fijn je weer eens te zien, Edward.' Zegt ze. Edward knikt.

'Uhu, ook fijn om jou weer te zien, Win.' Weer glimlacht ze. Maar nu anders. Demi dekt te weten op wie Edward eigenlijk al was. Op Winry. Dat weet ze zeker.Dan komt het kleine meisje van een jaar of 9 weer. Samen met haar grote broers. Ze stoot haar oudste broer aan.

'Ik zei toch dat hij nog leefde? Maar nee, doe mij maar weer niet geloven!' De oudste jongen lacht. Hij loopt naar Edward toe en geeft hem een schouder klop.

'Fijn je weer te zien, neefje.' Demi kijkt verbaasd op. Edward begint te grinniken.

'Ja, maar ik had het toch anders verwacht! Hahaha, maar bedankt dat jullie zijn gekomen, Benno. (ook ditmaal moest ik wat verzinnen van namen!) Hoe komen jullie hier eigenlijk?'

'Ik denk dat ik dat het beste kan uitleggen, met een lekkere kop koffie! Hahaha!' iedereen lacht. Ze lopen naar het huis van Demi en Lyla en gaan naar binnen.

6