Hoofdstuk 2
"Kom op jongens, laat dat!" Uit mijn ooghoeken gluurde ik naar mijn oudere broer, die zo snel als hij kon de glazen schaal weer op de tafel probeerde te zetten. Met een explosie van geluid brak het ding en vlogen de scherven in het rond. "Impedimenta!" klonk er uit de hoek van de kamer. Geïntrigeerd keek ik naar de glasscherf die vlak voor mijn ogen met een vlijmscherpe kant naar mij toegedraaid nu heel langzaam op me afkwam. Snel bukte ik me, en ontweek er nog drie, voordat mijn moeder "REPARO!" kon roepen. Vader zuchtte luid terwijl hij met een hand over zijn voorhoofd ging en aan tafel ging zitten, waar nu weer een complete glazen schaal stond. Pepijn keek me grinnikend aan, hoewel Joey nogal angstig op zijn plaats aan de tafel ging zitten. Angelina kwam uit de fauteuil die in de hoek van de kamer stond en ging naast haar vader zitten, die verbijsterd zijn hoofd schudde. "Ik vind het al niets als jullie spelletjes spelen met jullie toverstokken, maar ik vind het nog veel enger als er eigenaardige spreuken worden afgevuurd die de neiging hebben iets te vertragen of eentje die iets weer in elkaar zet." Zijn ogen waren lichtjes opengesperd en hij ademde zwaar. "Die verdraaide toverkunsten ook!" Ik keek naar mijn moeder. Ze kwam met een toegeeflijke glimlach op haar gezicht de kamer binnen en ging even met een hand over mijn vaders hoofd. "Ach Raymond, je moet er toch ooit eens aan wennen!" Vader snoof om duidelijk te maken dat hij hier nooit aan zou wennen. "Je bent en blijft een echte Dreuzel hoor pa," zei Pepijn met een schalkse grijns. "Ik haat dat woord," bromde vader, en ik lachte. Angelina zwaaide met haar toverstok en vanuit de keuken kwam het avondeten aangevlogen. Vader negeerde het, zoals hij zoveel mogelijk magische dingen probeerde te negeren. Hij was de enige Dreuzel in huis, en er werd vaak met hem de spot gedreven. Toen hij zijn vork in de overgebleven kliekjes op zijn bord stak bromde hij even. "Genoeg rare spelletjes kunnen die tovenaars, maar waarom kunnen jullie geen verrukkelijk eten koken?" Moeder gaf hem een tik. "Ja sorry Marie, je hebt gelijk. Er valt niets tegen te doen, maar het zou leuk zijn als we eens net zo zouden kunnen eten als de meer begunstigde mensen." Moeder haalde haar schouders op, keek me toen opeens met een strenge blik aan. "Heb jij je boekenlijst al gehad?" Ik sloeg snel mijn ogen neer. "BRICE SOMMERS!" Iedereen keek geschrokken op. Haar stem donderde door de eetkamer en haar toverstok zorgde ervoor dat het geluid nog tien keer versterkt werd. Haar woorden echoden nog na toen ik voorzichtig mompelde: "Ja…" Ze schoof haar stoel naar achteren en sprong overeind, waardoor ze haar glas melk bijna van de tafel stootte. Pepijn zwaaide al bijna met zijn toverstok om het op te vangen, maar vader was hem voor. "Je hebt niet overal een toverstok voor nodig, jongen," zei hij, toen hij het glas nog net kon grijpen en het weer netjes op de tafel zette. "O, ik ken die trucjes van je!" riep moeder uit, en ik slikte. "Je gaat niet net als vorig jaar de helft uit die winkels stelen, ik ga ze morgen met je kopen, hoor je me!" Ik keek haar koppig aan. "Maar mam, we hebben er bijna het geld niet voor! Ik kan ze net zo goed stelen, ik ben er goed in." Het leek of ze zou ontploffen. "Was je maar wat beter in iets anders, je huiswerk maken bijvoorbeeld! Ga naar je kamer!" Ik trok een boos gezicht terwijl ik mokkend mijn stoel achteruit schoof en me omdraaide. Ik kon altijd de trommel koekjes naar boven toveren als ik honger kreeg… "En laat ik niet merken dat je iets naar boven probeert te toveren! Ik doe alle kastdeurtjes op slot!" Om haar woorden kracht bij te zetten hoorde ik gelijk de sloten op de keukenkastjes klikken. Onbewust grijnsde ik. Ze had me ook altijd door…
De regen kletterde tegen het enkele raam in mijn kamer en somber keek ik naar buiten. De minituin was overwoekerd en het enige uitzicht was dat op andere, kleine huizen in een achterbuurt. Ik liet me op mijn bed neervallen en staarde naar het plafond. Er zaten scheuren en barsten in, en ik vroeg me af hoe lang het nog zou duren voordat heel het huis in zou storten. "Brice?" De deur ging op een kiertje open. "Ga weg, Joey." Joey leek een moment te aarzelen, maar deed toen de deur verder open en kwam naar binnen. Ongelovig kwam ik overeind. "Was dat niet duidelijk genoeg?" zei ik, terwijl ik dreigend dichterbij kwam. Joey deinsde een paar pasjes achteruit en ik glimlachte voldaan. Met mijn één meter vijfennegentig torende ik hoog boven mijn broertje uit en dat had altijd het gewenste effect. "Nou verdomme Brice, ik wilde alleen vragen of jij je boeken uit het tweede jaar hier nog hebt liggen!" Joey keek opstandig, maar ik wist dat hij met één beweging van mij verdwenen zou zijn. Ik draaide me abrupt om, rommelde in mijn enige kast en vond de oude plastic zak, zwaar van de hoeveelheid boeken die erin zaten. "Hier," zei ik bruusk, hem de plastic zak overhandigend. Hij bezweek bijna onder het gewicht en ik grinnikte, terwijl ik hem een zetje gaf en de deur achter hem dicht knalde. Terwijl ik me weer op mijn bed liet vallen, besloot ik dat ik het toch kon proberen. "Accio koekjestrommel!" mompelde ik, en duimde in stilte. "BRICE!" klonk er woedend van beneden, en ik grijnsde. Helaas, maar het was het proberen waard geweest. Ik sloot mijn ogen en probeerde me mijn bed op Zweinstein voor te stellen, comfortabeler, warmer en een rustgevende sfeer. In stilte duimde ik dat de tijd wat sneller zou gaan. Hoe veel ik ook van mijn familie hield, ik was het liefst zo snel mogelijk weer op Zweinstein, want bovenal was Zweinstein mijn thuis.
