Love is friendship. Friendship is trust. Trust is courage. And courage is the strength to say goodbye when you'd rather stay


Vanaf de dag dat Fred was bijgekomen was de laatste week van de zomervakantie als een waas aan Hermelien voorbij gegaan. En tot ieders grote opluchting hadden de Helers kunnen concluderen dat Fred er weer bovenop zou komen. Er was echter één maar... hij leed aan tijdelijk geheugenverlies, en het was nog onduidelijk wanneer het terug zou komen.

Hermelien zat nog altijd in het gras terwijl ze in de richting van het meer staarde, de zon was nu al geheel onder gegaan en de hemel werd langzaam maar zeker donkerblauw. Hier en daar verschenen al sterren aan de hemel en ze wist zeker dat het avondmaal al begonnen was. Ze kon echter nog niet de kracht vinden om op te staan, en dat wilde ze ook helemaal niet. Ze vond het heerlijk om hier te zitten, in alle rust en stilte, terwijl ze rustig kon nadenken over het verleden zonder zich druk te maken over mogelijke vijanden die zich in de buurt zouden kunnen wagen. Vandaar dat haar gedachten weer terug gleden naar de dag nadat Fred ontwaakt was.

Zoals gewoonlijk mochten ze niet in grote groepjes naar binnen, ook al was Fred nu niet langer in coma. En omdat toch alle Wemels, Fleur, Harry en zij hem wilden opzoeken, gingen ze dit maal in groepjes van drie naar binnen. Zij, Harry en Ron waren als laatsten.

Toen ze binnenkwamen zat Fred half overeind in zijn bed, maar zijn ogen waren gesloten. Hermelien had al verwacht dat hij erg vermoeid zou zijn door al dat bezoek, daarom had ze ook getwijfeld of ze wel mee zou gaan. Uiteindelijk had ze zich door mevrouw Wemel over weten te halen, want zij vond dat Hermelien net zo goed bij de familie hoorde, en dus ook het recht had om Fred samen met hen allen op te zoeken.

Zij en Ron gingen op een stoel aan zijn bed zitten, terwijl Harry achter hen plaats nam en op ieders schouder een hand plaatste. Het leek alsof Fred het direct merkte dat er weer iemand naast hem was gaan zitten, want hij opende zijn ogen en keek voorzichtig opzij terwijl hij door zijn wimpers tuurde. Alsof hij in een fel licht staarde.

"Hoi broertje..." zei hij schor, haar blik kruiste een seconde de zijne, toen hij over hen heen keek en hees vervolgde: "Harry..." zijn blik gleed weer terug naar haar en het leek seconden te duren voordat hij haar naam over zijn lippen kreeg: "...Hermelien?" vroeg hij, alsof hij verbaasd was haar hier te zien.

"Je bent ons niet vergeten," zei Harry met een flauwe grijns, waarop Fred zwakjes terug grijnsde en zei: "mocht je willen..."

Hermelien keek wat ongemakkelijk toe, het was nog steeds zwaar om hem zo te zien. Maar aan de ene kant had ze nooit durven dromen dat ze hem nog ooit zouden spreken, hij leefde nog. Dat was het belangrijkst. En het deed haar goed om te weten dat hij haar nog kon herinneren. Nadat ze dat gedacht had sloot Fred vermoeid zijn ogen, zijn ademhaling was onregelmatig en je kon zien dat elke beweging en elk woord dat naar buiten kwam hem de allergrootste moeite kostte. Ron zei: "ma zei dat je niet te veel moet praten, dat je beter kunt rusten..."

Hierop gingen Fred's ogen weer open, het was alsof hij het idee had dat zijn moeder hem verbood om te praten, alles behalve aannemelijk vond. "ma weet niet... waar ze... het over heeft..." zijn stem klonk rauw en ongecontroleerd. "ik kan heus wel-" begon hij, maar voor hij zijn zich af kon maken begon hij rochelend te hoesten. Hermelien keek met grote ogen toe hoe Fred's gezicht rood aanliep, hij had het benauwd. Wat moest ze doen? Moest ze wel iets doen? Dat leken Harry en Ron zich ook af te vragen, maar voordat ze actie hadden ondernomen was Fred's hoestbui alweer over.

Hij keek hen één voor een aan, met tranen van het hoesten in zijn ogen, alsof hij wilde zeggen dat hij inderdaad maar beter even niet kon praten. De drie bleven nog vijf minuten zitten, terwijl Harry maar vooral Ron dingen vertelden die de afgelopen maanden gebeuren waren. Bijvoorbeeld dat Zweinstein opnieuw opgebouwd was, maar aan Fred's blik te zien wist hij niet waar Ron het over had.

Eenmaal terug in het Nest ging Hermelien meteen door naar Ginny's kamer, waar zij al maanden logeerde. Ze trof Ginny op bed aan met de stapel boeken die ze eerder die week op de Wegisweg hadden gekocht. Ze keek op en glimlachte, "het ging goed met Fred, hè?" zei ze en Hermelien knikte kortaf.

Ginny fronste haar voorhoofd, "is er soms iets?"

Hermelien keek haar een moment lang zwijgend aan, toen vroeg ze: "weet iemand in hoeverre zijn geheugen is gewist?"

Ginny schudde haar hoofd, "het kan elk moment terug komen, of langzaamaan stukje bij beetje, of helemaal niet meer. Dat zou betekenen dat hij een nieuw leven zou moeten starten, alles weer opnieuw zou moeten doen. Zonder herinneringen..."

"Maar hij herinnerde ons nog," Hermelien kon het niet verdragen dat zoiets als geheugenverlies zo'n groot raadsel voor haar was, en dat het vrijwel onmogelijk was om er alles over uit te vissen.

Ginny keek haar raar aan, "vreemd... ons niet, pa en ma niet... en zelfs George niet! Weet je wat het eerste was wat hij zei toen hij George zag?" Hermelien schudde haar hoofd, en Ginny citeerde: "hè, jij lijkt op mij."

Hermelien glimlachte weemoedig. "arme George..." na dit gezegd te hebben zwegen ze een tijd lang, terwijl ze naast elkaar op het bed zaten en beiden na dachten. Tot ze Ginny opeens hoorde zeggen: "Percy herkende hij wel!"

Hermelien trok een wenkbrauw op, "Percy?"

Ze was weer terug op Zweinstein, haar herinnering was met de naam 'Percy' afgelopen en nu zat ze weer in het gras. Ze had toen nog niet beseft dat Fred zich alleen hen herinnerden omdat zij erbij waren geweest toen hij bedolven werd onder de muur. Het was zomer, dus was het nog steeds lekker warm, ondanks dat het avond was. Ze sloot haar ogen en tastte met haar vingertoppen over het gras, alles aan deze plek, aan dit moment, bracht haar tot rust. Het niet bijzonder, maar toch geweldig.

Eén dag voor het nieuwe schooljaar begon was Hermelien naar Fred gegaan, dit maal alleen. Ze was er nog maar één keer geweest sinds hij weer bij zijn positieven was. Omdat ze had gedacht dat hij nu beter zo min mogelijk bezoek kon hebben, zodat hij in alle rust kon herstellen.

Ze klopte op de deur van zijn kamer en opende deze voorzichtig, toen ze haar hoofd om de hoek stak zag ze dat hij sliep. Met een zucht liep ze langzaam de kamer in, zou hij ooit nog de oude worden? Men beweerde van wel, alleen leek het haar zo onwaarschijnlijk.

Fred leek haar aanwezigheid op te merken, want toen ze stil bleef staan aan zijn voeteneind opende hij zijn ogen en glimlachte. Iets in zijn ogen herinnerde haar aan vroeger, "hallo," fluisterde ze.

Ze bleef een kwartier naast zijn bed zitten, terwijl ze vertelde over van alles en nog wat, met hier en daar een korte stilte. Zij was vooral degene die sprak, hij luisterde stilletjes maar geïnteresseerd toe naar wat zij te vertellen had. Toen de zoveelste stilte was gevallen vroeg hij plots: "dus jullie gaan jullie jaar over doen?"

Ze knikte. "George vertelde me..." ging hij langzaam verder, "dat hij dit jaar ook graag over zou willen doen. Als.... nieuwe start, hij denkt dat... dat alles zal veranderen nu Voldemort niet meer is..."

Ze glimlachte, "daar heeft hij helemaal gelijk in." Het bleef even stil aan beide kanten, Hermelien bestudeerde Fred's gezicht en zag het litteken dat hij tijdens het Grote Gevecht had opgelopen, het was dun en liep over zijn kaak naar zijn nek. Het zag er goed verzorgd uit, je kon zien dat het St. Hollisto's goed haar best had gedaan. Ze zag dat hij in de gate had dat ze naar zijn litteken zat te staren en keek direct een andere kant op.

"Hij betwijfelde of hij... of hij het nog wel over zou mogen doen van Anderling..." Fred haalde diep adem en vervolgde: "...en al zou dat mogen... zou hij niet teruggaan zonder mij... dat zei hij, ten minste."

Hermelien keek op, hun blikken vingen elkaar en ze voelde iets diep van binnen rondtollen, een raar gevoel dat ze nog nooit eerder had gevoeld. "wij gaan ook terug, op Anderlings aandringen, waarom zouden jullie dan niet mogen?"

Fred bleef haar aankijken en zei dit maal, veel krachtiger en zonder pauze: "wij zijn wel wat anders van school gegaan dan jullie, niet dat ik het me herinner-" hij trok even een grimas, "-maar George herinnerde me eraan. Anderling kon vast niet lachen om onze afscheidsstunt."

"Juist wel!" zei Hermelien overtuigend, "ze vond het geweldig, alle leraren trouwens. Alleen Omber niet, weet je nog wie zij is?" Fred schudde langzaam zijn hoofd, "nou, jullie hadden haar mooi te pakken!" glimlachte Hermelien.

Fred glimlachte weemoedig terug, je kon duidelijk zien dat hij het verschrikkelijk vond dat hij zich vrijwel niets meer kon herinneren. "in dat geval moet George maar alleen teruggaan... ik zou het toch niet kunnen..."

Hermelien keek hem zwijgend aan, er begon iets te dagen... en Fred vervolgde: "ik voel me een achterlijke sukkel. Hoe kan ik in hemelsnaam teruggaan naar Zweinstein om mijn laatste jaar te voltooien als ik niets meer weet? Ik kan nu niet eens meer de Toverfopshop, want daar herinnerde George me ook nog aan, runnen."

Hermelien knikte triest maar begrijpend, het moest zwaar voor hem zijn... hij was nu min of meer alles verloren, en dat leek hij ook te beseffen. Maar zijn eerste stap met zijn leven weer te hervinden kon het terugkeren naar Zweinstein zijn."maar... als George terug wil naar Zweinstein, en jij..." haar stem stierf weg, ze kon het niet opbrengen om Fred te vertellen dat hij de fopshop niet kon runnen, "...en jij er nog niet klaar voor bent, wie runt het dan?"

"Leo Jordaan..." mompelde Fred, "maar vraag me niet wie dat is."

Hermelien kon er niets aan doen, ze moest lachen, "hij is je beste vriend."

Fred leek het echter alles behalve grappig te vinden, hij staarde terneergeslagen naar zijn handen die bovenop het dekbed in elkaar geslagen waren. Hermelien legde zonder erbij na te denken haar hand op de zijne en ze keken elkaar aan, "het komt wel goed, echt..." fluisterde ze.