In het Nauw
Toen de deur achter haar sloot, begon Hermelien helemaal te trillen. Ze wist dat dit niet de eerste ontwenningsverschijnselen konden zijn, niet zo plotseling. Het was enkel en alleen de schok. Langzaam, als een broze oude vrouw, zat ze neer op het bed en probeerde weer wat controle over zichzelf te krijgen.
Grappig, dat juist dit haar zo aangreep. Ze had de laatste maanden veel erger meegemaakt, maar dit had ze niet zien aankomen. Hij was haar geest binnengedrongen, door haar gedachten geraasd en had haar toen met dezelfde wrede efficiëntie als de Heer van het Duister beoordeeld.
En de blik in zijn ogen, de walging en de haat… Ze rilde weer, zich opkrullend tot een kleine bal op het bed, terwijl ze probeerde de wereld buiten te sluiten. Ze was smerig, ze had het in zijn ogen gezien. Smerig en inferieur aan de anderen, iets wat veracht en gehaat moest worden. God, ze had zich zo naakt gevoeld!
Sneeps ogen hadden dezelfde blik gehad als de Dooddoeners, dezelfde vernedering als waaraan ze werd blootgesteld tijdens elk van de revels. Ze zou zich erop moeten hebben voorbereid. Maar op de een of andere manier, was het erger met hem. Hij had aan haar kant moeten staan, hij had beloofd haar te beschermen, en toch had hij haar beoordeeld, beoordeeld en te licht bevonden.
Ze probeerde niet de tranen die langs haar gezicht omlaag liepen te onderdrukken, zich op hetzelfde moment afvragend of het de symptomen waren die met haar hormonen rotzooiden. Ze huilde nooit. Ze had het al een half jaar niet meer gedaan, en dacht dat ze volledig opgedroogd was van binnen, als een woestijn.
Na wat een lange tijd leek, forceerde ze zichzelf weer te gaan zitten. Ze moest nadenken! Ze kon zichzelf niet zo laten gaan – het was te gevaarlijk!
Terwijl ze zich concentreerde op haar redeneringvermogen, om logisch na te denken zelfs temidden van deze chaos, begon ze zichzelf automatisch op te knappen, haar gezicht met de zoom van haar gewaad drogend en haar haren met haar vingers kammend.
Het was haar eigen schuld. Ze was begonnen hem te vertrouwen, weifelend, maar toch al teveel. Ze had dit kunnen zien aankomen, en ze dankte de goden dat haar verdedigingen in ieder geval op hun plaats zaten. Ze had het niet kunnen verdragen als hij gezien had…
Zet het uit je hoofd!, schudde ze zichzelf wakker, en haar gedachten veranderden gehoorzaam van richting, terug naar veiliger onderwerpen. Terug naar hem. Het ongeloof in zijn ogen. Hij had zo teleurgesteld gekeken, en dat deed misschien wel het meest zeer.
Hermelien had Sneep altijd bewonderd, zijn briljante, trotse en onafhankelijke geest. Zijn erkenning en lof, hoewel slechts schaars toegekend, hadden voor haar altijd meer betekent dan die van welke andere docent dan ook. Ze had gehoopt…
Nou, dit betekende in ieder geval het einde van hun opbloeiende relatie. Ze lachte schor, terwijl ze zich afvroeg wat er in 's hemelsnaam zo grappig was. Fantastisch, nu word ik hysterisch!
Ze had het tenminste weten uit te stellen tot ze alleen was. Tegenover hem ineen storten, na wat hij net gezien had – het zou onacceptabel zijn geweest. Ze probeerde de tijd in te schatten die ze de komende weken met hem zou moeten doorbrengen, en rilde bij de gedachte.
Niet alleen bij het idee tijd met hem te moeten doorbrengen, maar ook afhankelijk van hem zijn, volkomen hulpeloos en half waanzinnig. Hij had haar gezegd hoe hij over haar dacht, en in welke staat ze de volgende weken ook zou zijn, ze kon niet hopen op aardigheid of medelijden van zijn kant.
Het was zo vernederend, gilde een stem in haar hoofd. Achtergelaten in de zorg van een man die haar verachtte. Iemand die opgetogenheid voelde bij haar ondergang, haar pijn niets meer dan haar rechtvaardige straf achtend.
God, ze was zo bang! Maar ze kon zichzelf niet zo laten gaan! Vastberaden stond ze op en liep naar de badkamer om wat koud water over haar gezicht te gooien. Nu al beter.
Ze kon de paniek langzaam minder voelen worden, haar gezonde verstand weer terugkerend, en ze zeeg weer neer op haar bed om na te denken.
Ze zat in het nauw, dat was wel duidelijk. Er was geen uitweg uit deze situatie die niet nog meer problemen veroorzaakte. Ze kon niet vertrekken zonder zijn toestemming, en zelfs als ze zelf een uitweg vond, zou Perkamentus zijn steun intrekken. Maar ze kon hem ook niet over Sneeps bedreiging vertellen, want dan moest ze hem alles uitleggen. En hij zou het niet begrijpen. Hij zou op precies dezelfde manier reageren.
Ze wist niet of ze dat aankon. En Sneep en Perkamentus samen zouden dwaas of misleid genoeg zijn om haar verder te hinderen – "slechts voor uw eigen goed, juffrouw Griffel."
Haar ogen dwaalden door de kamer, als op zoek naar een nooduitgang. In plaats daarvan vielen ze op een romig witte envelop die onder haar deur door was geschoven, waarschijnlijk terwijl ze in de badkamer was.
Aarzelend pakte ze hem op. Haar handen trilden. Schreef hij haar om te zeggen dat hij van gedachten veranderd was? Dat ze meteen moest vertrekken?
Ze scheurde de envelop open, het kon haar niets schelen dat ze het zachte papier kapot trok. Een galjoen viel in haar hand, samen met een klein stukje perkament. Ze fronste, en vouwde het open.
"Juffrouw Griffel", stond er in Sneeps precieze handschrift,
"Aangezien ik andere plichten heb dan op u te passen, zal ik niet naar mijn kamers terugkeren tot laat deze avond. Als u de verdiende consequenties van uw privé-pleziertjes begint te voelen, wrijf dan over de munt, en zijn tegenhanger zal opwarmen. U heeft zich misschien afgevraagd waarom ik ervoor heb gekozen u niet uw staf terug te geven. Ik achtte het niet wijs een verslaafde de mogelijkheid te geven kattenkwaad uit te halen, maar recente ontwikkelingen hebben mijn beslissing bevestigd op manieren die ik niet voor mogelijk hield.
Blijf in uw kamer en weerhoud uzelf van het veroorzaken van verdere moeilijkheden,
Professor S. Sneep."
Ze snoof boos. Hij moest het er per se inwrijven, nietwaar?
Nou, ze kon het niet helpen dat ze zijn kostbare tijd verspilde, maar ze kon het contact wel tot een minimum beperken. Ze zou hem zeker niet roepen. Ze kon hier beter alleen doorheen gaan, dan de waanzin én een agressieve overmaatse vleermuis tegelijkertijd te moeten bestrijden.
Vastbesloten, en eindelijk weer vol energie, sprong ze van het bed en bereidde zichzelf zo goed mogelijk voor. Ze koos een blauwe katoenen pyjama en deed hem aan, vlocht haar haren met aandacht en keek toen zoekend rond. Ze zou water nodig hebben, besliste ze. Een hoop water en de pijnstillers die haar ouders altijd voor haar inpakten. Een kaars en iets om hem mee aan te steken.
Toen ze alles wat maar van pas kon komen verzameld en binnen handbereik had, koos ze een boek, een nogal populaire introductie in de geschiedenis van de Reuzenoorlogen, en ging in bed liggen om te lezen.
Maar ze kon zich niet concentreren. Nervositeit bekroop haar tot het iedere cel vulde. Ze moest al haar ijzeren discipline aanwenden om niet van het bed af te springen om iets te doen – de kamer herinrichten, het raam breken en eruit klimmen, haar hoofd tegen de muur slaan – het maakte niet uit, zolang ze maar íéts deed.
Lezen werd onmogelijk. Al haar concentratie was nodig om het niet uit te schreeuwen met gefrustreerde energie. En toen voelde ze haar handen weer beginnen te trillen. Niet van de schok, deze keer. Het was begonnen.
Hermelien legde haar boek voorzichtig weg, waar ze het niet kon beschadigen, en inspecteerde haar omgeving nogmaals. Ze had alles gedaan wat ze kon doen. Toen slipte ze onder de zachte dekens van haar bed, voelde het rillen beginnen en haar wil de controle over haar lichaam verliezen, en bereidde zichzelf voor op de hel die komen zou.
--
"When shall we two meet again, Severus?" vroeg Remus grappend tijdens het avondmaal in de Grote Zaal.
God, hij was hun onderzoek naar de Imperius totaal vergeten! Als Remus zijn kamers binnenkwam zou hij alles meteen ontdekken! Zelfs als Hermelien stil en in haar kamer bleef, zouden zijn scherpe oren en neus de weerwolf alles vertellen wat hij moest weten.
"Een heel lange tijd niet meer, ben ik bang", antwoordde hij, de spijt die hij voelde niet in zijn stem doorklinkend. Hoe vreemd het ook mocht klinken, hij zou hun werk samen missen, maar Remus mocht dit niet weten.
"Albus heeft me een speciaal project opgedragen", sprak hij op een samenzwerende toon, "voor de Orde."
"Oh." Remus leek niet afgewimpeld, "Kan ik van hulp zijn?"
"Nee."
"Waar gaat dit project om, dan?" vroeg Remus door, zich niet van Severus snel afnemende humeur bewust.
"Dat kan ik je niet vertellen, Remus", antwoordde hij, "Het Schoolhoofd heeft me gevraagd het geheim te houden, en ik zal zijn vertrouwen niet beschamen."
"Natuurlijk." Eindelijk leek Remus de koelte in zijn stem op te merken. "Ik werk wel alleen verder, dan. Als je me een tafel in je lab en wat materialen gunt…"
"Nee."
"Dan… Werk ik er wel alleen aan als ik je niet kan storen… misschien als je er niet bent…"
Het speet Severus diep om Remus zo verward en gekwetst te zien. De weerwolf had teveel afwijzingen in zijn leven meegemaakt om ze licht op te nemen, iets wat hij en Severus deelden. Maar hij moest er zeker van zijn dat Remus zijn kamers niet meer zou betreden, aangezien het opnieuw instellen van de magische toegang simpelweg te lang zou duren. Daar had hij geen tijd voor, niet nu.
"Nee, Remus", antwoordde hij, weer terugglippend in de rol van de snerende, vloekende rotzak die hij zolang geweest was. Hij hoopte dat dat hem de kracht zou geven dit door te zetten, "Ik bedoelde dat je mijn kamers niet meer zal betreden zonder mijn directe toestemming."
"Nou, als je me daar niet wilt, zal ik je zeker niet verder lastig vallen", antwoordde Remus, in een poging tot een snauw maar hopeloos falend. Vreemd, dat de weerwolf zijn zachtheid behield ondanks alles wat hij overleefd had, terwijl hij, Severus, in steen veranderd was.
"Dat was waar ik op hoopte."
Wees vervloekt, juffrouw Griffel. U en uw stomme kleine plannetjes. Ze kostten me zojuist een vriend.
Maar Remus kon het daar niet bij laten. Nee, hij was gewoon te koppig in zijn wanhoop het te begrijpen. Hij probeerde naar hem uit te reiken, Severus zag het in zijn ogen, en dat was iets wat hij niet kon verdragen.
"Wat is er aan de hand, Severus? Ik bedoel, ik dacht dat we de laatste maanden partners waren geworden, misschien zelfs vrienden. Maar nu doe je…"
"Er valt verder niets meer te bespreken, Remus. Als je me nu wilt excuseren, ik heb nog meer te doen."
Abrupt stond hij op en verliet de tafel, Remus, die hem als een geslagen hond nakeek, achterlatend. Fantastisch. Nu was hij weer een harteloos monster, en het was allemaal de schuld van juffrouw Griffel. Maar het was zinloos om het verleden te rouwen. Dat had hij lang geleden al geleerd.
Zijn doelbewuste schreden door de hal werden onderbroken toen een strenge stem hem nariep.
"Professor Sneep! Een woord, alstublieft. Een van uw Zwadderaars..."
Het was Minerva Anderling, die hem met een moordlustige uitdrukking volgde. Leerlingen zagen haar aankomen en verspreidden zich, hun ogen rond en nieuwsgierig. Dus de Toverdrankmeester werd weer eens berispt door het Afdelingshoofd van Griffoendor? Dat wilden ze wel horen!
"Ik heb geen tijd voor uw kleinzielige leerlingenprobleempjes, Professor", snauwde hij terug en dwong haar haar passen te versnellen, "Als u uw Griffoendors niet onder controle kunt houden…"
Ze gingen de hoek om, uit het zicht van de leerlingen, en Minerva Anderlings expressie veranderde van een koele afkeur tot zeer geamuseerd in een hartslag.
"God" lachte ze, "Zag je hun gezichten? Het herinnerde me een beetje aan die film die ik een tijdje terug zag – King Kong en Godzilla of zoiets."
"Het verblijd me aan te kondigen dat ik je smaak in dreuzelidiotie niet deel, Minerva", antwoordde hij, ook glimlachend. Vertrouw Minerva om je humeur op te peppen.
"Ik ben een genereuze vrouw, Severus", gaf ze lik op stuk, "Ik sta iedereen zijn eigen soort idiotie toe. Dat geldt speciaal voor jou, jij humeurige oude man." Abrupt werd ze serieus. "Alhoewel jouw bui meer in de categorie natuurrampen valt. Wat is er met je aan de hand? Je bent de hele dag al jezelf niet! En nu behandel je Remus zo – is er iets mis?"
Expressieloos staarde Severus haar aan, al zijn wil concentrerend op de beslissing het haar níét te vertellen. Hij was nogal close met Minerva geworden, de laatste paar jaren, en haar totaal on-Griffoendorachtige kwaliteit om alles wat hij haar vertelde absoluut geheim te houden had haar zijn meest gewaardeerde conversatiepartner gemaakt. En ze was de enige persoon in het kasteel dat competeren en plagen net zo leuk vond als hij. Hun speelse gevechten over leerlingen, Afdelingscups en Zwerkbalwedstrijden waren beroemd onder de staf, maar slechts weinigen realiseerden dat het conflict voor het grootste deel ontstond uit de lol die het hen beiden bezorgde.
Maar hij kon het haar niet vertellen. Perkamentus wilde dat niemand het wist, en hij had Sneep uitgekozen om voor Hermelien Griffel te zorgen, de Goden wisten waarom.
"Waarom kijk je me zo aan? Severus?"
Minerva kende de jonge man aan haar zijde goed genoeg om zich niet te ergeren bij zijn vreemde gebrek aan reactie. In plaats daarvan, besloot ze van onderwerp te veranderen. Severus zou wel naar haar toekomen als hij erover wilde praten.
"Goed dan", zei ze, "Als er niets is wat ik voor jou kan doen – Ik heb je legendarische kwaliteiten als probleemoplosser nodig."
Hij gniffelde daarbij, de emotie lichtte zijn gezicht op, en zij antwoordde met een lach zo slecht als die van hem.
"Wat is er, Minerva? Iets wat jouw koppigheid niet kan overwinnen? Vertel me niet dat een van jouw Griffoendors..."
"Ik maak me zorgen om Hermelien", onderbrak ze hem serieus.
Wat een timing!
"Albus heeft iedereen verteld dat haar ouders zijn aangevallen en dat ze met hen is ondergedoken, maar er klopt iets niet aan dat verhaal. Ik heb niets gehoord over een aanval, en ik heb haar niet gezien voor ze vertrok. En meneer Potter en meneer Wemel babbelden iets over haar "assistentschap" met mij. Echt, ik ben het kwijt. En ik snap niet waarom Albus dingen van me verborgen houdt!"
"Eerlijk gezegd begrijp ik je zorgen niet helemaal, Minerva", hij probeerde licht, onbezorgd te klinken, maar kon zelf horen dat dat nogal mislukte, "Alles lijkt te kloppen!"
En hij zou een meesterspion moeten zijn! Hij kon niet eens een oude vrouw die Transfiguratie gaf voor de gek houden! Maar, toegegeven, ze was een van de slimste geesten in de tovenaarssamenleving, en er was geen ander die hem beter kende. Jammer genoeg zouden fronsen en een antwoord weigeren bij haar niet werken.
Haar ogen knepen samen toen ze hem aanstaarde, "Je weet iets, Severus, of niet soms?", vroeg ze, en toen sloegen al haar autoriteit als docent en Afdelingshoofd in, "Je vertelt het me nu meteen! Hermelien Griffel behoort tot mijn afdeling en ze is mijn verantwoordelijkheid! Ik heb het recht alles te weten wat haar aangaat!"
"Maar ik weet echt niet…"
"Severus", dit was de stem die volgroeide leerlingen in paniek deed wegduiken, "Het was geen vraag, en je bent niet te oud voor een serieuze reprimande!"
Hij zuchtte in verslagenheid.
"Ik wil het je echt graag vertellen, Minerva", antwoordde hij, en het was de waarheid. Hij zou het heerlijk vinden om een georganiseerde geest als de hare wat orde van de chaos in zijn hoofd kon scheppen, "Maar, zoals ik Remus ook al zei, is het mijn plaats niet dit te vertellen. Albus heeft me opgedragen het geheim te houden en ik zal mijn woord niet breken. Dat doe ik nooit", zei hij donker.
"Dus je weet wel iets over Hermelien?"
"Ga naar Albus, Minerva. Vraag het hem. En, als hij antwoordt, zou het een opluchting zijn alles wat ik weet met je te delen."
Eens te meer doorboorde haar heldere blik hem, en plotseling werd hij herinnerd aan Hermelien Griffels uitdagende blik, de koppige trek van haar mond. Griffoendorvrouwen, dacht hij, wanhopend, Een man weet werkelijk niet wat hij er mee aan moet.
"Dat zal ik", antwoordde ze hem eindelijk, en tot zijn verrassing klopte ze hem geruststellend op zijn schouder, "Maak je geen zorgen. Albus zal zijn antwoorden niet van mij weerhouden."
Hij wist niet zeker of hij daar niet bang van moest worden.
--
Toen hij terugkeerde naar zijn kamers was het al laat, en zijn humeur was zo duister als de nacht buiten. Zoveel voor vriendschap en vrede, dacht hij ontmoedigd. Menschen sind anstrengend, en niets zou dat ooit veranderen. Eerst Remus, toen Minerva, en nu wachtte Hermelien Griffel waarschijnlijk al op hem, op haar eigen kalme, schaamteloze manier.
Ze had hem niet geroepen. Nou, hoe langer het duurde voordat de ontwenningsverschijnselen inzetten, hoe beter. Maar de echte reden voor zijn opluchting was het feit dat hij niet wist hoe hij met haar om moest gaan.
Keer op keer waren de beelden uit haar hoofd zijn geest binnengedrongen, leidden hem af en irriteerden hem, totdat hij iedereen om hem heen had afgesnauwd en weer in de volle "Sneep de Rotzak"-mode stond. En, natuurlijk, moest het Minerva weer opvallen dat er iets mis met hem was.
Maar hoe kon hij haar vertellen wat hij gezien had? Hij kon het Albus niet eens vertellen! De oude man zou er kapot van zijn, of hij zou het simpelweg niet geloven. Misschien zou hij Severus zelfs vragen het hem te laten zien. En dat behoorde niet tot de mogelijkheden.
Het was lang geleden Severus' tweede natuur geworden de oude man te beschermen tegen de realiteit van zijn werk als spion, tenminste zoveel mogelijk. De beslissingen die Perkamentus moest maken waren al moeilijk genoeg, zonder alle consequenties ervan te kennen.
Je kon geen oorlog voeren tegen een vijand als Voldemort en je zorgen maken om ieder individu. Het was onvermijdelijk dat er slachtoffers vielen, en als er niets was wat je eraan kon doen, wilde Severus in ieder geval niet dat men medelijden met hem had. Maar het leek alsof juffrouw Griffel geen last had van zulke scrupules.
Eigenlijk vroeg Severus zich af of ze überhaupt enige scrupules had.
En weer rezen de beelden op in zijn geest, haar kreunende gezicht, verwrongen in een grimas van lust onder het gespierde lichaam van Lucius Malfidus, haar smeken en gillen. Haar ongebreidelde triomf, de emoties op haar gezicht zo leesbaar als een boek. Hoe kon ze. Ze was Potters vriendin, bijna een lid van de Orde, en getuige van alle slachtoffers die deze oorlog al had gemaakt. En ze vond het waarschijnlijk heerlijk!
Hij liep naar een klein kastje, tussen de boekenkasten in, opende de houten deurtjes en schonk een whisky voor zichzelf in. Hij voelde zich misselijk. Zelfs Lucius was niet zo gestoord en pervers toen hij achttien was!
En nu zat ze in zijn gastkamer, waarschijnlijk op hem wachtend om hem te ergeren met die onbeschofte glimlach van haar.
Hij zuchtte weer, en streek met zijn hand door zijn zwarte haar. Maar ze was zijn verantwoordelijkheid, en hij moest in ieder geval even naar haar kijken, om zichzelf ervan te verzekeren dat alles goed met haar was en dat ze geen manier had gevonden om zijn kamers te ontsnappen. Het zou hem niets verbazen.
Hij beklom de trap, de whisky nog steeds in zijn linkerhand, en klopte op haar deur. Geen reactie. Fantastisch. Nu moest hij haar deur zonder haar toestemming openen, en met zijn geluk vanavond, zou ze waarschijnlijk net in bad zitten of naakt door de kamer dansen of zoiets…
Waar kwam die gedachte vandaan? Hij vervloekte zichzelf en zijn ongelooflijke capaciteit om in de problemen te komen nogmaals, en opende voorzichtig de deur. De kamer was volkomen donker, op de dansende vlammen in de haard na. Hij opende de deur nu helemaal en stapte naar binnen.
Ze lag in haar bed, in slaap of net doend alsof kon hij niet zeggen. Hij fronste. Zo laat was het nog niet, en hij kon toch niet elke gril van haar respecteren de komende weken.
"Juffrouw Griffel", sprak hij luid, "Een woord, alstublieft."
Nog steeds geen reactie. Spotte ze met hem? Nou, die kleine spelletjes van haar zou ze snel afleren. Met een zwaai van zijn toverstok stak hij de kaarsen aan die verspreid in de kamer stonden.
Plotseling voelde hij zijn spieren verstijven en de adrenaline rondstromen in zijn lichaam. Er was iets mis, schreeuwden zijn ogen en oren hem waarschuwend toe. Ze was niet alleen maar in slaap!
Met drie grote stappen stond hij naast haar bed en keek neer op haar. Wijd geopende ogen staarden hem nietsziend aan, vanuit een gezicht dat net zo wit was als de lakens.
Hij raakte haar voorhoofd aan en ademde scherp in toen hij de hitte voelde die ze uitstraalde. Sneep verwijderde de dekens die strak om zich heen had gewikkeld. Ze droeg een pyjama die doorweekt was van het zweet, haar haren werden bijeen gehouden door een strakke vlecht, en op het nachtkastje zag hij een kan water met een glas ernaast staan.
Ze heeft zichzelf voorbereid, dacht hij boos, en ze wilde dit alleen doen, het dwaze meisje!
Een snelle diagnosisspreuk bevestigde zijn vrees. Hoge koorts, een nauwelijks bestaand magisch energieniveau en een op hol geslagen hart. Ze moest afkoelen. Hij maakte een handdoek uit de badkamer nat en gebruikte hem om haar bezwete gezicht mee af te vegen, en liet er toen nog een op haar voorhoofd liggen om haar temperatuur te doen afnemen.
Hij keek haar nog eens aan en zag dat haar ogen nog steeds wijd open stonden, ze bewogen niet en reageerden niet op wat er om haar heen gebeurde.
"Juffrouw Griffel" zei hij luid, proberend haar weer terug naar de realiteit te krijgen, "Juffrouw Griffel!"
Ze reageerde nog steeds niet, maar begon plotseling wild te schokken, haar armen en benen vlogen rond, en een kort, hoog gejammer ontsnapte aan haar lippen.
"Juffrouw Griffel." Severus begon zich nu echt bezorgd te voelen, en pakte haar bij de schouders en schudde haar zachtjes. "Geef nu onmiddellijk antwoord, of u zult de komende drie jaar strafwerk moeten maken!"
De strenge leraarstem leek te helpen. Ze kreunde en sloot haar ogen van de pijn, om ze na een seconde weer open te doen. Deze keer was haar blik gefocust en scherp, even leek het of ze op zou springen om zichzelf te verdedigen, tot haar geheugen haar te hulp schoot en ze haar hoofd weer op het kussen liet vallen.
"Dit, juffrouw Griffel" zei Severus grimmig terwijl hij de natte doek van haar voorhoofd afhaalde, "was zo'n stomme actie dat ik het niet verwachtte, zelfs niet van u!"
Haar glimlach was als een geest, en haar stem zwak, maar beiden waren totaal gecontroleerd en lieten niets van de pijn zien die ze moest voelen.
"Nog een compliment, Professor" fluisterde ze, "u verwent me."
"Dit is niet grappig, dwaze meid" snauwde hij kwaad, "ik ben verantwoordelijk voor u, en heb geen zin het Schoolhoofd te moeten uitleggen waarom u niet eens de eerste nacht onder mijn zorg overleefde. Waarom riep u niet?"
Haar gezicht verbleekte nog meer, en ze sloot haar ogen toen de pijn haar overweldigde.
"Ik wilde u niet tot last zijn, Professor" zei ze stil. Ze krulde zichzelf op in een bal toen een agressieve hoestbui haar lichaam deed schokken.
"U bent me sowieso al tot last" antwoordde hij koel. "En deze stupiditeit vermeerdert dit slechts. Van nu af aan gehoorzaamt u mijn opdrachten, hoort u me?"
Nog steeds hoestend probeerde ze te knikken, maar kreeg slechts een kleine beweging van haar hoofd tot stand voor het rillen haar weer overnam.
Hij wachtte tot het ophield, hielp haar toen weer te gaan liggen en trok de dekens rond haar recht.
"Hebt u al hallucinaties gehad?"
Ze schudde haar hoofd daarbij.
"Tenzij u er een bent?" fluisterde ze hoopvol.
Severus moest zijn hoofd wegdraaien om een ongepaste grijns te verbergen. Moed had ze, dat moest hij haar nageven. Maar hij kon geen medelijden met haar hebben. Dit was allemaal haar schuld, en hij was gedwongen waardevolle tijd te verspillen omdat een gulzig meisje haar lusten niet op een gezondere wijze kon stillen. Vervloek haar!
"Ik geef u nu een koortsverminderende drank die u ook zal laten slapen, en ik wacht hier totdat het werkt" informeerde hij haar. "Het helpt niet tegen de nachtmerries, maar u zult in ieder geval een paar uur rust krijgen. U zult de kracht nodig hebben."
Weer was haar enige reactie een korte knik, maar haar ogen waren helder en scherp en volgden iedere beweging die hij maakte. Hij nam een flesje uit een van de geheime zakken in zijn mantel, ontkurkte het en goot iets van de inhoud in het glas bij haar bed.
Ze slikte gehoorzaam.
"Dank u" zei ze. Toen sloten haar ogen, en maar een paar momenten later werd haar ademhaling de langzame en diepe ademhaling van de slaap.
Hij bekeek haar nog even, haar nu vredige gezicht, vrij van controle, ambitie en pijn. Ze leek erg jong en kwetsbaar in haar blauwe pyjama en gevlochten haar. Maar hij kon de andere Hermelien Griffel niet vergeten, dat andere gezicht met wijd open ogen en een gillende mond, de openingen donker als grotten, die haar triomf naar de wereld schreeuwden.
Hij kon niet vergeten wat ze echt was. En hij kon zich niet laten leiden door bezorgdheid en medelijden. Ze was een monster, en ze zou een monster blijven, wat ze ook zou meemaken de volgende weken. Ze had hem verraden voor haar plezier, en hij mocht dat nooit vergeten. Niet alleen zijn leven hing ervan af.
Hij rees van haar bed en liep naar de deur, maar op het moment dat hij haar zijde verliet werden haar bewegingen en ademhaling weer onregelmatig. Ze verkrampte en schokte, haar armen bewogen zwak alsof ze streed tegen een onzichtbaar gewicht.
"Nee" fluisterde ze, haar stem nauwelijks verstaanbaar, "alsjeblieft, niet doen!"
Hier gaan we dan, dacht hij bitter, mijn goede oude vrienden de nachtmerries komen eraan. Hij wilde niets weten over de storende beelden die haar nu in hun macht hadden en haar angst veroorzaakten. Als ze dingen had gezien die verschrikkelijk genoeg waren om haar in haar slaap te achtervolgen, was het helemaal haar eigen schuld. Zij had hiervoor gekozen. Ze had dit over zichzelf afgeroepen.
"U verdient het allemaal, juffrouw Griffel" fluisterde hij. Toen verliet hij de kamer en deed de deur achter hem dicht.
Haar gillende stem achtervolgde hem door de gang, geheven in smeekbeden terwijl ze uitriep naar de enige geruststelling waar ze nog voor kon hopen: "Nee! Laat me niet alleen! Alstublieft!"
Toen ging hij zijn eigen slaapkamer binnen en was er alleen nog de stilte van de nacht.
V/N:
"When shall we two meet again" – Wanneer zullen wij twee weer bijeenkomen – verwijst naar de gemene heksen in Shakespeare's "MacBeth" (maar in dat geval waren er natuurlijk drie heksen!)
"Menschen sind anstrengend" – Mensen zijn zwaar, ontmoedigend – verwijst naar de beroemde zin uit "Homo Faber" door Max Frisch.
--
Ik ben weer terug!
Het volgende hoofdstuk wordt nog duisterder, vol hallucinaties en nachtmerries. En het bevat zowel Draco als een wel heel verwarde Sneep…
Ik wil graag mijn twee trouwe reviewers bedanken, Cicillia en Joke (Hermelien G.), jullie zijn geweldig! Maar het zou fijn zijn als de rest die dit leest ook reviewt… Dus, ga je gang en klik op dat verleidelijke kleine knopje onder aan de pagina! Review!
