A/N: Ik heb eindelijk het tweede deel van het hoofdstuk af en volgens mij is het best wel goed geworden. Nu maar snel lezen, want dat doet iedereen liever dan naar mijn gezeur luisteren ;)
Hoofdstuk 11 – De Proef Van De Drie Nachten II
Het wezen knipperde met zijn ogen.
'Harry, heel langzaam achteruit lopen' siste Savannah
Langzaam zette hij een stap achteruit. Het beest hield zijn hoofd schuin naar links en bleef hen aanstaren. Het was een lange witte slang met rode vleugels en een blauwe streep die over zijn kop liep, tussen de grote gele ogen door.
'Wat is dat voor beest?' fluisterde Harry, toen hij vond dat hij ver genoeg uit de buurt van het beest was.
'Dat is een Deindra, en nu alsjeblieft niet in paniek raken'
'Waarom niet?'
'Die vervloekte beesten schieten met een straal die alles wat het aanraakt in ijs veranderd'
'En wat stel je voor dat we nu doen?'
'Goede vraag'
Harry wierp nog een blik op de Deinidra, die hem nieuwsgierig aankeek.
'Als het ijswezens zijn neem ik aan dat ze niet van warmte houden, toch?'
'Nee, maar …'
'Zorg dan dat het hier wat warmer wordt. Daar kunnen we de spreuk voor gebruiken die we hebben geoefend voor noodgevallen' kapte hij haar af.
'Dat is nog niet eens zo'n slecht idee, maar…'
'Je bent toch niet de spreuk vergeten, hè?'
'Harry, luister nou even!' schreeuwde Savannah.
Hij keek haar aan en knipperde met zijn ogen. Savannah zuchtte.
'Die beesten zijn alleen gevaarlijk als je ze kwaad maakt. De rest van de tijd zijn ze zo mak als lammetjes. Een beetje zoals een Hippogrief' legde ze uit.
'Dus dat ding is…'
'Compleet ongevaarlijk' maakte Savannah zijn zin af.
Harry keek nog een keer naar de Deinidra.
'Ik denk dat ik een idee heb'
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Wind sloeg in zijn gezicht en deed zijn haren wapperen. Savannah, die voor hem zat, draaide zich naar hem om en grijnsde.
'Ik moet toegeven, dit was een erg goed idee' lachte ze.
Harry knikte.
'Ja, hè? Zo gaat het een stuk sneller. Savannah, pas op voor die boom!'
Ze draaide zich net op tijd om en de Deinidra maakte een scherpe bocht naar links, vlak langs een hoge boom heen. Met een paar teugels van boomwortels was het erg gemakkelijk hem te besturen. Plotseling zag Harry iets. Een zwarte schaduw die onder hen door vloog. Hij kon niet precies zien wat het was. Hij tikte Savannah op haar schouder.
'Wat is dat?' vroeg hij.
'Waar?'
'Onder ons'
Ze bukte zich voorover om te kijken wat hij bedoelde. Toen ze weer rechtop zat keek ze niet blij. Eigenlijk keek ze helemaal niet blij. Ze keek zelfs zo boos dat Harry er bijna bang van werd. Bijna.
'Wat is er?'
Ze zei maar één ding: 'Hou je vast'
Voor hij tijd had om te reageren schoten ze omhoog. Snel greep hij zich vast aan de veren van de Deinidra, die daar niet erg blij mee was. Hij wierp een blik over zijn schouder en toen begreep hij waarom Savannah zo boos was geworden. Achter hen vloog de zwarte Ignip waar ze hem voor gewaarschuwd had. Maar dat was het probleem niet. Het probleem was de persoon die erop zat, Marten Vilijn.
'Doesn't that guy take a break sometimes? I'm going to kill that fucking bastard when I get my hands on him' hoorde hij Savannah mompelen.
Zijn ogen begonnen te tranen van de wind die erlangs schoot. De Ignip vloog nu recht achter hen. Snel keek hij om. Dikke stralen vuur mistte zijn hoofd op een haar na.
'Kan dit ding niet sneller?' schreeuwde hij naar Savannah.
Plotseling schoot er een vuurstraal langs de kop van de Deinidra. Het beest schrok zo dat hij in een keer stil bleef hangen in de lucht. Het bovenste stuk van het slangachtige lichaam schoot omhoog, waardoor het leek alsof hij steigerde. Een afgrijselijk gebrul vulde de lucht. Harry en Savannah hadden de grootste moeite om te blijven zitten. In de verte kon hij de open plek al zien. Dat hadden ze snel gedaan. Ze hadden er niet eens een hele dag voor nodig gehad. Savannah klakte met haar tong en meteen schoot de slang weer vooruit. Een vuurstraal raakte de Deinidra in zijn rechtervleugel. Het beest brulde en probeerde tevergeefs te blijven vliegen. Ze stortte neer op de open plek. Een geluk bij een ongeluk. Savannah liet zich op de grond glijden en trok Harry meteen mee het bos in.
'Weet je nog wat ik zei over dat ze alleen gevaarlijk zijn als je ze kwaad maakt?'
Harry knikte.
'Dus?'
'Ik denk dat hij hem kwaad heeft gemaakt'
Harry draaide zich om en tuurde tussen de bomen door. Rode vonken dansten rond de vleugels van de Deinidra en de wond leek weer helemaal genezen. Maar het beest leek niet blij. Zijn ogen gloeide rood op en hij staarde met ontblote tanden naar de lucht, waar de Ignip nog steeds rondvloog. Savannah tikte op zijn schouder. Hij draaide zich om en ze wees op zijn voorhoofd.
'Je bloedt'
Hij voelde aan zijn voorhoofd en inderdaad… Schuin langs zijn litteken tot aan zijn haargrens zat een flinke snee. Hij wees op Savannah's arm.
'Jij ook'
De stof van haar mouw was compleet weggerukt en van haar schouder tot haar elleboog liep een rafelige wond. Die had ze opgelopen toen ze zich van de Deinidra af liet glijden. Een van zijn klauwen was langs haar arm gegaan. Harry draaide zich om, net op tijd om de Deinidra op te zien stijgen. Nu pas zag hij dat er een grote witte stenen plaat in het midden van de open plek lag.
'Is dat misschien het platform?' zei hij, wijzend naar de stenen plaat.
Savannah keek over zijn schouder.
'Ja, dat is het!' riep ze uit.
Ze begon naar de rand van de open plek te lopen.
'Savannah, en de Deinidra dan?' riep Harry.
Savannah haalde haar schouders op.
'Die heeft het veel te druk met de Ignip. Als we rennen, halen we het makkelijk'
'Nou goed. Rennen dan' zei Harry.
Voordat ze het platform konden bereiken kwam er iets uit het bos denderen. Het was groot en vuil en stonk verschrikkelijk. Een trol.
'Oh, heel fijn' zuchtte Harry.
'Hier hebben we geen tijd voor!' zuchtte Savannah.
Ze keek even schattend naar de trol. Die staarde terug en schudde met zijn lelijke kop.
'Ok, als ik "nu" zeg ren je zo hard mogelijk naar het platform, begrepen?' vroeg ze aan Harry.
Hij wilde er tegenin gaan en zeggen dat het te gevaarlijk was, maar hij bedacht zich. Het ging hier tenslotte wel om Savannah. Die had ondertussen de dolk die haar vader haar gegeven had uit haar zak gehaald. Ze richtte op de trol.
'Nu!' gilde ze.
Harry schoot weg richting het platform. Uit zijn ooghoek zag hij nog net de dolk langs flitsen. Savannah moet hem richting de trol hebben gegooid. Net voordat hij zijn voet op het platform wilde zetten hoorde hij een bons achter zich. Hij draaide zich om om te kijken waar het geluid vandaan kwam. De gigantische trol was omgevallen. Er stak nog net een klein stukje van een dolk uit zijn keel. Een dolk die opeens een stuk langer leek te zijn geworden. Hij voelde twee handen op zijn schouders die hem vooruit duwde.
'Ben je helemaal gek geworden? Ik had toch gezegd dat je door moest rennen' siste Savannah in zijn oor.
Toen stonden ze op het platform. De rand begon te draaien en straalde een fel rood licht uit. Net toen Harry zijn ogen af wilde schermen was het verdwenen en stonden ze niet langer in het bos. Ze waren weer terug op het terrein van Zweinstein. Een heleboel mensen gaapte hen aan. Toen ze van het platform afstapte begonnen al die mensen te juichen. Twee meisjes van een jaar of zeven in groene mantels drongen zich naar voren. Ze waren bijna identiek. Blond haar en één blauw en één groen oog. Het enige verschil was dat het ene meisje een blauw rechteroog en het andere meisje een blauw linkeroog had.
'Savannah!' piepte ze allebei tegelijk.
Ze renden naar haar toe en sloegen hun armpjes om Savannah's benen.
'Wie zijn dat?' fluisterde Harry.
Savannah lachte.
'Dit zijn mijn twee kleine zusjes: Mela en Melody'
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
A/N: Ik hoop dat dit een leuk hoofdstuk was, want het is voorlopig het laatste. Ik maak altijd af waar ik aan begonnen ben, maar het kan wel even duren. Ik zit echt helemaal vast en ik heb geen flauw idee meer wat ik verder nog kan schrijven. Hulp is dus altijd welkom. Als iemand verzoeken heeft voor een proef die ik ze kan laten doen, laat het me dan alsjeblieft weten.
