Het Hart der Duisternis I

Toen ze wakker werd, wist ze voor een enkel, zalig moment niet wie of waar ze was. Ze voelde alleen de warmte, de zoete kruidige geur van haar kussen. Niets deed zeer, niets was er mis. Ze kon gewoon blijven liggen, zonder ook maar enige zorgen.

Dan opende ze haar ogen en herinnerde alles weer. Ze was Hermelien Griffel, Hoofdmonitor en modelleerlinge, vriend van de Jongen Die Bleef Leven, officieus lid van de Orde van de Feniks. Ze was Hermelien Griffel, Dooddoener met dreuzelouders, minnares van Lucius Malfidus, speeltje van de Heer van het Duister, verrader en spion. Hermelien Griffel, toverdrankverslaafde gek op weg naar zekere doem.

Soms voelde ze zich alsof ze in stukken zou breken, alsof al de verschillende maskers die ze droeg en rollen die ze speelde van haar af zouden glijden en een eigen leven zouden beginnen, totdat er niets van haar over zou blijven dan een klein meisje, zich in een hoekje verstoppend, snikkend en hulpeloos.

Maar ze zou sterven voordat dat gebeurde.

Ze ging rechtop zitten en nam haar omgeving in zich op. De huiselfen hadden de ingewikkeld uitgesneden haard aangestoken, en haar boeken en perkamenten waren voorzichtig uitgespreid op het kleine bureau dat bij het raam aan haar rechterzijde stond.

Het was een prachtige kamer, behoorlijk groot voor iemand die zo ongewend was aan gasten als Professor Sneep, in dezelfde kleuren als de bibliotheek beneden en uitgerust met alles wat ze zich maar kon wensen. In feite leek het erg op haar Hoofdmonitorskamer, met hetzelfde grote hemelbed, eenzelfde kledingkast en een boekenplank. Alleen was deze kamer niet gebruikt door honderden Hoofdmonitors vóór haar, en lakte het dus de zekere sjofele kwaliteit van haar thuis.

Ze verliet het bed en opende de deur naar haar eigen kleine badkamer. De overeenkomsten met haar Hoofdmonitorskamer eindigden hier, aangezien de gastenbadkamer van Sneeps vertrekken elke mogelijke luxe en comfort bevatten waar een volwassen tovenaar maar om kon wensen. Dit werd zeker niet als nodig beschouwd voor een adolescente leerling, en ze was het daar met haar hele hart mee eens. Ze wist niet eens waar ze al deze parfums, zalfjes, crèmes en lotions voor moest gebruiken!

Gelukkig hadden de huiselfen ook haar eigen toiletartikelen meegebracht. Ze koos voor een heet bad, in plaats van een douche, en nam haar tijd, iets wat ze als een luxe was gaan beschouwen. Tijd… er was zo weinig ervan over, en wanneer ze aan de komende jaren dacht, de jaren die ze al verloren had, kreeg ze een moment spijt van haar beslissingen van de laatste maanden. Maar slechts een moment.

Het was al na twaalf uur 's middags, en ze voelde zich uitgehongerd. Ze besloot haar kamer te verlaten om op zoek te gaan naar iets te eten. Tot haar verbazing wachtte een gedekte tafel haar op in de bibliotheek, samen met een donkergeklede, donkergehumeurde Toverdrankprofessor die opstellen nakeek aan zijn bureau.

"Ik heb de huiselfen ons iets laten brengen", merkte hij op, "Ik neem aan dat u honger heeft?"

"Ja, dank u."

Ze ging zitten en overzag een maaltijd die niet als iets geclassificeerd kon worden. Het leek haar meer alles! Ergens moest inderdaad een huiself zijn die wel heel veel van hem hield!

Ze had net eieren en geroosterd brood gekozen toen de stoel tegenover haar naar achteren werd getrokken. Ze zat plotseling tegenover Severus Sneep, die naar de fruitschaal reikte. Iets van haar verbazing moest van haar gezicht af te lezen geweest zijn, omdat hij een wenkbrauw optrok en bijna naar haar glimlachte.

Een paar maanden geleden zou dit voldoende geweest zijn om haar tot de volgende woensdag te shockeren, maar nu niet meer, nu ze wist…

"Zelfs mensen zoals ik eten af en toe, juffrouw Griffel."

"Dat verbaast me niets, Professor." Uw beleefdheid daarentegen wel. Nogal ongewoon gedrag voor u.

De eerste helft van de maaltijd werd doorgebracht in stilte. Hermelien een hervonden eetlust stillend, en Sneep haar voorzichtig uit zijn ooghoeken in de gaten houdend.

"Ik geloof dat u een stuk beter geslapen hebt dan tijdens de afgelopen maanden, juffrouw Griffel?"

"Inderdaad", antwoordde ze, weer verrast, "Hoe weet u dat?"

"U hebt de Drank niet ingenomen vorige nacht. De resultaten zijn duidelijk zichtbaar. U ziet er uitgerust en meer ontspannen uit, hebt een betere eetlust en bent niet zo agressief als gisteren."

"Dank u zeer", antwoordde ze sarcastisch, boos dat hij de toverdrank weer zo snel opbracht. Hij had haar tenminste nog van haar ontbijt kunnen laten genieten."

--

Severus' dag was tot nu toe verschrikkelijk geweest, en hij wist dat het niets beter zou worden. Toen hij wakker werd na wat slechts minuten van slaap leek, was hij erg in de verleiding gebracht haar kamer binnen te stormen, haar wakker te maken en eens te laten genieten van de boze bui die ze veroorzaakt had.

Maar omdat dit waarschijnlijk haar laatste vredige nacht in weken zou zijn, weerstond hij de verleiding en zette in plaats daarvan maar een kop sterke thee.

De lessen deze ochtend waren ook hels geweest. Idiote eerstejaars die zelfs de meest simpele toverdranken verprutsten, en zelfs zijn zevendejaars, normaal gesproken een goed voorbeeld van waarom hij genoot van het lesgeven, was gereduceerd tot totale matigheid door de fysieke afwezigheid van juffrouw Griffel, en de mentale van Draco, Potter en Wemel, die zich allemaal zorgen maakten om hun vriendin, hoewel op nogal verschillende manieren.

En nu, moest hij ontbijten met deze vriendin, die hem uitdagend aankeek vanaf de andere kant van de tafel. Wat een plezier!

Hij wist dat zijn opmerking niet bepaald aardig was geweest, maar er waren belangrijkere dingen dan Hermelien Griffels gevoelens op het moment. Het lot van zijn wereld, bijvoorbeeld. En de uitkomst van deze oorlog.

"Voelt u al enige symptomen van ontwenning?"

Ze schudde haar hoofd, en voordat hij deze symptomen aan haar uit kon leggen, begon ze al op haar vingers te tellen.

"Nog geen nervositeit, Professor, geen rillingen, zweet of koorts. Ik weet precies wat me te wachten staat, het is niet nodig om het uit te leggen. Ik zal me zeer binnenkort slecht beginnen te voelen. Ik zal sterke fysieke reacties ontwikkelen totdat ik te ziek zal zijn om te bewegen, te praten of mezelf te controleren. Dan zal het erger worden. Ik zal hallucineren, aanvallen van extreme agressiviteit en paniek ondervinden. Ik zal alles doen voor een nieuwe dosis van de toverdrank. Maar het meest gevaarlijke ding voor mij zal magie zijn, aangezien de Thanalos Drank erop reageert en zijn sterkte eruit haalt. Daarom kan ik het niet gebruiken, en mag het ook niet op me gebruikt worden, om welke reden dan ook. Het zou me zeker doden, maar ook zonder kan ik het hoekje omgaan. Dat is het wel ongeveer."

"Inderdaad", antwoordde hij, eens te meer geschokt door haar perfecte kalmte. Maar haar ogen verraadden haar dit keer. Ze was bang, tot het punt van instorten. Alleen haar wil liet haar doorgaan, en plotseling begreep hij dat ze zo koel moest blijven, zo totaal gecontroleerd. Een misstap, een emotie teveel, en ze zou breken.

Hij kon zich herinneren hoe het was om zo te leven, kon zich al de keren herinneren dat hij vriendelijkheid en comfort geweigerd had, uit angst dat hij zou instorten. Eens verloren, kwam deze perfecte controle nooit meer terug, en het was niet goed mensen te laten zien hoeveel het je kostte.

Ja, hij begreep haar, en voor een enkele hartslag, stokte haar moed zijn adem. Hij reikte naar haar en raakte haar hand aan, net voor een moment, maar haar ogen verwijdden zich.

"Ik verzeker u, juffrouw Griffel", antwoordde hij net zo kalm als zij, "Dat ik u niet zal laten sterven. Ik weet genoeg over deze toverdrank en de behandeling van zijn symptomen, en ik beloof u dat u hier geen kwaad zal overkomen. U kunt me hierin geloven."

"Dank u, Professor", het was moeilijk voor haar om het te zeggen, "Ik… ik vertrouw u."

Een beschaamde stilte viel. Severus wist niet of hij dit als een compliment of als een bedreiging moest opvatten. De enige mensen die hem tot nu toe echt vertrouwd hadden waren Voldemort en Perkamentus. En hij wist nog niet in welke categorie hij juffrouw Griffel in kon sorteren.

Na een moment, schraapte hij zijn keel en keerde terug naar het veiligere onderwerp van technische kwesties.

"Goed dan. Maar voordat we ons op de therapie kunnen concentreren, zijn er een aantal dingen die we moeten overwegen. Ten eerste: u moet uw ouders inlichten dat u niet bereikt kunt worden via uilenpost, de komende weken. En ze mogen niet antwoorden op Harry's of Rons brieven. We kunnen het niet hebben als ze Zweinstein bestormen om ons Schoolhoofd te ondervragen."

"Dat zal niet nodig zijn, Professor", Hermelien voelde zich duidelijk ook beter op veiliger terrein, "Ik heb al een veilige plaats voor mijn ouders gevonden. Ze zijn zes maanden geleden al ondergedoken. Ik heb hen nog niet geprobeerd te bereiken, en ze weten wel beter dan te proberen mij te bereiken."

"U hebt hen laten onderduiken?" Sneep vroeg zich af wanneer de serie schokken die het meisje hem opleverden eindelijk zou eindigen. "Zes maanden geleden?"

Ze knikte slechts.

"Ik zag dit al aankomen en achtte het wijs mijn ouders niet onbeschermd te laten, zodat ze gebruikt kunnen worden om mij te bereiken. De acties van de Dooddoeners hebben de nood voor mijn voorzichtigheid bevestigd. Is er nog iets wat we moeten bespreken?"

"Maar hoe kon u dit zes maanden geleden al weten?"

"U dacht toch niet dat ik deze beslissing in een opwelling genomen heb, of wel soms? Ik heb zorgvuldig nagedacht, en mijn ouders vormden een risicofactor die moest verdwijnen."

Daar was het weer: de ijzige koelte, verlaten van enig menselijk gevoel. En hij kon niet simpelweg bepalen of het een briljant stukje toneelspel was, of echt.

"Er is nog een ding", begon hij langzaam, "Een vraag waar ik een antwoord op nodig heb."

"Ja."

"Waarom hebt u het gedaan?"

"Wat?", vroeg ze terug.

"U bij de Dooddoeners voegen, mij verraden. Uw leven riskeren. Waarom?"

"Voor de oorlog, om te helpen in de oorlog", antwoordde ze gladjes.

Hij snoof, "U bent veels te intelligent voor zulke idealistische onzin, juffrouw Griffel."

Ze trok haar linkerwenkbrauw op en keek hem in zogenaamde verrassing aan, "Nee maar, was dat een compliment, Professor? U vleit me."

"Draai er niet omheen", gromde hij, "Ik moet de reden weten voor deze hele meelijwekkende onderneming!"

"U zult nooit achter mijn redenen komen, Professor", antwoordde ze met finaliteit in haar stem. "Want deze zijn van mij, en van mij alleen. U zult me moeten vertrouwen, of Perkamentus, wat denk ik makkelijker voor u zult zijn."

Ze dacht echt dat ze hem zo kon behandelen? Hij was niet een van haar idiote Griffoendor-vrienden!

"Onaanvaardbaar", antwoordde hij, zijn stem net zo finaal als die van haar, "Ik geef u een laatste kans om mij te antwoorden. Als u weigert, zal ik andere manieren aanwenden."

"Zoals wat? De Cruciatus over me uitspreken? Perkamentus zal niet blij zijn, zijn oude spion die zijn nieuwe martelt. En trouwens, het zou niet werken. Ik breek niet zo makkelijk, Professor."

Hij wist dat het verkeerd was. Hij had zichzelf bezworen dat hij het nooit meer zou doen, nooit meer iemands geest te betreden zonder hun toestemming. Ze was een leerlinge, en hij was verantwoordelijk voor haar!

Maar dit was belangrijker dan zijn eigen geloof of zijn slechte geweten. De toekomst van zijn wereld, de uitkomst van deze oorlog rustte op Hermelien Griffels schouders, en hij moest weten waarom ze deze lading op haar schouders had genomen. Hij moest zeker weten dat ze het niet op zou geven wanneer het haar te zwaar werd.

Dat was waarom hij het moest doen. Haar stem echode in zijn geest, spotte met hem: Voor de oorlog.

Een stap sloot de afstand tussen hen. Severus gaf zichzelf geen tijd nog eens over zijn beslissing na te denken, greep haar gezicht en forceerde het omhoog, forceerde haar hem aan te kijken, en dook in haar geest.

Er was geen zichtbare barrière, geen soort van verdediging. Met zo weinig bescherming is ze zo goed als dood, dacht hij grimmig, maar toen bestormden de beelden hem, en stopte hij helemaal met denken.

Een adembenemende Hermelien in een zwarte avondjurk, slechts gemaakt om haar borsten beter te doen uitkomen. Mannen die zich naar haar omdraaiden, vrouwen die haar jaloers aankeken. Draco Malfidus aan haar zijde.

Hermelien die een glas donkere rode wijn vasthield, ervan nippend, haar ogen gloeiend onder de zwarte pracht van haar wimpers. Plotseling, Lucius Malfidus die voor haar stond.

"Nee maar, wat doet een klein modderbloedje op een bal als dit?"

"Wachten op u, meneer Malfidus", haar lippen natmakend met de donkere wijn en licht naar hem toe leunend.

"Wat moet ik met een meisje als jij?"

"Er zijn vele manieren waarop een modderbloedje nuttig kan zijn, Lucius, en van vele kunnen beide zijden genieten."

Lucius die glimlachte, en een gevoel van… lust dat door haar lendenen schoot. Hij leidde haar naar een kamer en ze kon de handen op haar lichaam niet langer afwachten.

Haar kreunen, terwijl hij de hals van haar jurk openscheurde…

Hermelien knielend voor Voldemort, haar voorhoofd de grond rakend.

"Ik weet dat ik slechts een lage dreuzeltelg ben, mijn Heer, maar zelfs iemand als ik kan een geweldige zoals u dienen. Ik heb waardevolle informatie voor u, ik ben de beste vriendin van Potter en geniet Perkamentus' vertrouwen. Ik leef alleen om u te dienen."

Rijzend na de wenk van de Heer van het Duister en gevoelens van macht, triomf en dankbaarheid belevend. Ze was nu een van hen. Ze was een Dooddoener. Ze werkte voor de machtigsten op aarde.

Hermelien staand voor Voldemort. "Hij is een vuile verrader, mijn Heer, en niets meer. Hij heeft u verraden aan de oude dwaas sinds u terugkeerde!" Vreugdevolle trots. Ze had de oude vleermuis zijn plaats gewezen. Ze was een slaaf van de Meester, koningin van de wereld die zou komen.

"Ik kan u Potter geven, Meester. Het heeft alleen wat tijd en een plan nodig, en ik kan het joch aan u overhandigen", en de machtige klauwen van de Heer van het Duister zouden hem vermorzelen, en zij zou toekijken.

Hermelien die weer knielde. "Kleed je uit", beval de Heer van het Duister haar, en ze gehoorzaamde, schudde haar gewaad af en stond in witte naaktheid voor de binnenste cirkel van de Dooddoeners.

"Alles voor u, Meester." Ze geloofde het. Ze zou dienen tot ze stierf.

De donkere vormen van de Dooddoeners die haar insloten, haar sloegen en schopten. Haar vervloekten.

"Dit is wat een modderbloedje krijgt als ze onze ranken wil betreden."

Hermelien die schreeuwde van plezier, rillend van lust en smekend om meer.

"Ik dank u voor de pijn, mijn Heer! Alles voor u, Meester!"

Hermelien, kronkelend en kreunend onder het naakte lichaam van Lucius Malfidus, hem bijtend en krabbend, tot bloedens toe.

Hermelien die het uitschreeuwde als Lucius zich in haar dreef, haar hoofd in de koude stenen muur slaand.

Haar ogen wijd open, haar pupillen bijna zwart, gevuld met lust, triomf, pijn, de behoefte aan bloed…

En toen overweldigden de beelden hem. Ontelbare malen zag hij haar knielen voor de Heer van het Duister, met hem lachend, snijdend, vloekend en op andere manieren degenen die voor hem gebracht werden pijn doend.

Hij zag haar, gemarteld door de Dooddoeners van de Binnenste Cirkel, en hij voelde wat zij voelde, voelde dat ze het allemaal naar zich toe trok, barstte en meer wilde, zag haar genomen worden door hen allemaal en smekend om meer, en zoals het waanzinnige draaien van een tornado slokte het hem op, totdat hij niet langer kon onderscheiden wat van hem en wat van haar was, totdat hij het plezier, de pijn en de wil om te domineren voelde, de wil om haarzelf te bewijzen, om hen allemaal eens wat te laten zien… En de lust explodeerde achter zijn ogen.

Hij liet haar gaan. Zijn eigen haperende ademhaling klonk hem luid in de oren. Hij hoorde zijn hart onnatuurlijk snel en luid in zijn borst kloppen. Zijn gezicht was nat van het zweet.

Hermelien had niet bewogen. Toen hij de verbinding verbroken had, viel haar hoofd neer, als een marionet wiens touwen waren doorgesneden. Nu hief ze het weer en ontmoette zijn ogen, kalm en onbeweeglijk.

Hij kon haar ogen op hem niet meer verdragen. Hij had gezien wat er voorbij die ogen lag. Hij was de duisternis binnen gestapt.

Hij wist niet of hij haar vreesde of haatte, maar hij deinsde terug van haar totdat hij de muur achter zich voelde.

"Dus dat is hoe me hier geen kwaad zal overkomen, Professor?", vroeg ze bitter, "Nou, nu weet ik tenminste hoe waardevol uw beloften zijn."

"Je bent een monster", fluisterde hij.

Ze week niet eens terug.

"Niets 'vechten voor de goede zijde', niets 'voor de oorlog'. Niets gevend om je vrienden. Niet eens ambitie. Je deed het puur en alleen voor je eigen, perverse plezier, niet? En je hebt Perkamentus zelfs zo ver gekregen dekking te verlenen voor je erotische avontuurtjes."

"Als u dat zegt."

Hermelien draaide hem haar rug toe en bewoog zich naar de wenteltrap, langzaam, alsof er achter haar geen woedende Sneep boven haar uit torende.

"Hoe voelde het om geneukt te worden door Malfidus, wanneer mensen om je heen doodgaan, mensen gemarteld worden, mensen hun leven opofferen om hun wereld te redden, hoe voelde het? Genoot je ervan?", schreeuwde hij, met grote passen naar haar toe lopend en haar polsen met al zijn kracht vastgrijpend.

"Dat zou u zelf moeten weten", ze had wel over een toverdrank kunnen praten in de les, zo weinig emotie bevatte haar stem, "U voelde wat ik voelde, of niet soms?"

"Smerige kleine hoer!", zijn woorden sneden door de lucht als een klap in haar gezicht.

Ze boog haar hoofd even daarbij, alsof ze zijn uitdrukking overdacht. Voor een moment, trok er een waas langs haar ogen, en als Severus goed had opgelet, had hij haar hand gezien die de reling van de trap zo stevig vastgreep dat het ijzer zich in haar hand dreef. Maar toen werd haar blik weer helder, en ze knikte, alsof ze tot een conclusie gekomen was.

"Ja, Professor. Daar heeft u gelijk in. Maar dat verandert niets aan het feit dat mijn werk voor de Orde waardevol is. Modderbloedje of hoer, ik lever een dienst waar u niet zonder kunt."

Hij liet haar polsen los en trok zijn handen terug. Zijn ogen doorzochten die van haar en ze ontmoette zijn blik rustig. Er was niets meer te zeggen.

"Ik neem aan dat u wenst dat ik nu vertrek. Ik pak alleen even mijn spullen, en dan…"

"Nee", viel hij haar in de reden, "Je gaat helemaal nergens heen. Ik zou je het liefst nooit meer zien, maar dat kan jou toch niets schelen. En mijn taak is onveranderd. Je blijft hier totdat de ontwenningsverschijnselen over zijn. Maar je moet weten", hij stapte weer naar haar toe, zijn donkere vorm boven haar uit torenend als een schaduw uit een nachtmerrie, "dat je voor mij walgelijker bent dan enige Dooddoener ooit kan zijn, en dat ik je in de gaten zal houden zolang je spionage doorgaat. Als ik je zelfs maar van vuil spel verdenk, maak ik je met mijn blote handen af."

--

Noot van de vertaalster:

Nu wordt het verhaal wat spannender, nietwaar? Het volgende hoofdstuk zal ontwenningsverschijnselen, hallucinaties en nachtmerries bevatten, en wat dingen die Severus niet verwachtte… Blijf er dus bij, en blijf reviewen!

O ja, en ik wil graag de reviewers die ik heb hartelijk bedanken! Ik heb gemerkt dat Nederlandstalige fanfictie niet zoveel aandacht krijgt, dus ik ben heel blij met jullie!

Ik heb besloten dat ik het eigenlijk geen A/N kan noemen, ben immers de auteur niet. Van nu af aan zien jullie dus V/N!