Hoofdstuk 4
"Schiet nou eens op Joey!" Moeder keek nerveus op haar horloge dat steeds sneller begon te tikken, als een tijdbom. "Straks sluit de poort en dan kunnen jullie niet meer naar Zweinstein!" Ik hielp Joey zijn koffers weer op zijn karretje te hijsen, dat omgevallen was. Uit mijn ooghoek zak ik een meisje staan met haar ouders, in smetteloze kleren, glanzende haren en een ietwat onzekere blik. Een moment staarde ik naar mijn oude, tweedehands kleren en schonk het meisje toen een jaloerse blik. Ik kreeg een arrogante blik terug en enigszins verbaasd wendde ik me af. Joey leunde nonchalant tegen de poort en verdween er toen plotseling in. Ik zag de mond van het meisje open vallen, net zoals die van haar ouders. Misschien was ze wel nieuw op Zweinstein? Snel trok ik mijn kleren recht toen ik haar met een zekere tred op me af zag komen. "Wat gebeurde daar?" vroeg ze, me met felle grijsblauwe ogen en opgetrokken wenkbrauwen aankijkend. Ik keek op haar neer, trok nonchalant mijn schouders op. "Wat gebeurde waar?" Ik moest het zekere voor het onzekere nemen, misschien was ze geen heks. Hoewel ik zeker twintig centimeter boven haar uit torende, keek ze met een woedende blik naar me omhoog en trok haar mond open. "Hou me niet voor een of andere Dreuzel, ik krijg enorm op mijn kop als ik niet op tijd naar Zweinstein kom en daar heb ik géén zin in!" Even keek ik verbaasd naar haar, toen ik een vleugje van angst in haar stem hoorde en ze even ongerust naar haar ouders keek. Ik deed met een flauwe glimlach een stap opzij. "Pak je koffer, en dan gewoon rennen." Haar mond viel open en ze keek wat onzeker. "Wil je het samen doen dan?" Ik keek haar afwachtend aan. Ze staarde me een moment aan, zuchtte toen zachtjes en knikte. "Graag," mompelde ze. "Ik heb dit nog nooit gedaan." Ik glimlachte opnieuw en voorzichtig glimlachte ze terug. Ik greep mijn karretje, liep naar haar ouders en stak mijn hand uit naar haar vader. Hij nam me een moment op en schudde toen voorzichtig mijn hand, rukte hem snel los. Verontwaardigd keek ik hem even aan. Was ik niet goed genoeg voor hem? Haar moeder wendde gelijk haar ogen af en negeerde me, dus tilde ik zonder al te veel moeite haar koffer op en liep naar mijn karretje. "Wat ga je daarmee doen jongeman?" Ah, de vrouw kon dus toch praten. Ik draaide me om naar haar moeder, maar het meisje was me voor. "Hij gaat me helpen op tijd op Zweinstein te komen, mam. En ik denk dat jullie hier niet verder mogen." Ik wilde al wat zeggen maar ze schonk me een waarschuwende blik. Snel schudde ik mijn hoofd. "Nee, ouders mogen hier niet verder." De ouders van het meisje keken elkaar een moment aan en toen liep de man naar haar toe. "Gedraag je, hoor je me? Als ik iets van streken of onredelijk gedrag hoor halen we je van die school af!" Ze knikte, maar er lag een weerspannige blik in haar ogen.
Ik sjorde haar koffer bovenop de mijne, greep haar arm en trok haar naar me toe. Geschrokken keek ze me een moment aan, maar we hadden geen tijd meer. "Houd je vast!" riep ik, terwijl ik begon te rennen. Ze greep zich aan mijn jas vast terwijl ik op de muur afrende. Vanuit mijn ooghoek zag ik haar haar ogen dichtknijpen, om ze het volgende moment weer open te doen. Met een glimlach keek ik haar aan. "Welkom op perron 9 ¾!"
Verbaasd keek ik naar hoe ze zich een moment leek te oriënteren, en er vervolgens vandoor ging. "Er kan niet eens een bedankje vanaf," mompelde ik, voornamelijk tegen mijzelf, terwijl ik hoofdschuddend om me heen keek. De motor van de trein begon al warm te lopen en waarschuwend klonk de schelle fluit; het was bijna tijd om te vertrekken. Opeens besefte ik me dat haar koffer nog op mijn karretje lag. In een opwelling greep ik alleen mijn eigen miezerige koffer en sleurde deze richting de trein, maar dat kon ik toch niet maken. Terwijl de trein al langzaam op gang kwam stoof ik terug naar het karretje, greep de zware koffer en rende terug. Met een krachtige zwaai van mijn arm gooide ik de koffer naar binnen, om vervolgens nog net erachteraan te kunnen springen. Met een harde dreun landde ik op de vloer en kreunde. "Mooie landing Sommers!" Ik keek omhoog in het grijnzende gezicht van Olaf. Hij stak zijn hand uit en met enige hulp krabbelde ik overeind. "Tien seconden eerder had je het zonder blauwe plekken kunnen redden vriend." Ik grimaste naar Olaf terwijl we samen naar één van de coupés liepen. "Ik kwam een of andere nieuwe meid tegen, die doodleuk haar koffer vergat." In de deuropening van de coupé bleef ik staan en keek rond. "Dus je hebt eindelijk eens een heldendaad gepleegd, Brice?" Ik keek naar het gezicht van de jongen met het bijna witblonde haar en de lichtgevend blauwe ogen eronder. "Eindelijk, Zack? Het was de vijfenzestigste al. Het voelt al bijna als mijn beroep, geest." Iedereen grinnikte, en Zack grijnsde zijn kaarsrechte rij witte tanden bloot. Zijn vrienden mochten hem dan vaak uitmaken voor geest, maar zijn knalblauwe ogen in contrast met de lichte haren hadden een magische uitwerking op meisjes, en dat wisten ze. Ook Harold en Bill waren in de coupé aanwezig, zag ik terwijl ik neerplofte op één van de banken. "En de groep is weer compleet," zei Olaf met een schalkse grijns. "Juist, en zoals gewoonlijk is het enige wat mist een groepje meiden," vervolgde Bill sarcastisch. Ik grijnsde. Het was fijn om weer bij mijn vrienden te zijn. We waren op weg naar huis.
In onze vriendengroep leek iedereen een typische status te hebben, hoewel deze nooit expres was opgelegd. Olaf stond bekend om zijn openlijkheid en zijn ondeugende ogen, en haalde graag een grapje uit. Zijn donkerbruine haren zaten standaard onfatsoenlijk, en het maakte hem niets uit. Zijn onverschilligheid en zelfspot maakten hem een fijne maar vooral grappige vriend om mee om te gaan. Zack was de meest stille van de vijf. Hij hoefde nooit om aandacht te vragen of zijn mond open te doen om aandacht te krijgen, hij kreeg het automatisch door zijn opvallende verschijning. Hoewel hij niet met zich liet sollen lokte hij nooit discussies of ruzies uit, en keek hij voornamelijk de kat uit de boom. Bill was weer heel anders. Hij was de plaaggeest, diegene die de rest aanzette om dat risico toch maar te nemen, diegene met het meeste lef en de grootste mond. Maar ook met het kleinste hartje. Bill was geen bijzonder aantrekkelijke jongen, maar was gek op aandacht. Hij deed altijd uitzonderlijk zijn best, en kon hopeloos verliefd worden. Harold was de slimste en wijste van het stel. Van hem schreef de rest het huiswerk over, wat hij oogluikend toestond. Hij ging nooit in de verdediging voor zijn vrienden, hoewel hij wel het woord voerde van een discussie als iemand ruzie had met één van zijn vrienden. De bril op zijn neus maakte zijn 'status' des te duidelijker, en hij schaamde zich er niet voor. En ik zelf? Ik stond bekend als de stoere, spontane Brice. De jongen met zijn bruine haren en de doordringend blauwe ogen, waar stuk voor stuk de meisjes als een blok voor leken te vallen. De jongen die vrolijk lachte om flauwe grappen en gek was op aanvallende spreuken. De jongen met de vele vrienden, maar bijna alleen mannelijke. De meiden waren een aparte kwestie, daar sloot hij moeilijk vriendschap mee. Maar vooral, de jongen die door grote praatjes zijn achtergrond zoveel mogelijk probeerde te verbergen, zich ervoor schaamde dat hij uit een arm gezin kwam en in stilte onzeker was over zichzelf. De jongen die het liefst geliefd werd om wie hij was, en niet waar hij vandaan kwam.
