A/N: Dus… VAKANTIE!!! Ik haat carnaval, maar ik ben blij dat we vakantie hebben! Ga nu maar snel het hoofdstuk lezen.

Hoofdstuk 6- Reünie

Do not believe that possibly you can escape the reward of your action- Ralph Waldo Emerson

De daaropvolgende week was de sfeer gespannen. Iedereen was op zijn hoede voor mogelijk gevaar. Vilder had Malfidus die morgen inderdaad gevonden. Hij had flink wat strafwerk gekregen en vijftig punten aftrek voor Zwadderich. Dat was dan ook het enige lichtpuntje van de week. Er gebeurde vreemde dingen in en rondom het kasteel. Spullen verdwenen zomaar, glazen braken, boeken scheurde spontaan doormidden en leerlingen raakten delen van hun geheugen kwijt. Hagrid had hen vertelt dat de wezens in het verboden bos zich ook vreemd gedroegen. Die middag waren ze huiswerk aan het maken in de leerlingenkamer. Harry zuchtte.

'Ik weet niet wat er aan de hand is, maar het bevalt me helemaal niet. Ik weet zeker dat Voldemort er iets mee te maken heeft'

'Harry, wil je die naam alsjeblieft niet meer gebruiken' klaagde Ron.

'Ik ben het met je eens. Vorige week was er nog niks aan de hand. De ellende begon pas toen Voldemort gesignaleerd werd' zei Savannah.

'Gebruik jij die naam nou ook al' kreunde Ron.

Savannah haalde haar schouders op.

'Ik vind dat Perkamentus gelijk heeft. De angst voor een naam vergroot alleen de angst voor het ding zelf'

'Er moet toch iets zijn wat we kunnen doen?' zei Hermelien.

'Malfidus!' riep Fred ineens uit.

'Ja, goed idee!' complimenteerde George hem.

'Wat is er met Malfidus?' vroeg Savannah nieuwsgierig.

'Zij vader was een Doodsdoener. Ik durf te wedden dat hij die avond naar Voldemort op zoek was. Als we hem nou eens in de gaten houden?' stelde Fred voor.

'Dat zou best wel eens kunnen. Misschien werkt het' gaf Harry toe.

'Ik vind het een goed idee' zei Hermelien.

'Het klinkt logisch' gaf ook Savannah toe.

'Fred, Savannah en ik zullen vanavond beginnen. We kunnen de geheime gangen gebruiken. Als wij vanavond beginnen kunnen jullie drieën hem morgen in de gaten houden' zei George.

Ron, Harry en Hermelien knikte.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Het was ver na 8 uur en ze slopen in hun zwarte kleding over de gangen. Ze waren al drie keer bijna gesnapt door Vilder. Gelukkig kende de tweeling veel plaatsen waar ze zich konden verstoppen. Plotseling bleef Savannah staan en tikte Fred op zijn schouder. Die draaide zich om en keek haar vragend aan.

'Zomaar even een vraagje hoor, maar weet een van jullie wel waar de leerlingenkamer van Zwadderich is?'

'Uhm… In de kerkers?' antwoordde George schaapachtig.

Daar hadden ze eigenlijk niet over na gedacht. Savannah schudde haar hoofd en zuchtte.

'Ongelofelijk. Jullie hebben geluk dat ik het me nog herinner'

Ze slopen verder, nu met Savannah voorop, tot ze stilhielden voor een groot schilderij waarop een stelletje trollen en vampiers waren afgebeeld.

'Hier is het' zei Savannah.

'Is het misschien niet verstandiger om ons te verstoppen?' vroeg George.

'Zou je denken?' zei Savannah sarcastisch, terwijl ze met haar ogen rolde.

Ze verstopten zich achter een laag muurtje, zo'n twee meter bij het schilderij vandaan. Na een halfuur werd hun moeite beloond. Malfidus klauterde naar buiten, keek om zich heen en verdween in de linkergang.

'Erachteraan' siste Savannah.

Snel stonden ze op en gingen achter hem aan. Hij was erg op zijn hoede en een paar keer dachten ze dat hij hen gezien had. Gelukkig werden ze niet gezien. Ze volgde hem tot hij naar buiten ging. Toen zagen ze iemand in de schaduw staan. Ze verstijfden onmiddellijk en bleven stokstijf staan. De figuur stapte uit de schaduw zodat ze konden zien wie het was. Savannah slaakte een zucht van opluchting.

'Harry!' zei George verbaast.

'Wat doe jij hier?' vroeg Fred, die zo mogelijk nog verbaasder was als zijn broer.

'Ik kon niet slapen, dus dacht ik dat het misschien nog met jullie mee kon' antwoordde hij, zijn schouders ophalend.

Voordat iemand nog iets kon zeggen zei Savannah: 'Heel fijn, mar hier hebben we geen tijd voor. Als we niet opschieten zijn we Malfidus dadelijk kwijt. Harry, kom gewoon mee'

Harry knikte en liep met hen mee naar buiten. Ze zagen Malfidus nog net tussen de bomen verdwijnen. Savannah vloekte hardop.

'Savannah, ga jij maar vast. Jij rent harder dan wij, dan haal je hem nog in. Als je op ons moet wachten raken we hem kwijt' zei Fred.

Ze keek hem onzeker aan.

'Zeker weten?' vroeg ze aarzelend.

Hij knikte. Savannah knikte terug en ging achter Malfidus aan. Het was al aardig donker buiten, maar in het bos was alles nog veel donkerder. Gelukkig konden elven in het donker beter zien als mensen.

'Waar zit je, kleine rat' mompelde ze.

Ze zag hem wegschieten achter een groepje bomen. Zo stil als ze kon ging ze achter hem aan. Normaal gesproken had ze hem allang uitgeschakeld, maar ze wist dat dat nu niet kon. Als ze hem nu bewusteloos sloeg, zouden ze nooit weten waar hij naartoe ging. Ze volgde hem een tijdje en toen was hij plotseling verdwenen. Ze keek nog eens goed om zich heen en zag dat er aan haar linkerkant een stuk grond ontbrak. Ze liep er naartoe. Twee meter onder haar begon een vlak stuk land met hier en daar een rots. Een eindje verderop zag ze Malfidus lopen. Ze sprong naar beneden en ging weer achter hem aan. Plotseling hield hij halt bij een groep rotsen die tegen een heuvel aanlagen. Toen ze wat beker keek zag ze dat het een grot was. Malfidus bleef aarzelend voor de grot staan. Wat hij ook zocht, het zat in die grot.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Fred, George en Harry waren hun wel gevolgd, maar ze konden niet zo snel rennen als Savannah. Een paar keer waren ze haar bijna kwijt, maar gelukkig had het de dag ervoor geregend. De grond was nog drassig en haar voetstappen waren goed te zien. Plotseling maakten de voetstappen een scherpe bocht naar rechts. Ze staarden naar beneden.

'Kijk! Daar gaan de voetstappen verder. Ze moeten hier naar beneden zijn gesprongen' wees Harry plotseling.

Langzaam lieten ze zich naar beneden zakken en vervolgde de speurtocht. Ze liepen om een groepje rotsen heen. Harry struikelde over iets wat op de grond lag. Hij keek naar beneden en snakte naar adem. Malfidus lag bewusteloos op de grond en een dun straaltje bloed droop uit zijn mondhoek. Geschrokken keek hij op. Savannah stond als verstijfd naar iets te kijken in een grote grot.

'Waarom heb je dat gedaan?' zei hij, wijzend op Malfidus.

Ze schraapte haar keel voordat ze antwoordde.

'Dat heb ik niet gedaan' zei ze zo zacht, dat hij het bijna niet kon horen.

'Wie dan wel?' vroeg George.

Iemand, of iets, stapte uit de duisternis van de grot in het maanlicht.

'Lang niet gezien, Savannah' zei een hese stem.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

A/N: Ok, nu moet even verzinnen hoe het precies verder moet, dus ik stop hier. Het was misschien een beetje kort, maar dat komt doordat er in dit hoofdstuk niet zoveel gesproken word. Het zijn toch meer als 1000 worden. Vertel me aub wat je ervan vindt.