A/N: Ha! Jullie dachten dat je van me af was, hè? Maar ik ben terug met een nieuw hoofdstuk. Voorlopig wel weer het laatste, want ik moet nu weer verzinnen hoe ik het af wil laten lopen. Toen ik dit verhaal begon was het de bedoeling dat Savannah en George verliefd zouden worden, maar iedereen heeft nu wel gemerkt dat dat niet gaat gebeuren. Na dit hoofdstuk moet het helemaal duidelijk zijn welk paar ik uiteindelijk heb gekozen. BTW, dit is een erg fluffy hoofdstuk. Geef niet mij de schuld als je moet kotsen! Enjoy

Were You My Friend Hoofdstuk 12 – Kersenbloesem

Mela en Melody huppelde vrolijk voor het tweetal uit. Harry en Savannah waren moe. Doodmoe. Alles wat ze wilden doen was slapen. Maar er moest eerst gegeten worden, want honger hadden ze ook.

'Je hebt wel gezegd dat je tweelingzusjes had, maar ik had niet gedacht dat ze ook echt zouden komen.' fluisterde Harry. 'Zijn er nog meer familieleden waar ik voor gewaarschuwd moet worden?'

Savannah schudde haar hoofd. 'Ik heb nog een oudere broer, Alexander, maar ik denk niet dat hij komt. Hij heeft het te druk met zijn werk.'

Plotseling dwarrelde een heleboel kleine roze blaadjes naar beneden. Savannah giechelde en rende naar haar zusjes toe, die lachend twee verschillende kanten opschoten.

'Maar, Zus, je houdt toch van kersenbloesem?' piepte de linkse, hij kon niet zien of het Mela of Melody was.

'Dat wil nog niet zeggen dat je het in mijn gezicht hoeft te laten waaien.'

'Sorry, we zullen het niet meer doen' piepten de twee zusjes tegelijkertijd. Savannah draaide zich om en zwaaide naar hem.

'Kom je nog, Harry? Dadelijk is al het eten koud. We krijgen maar drie dagen vrij voor de volgende proef, dus ik stel voor dat we er van genieten.'

Lachend volgde Harry de drie zussen naar binnen.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Ron en Hermelien wilden hem pas met rust laten, toen hij precies verteld had wat er gebeurd was. Alles wat hij nu nog wilde doen was slapen. Ze zaten aan de rand van het meer. De hemel was al donker geworden en de eerste sterren waren al te zien. Hij was verbaasd dat hij het nog zo lang vol had gehouden zonder in slaap te vallen. Ron, Hermelien, Fred en George stonden op en liepen terug naar het kasteel, waarschijnlijk om naar bed te gaan, maar Harry en Savannah waren te moe om op te staan.

'Nog vijf minuutjes' mompelde Savannah toen de andere vroegen of ze ook snel naar binnen zouden komen. De vijf minuten werden er tien en de tien minuten werden een half uur. Geen van tweeën sprak een woord, ze staarden alleen maar over het rimpelloze oppervlak van het meer. Toen hoorde Harry iets.

'Hoorde jij dat ook?' vroeg hij aan Savannah.

'Wat?'

'Er ritselde iets aan de rand van het bos.'

'Ik hoorde niks, maar ik zal even gaan kijken.' Met veel moeite stond ze op en keek in de richting van het bos. Een zwarte schaduw leunde tegen een van de bomen aan. Harry was intussen ook opgestaan en wilde richting het bos lopen, maar Savannah legde haar hand op zijn borst en schudde haar hoofd.

'Ga terug naar het kasteel.' Haar toon was vriendelijk, maar het was duidelijk dat dit geen verzoek was. Toch aarzelde Harry even.

'Weet je het zeker?'

Savannah knikte. 'Ga terug. Ik ga met hem praten.' Dat idee beviel Harry helemaal niet, maar er was niks tegenin te brengen. Tegen beter weten in draaide hij zich om en liep terug naar het kasteel. Savannah keek hem na en toen ze er zeker van was dat hij veilig binnen was liep ze naar de schaduw toe.

'Wat wil je nu weer?'

'Ik wil alleen maar met je praten.' antwoordde Marten Vilijn.

'Ik word hier zo moe van. Kun je me niet gewoon met rust laten? Heb je mijn leven niet al genoeg verpest?' Ze leunde tegen de boom naast hem aan. Ze keek opzij naar zijn gezicht en tot haar (zeer grote) verbazing kon ze aan zijn ogen duidelijk zien dat ze hem gekwetst had met die laatste opmerking.

'Sorry' mompelde hij.

'Wat!?'

Hij keek haar aan van opzij en grijnsde zoals hij dat vroeger altijd had gedaan. Een ondeugende, jongensachtige grijns.

'Je hoorde me wel. Ik ga het niet herhalen.'

Savannah zuchtte.

Stom, stom, stom. dacht ze bij zichzelf. Na al die jaren had ze nog steeds geen hekel aan hem. Ze kon zichzelf er gewoon niet toe brengen hem te haten.

'Je wilde praten?'

'Ja, maar niet hier. Straks ziet die oude dweil van een Perkamentus ons nog.' Hij pakte haar hand en sleurde haar mee, steeds dieper het bos in, totdat hij stilhield op een kleine open plek met een groepje grote rotsen aan de rand. Hij ging op een min of meer platte rots zitten en klopte met zijn hand op de plek naast hem, om aan te geven dat ze naast hem moest komen zitten. Na enige aarzeling ging ze naast hem zitten, waarbij hun benen elkaar bijna raakten.

'Dus……' aarzelde Savannah. Waarom had ze zichzelf hier mee naartoe laten sleuren? Ze wist het antwoord wel, maar was niet helemaal zeker of ze het wel toe wilde geven. Nadat ze hem zomaar ineens weer gezien had, was het een beetje een rommeltje geworden in haar hoofd. Alles waarvan ze ooit zeker was, leek wel van zijn plaats gekomen en was begonnen aan een stoelendans in haar hoofd. Ideeën, zekerheden, gedachten en gevoelens werden net zo lang door elkaar gehusseld tot ze niet meer zeker wist wat waar was en wat niet. Naast haar liet Marten een zucht ontsnappen.

'Na wat ik je nu ga vertellen zul je me waarschijnlijk nog meer haten dan dat je al doet.' begon hij. Dat stak. Hij was er zo zeker van dat ze hem haatte, terwijl ze zelf wist dat het niet zo was. Niet dat ze hem dat ging vertellen, maar toch.

'Zo erg kan het nooit zijn.' Het kwam er verbitterd uit, niet zoals ze het bedoeld had. Hij keek haar wat ongemakkelijk aan. Plotseling viel de ironie haar op. Hier zat hij dan, de meest gevreesde tovenaar van deze eeuw die vele mensen vermoord had en voor wie iedereen, op Perkamentus na, bang was en hij was bang om haar, een half-elf met wie hij ooit verloofd was, iets te vertellen. Als zijn volgelingen hem zo zouden zien, zouden ze zich waarschijnlijk te pletter schrikken. Ze grinnikte een beetje en hij keek haar heel vreemd aan. Ze haalde haar schouders op en legde haar handen in haar schoot.

'Nou, voor de draad ermee.' Dit lange wachten begon op haar zenuwen te werken. Plotseling viel haar iets op.

'Wat is er met je arm gebeurd?' Hij keek naar zijn rechterarm, waar een grote snee zat van zijn schouder tot aan zijn elleboog.

'Dat heeft dat vervloekte beest gedaan dat je op me afgestuurd hebt.' lachte hij.

'Ik heb helemaal niets op je afgestuurd! Je hebt hem zelf kwaad gemaakt!' riep Savannah verontwaardigd uit. Marten prikte met een vinger in haar zij, waardoor ze moest giechelen.

'O ja?' vroeg hij plagend.

'Ja' giechelde Savannah. 'En stop daarmee! Het kietelt!' Alsof hij nu pas door had wat hij aan het doen was, trok hij snel zijn hand terug en keek de andere kant op. Was dat…? Dat kon toch niet? Maar het was wel zo. Hij bloosde.

'Je wilde me toch iets vertellen?' vroeg Savannah, opeens ook blozend. Even was alles weer net zoals vroeger geweest. Marten knikte, maar hij keek nog steeds de andere kant op en zei niets. Na tien minuten had Savannah er genoeg van.

'Als je me toch niets te vertellen hebt, ga ik weer terug naar het kasteel. Het is hier koud en ik ben moe.' Ze wilde weglopen, maar voordat ze de rand van de open plek kon bereiken had hij haar hand gegrepen. Ze draaide zich om en keek hem aan. Hij keek zo ongelofelijk zielig en hij bloosde nog steeds. Haar hart smolt onmiddellijk. Voordat ze doorhad wat er gebeurde had hij zijn armen om haar heen geslagen en omhelsde haar stevig.

Savannah verstijfde, maar ze duwde hem niet weg. Waarom wist ze zelf niet eens, maar ze kon het gewoon niet. Hij liet haar weer los en keek haar aan. Ze stond nog steeds aan de grond genageld en haar gezicht was zo rood als een kreeft. Toen haalde hij iets uit een van de zakken van zijn gewaad en stak het achter haar oor.

Verbaasd plukte ze een bloemetje van het takje en hield het tussen haar vinger.

Kersenbloesem. Dat hij dat nog wist.

Ze streek over het takje heen en keek van hem weg, nog steeds verbaasd dat hij nog wist wat haar lievelingsbloemen waren. Ze had niet gemerkt dat hij zijn handen op haar schouders gelegd had. Toen ze haar hoofd weer terugdraaide raakten de puntjes van hun neuzen elkaar. Hij kuste haar voorzichtig op de lippen en toen hij merkte dat ze zich niet terugtrok kuste hij haar iets harder.

Hij trok zich terug en Savannah raakte, zo mogelijk nog verbaasder dan daarvoor, haar lippen aan. Marten boog zich weer voorover en fluisterde iets in haar oor.

'I love you'

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

A/N: Even over die laatste zin: Ik vind gewoon dat het mooier klinkt in het Engels. In het Nederlands klinkt het gewoon zo dom Ik denk dat ik een beetje een einde ga maken aan dit verhaal. Ik heb geen idee meer voor proeven, dus ik ga ff iets verzinnen om daarmee op te houden. Je ziet het wel in het volgende hoofdstuk, wanneer ik dat eindelijk af heb.